Het utopische Centre Pompidou is 40 en geliefder dan ooit

Het Centre Pompidou in Parijs viert zijn 40-jarig bestaan. Het museum voor moderne kunst ademt lef uit, stelt Peter Giesen. Wanneer heeft Frankrijk die durf verloren?

Het Centre Pompidou, in de jaren zestig was dit gebied armoedig, smerig en verkrot.Beeld AFP/Getty Images

Wie heeft er geen herinneringen aan de roltrap van het Centre Pompidou? De perspex slang voert je langzaam omhoog, zodat je steeds meer van Parijs ziet, van de Eiffeltoren tot de karakteristieke zinken daken van de zandstenen appartementsgebouwen. Het Centre Pompidou was ooit een revolutionair en omstreden gebouw, een foeilelijke 'gasfabriek' of 'olieraffinaderij'. Nu is het een van de onontkoombare attracties van Parijs, bijna net zo gewoon als de Sacré Coeur of de Dôme des Invalides.

Dit weekeinde viert het Centre Pompidou zijn 40-jarig bestaan. Het is een enorm succes geworden. Verleden jaar nog nam het aantal bezoekers met 9 procent toe, terwijl het Louvre een daling van 15 procent constateerde. Het Pompidou had minder last van de terreuraanslagen, omdat het minder afhankelijk is van buitenlandse toeristen dan andere grote Parijse musea.

Toch houdt het Centre Pompidou geen jubileumtentoonstelling. 'We willen de nostalgie niet cultiveren', zegt directeur Serge Lasvignes in Le Figaro. 'Het Centre Pompidou heeft altijd iets utopisch gehad, het is altijd grensverleggend geweest.'

De olietanker van Beaubourg is een monument voor zijn naamgever, Georges Pompidou, de man die Frankrijk moderniseerde, president van 1969 tot 1974. Een rondborstige man met markante borstelige wenkbrauwen. Op oude filmbeelden zie je hem als een vriendelijke opa, die de bijna vergeten kunst van het praten met een sigaret in de mondhoek op verbluffende wijze beheerst.

Grandeur

Niettemin was Pompidou compromisloos modern. Frankrijk wordt vaak beschouwd als een ouderwets, ongeneeslijk nostalgisch land dat niet wil hervormen en daardoor gedoemd is tot economische achterstand. Maar in de periode-Pompidou is Frankrijk misschien wel het modernste land van Europa, met zijn TGV's, kerncentrales en Concorde. Frankrijk presteert zelfs beter dan Duitsland, zegt Bernard Esambert (82), ex-topman van de bank de Rothschild en medewerker van Georges Pompidou van 1967 tot 1974. 'Als je destijds langs de Rijn wandelde, waren de fabrieken aan Franse kant nieuwer dan die aan Duitse kant', zegt hij, in zijn deftige appartement met uitzicht op de Eiffeltoren. Esambert is voorzitter van het Institut Georges Pompidou, dat de herinnering aan de president levend wil houden.

Net als zijn voorganger Charles de Gaulle was Pompidou op zoek naar grandeur voor Frankrijk. Hij gelooft dat het land kan schitteren door de kracht van zijn industrie. Daartoe stimuleert hij de vorming van nationale kampioenen, zoals de luchtvaartmaatschappij die later Airbus zou worden, of het kernenergieconcern dat nu Areva heet.

Georges Pompidou was van 1969 tot 1974 president van Frankrijk. Hij wordt gezien als motor achter de modernisering van het land.Beeld Getty Images

Natuurlijk, ook in de periode-Pompidou wordt er volop geklaagd en gestaakt. Maar de Fransen staken om het beter te krijgen, niet om krampachtig vast te houden aan verworven rechten. Frankrijk is gelukkig in die dagen, gelooft Esambert. De Fransen zijn trots op hun economische prestaties. De lonen stijgen elk jaar, de gewone man rijdt in zijn Renault 4 of Simca 1100. Bovendien is er égalité. 'Een patron verdiende tien tot vijftien keer het minimumloon. Nu is dat vijfhonderd of duizend keer. De patrons van toen waren anders. Velen woonden in tamelijk gewone huizen, vaak dicht bij hun arbeiders. Het was een kapitalisme met een enigszins protestantse geest. Dat is totaal verdwenen.'

Bij zo'n trots en modern land hoort een toonaangevend museum voor moderne kunst, vindt Georges Pompidou, zelf een groot liefhebber en verzamelaar. Hij heeft er ook een locatie voor: het plateau van Beaubourg. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar in de jaren zestig is het gebied rond de Marais en de Hallen armoedig, smerig en verkrot. Midden in het gebied ligt een groot gat, waar in de jaren dertig een uitzonderlijk bouwvallig woonblok is gesloopt. Het plein waar nu jongleurs en straatmuzikanten de toeristen vermaken, is in die tijd een enorme parkeerplaats.

'Een soort gevild beest, met zijn ingewanden in de lucht'

Twee jonge, relatief onbekende architecten winnen het concours voor een nieuw museum, Renzo Piano en Richard Rogers. Ze maken een revolutionair ontwerp, waarbij de leidingen, de roltrap en het stalen frame aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst. Op 31 januari 1977 opent het Centre Pompidou zijn deuren. 'Het is gruwelijk. Men zou zeggen dat het een fabriek is, een stoomboot, een raffinaderij. Een soort gevild beest, monsterlijk en veelkleurig, met zijn ingewanden in de lucht', schrijft de romancier Jean d'Ormesson in Le Figaro. Niettemin komt hij schoorvoetend tot een positieve conclusie. 'Voor hen die ervoor gekozen hebben hun eigen tijd te accepteren, biedt het Centre Pompidou een subliem avontuur.'

Op dat moment is Georges Pompidou al drie jaar dood, op 62-jarige leeftijd overleden aan een zeldzame vorm van bloedkanker. Het Centre is een nabrander van een ongekend dynamische tijd. 'Het is een symbool van die periode. Het modernisme van zijn architectuur, het internationale karakter. Totaal vernieuwend. Georges Pompidou was uitzonderlijk gedurfd. Maar het was überhaupt een periode waarin veel gedurfd werd.'

Die durf had zijn schaduwzijden. Onder het bewind van Pompidou werden de Hallen gesloopt, de Tour Montparnasse gebouwd, van de oevers van de Seine een racebaan gemaakt. Maar toch: tegenwoordig zou het onmogelijk zijn een gebouw als het Centre Pompidou in het centrum van Parijs neer te zetten. Elke vernieuwing wordt al snel gezien als een schandalige aanslag op het erfgoed en de nationale ziel. Na de dood van Pompidou raakt Frankrijk economisch achterop bij andere landen. Het verliest zijn zelfvertrouwen en wordt allengs conservatiever. Ook het Centre Pompidou verliest zijn revolutionaire karakter. 'Het was ooit een krankzinnig gebouw, nu is het gewoon onderdeel van het Parijse landschap', zegt Rani Singh, de Amerikaanse mede-samenstelster van een expositie over de Beat Generation. Voor vernieuwing moet je nu elders zijn, in het Palais de Tokyo bijvoorbeeld.

Lees verder onder de foto.

De karakteristieke voorgevel van het Centre Pompidou, met de roltrap aan de buitenkant. Door de perspex overkapping kun je over heel Parijs uitkijken.Beeld getty

Gemis aan een nationaal project

Waar is het misgegaan? Wanneer heeft Frankrijk zijn durf verloren? Frankrijk voelde zich als een vis in het water in de naoorlogse economie, met zijn grote, door de staat gedirigeerde industrieën waaraan het land zijn grandeur kon ontlenen. Sindsdien is het economisch klimaat veranderd: meer internationale concurrentie, minder protectionisme en staatsbemoeienis.

De gaullistische industriepolitiek werd mogelijk gemaakt door de sterke naoorlogse groei. Toen die inzakte kon de staat de investeringen niet meer volhouden. Frankrijk moest zich aanpassen aan de globalisering, gedomineerd door Angelsaksische ideeën. Daar ligt de bron van het Franse pessimisme, denkt de historicus Pierre Nora. Nadat de gaullistische droom vervlogen was, hebben de Fransen geen nationaal project meer.

Frankrijk is onzeker geworden. Moet het zich aanpassen, ten koste van zijn eigen karakter? Of moet het vasthouden aan zijn eigen karakter, met het risico te vervallen in machteloosheid en irrelevantie?

Bij de aanstaande presidentsverkiezingen staan drie richtingen tegenover elkaar. Emmanuel Macron wil het land liberaliseren, zodat het zich eindelijk met de globalisering verzoent. Marine Le Pen wil juist terug naar de tijd van De Gaulle en Pompidou, met protectionisme en een sterke staat. François Fillon zit ertussenin: economisch liberaal, maar cultureel conservatief met een sterke nadruk op de Franse identiteit.

Een man als Pompidou zit er niet tussen, verzucht Esambert: 'Pompidou was formidabel modern en tegelijkertijd formidabel verankerd in de Franse bodem. Een Fransman uit de Cantal met een moderne, zelfs futuristische visie op de economie. Juist omdat hij zo Frans was, kon hij veranderingen doordrukken. Zo iemand vind je niet vaak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden