Het ultieme gevolg van alles of niets

De topman van het telecombedrijf Swisscom kwam door zijn smartphone niet meer tot rust. Dinsdag werd Carsten Schloter dood gevonden, vrijwel zeker pleegde hij zelfmoord. Hoe komen topmanagers tot deze daad?

Hij had geen kantoorruimte, geen bureau met een bakje in- en uitgaande post, een doosje paperclips, een nietmachine en een foto van zijn kinderen. Topman Carsten Schloter (49) van Swisscom, de grootste telecommunicatiemaatschappij van Zwitserland, Swisscom, had alleen een smartphone. Hierin zat zijn kantoor, zijn bureau, zijn secretaresse en ook de foto van zijn kinderen. Hij was zijn tijd vooruit in een land dat als conservatief bekend staat. Afgelopen dinsdag werd Schloter dood aangetroffen in zijn woning in het kanton Fribourg. Hij heeft vrijwel zeker zelfmoord gepleegd.


Het was een enorme klap. Niemand wist hoe diep hij in de put zat. Hij kende privéproblemen als gevolg van de scheiding van zijn vrouw, waarvan hij geen geheim maakte. 'Anders gaan ze er achter je rug over praten.' Maar veel meer klaagde hij over de enorme informatiestroom waarmee moderne topmanagers te kampen hebben. Op een congres in Interlaken zei hij onlangs nog zelf 'niet te willen leven in een wereld waar door de stroom van nieuwe informatie geen rustpunt meer bestaat'. En dat klonk merkwaardig uit de mond van een man die een concern leidt, dat het juist moet hebben van het snel leveren van nieuwe informatie.


Manfred Kets de Vries, hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan het vermaarde Insead in Fontainebleau, wil geen voorbarige conclusies trekken. 'Het is onduidelijk wat er zich precies in zijn privéleven afspeelde. Maar het is bekend dat veel topmanagers heel slecht met internet kunnen omgaan. De komst van internet is een van de belangrijkste veranderingen voor mensen aan de top sinds de Romeinen', zegt hij. Hij stelt dat veel CEO's maar ook andere leiders in de politiek, het onderwijs of in de gezondheidszorg, leiden aan een internet addiction disorder (IAD)- een nieuwe psychische aandoening. Ze zijn verslaafd aan hun inbox. 'En daar zijn ze nog vaak trots op ook. 'Ik heb vijfhonderd e-mails per dag', zeggen ze dan. En die gaan ze allemaal bekijken. Daar word je helemaal gek van. Een goede topmanager heeft iemand die de inbox voor hem bijhoudt en die de vier of vijf e-mails eruit haalt die ertoe doen. Die stroom van e-mail moet dan wekelijks worden besproken met je assistent', aldus Kets de Vries, die behalve managementprofessor ook psychoanalyticus is.


Schloter werd in 2000 hoofd van de mobiele divisie van Swisscom en in 2006 CEO van het bedrijf. Hij was uitermate succesvol. Ondanks de enorme concurrentie op de geliberaliseerde Zwitserse telecommarkt wist hij ervoor te zorgen dat de voormalige monopolist Swisscom de grootste innovator bleef. 'De vader van drie kinderen laat een enorm gat achter', schreef de Neue Zürcher Zeitung deze week.


Hij gold als een charismatische en zelfs populaire baas. 'Maar dat heeft ook schaduwkanten', zo zei hij daar zelf over. 'Dat gaat gepaard met een enorme inzet en een passie voor de onderneming. Ik loop continu het gevaar anderen te overweldigen.' In een interview met Schweiz am Sonntag gaf hij toe 'zich eigenlijk nooit helemaal ontspannen te voelen'. 'Je vervalt in een modus van continue activiteit. Je kijkt de hele tijd op je smartphone of er geen nieuwe mails zijn binnengekomen. Je komt eigenlijk nooit meer tot rust. Je zou de telefoon moeten uitschakelen, maar ik merk dat ik steeds meer problemen heb om tot rust te komen en het tempo te verminderen. Er komt een punt dat je het gevoel krijgt alleen van de ene naar de andere verplichting te rennen.'


Kets de Vries zegt dat hij op zijn leiderschapseminars de deelnemers verbiedt iPhones en iPads te gebruiken. 'De beste leiders zijn mensen die in staat zijn het evenwicht te vinden tussen actie en reflectie. Hoewel iPhones en iPads een hulpmiddel in je werk kunnen zijn, kan het gebruik ook snel uit de hand lopen. IAD kun je haast vergelijken met een alcohol- gok-, of pornoverslaving. In mijn laatste seminar ging een van de CEO's continu de zaal uit. Ik dacht dat hij een zwakke blaas had. Maar nee, hij was druk bezig met drie telefoons om zijn mail te checken: 'Krijg ik genoeg e-mail?' Of, om het op een andere manier te zeggen: houden ze nog wel van me?


'Een van de problemen van veel managers is dat ze eigenlijk niet kunnen managen. Ze kunnen niet omgaan met de cognitieve complexiteit van een moderne organisatie. Ze zijn ook niet in staat om de overgang te maken van specialist naar generalist. Iemand is bijvoorbeeld een heel goede verkoper. De beste. En dan groeit de organisatie. En wordt hij head of sales. Of iemand is een geweldige ingenieur. En dan moet hij hoofd research en development worden. Maar vaak is het helemaal niet zijn kracht. Een aantal jaren geleden deed ik onderzoek bij Nokia, dat toen enorm groeide. Allerlei wetenschappers die fantastische nieuwe technieken voor de mobiele telefoons wisten te bedenken, werden ineens de baas van een fabriek. Maar dat hield in dat ze de facto niet meer de rol van ingenieur hadden. Dat was erg moeilijk voor velen. Het creëerde identiteitsproblemen. Als resultaat probeerden veel van die mensen alles te doen: ingenieur blijven maar ook proberen hun mensen te leiden. Maar omdat ze nog te veel vasthielden aan hun ingenieursidentiteit, vielen ze in de valkuil van micro-management.


'Ik moet zeggen dat de druk op leiders niet minder is geworden. Op korte termijn moeten resultaten worden getoond, anders vliegt de CEO net zo snel de tent uit als een voetbalcoach bij een topclub die zes keer verliest. Die druk is enorm groot. Vroeger kenden veel bedrijven een collegiaal bestuur. De bestuursvoorzitter was hoogstens primus inter pares - de eerste onder zijn gelijken. Sinds de topman of topvrouw ook op het vasteland van Europa CEO (chief executive officer) wordt genoemd, is hij veel meer de enige echte baas geworden en het mikpunt. Psycholoog Jan Mokkenstorm, directeur van de hulplijn 113 Online voor suïcidalen, zegt dat ongeacht de beroepsgroep er altijd een overeenkomst is tussen mensen die zelfmoord plegen. 'Ze zijn geïsoleerd. En dat geldt in toenemende mate ook voor topmanagers.'


Er zijn bazen die op tijd gas kunnen terugnemen. Peter Voser, een landgenoot van Schloter, maakte begin mei totaal onverwacht bekend op te stappen als topman van Koninklijke Olie Shell. Voser was pas 54, maar besloot al met pensioen te gaan. Hij zei dit zelf te hebben beslist. Een bedrijfsreden was er niet. Voser liet weten dat hij het wat rustiger aan wilde doen en meer aandacht wilde besteden aan zijn familie. 'Ik ben toe aan een verandering van levensstijl.'


Topmanagers bekennen niet graag dat zij oververmoeid zijn of een burn-out dreigt, laat staan dat ze een depressie willen toegeven. Het zijn halfgoden die over koninkrijkjes van soms honderdduizend mensen regeren en daarnaast het ook de aandeelhouders naar hun zin moeten maken. Vorig jaar meldde Ton Büchner, de topman van AkzoNobel, zich wel ziek. Als reden werd oververmoeidheid genoemd en niet burn-out. De beurswaarde van AkzoNobel daalde daarop met 1 miljard euro en er werd gespeculeerd dat Büchner zo veel gezichtsverlies had geleden dat hij wel nooit meer zou kunnen terugkeren. Na vier maanden ging Büchner weer rustig aan de slag en niemand praat er eigenlijk nog over.


Niettemin is het woord burn-out voor bestuurders nog een taboe. De Belgische psychiater Dirk de Wachter noemde in het zakenblad Trends 'de kans dat topmensen zelfmoord plegen veel groter dan dat ze hulp gaan zoeken'. 'Ik denk dat het in de persoonlijke levens van nogal wat managers een ravage is. Het is bovendien typisch voor mensen die op een hoog niveau werken om voor alles of niets te kiezen. Dat is het harakirisyndroom, het niet mogen falen.'


Kets de Vries zegt dat we helaas het mannelijke gorilla-model hebben van leiderschap. 'Een grote baas. Maar onze dichtste familieleden zijn de bonobo's, de 'pygmee-chimpansees'. Die leven in een vrouwenmaatschappij met het slogan 'make love not war'. Zij zijn veel meer ingesteld op het teammodel van leiderschap. In organisaties van de toekomst zouden we ook naar het teammodel moeten, waarbij de bazen niet alleen goede entrepreneurs en personeelsmanagers zijn maar vooral ook goede teamspelers.'


Veel topmanagers zijn narcisten. 'Het is bijna een voorwaarde om daar te komen', stelt Mokkenstorm. 'Maar als die narcistische ballon wordt doorgeprikt doordat het met een bedrijf niet goed gaat, dan is de psychologische afgang enorm.' Ze kunnen niet gemakkelijk terugkeren tot wat gewone mensen moeten doen: met de trein naar het werk in plaats van de auto met chauffeur.


Veel zelfmoorden onder topmanagers vonden plaats aan het einde van 2008 en het begin van 2009, toen veel managers werden afgerekend op het falen tijdens de crisis. De Fransman René-Thierry Magon de La Villehuchet, die ruim anderhalf miljard euro had verspeeld in de carrousel van superbedrieger Bernard Madoff, sneed op 24 december 2008 in zijn New Yorkse kantoor zijn polsen door.


In dezelfde maand december maakten in Londen topmanager Christen Schnor van het bankconcern HSBC en in Zürich bestuursvoorzitter Alex Widmer van de Zwitserse bank Julius Bär een eind aan hun leven door zich op te hangen. In Duitsland benam Adolf Merckle zich in januari het leven. Huib Boumeester, voormalig manager van ABN Amro, schoot zichzelf later dat jaar een kogel door het hoofd nadat hij zijn baan was kwijtgeraakt als gevolg van de vijandige overname.


Op dit moment gaat het met de bedrijven en financiële instellingen beter, maar nu dreigt een ander gevaar: dat van de informatie-overload.


PLAATS 94 OP DE FORBES-RANGLIJST

Hij gold als de op twee na rijkste Duitse ondernemer en stond met een vermogen van 6,8 miljard euro op plaats 94 van de Forbes-ranglijst van rijkste wereldburgers. Op 5 januari 2009 ondertekende Adolf Merckle (74) thuis in Blaubeuren de contracten waarbij zijn met schulden beladen bedrijven, zoals het farmaceutisch bedrijf Ratiopharm werden overgedragen aan investeerders, Ratiopharm ging in de verkoop.

Tegen de avond maakte hij zijn gebruikelijke wandeling. Tussen huis en fabriek maakt de spoorlijn een flauwe bocht. Aan het eind van die bocht, voor een machinist niet te overzien, legde hij zich op de rails. Op zijn bureau thuis lag een afscheidsbrief. Oorzaak van de zelfmoord zijn waarschijnlijk de uitzichtloze situatie van zijn bedrijven en een diep gevoel van schaamte en gezichtsverlies. Zijn imperium van 120 bedrijven was door de financiële crisis zwaar gehavend. Maar financiële nood kende hij niet. Hij leefde niet op grote voet. Hij ging met de fiets naar zijn werk en reisde in de trein tweede klas - 'net zo snel als de eerste,' placht hij te zeggen.

Niettemin stapte hij uit het leven vlak bij de plek waar hij met vrouw en vier kinderen woonde. Een zelfmoord als die van Merckle zal in Amerika niet zo snel gebeuren, schreef de Süddeutsche Zeitung. Voor Merckle was zijn falen meteen een totaal falen, dat niet meer goed te maken viel. Wie in Duitsland faalt, is voor eeuwig een verliezer, wie in Amerika faalt, heeft iets geleerd. Die redenering maakt één ding duidelijk: of een economische crisis tot een zelfmoordgolf leidt, hangt ook af van culturele factoren.

DROOMCARRIèRE IN DUIGEN NA OVERNAME

Topbankier en fanatiek jager Huibert Boumeester (49) kwam op 22 juni 2009 niet opdagen voor een vergadering. Later bleek dat hij met twee van zijn zes geweren zijn woning in de Londense wijk Belgravia had verlaten. Zijn lijk werd in de bossen ten westen van Londen gevonden, met een schot door zijn hoofd. Hij had een briefje achtergelaten dat hij niet meer verder wilde.

Boumeester was in 2007 bij ABN Amro de tweede man achter Rijkman Groenink geworden. Na een mogelijke fusie met Barclays zou hij als enige Nederlander zelfs in de raad van bestuur komen. De overname door het bankentrio Fortis, Royal Bank of Scotland en Banco Santander gooide zijn droomcarrière in duigen. Hij werd naar Londen gestuurd en kreeg later zelfs ontslag. Hierdoor raakte hij in een depressie. Hij bezocht een psychiater, maar de behandeling had geen resultaat. Boumeester was ook voorzitter van de stichting die de Afrikaanse wildparken van wijlen Paul Fentener van Vlissingen beheerde. In 2009 bleek die grote bedragen te hebben verloren door beleggingen in de piramidefondsen van oplichter Bernard Madoff. De Britse krant The Independent schreef: 'Boumeester behoorde tot de groeiende lijst van vooraanstaande bankiers wier rijkdom geen bescherming bood tegen de emotionele trauma's van werkloosheid en de dalende status in een recessie die aan hen wordt toegeschreven.'

MYTHES OVER ZELFMOORD

In een van de afleveringen van de Amerikaanse komedie Seinfeld zegt de joodse tandarts van Jerry Seinfeld: 'Je hebt geen idee wat wij als mensen moeten doorstaan.'

'De joden?', zegt Seinfeld. 'Nee, de tandartsen.' Nadat de man heeft verklaard dat tandartsen het hoogste zelfmoordpercentage hebben van alle beroepsgroepen, reageert Seinfeld: 'Dus daarom is het zo moeilijk een afspraak te maken'.

In de VS is de mythe dat tandartsen relatief het vaakst zelfmoord plegen, onuitroeibaar. De website Business Insider stelde twee jaar geleden nog een lijstje samen van dertien beroepsgroepen met het hoogste zelfmoordpercentage. Bovenaan stond de tandarts. Hierbij werd verwezen naar een onderzoek van de researcher Steven Stack dat dateerde uit 1995. Voor de rest stonden in deze lijst vooral kunstenaars (muzikanten, schrijvers, fotografen, beeldhouwers en balletdanseressen). De data van Stack zijn echter verouderd en nauwelijks betrouwbaar. In de VS plegen jaarlijks 30 duizend mensen zelfmoord, maar dat aantal is te gering om er ook conclusies met relatie tot de beroepsgroepen uit te trekken. Tandartsen en huisartsen, net als politiemensen en militairen, kunnen gemakkelijker aan middelen komen om zelfmoord te plegen. De indruk bij veel psychologen is dat topmanagers vaker de hand aan zichzelf slaan, maar daarvoor is geen empirisch bewijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden