Het Ultieme Boekenprogramma

Zondag is er weer een toegankelijk boekenprogramma op televisie, met Hanneke Groenteman. Waarom wil het zo zelden lukken met het boek op de tv?...

Boeken op televisie, het blijft een huwelijk vol spanningen. In 1976 bracht de NCRV als eerste een echt boekenprogramma, Open boek. Het werd gepresenteerd door Wim Hazeu, volgens toenmalig tv-criticus Gerrit Komrij 'schrijver van zeer beroerde romans en zeer beroerde gedichten, zodat hem er alles aan gelegen zou zijn zo mogelijk nog beroerder collega's te presenteren'. Het programma hield het niet lang vol.

Boudewijn Büch had zijn Büchs boeken. Maarten 't Hart ontving tien jaar geleden schrijvers in de hoedanigheid van Maartje 't Hart. Gesponsord door de CPNB presenteerden Aad van den Heuvel en Martin Ros Ik heb al een boek. Bioloog Midas Dekkers ontfermde zich later in Eerste druk alleen over het non-fictie boek, terwijl Zeeman met boeken louter over literatuur ging, besproken door critici.

Geen enkel programma haalde ooit de status van Hier is... Adriaan van Dis. Het uiterst beschaafde praatprogramma ('Wat kan ik u aanbieden: rood, wit of water?') was een van de weinige in het genre die op een fatsoenlijk tijdstip (zondagavond rond 21.00 uur, VPRO) werden uitgezonden.

Bijna legendarisch is Van Dis' gesprek met Annie Cohen-Solal, de Sartre-biografe met wie een veelbesproken chemie leek te ontstaan. De bevallige Française had er een topverkoop aan te danken. Frans Pointl (De kip die over de soep vloog) en Connie Palmen kennen de effecten van zo'n tv-optreden ook, maar het programma kon behalve eloquent ook nog spannend zijn, vanwege stekelige gesprekken met W.F. Hermans, Boudewijn van Houten of Willem Oltmans.

Menigeen roemt het programma, later voorgezet onder de titel Van Dis in De IJsbreker, nog altijd als Het Ideale Boekenprogramma. Toch is de reputatie met de werkelijkheid op de loop gegaan, zegt Henk Kraima, directeur van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB): 'De tien jaar dat het programma heeft bestaan, is in de collectieve herinnering gecondenseerd tot vijf hoogtepunten. Die geschiedvervalsing heeft me altijd verbaasd. De praktijk was dat boekhandelaren de boeken van twee van de drie gasten al snel na uitzending konden terugsturen naar het Centraal Boekhuis; er werd geen boek extra door verkocht.'

Van Dis maakte primair een goede talkshow, waarin regelmatig schrijvers verschenen, maar dat in de beste gevallen gewoon een goed gesprek opleverde met een interessante gast. Het recept voor het ultieme boekenprogramma bestaat in Nederland niet, volgens Kraima. Sonja op zaterdag komt wat hem betreft het dichtst in de buurt. Inderdaad: geen boekenprogramma, maar een zeer goed bekeken algemeen praatprogramma, waarin wel eens een auteur of een boek opdook, dat de maandag daarop de boekwinkel uitvloog.

Op dit moment is volgens Kraima het meest effectieve programma dat van Ivo Niehe. 'Alle grote schrijvers gaan daar de laatste jaren graag naartoe. Twee miljoen kijkers zien het, vooral mensen die de schrijver of dat boek anders nooit opgemerkt zouden hebben.' Zeeman met boeken leverde geen lezer extra op.'Het was voor die hooguit honderdduizend mensen die toch al lazen.'

Wat de programma's gemeen hebben, is dat de meeste niet lang hebben bestaan. Van Dis en Zeeman zijn met respectievelijk negen en acht seizoenen uitschieters, de meeste programma's keerden na een of twee seizoenen niet terug op televisie. Reden: de kijkcijfers. Want dat is de andere grote gemene deler: behoudens Van Dis (gemiddeld 770 duizend kijkers) en Eerste druk van Midas Dekkers (420 duizend) scoort een boekenprogramma nooit hoge cijfers. Vandaar dat ze in de strijd om marktaandelen verdwenen van 'normale' tijdstippen naar middernacht, wanneer menig kijker al met een boek in bed ligt.

Er is nóg een gemeenschappelijk kenmerk: geen programma kon zowel het grote publiek bekoren als de wereld van critici, literatoren en uitgevers. Gaat het voor zestigduizend kijkers over de nieuwste Coetzee, dan heet het elitair, heeft Hanneke Groenteman een warme ontmoeting met Connie Palmen, dan klinkt het verwijt dat het behalve vooringenomen te laagdrempelig is.

Het Ultieme Boekenprogramma bestaat niet.

Intussen zijn er schrijvers zat op televisie, maar over boeken gaat het zelden. Hooguit is een boek de aanleiding om het te hebben over de persoon van de schrijver. Het beeld stelt zijn eigen eisen, en die verhouden zich nogal slecht met een stoffige bejaarde man die nog stottert ook.

Talkshows als Barend & Van Dorp zijn meer gebaat bij een vlotte Heleen van Royen dan bijvoorbeeld bij dichteres Neeltje Maria Min, wier antwoorden aan Adriaan van Dis jaren geleden slechts bestonden uit ongemakkelijk zwijgen.

Literatuur op televisie, dat is ongeveer hoe toenmalig Volkskrant-tv-criticus Cornald Maas enkele jaren het beschreef toen schrijver Marcel Möring verscheen in het middagprogramma RTL Live, waar presentatrice Sylvana Simons hem de vraag voorlegde: 'Zo'n mooie beginzin, wow. Hoe kóm je daar nou op?'

Smaakmakers uit het literaire wereldje zeggen altijd met jaloezie te kijken naar het buitenland. Frankrijk heeft Bernard Pivot, die jarenlang met Bouillon de culture het hele volk aan een boek wist te krijgen. In Duitsland was het Marcel Reich-Ranicki, die dertien jaar lang schrijversreputaties maakte en brak in Das Literarische Quartett, een panel van critici, waaraan Cees Nooteboom zijn doorbraak in Duitsland te danken heeft.

In Nederland leek Zeeman met boeken nog het meest in de buurt te komen van die veelgeroemde buitenlandse voorbeelden. Maar nooit haalde Zeeman meer kijkers dan honderdduizend, meestal minder. Waarom wil het in Nederland maar niet lukken een programma van dergelijke statuur te maken?

Zowel Henk Kraima als Michaël Zeeman is er inmiddels van overtuigd dat je dat niet meer moet willen. Zeeman: 'In Frankrijk staat het chic wanneer de president bij de opening van een bankgebouw Baudelaire citeert. In Nederland is het je politieke dood als je een gedicht van Slauerhoff aanhaalt. We leven in een egalitaire cultuur, waarin het tegen je pleit dat je wel eens een boek gelezen hebt.'

Kraima: 'Het verschil heeft alles met volksaard en cultuur te maken. In landen als Frankrijk hebben schrijvers een opinieleidende rol, hier niet. Je moet dus niet proberen de Nederlandse Bernard Pivot uit te hangen.'

Met zijn zestig- tot honderdduizend kijkers was Zeeman tevreden, zegt hij: 'Precies de doelgroep die leest en geïnteresseerd is in literatuur. Meer zit er niet in. Vergeet niet: het grootste deel van Nederland is analfabeet. Slechts 2,5 miljoen mensen zijn in staat dagelijks een krant te lezen.'

De mogelijkheden van het genre zijn beperkt, zegt Zeeman. 'Je kunt met schrijvers spreken, of over boeken praten. De derde weg is de literaire documentaire, maar dat ontaardt altijd in sombere mannen op mistige stranden, met zware muziek van Dvorák eronder. Wie kiest voor het gesprek met de schrijver, heeft weer twee varianten: de rechtse is die waarin de interviewer het boek heeft gelezen en daar zinnige dingen over vraagt. Dat wordt door niemand gewaardeerd. De linkse variant is vragen stellen als: hoe gaat het met u, maar dan is het bezwaar dat het niet over literatuur gaat.'

Een middenweg is er niet, volgens Zeeman. Maar andersoortige pogingen bestaan wel degelijk. Zoals van KRO-programmamaker Bart Geeraedts. Voor de radio maakte hij afgelopen zomer De Leesclub, een programma waarin twee 'teams' van lezers (een groep 'voorstanders' en een groep 'tegenstanders') het tegen elkaar opnamen over een literair boek.

Geeraedts maakte twee pilots voor televisie, volgens dezelfde opzet: een soort Lagerhuis, maar dan over boeken. Geeraedts: 'We hebben een uitzending gemaakt over Siegfried van Harry Mulisch. Wat daar allemaal loskwam bij de deelnemers!' Precies wat hij wilde: de emotie over boeken laten zien. 'Eindelijk af van dat morele heldendom dat zo veel makers van boekenprogramma's kenmerkt. En er zijn genoeg boeken die emotie losmaken, al was het maar omdat de lezer zich bekocht kan voelen na de hype die om een boek is gebouwd. Het probleem van veel boekenprogramma's is dat ze zo braaf zijn. Er zit zelden emotie in. Schrijvers worden altijd aardig gevonden. En welke recensent durft eens te zeggen dat ie geen snars heeft begrepen van De ontdekking van de hemel?'

Helaas voor Geeraedts: zijn Leesclub zal de televisie niet halen. Netmanagers wilden het alleen uitzenden rond middernacht; voor de kijkcijfers die zo'n tijdstip maximaal genereren wil de KRO het geld niet uitgeven.

'Het bestaan van een boekenprogramma is vooral afhankelijk van hobbyisme in de top van de omroepen', zegt Hanneke Groenteman, die al jaren rondliep met het idee voor haar boekenprogramma. 'Voor de kijkcijfers hoef je het nooit te doen. Dus lukt het alleen wanneer een leidinggevende zelf toevallig van boeken houdt.'

Vandaar natuurlijk dat haar programma slechts zes weken staat geprogrammeerd. Hogere machten in Hilversum hebben bedacht dat het daarna tijd wordt voor Holland Sport. De NPS zegt weliswaar dat Groentemans boekenprogramma volgend seizoen 'zeer waarschijnlijk' zal terugkeren, maar de presentatrice zelf reageert verbaasd: 'Mij is niets gevraagd, en eerlijk gezegd moet ik er ook niet aan denken. Een wekelijks boekenprogramma is veel, hoor. Je moet al die boeken lezen.'

Boeken op televisie, móét het eigenlijk wel? Natuurlijk wel, reageert boekengek Martin Ros. Met zijn zaterdagse radiorubriek trekt hij soms wel een miljoen luisteraars en hij gelooft in de rol van de presentator als 'uitgeschoven oog' van de lezer die wegwijs wil worden in de literaire jungle. 'Alles hangt af van diens persoon. Bernard Pivot méént wat hij doet, hij is echt. Groenteman wens ik echt alle goeds, maar ze is er al zo veel jaren, en altijd maar op die zondagmiddag. Van Dis zag er goed uit, en hij kon goed presenteren. Maar iemand als Zeeman ziet er uit als een gestoorde intellectueel. Daar kijkt dan ook niemand naar.'

Terwijl er belangstelling genoeg is, zegt Ros. 'Ik kom weleens op boekenmarkten. Onvoorstelbaar hoeveel mensen zich staan te verdringen om die kraampjes.'

Zelfs bij RTL bestaat al langer het idee een boekenprogramma op televisie te brengen, in samenwerking met een aantal winkelketens en uitgevers. RTL laat echter weten dat de plannen vaag bestaan, maar dat het er nog lang niet in zit.

Het boekenprogramma is nu dus terug, voor heel eventjes. Daarna treft de boekenliefhebber weer doodse stilte aan op de televisie. Alle tijd om weer eens wat te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.