'Het Tropenmuseum is in zijn huidige vorm hopeloos achterhaald'

Door de discussie te openen over de financiering van het Tropenmuseum heeft deze regering ruimte gecreëerd voor een kritische blik op de negentiende-eeuwse structuur van onze musea. Of dit nou de bedoeling was of niet, we mogen hen daarvoor danken. Dat stellen Huub F.H.J. Kuijpers en Casper Thomas.

Interieur van het Tropenmuseum in AmsterdamBeeld anp

Liefhebbers van het tropenmuseum kunnen opgelucht ademhalen. Het zwaard van Damocles dat boven het instituut hing sinds de aankondiging dat staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen de geldkraan zou dichtdraaien, lijkt toch niet te gaan vallen. Knapen's collega Halbe Zijlstra heeft vorige week aangekondigd dat het Koninklijk Instituut voor de Tropen zijn geld voortaan bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mag komen halen. Er is één voorwaarde: dat de directie met 'een nieuw levensvatbaar perspectief' voor het instituut komt.

Terechte eis
Een terechte eis. Het museum in zijn huidige structuur is namelijk hopeloos achterhaald. In de tweede helft van de jaren zeventig onderging het museum zijn laatste echte transformatie. Het gebouw werd grondig gerestaureerd en het museum werd heringericht tot, zo was toen de richtlijn van Buitenlandse Zaken, een 'presentatiecentrum voor de derde wereld'. Eigenlijk wist ook destijds niemand wat dat precies betekende, en anno 2012 is het idee dat culturen-van-ver-weg een apart museum verdienen helemaal aan revisie toe.

Wij zijn in rap tempo vertrouwd geraakt met de wat ooit gold als 'de derde wereld'. We gaan er even makkelijk op vakantie als naar de mediterranee. Naties die we tot voor kort als ontwikkelingslanden bestempelden, zijn tegenwoordig serieuze economische concurrenten. In een geglobaliseerde wereld, kortom, heeft een etnografisch museum nog louter historische waarde. Dat is onvoldoende bestaansgrond.

Triviale spullen
Toch zal er ongetwijfeld voor worden gepleit om het museum in zijn huidige vorm te laten voortbestaan. Maar dan stoten we op inhoudelijke problemen. Bijvoorbeeld dat de collectie voor het merendeel bestaat uit historische voorwerpen afkomstig uit beschavingen die als zodanig niet (meer) bestaan. Eén van de ondergetekenden herinnert zich een gevlochten schoen uit het depot. Op de bijbehorende kaart stond 'schoen' met als verdere beschrijving 'vermoedelijke herkomst: Arabië'. Moeten dit soort triviale spullen in dure geklimatiseerde depots bewaard blijven? Natuurlijk is de afgelopen jaren veel onkruid gewied, maar daarmee voldoet het Tropenmuseum nog niet aan het weergeven van wat er heden ten dage op andere continenten gebeurt.

Hedendaagse kunst
En wat te doen met hedendaagse kunst? In het Tropenmuseum in zijn huidige vorm als volkenkundig museum heeft die eigenlijk geen plaats. Hedendaagse kunst is niet gebonden aan de geografie waarop het Tropenmuseum is gebaseerd. Veel hedendaagse kunst is niet te herleiding tot één 'cultuur'. Voorbeeld zijn de werken van Anish Kapoor, formeel misschien een Brits kunstenaar, maar zijn werk is evengoed als 'Indiaas' te bestempelen. In ons postkoloniale tijdperk is de grens tussen het Westen de rest diffuus geworden, ook wat de kunsten aangaat.

Verbreed Rijksmuseum
Een nieuwe perspectief betekent daarom afscheid nemen van het negentiende-eeuwse etnografisch paleis, waar de westerse mens zogenaamde artefacten uit derde wereld kan bewonderen. Alternatief is het Tropenmuseum om te vormen tot een echt kunstmuseum dat arts en crafts van verschillende culturen in zijn historische samenhang beziet. De aanzet daartoe bestaat uit de sterke Indische koloniale collectie en de vele schenkingen die in de loop der jaren het museum ten deel zijn gevallen.

Om echter tot het niveau van het Metropolitan Museum, het British Museum, of zelfs de Aziatische afdeling van 'het Rijks' te bereiken zijn spanne tijds en sommen geld nodig die daarvoor vanuit het Tropenmuseum niet voorhanden zijn, hoe gul Zijlstra zich ook zal tonen. Dan is beter om de collecties van Nederlandse etnische musea en bijeen te brengen in een verbreed Rijksmuseum.

Flora, fauna en cultuur
Rest een laatste optie, die het predicaat 'levensvatbaar' zeker verdient: het samenvoegen van het Tropenmuseum, Artis en de Hortus Botanicus tot een instituut dat flora, fauna en cultuur in samenhang bestudeert en presenteert. Geografisch gezien is er alle aanleiding toe: de drie instituten liggen praktisch in elkaars verlengde aan één straat, de Plantage Middenlaan.

Maar belangrijker zijn de inhoudelijk redenen om het tonen van flora, fauna en cultuur tot één activiteit samen te voegen. Want net als de scheiding tussen 'oost' en 'west', is het dualisme van natuur en cultuur onhoudbaar. Onderzoek naar klimaatverandering laat bijvoorbeeld zien dat de mens onderdeel is van het mondiale ecosysteem en niet daarbuiten staat. Het is juist het missen van de samenhang tussen mens en natuur die heeft bijgedragen aan het verspillen van miljarden aan ontwikkelingsgeld. Bijvoorbeeld door weinig rekening te houden met het hoe klimaat, cultuur en milieu in samenspel voedsel- of gezondheidsproblemen veroorzaken. Waarom cultuur dan isoleren in aparte musea?

Een dergelijke samenvoeging is minder gek dan het lijkt. Het Tropenmuseum is immers ontstaan door de collecties van het Koloniaal Museum in Haarlem en Artis in 1926 samen te voegen. Artis ging apart als zoölogisch instituut verder. Een keuze ingegeven door de zich steeds verder specialiserende wetenschap. Inmiddels zijn we er achter dat het in kaart brengen van onderlinge verbanden tussen mens en natuur even belangrijk is dan het steeds dieper in de materie doordringen via verdergaande specialisering. Maar ook voor de ontsluiting van kennis en collectie (een van de kerntaken van ieder museum) is het van belang dat deze verbanden worden getoond én dat vervolgens substantiële aantallen bezoekers worden aangetrokken. Crowd management is een vak dat ook musea zullen moeten leren.

Kritische blik
Door de discussie te openen over de financiering van het Tropenmuseum heeft deze regering ruimte gecreëerd voor een kritische blik op de negentiende-eeuwse structuur van onze musea. Of dit nou de bedoeling was of niet, we mogen hen daarvoor danken. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen is een kostbaar nationaal bezit dat kundige ontsluiting verdient. Net als bij iedere vorm van retail - een museum dient immers kennis te verkopen - begint alles bij een goed concept.

Huub F.H.J. Kuijpers (1944) was als conservator verbonden aan het Tropenmuseum, en werkte daarna als zelfstandig consultant voor culturele - en politieke aspecten van zakendoen voor Europese ondernemingen met belangstelling voor India.
Casper Thomas (1983) is redacteur bij De Groene Amsterdammer


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden