Het Tropenmuseum als de maat der dingen

ALEID TRUIJENS

In het Tropenmuseum heb ik mijn eerste neger gezien, die toen nog zo heette. Rond 1960, ik was een kleuter. Hij was van beschilderd hout, of gips. Dik kroeshaar had hij, spierwitte tanden en een borende blik. Om zijn pezige lichaam hing een lendendoek, in zijn hand hield hij een speer. Ik was, volgens mijn moeder, niet bij hem weg te slepen, zo mooi vond ik die man.

Amsterdam was in die jaren zestig nog onvoorstelbaar wit. Ja, mensen die uit 'Indië' kwamen en rijsttafel kookten, die kende ik wel. En wij hadden een buurvrouw uit Suriname. Een bejaarde, statige dame, die een beetje plechtig sprak, met rollende r. Maar zij was niet zwart ; ze leek niks op Sjimmie van Sjors, met zijn grote rode mond en oorringen. Eerder was ze grijsbruin, met golvend wit haar. Een soort mens waarvan er maar eentje was en die ik niet associeerde met het woord 'neger'. Later kreeg ik in de gaten dat mensen verschillende kleuren konden hebben. Bruine mensen hadden vaak een gitaar, of een gek hoedje op; ze konden geweldig dansen.

Het Tropenmuseum was in de jaren zestig nog lang niet het onomstreden multiculturele bolwerk dat het vanaf 1975 zou worden. Het was nog echt een koloniaal museum. Ons verleden als uitbuitende overheerser werd er niet kritisch beschouwd, maar trots getoond. Kijk eens wat wij daar overzee hebben gebracht, en vooral, gehaald. Multatuli was weliswaar afgebeeld op een muurschildering, de boodschap van de collectie was geenszins dat de Javaan was mishandeld. Maar dat deerde mij als kind niet. Er was er nog geen kindermuseum, je kreeg zelfs geen kleurplaat. Wel rook het er heerlijk, een scherpe, kruidige lucht. Het gebouw was imponerend. Dat glazen koepeldak, de zuilengalerij, de koninklijke trap - een paleis!

Met mijn eigen kinderen besteeg ik vaak die trap. Nu was mijn dochter niet weg te slaan bij de inmiddels in mijn ogen beschamende taferelen: schamele hutten met rieten slaapmatjes, hurkende vrouwen, blootsvoets, met een kommetje rijst in de hand, babypoppen met allerhande ringen door hun lijfjes. Wat moesten kinderen uit Suriname, Ghana of Indonesië van deze poppenkast denken?

In het Junior-museum, waar ze ook met school regelmatig naartoe gingen, was de wereld groter en de blik breder. De jeugdtentoonstellingen waren schitterend gemaakt. De kinderen kropen door mangrove-wouden, maakten Senegalese maskers, dansten Balinese dansjes, bakten indianenkoekjes.

Wij maakten thuis wel grappen over het erg brave multiculti- karakter van die leerzame uitstapjes. Maar dit was wél het enige museum waar ze niet vandaan kwamen met het dodelijke commentaar 'sáááái'. Ze staken er wel degelijk iets op: hoe kinderen leefden in landen waar ze niet allemaal een gameboy hadden. Ze kwamen thuis met verhalen. Ook op de tentoonstellingen voor volwassenen werden verhalen verteld, geen dode objecten getoond.

Het museum, onderdeel van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) was erin geslaagd de omslag te maken van oubollige volkenkunde naar zinniger doelen: het koloniale erfgoed beheren én vaderlands wangedrag tonen; verbanden leggen tussen ons verleden, onze maatschappij en de rest van de wereld. In 2012 kreeg het Junior-museum de Children's Museum Award . Museumdirecteuren uit de hele wereld komen hier kijken hoe het moet.

Zo'n museum moet juist méér geld krijgen, niet afgeknepen worden als beloning voor zijn succes. Het voldoet voorbeeldig aan de eis die minister Bussemaker - altijd de mond vol van cultuuroverdracht aan kinderen - stelt aan musea: een breed publieksbereik (180 duizend bezoekers per jaar) en een bijdrage leveren aan historisch en cultureel besef. Er zijn weinig schoolkinderen in Nederland die nog nooit naar het Tropenmuseum zijn geweest.

Gaat het Tropenmuseum dicht? Ik moet er niet aan denken. Het is gelukkig nog niet zover, er wordt nog onderhandeld. Het museum vliegt als een hete bal heen en weer tussen Ploumen en Bussemaker. Buitenlandse Zaken wil het kwijt en het ministerie van OC en W zegt er geen geld voor te hebben.

Intussen is al besloten dat de fantastische bibliotheek van het KIT verdwijnt en dat een groot deel van de medewerkers wordt ontslagen. Zonder de wetenschappelijke achtergrond die het Tropenmuseum als onderdeel van het KIT heeft, zal het verschralen tot een bewaarplaats of een multiculti-speeltuin. Precies wat een educatief museum niet moet zijn.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden