Het totalitaire perpetuum mobile

Hitler met Stalin vergelijken was lange tijd not done. Zeker niet in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen de westerse geallieerden samen met Stalin het nazisme hadden verslagen....

Richard Overy: Dictators Het zou op z'n - Hitlers minst merkwaardig Duitsland, Stalins zijn geweest de bondgenoot Rusland direct na Vertaald uit het Engels 1945 op één lijn te door Margreet stellen met Hitler en de Boer en Mieke het communisme Lindenburg met het nationaal-socialisme. De Bezige Bij Dat veranderde 768 pagina's tijdens de Koude euro 39,90 Oorlog, maar ISBN 90 234 1309 1 raakte tijdens de ontspanning tussen Oost en West in de jaren zeventig in onbruik .

Na de val van de Muur in 1989 en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie keerde het tij opnieuw: Alan Bullock publiceerde in 1991 zijn bestseller Hitler en Stalin en nu bewijst de Britse historicus Richard Overy met Dictators andermaal dat een vergelijking tussen beide dictaturen en hun maatschappijvorm inzicht kan verschaffen in hun achtergronden en beweegredenen.

In veertien hoofdstukken, waaruit een beklemmend beeld van conformisme, willekeur, onderdrukking, moord, terreur en bloeddorst oprijst, beschrijft Overy de verschijningsvormen van beide dictaturen, waarbij hij vooral ingaat op de brede steun van de bevolking en de manier waarop Hitler en Stalin die wisten te mobiliseren.

Vanzelfsprekend wijst Overy op de Eerste Wereldoorlog als een belangrijke oorzaak en voedingsbodem. Niet alleen voor het ontstaan van het extreem nationalistische en door revanche gedreven nazisme, maar ook als een kans voor de communistische revolutie in Rusland. Want zonder de militaire en diplomatieke aardschok van die oorlog zouden Hitler en Stalin de kans niet hebben gekregen die ze vervolgens grepen.

Maar economische ontreddering, massale werkloosheid waren niet de enige redenen waarom grote aantallen Duitsers en Russen gevoelig waren voor wat Overy een 'utopie' noemt. Voor het eerst in de moderne geschiedenis gebruikten twee leiders alle middelen om de bevolking ervan te doordringen dat er maar één manier was om te overleven - een totalitaire ideologie waarin geen ruimte bestaat voor andersdenkenden. Voor Stalin was dat een socialistische wereldrevolutie, voor Hitler de overheersing van een zuiver Arisch ras.

Op talrijke gebieden van het maatschappelijk leven - arbeidsverhoudingen, literatuur, schilderkunst, amusement, architectuur, rechtspraak, partijorganisatie - werd de bevolking in een staat van agitatie, enthousiasme en vrees gebracht. Interessant is Overy's analyse dat beide dictaturen zich laafden aan negentiende-eeuws sciëntisime. Vo o r Stalin was dat het leerstuk van de marxistische klassenstrijd, voor Hitler een vulgaire vorm van darwinisme.

Opmerkelijk is dat beide dictaturen zichzelf als moreel hoogstaand beschouwen; terwijl ze zonder omhaal afrekenen met echte en vooral vermeende tegenstanders en concurrenten.

Het talent van Hitler en Stalin de massa te doen geloven in een nationaal-socialistische dan wel socialistische utopie doet de rest. Daarbij maken zij dankbaar gebruik van een wijdverbreide weerzin tegen de burgerlijke, liberale samenleving, die na de Eerste Wereldoorlog werd gekenmerkt door parlementaire onmacht en partijpolitieke verdeeldheid.

Overy verrast met het inzicht dat beide dictators in feite bang waren voor de arbeidersklasse. Hitler omdat die klasse traditioneel communistisch of sociaaldemocratisch stemde, al liep zij na de machtsovername in 1933 massaal over naar de nazi's. Stalin omdat hij haar latente gevoeligheid voor burgelijke vormen en gedachten vermoedt.

Hoe virulent de chemie tussen leider en volk is, illustreert Overy met het feit dat in beide systemen velen bereid bleken hun medeburgers aan te geven. In nazi-Duitsland is in de jaren dertig een totalitair perpetuum mobile op gang gekomen.

Tijdens haar hoogtijdagen heeft de Gestapo, de geheime staatspolitie, slechts twintigduizend mensen in dienst op een bevolking van 68 miljoen. In Duitsland en de Sovjet-Unie worden de staatsveiligheidsdiensten overstelpt met spontane aangiften van het publiek. Zo berust in Saarbrücken de helft tot eenderde van de strafzaken op zulke rapporten.

Dat wil allerminst zeggen dat er geen onvrede heerst onder de bevolking, die echter niet langer over de mogelijkheid beschikt om daar legaal uiting aan te geven. Behalve ongevaarlijke grappen en grollen over de heersers, is er van enige oppositie geen sprake. In tegenstelling tot wat de propaganda voorspiegelt, ontmantelde de in naam socialistische NSDAP alle arbeidersmacht: vakbonden en stakingen werden verboden, stukloon werd ingevoerd, CAO's afgeschaft.

In de jaren dertig daalde het welvaartsniveau zelfs ten gunste van investeringen in de wapenindustrie. In de Sovjet-Unie gebeurt dat in het kader van onrealistische vijfjarenplannen, die op hun beurt corruptie, dubbele boekhouding en geweld tegen modelarbeiders en autoritaire fabrieksdirecties uitlokken. Zowel in Duitsland als de Sovjet-Unie leidt de bevelseconomie tot een scala aan problemen die aanleiding zijn voor een autarkische groei, weinig handel met het buitenland en het aantrekken van buitenlandse investeringen. Maar ook tot meer centralisatie bij het formuleren van doelen en controle op de uitvoering .

Overy constateert dat geen van de bevelseconomieën is opgezet ter verhoging van de consumptie, maar met het oog op de lessen uit de Eerste Wereldoorlog: een tweede nederlaag moet worden voorkomen. Uit cijfers blijkt dat het gros van de Duitse arbeiders het in 1913 beter had dan in de jaren dertig.

In hoeverre beide dictaturen dezelfde trekken vertonen, blijkt uit de perverse functie die aan arbeid wordt toegekend. Werkkampen spelen ook in Duitsland een cruciale rol bij de bestraffing en vooral eliminering van tegenstanders. Met dat verschil dat in nazi-Duitsland het doel de dood is, meent Overy die een niet erg overtuigend verschil ziet met de behandeling van dwangarbeiders in de Sovjet-Unie die vooral als gevolg van de inhumane omstandigheden het leven lieten. Aan genocide, zoals Hitler op de joden, maakt Stalin zich niet schuldig, vindt Overy die de deportaties na de Tweede Wereldoorlog van bijvoorbeeld Kaukasische minderheden wegens vermeende collaboratie met de nazi's wel erg genuanceerd beoordeelt.

Ondanks alle overeenkomsten wordt de confrontatie op leven en dood tussen Hitler en Stalin in 1941 onvermijdelijk. Overy wijt dat aan het agressieve karakter van de ideologieën. Beide leiders gingen uit van een vijand waarmee eens en vooral moest worden afgerekend.

Dat het in die strijd tussen alles en niets voor beide dictaturen uiteindelijk niets moest worden, toont Overy overtuigend aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden