Het tennisseizoen begint met opwarmen

De tenniswinterpauze is deze week op z'n eind gelopen. Voor de regelaars bij de ruim 1800 tennisclubs in Nederland breken dan zware maanden aan....

Hoewel veel tennissers in een hal of buiten op kunstgras overwinteren, is er toch een flinke schare liefhebbers die pas rond 1 april, na maanden rust, weer op het gravel stapt. Met het vooruitzicht dat over een week de competitie al begint.

Dit voorjaar zullen zo'n 173 duizend spelers (van de ongeveer 700 duizend geregistreerde tennissers) zich zeven weken lang onderling meten. Dat is een record aantal deelnemers aldus de tennisbond KNLTB, maar ongetwijfeld zijn lang niet al die mensen even goed voorbereid op het nieuwe seizoen. Zelfs al hebben ze wekelijks een balletje in de hal geslagen, dan nog zijn ze niet per se getraind genoeg voor lange driesetters op het scherpst van de snede. In misschien kil en guur weer.

Volgens dr. Babette Pluim, bondsarts van de KNLTB, lopen dan ook vooral de eerste maand veel tennissers een blessure op. Toch is volgens haar nooit overwogen de competitie wat later in het seizoen te beginnen.

Tennissers raken op zich minder vaak geblesseerd dan voetballers of basketballers, al is het maar door het uitblijven van lichamelijk contact. Ook zijn tennissers zelden de uitputting nabij. Tussen de explosieve acties door krijgen ze namelijk voldoende rust.

Wel kent de sport door de vele zijwaartse en abrupte stop- en startbewegingen relatief veel problemen met de onderbenen. En natuurlijk zijn de arm en schouder zorgenkindjes. Richard Krajicek is ook in die zin het perfecte rolmodel.

Maar ook bij de gewone tennisser slaat een enkel weleens dubbel, raakt een knie in het ongerede, of er ontstaat een scheurtje in de kuitspier: de zweepslag is een typische tennisblessure. Overigens een blessure die volgens Pluim juist vaak optreedt in de hal, doordat de speler daar wat abrupter stilstaat dan op gravel.

Schouder en arm van de tennisspeler moeten het ontgelden door het gewicht van racket en bal. De bekende tenniselleboog of tennisarm is een van de hardnekkigste blessures, die volgens Pluim vaak optreedt bij mensen die wat te laat slaan en hun pols op het raakmoment iets gebogen houden. Een slimme materiaalkeus kan de gevolgen wat verminderen. Bijvoorbeeld een zachte, en dus extra verende bespanning en een racket met een soepele steel en een groot blad.

Met een goede voorbereiding is ook veel te winnen. Een grotere bekendheid met blessurerisico's kan volgens de bondsarts wonderen doen. Dat blijkt ook uit het rapport Sportblessures van NOC*NSF: in de loop van de jaren negentig is het aantal tenniskwetsuren teruggelopen van bijna 3 naar 1 blessure bij 1000 uren tennis indoor, en van 1,2 naar 0,5 bij buitentennis. Toch ontstaan er tijdens het buitenseizoen nog 85 duizend blessures, waarvan ongeveer eenderde medisch moet worden behandeld.

Daarom hoopt de bond dit jaar verenigingen warm te maken voor het project Tennis Blessure Vrij bestemd voor twee doelgroepen: de jeugd - niet dat die veel blessures krijgt, maar omdat die via trainers goed valt te benaderen - en daarnaast mikt de KNLTB op de middelbare speler, zo boven de 40. Tennis is dan wel sport die tot op hoge leeftijd wordt beoefend - ruim de helft van de KNLTB-leden is boven de 40, maar er raken ook juist veel 'oudjes' geblesseerd.

Voor Tennis Blessure Vrij zijn verschillende folders en brochures ontwikkeld. Vooral leuk is het boekje voor de jeugd met aardige tips. Daarnaast zijn er folders voor in het clubhuis, informatiekaarten voor (sport)artsen en fysiotherapeuten, eneen pakket voor trainers hoe ze de jeugd spelenderwijs een betere voorbereiding kunnen bijbrengen.

Ook is er op de website van de KNLTB op meerdere plaatsen informatie te vinden over blessures, onder meer een site (www.knltb.nl/knltb) met tips over typische tennisblessures, over de veiligheid in het clubhuis, de inhoud van de EHBO-kist. Ook is er veel te vinden over blessurepreventie en welke eerste hulp moet worden geboden als er toch iets misgaat.

Verder is er een warming-up-poster ontwikkeld, misschien wel een novum in de tennissport. Een opwarming met inlopen en rek- en stretch-ofeningen is niet iets waar de gemiddelde tennisser zich aan waagt; een cooling-down is nagenoeg onbekend.

Voor de regelneven op de tennisclubs die invallers zoeken, blijft er vast nog genoeg te organiseren en te bellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden