Het talentenklasje van Het Nationale Ballet werpt zijn vruchten af

Foto Foto: Michel Schnater

De jonge Japanners die op een kluitje theater De Meervaart in schuifelen, lijken verdwaalde toeristen. Maar het zijn dansstudenten die gastlessen volgen aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam en vanavond komen kijken naar de jubileumvoorstelling In the Future van de Junior Company. Vijf jaar geleden werd deze dansgroep voor twaalf jonge talenten opgericht als hét opstapje naar Het Nationale Ballet, een gezelschap dat internationaal tot de top wordt gerekend. 'Wie wil daar geen contract?'

Als het doek opgaat, is het even omschakelen: de jongelui (ze zijn tussen de 16 en 21) beginnen met fragmenten uit Napoli, een romantisch ballet uit 1842 van de Deen August Bournonville. Zoals de meiden daar staan in hun tulen rokken met korsetlijfjes en de jongens in hun leggings met kleurige band om het middel, kun je je niet voorstellen dat ze straks weer in hun spijkerbroek schieten. Toch kunnen ze in de vitale 'Bournonvillestijl', met veel sierlijke armen en gulle glimlach, prima hun ei kwijt. Zeker Yuka Masumoto met haar open uitstraling.

Junior Company met In the Future, tournee t/m 28/6.

Masumoto komt van de Nationale Balletacademie, waar ze na studies in Japan en Monaco haar dansscholing afmaakte. De Junior Company, die contracten voor maximaal twee jaar aanbiedt, kijkt voor nieuwe aanwas eerst naar deze academie. Daarnaast scout het bij balletcompetities - het in alle opzichten soepele talent Michele Esposito bijvoorbeeld is een winnaar van de fameuze Prix de Lausanne - en houden ze openbare audities.

Onlangs was er weer zo'n auditie: zeshonderd dansers van heinde en verre meldden zich aan, 120 van hen mochten langskomen en twee werden aangenomen. De danswereld is niet alleen zeer internationaal, maar ook zeer competitief.

Na de pauze wordt de voorstelling vervolgd met eigentijdse choreografieën, waarmee de junioren een andere kant van zichzelf kunnen laten zien en recht doen aan de brede stijlkaart van Het Nationale Ballet. Hier zie je meteen hoe belangrijk het is dat de dansers hun eigen inkleuring laten meewegen in de bewegingen, als het houvast van een verhaaltje of realistisch personage weg is. Iemand als Conor Walmsley is hierin heel gretig, maar grosso modo zijn de dansers nog te pril: te 'serieus', waardoor ze te weinig boven het materiaal staan en er dus ook niet brutaal, licht of sexy mee kunnen omgaan. Dat viel vooral op bij In the Future (1986), de geestige en complexe kleuren- en lijnenwirwar van Hans van Manen, met kostuums die van voren groen en van achteren rood zijn.

Kyono Chantal Morin en Manu Kumar in Napoli van Bournonville door de Junior Company Foto Michel Schnater

Choreografisch oppervlakkiger is het nieuwe Fingers in the Air van Juanjo Arqués, dat met veel opzwiepende benen, elektronische muziek en zwart latex lonkt naar Forsythe. Participatie is het sleutelwoord: crowdfunders mochten meepraten in het scheppingsproces en het publiek mag tijdens de voorstelling op drie momenten via rode en groene lampjes kiezen hoe het verdergaat. Met vrouwen of mannen, met een duet of een solo, met of zonder lampjes? Het concept is niet nieuw - theatergroep Space experimenteerde veel vergaander met stemmen door het publiek - maar wel grappig en goed voor de sfeer.

Wie het absoluut gaat maken straks, geen idee nog. Maar dat de Junior Company zinvol is, bewijzen de cijfers: van de zestig dansers in deze vijf jaar kregen 24 een baan bij Het Nationale Ballet. Wie kent niet de successtory van Michaela DePrince, nu tweede solist? Drie dansers stopten, de rest stroomde door naar gerenommeerde gezelschappen in China, Duitsland, Engeland, Hongarije, Noorwegen, Oekraïne, Rusland, de Verenigde Staten en Zwitserland.