Het taboe op klikken moet blijven bestaan

Wie het aangeven van anderen uitlokt, begeeft zich stap voor stap in de richting van een verklikkers-maatschappij. Pieter Ippel en Bart Crouwers plaatsen deze waarschuwing bij het groeiende aantal klik- en klaaglijnen, waar burgers hun grieven kunnen uiten....

PIETER IPPEL; BART CROUWERS

STEEDS meer instanties gaan over tot het openen van een klik- of klaaglijn, waar het publiek terecht kan met klachten over vermeende misstanden of de wijze waarop men door een bepaalde instantie is behandeld. Een kliklijn staat daarbij niet alleen open voor problemen die men zelf ondervindt, maar biedt burgers ook de mogelijkheid anderen aan te geven.

Deze ontwikkeling roept op z'n minst vragen op. Klagen staat misschien vrij, maar dat geldt niet voor klikken. De meeste ouders leren hun kinderen dat klikken niet hoort. Waarom eigenlijk?

De morele basis van dit vanzelfsprekende onderdeel in de opvoeding is niet zo gemakkelijk bloot te leggen. Maar het heeft alles te maken met een opvatting over samenleven die we allemaal delen maar zelden uitspreken: dat er een atmosfeer van vertrouwen moet bestaan en een zekere mate van open, eerlijke en waarachtige communicatie.

Jaren geleden is dit al eens treffend verwoord en bezongen door Adèle Bloemendaal: 'Als je mekaar niet meer vertrouwen kan, waar blijf je dan?' Cohesie in een maatschappij bestaat bij de gratie van de veronderstelling dat mensen elkaar niet bedriegen en dat niemand voortdurend het risico loopt dat hem een oor wordt aangenaaid.

Dat vertrouwen sluit kritiek niet uit zolang die direct wordt geuit. In veel gevallen heeft kritiek ook pas zin wanneer het samengaat met een bepaalde loyaliteit. Als er geen enkele band bestaat tussen de criticus en de bekritiseerde, zal die laatste slechts zijn schouders ophalen en zich weinig aan de inhoud van de kritiek gelegen laten liggen.

De socioloog Niklas Luhmann heeft eens gesteld dat het 'mechanisme' van vertrouwen de ingewikkeldheid van het sociale leven hanteerbaar maakt. Als mensen in het leven van alledag voortdurend vredesonderhandelingen zouden moeten aangaan en elkaar geloofsbrieven moeten overhandigen, valt de bodem onder het normale sociale verkeer uit.

Waar in een behoorlijke samenleving kritiek en debat horen, zet klikken die samenleving uiteindelijk op het spel. Klikken is familie van verraad en gedijt in een atmosfeer van wantrouwen en heimelijkheid. Omdat ouders meestal kiezen voor vertrouwen en voor een vredelievende samenleving is de boodschap aan hun kinderen: 'Je mag niet klikken.'

Maar wie de laatste tijd de kranten heeft gelezen, zal op de hoogte zijn van de opkomst van klik- en klaaglijnen, waarbij het gebruik juist wordt gepropageerd of zelfs als nieuwe burgerdeugd wordt gepresenteerd. Is de weerzin tegen klikken aan het verdwijnen en is dat terecht?

Klikken moet een ondeugd blijven en (overheids)instanties moeten uiterst terughoudend zijn met het mobiliseren van de kliklust.

In willekeurige volgorde geven we hier een aantal voorbeelden van klik-innovaties die recent de publiciteit haalden. Enkele daarvan zijn nog in een voorbereidend stadium, andere zijn nog onderwerp van discussie: de kliklijn over (Turkse) afpersers bij de Amsterdamse politie; het voorstel voor een kliklijn van het GAK; het voorstel van de gemeente Utrecht voor het instellen van een kliklijn over illegale onderhuur; de klaaglijn over WAO-keuringen; de klaaglijn over werktijdoverschrijding in het vrachtverkeer; de klaaglijn over fraude met EU-uitkeringen; de kliklijn over sjoemelende vuilnismannen.

De indruk dat het om een geheel nieuw fenomeen is onjuist. De politie maakt sinds jaar en dag gebruik van al dan niet anonieme tips en bij zware delicten wordt de medewerking van het publiek uitdrukkelijk gevraagd.

Al heel lang is er bovendien een praktijk van boze buren die de sociale dienst of de woningcorporatie bellen met de melding dat er naast hen iets gebeurt dat niet door de beugel kan. Het gaat hier om informele arrangementen die, zoals veel van het functioneren van overheidsinstanties, achter de coulissen blijven.

WANNEER een afzonderlijke voorziening in het leven wordt geroepen, wordt echter een grote stap genomen: de formele en publieke aanvaarding van twijfelachtig handelen. De algemene regel is ons inziens: geformaliseerde klikvoorzieningen zijn niet toelaatbaar.

Alvorens in te gaan op de argumenten die deze stelling kunnen ondersteunen, is het belangrijk het volgende onderscheid te maken. Klikken en klagen zijn allebei manieren om gebeurtenissen of handelingen die de betrokkene als slecht of onrechtvaardig beschouwt te bestrijden. Maar er is een belangrijk verschil. De klager richt zich direct tegen de veroorzaker van de gebeurtenis of tegen een handeling waar hij zelf last van ondervindt.

Klachtenregelingen benadrukken terecht dat degene tegen wie de klacht is ingebracht daarvan op de hoogte moet zijn en zijn eigen visie daar tegenover kan stellen: het beginsel van hoor en wederhoor. Klikken, daarentegen, gaat achter de rug van de 'dader' om en heeft betrekking op een handeling of praktijk die de klikker niet in eerste instantie zelf treft. Degene over wie het gaat heeft ook niet direct de kans om het over hem opgeroepen beeld tegen te spreken of te corrigeren.

Klaaglijnen, waar mensen hun eigen problemen naar voren brengen of die bedoeld zijn om een algemene misstand in beeld te brengen, hebben dus een ander karakter dan klikfaciliteiten. Alleen in gevallen waarin de relatie tussen klager en aangeklaagde ernstig verstoord is of wanneer sprake is van dreigend geweld, is het verantwoord om de klacht buiten de tegenpartij om aan te kaarten. Bij klikken wordt de wederpartij direct omzeild.

Wie het aangeven van anderen uitlokt, begeeft zich stap voor stap in de richting van een verklikkers-maatschappij. Een situatie waarin burgers elkaars spionnen zijn is dan gevaarlijk dichtbij. Ervaringen in Oost-Europa en elders hebben duidelijk gemaakt hoe zo'n proces geleidelijk de verhoudingen tussen mensen aantast. Dat gevaar wordt alleen maar groter als het minder zichtbaar blijft, als het bestrijden van massaal klein kwaad - dat bovendien moeilijk te bewijzen valt - de inzet is.

En daar gaat het vaak om bij de huidige kliklijnen: relatief geringe fraudes, wonen zonder passende papieren, vuilnismannen die hun inkomen aanvullen door wat bij te klussen. Waar grove geweldsdelicten vrijwel unaniem worden afgewezen en aangifte mag of soms zelfs moet, ligt dat anders bij het oprekken van de regels van de verzorgingsstaat, al was het maar omdat bijna iedereen actief of passief deelneemt in het zwarte en grijze circuit. Het argument dat met kliklijnen een effectievere sociale controle kan worden bereikt is voos.

In een democratie moet je eisen stellen aan de kwaliteit van die sociale controle: die moet bij voorkeur direct zijn en niet heimelijk zijn weg vinden via anonieme en slordig opererende instanties.

Er zijn ook andere argumenten tegen formele klikkanalen. In een spraakmakende uitspraak over de door een buurman bespiede bijstandsmoeder keurde de Hoge Raad klikken af. Ook al werkte de buurman bij de Sociale Dienst, zijn inmenging in het gedrag van de buurvrouw ging volgens de rechter te ver.

De klikpraktijk staat ook op gespannen voet met de Wet persoonsregistraties, ook wel de privacywet genoemd. Kliksignalen worden geregistreerd terwijl duidelijk is dat het om onvolledige, onzuivere en eenzijdige gegevens zijn. De achtergrond van klikken is vaak een al langer bestaande onenigheid tussen klikker en verklikte; een oude vete wordt 'via de band' uitgespeeld.

Het is de vraag of de Wet persoonsregistraties instanties toestaat gegevens te registreren waarvan de betrouwbaarheid allerminst zeker is en de wijze van verkrijging dubieus. In ieder geval zullen er goede waarborgen moeten bestaan om onjuistheden tegen te gaan en zullen de gegevens zorgvuldig getoetst moeten worden. Met een kliklijn wordt immers een zwarte lijst aangelegd die bepaalde mensen ten onrechte in hun reputatie en in hun belangen aantast.

Bij klaaglijnen moet duidelijk zijn wat de inzet is: gaat het om het oplossen van individuele problemen of om het verzamelen van gegevens om een beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van een maatschappelijk probleem? Om dat laatste te bereiken is het openstellen van een klik- of klaaglijn niet de meest geëigende methode. En omdat klagen ongemerkt kan overgaan in klikken, moet ook de noodzaak van een klaaglijn voldoende aangetoond worden.

HET is begrijpelijk dat in een heterogene, mobiele en anonieme maatschappij klikvoorzieningen opbloeien. Tegenwicht en kritische toetsing zijn geboden. Er zijn tal van historische voorbeelden die illustreren hoe besmettelijk klikken is.

Klikken met overheidssteun maakt wantrouwen en verraad respectabel. Alleen als uiterste middel, bij ernstige problemen en wanneer andere methoden hebben gefaald kan het instellen van kliklijnen gerechtvaardigd zijn. Maar ook dan is het oppassen geblazen en moet voldoende waarborgen worden geschapen tegen misbruik van de verzamelde gegevens.

Niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen geldt dat klikken niet mag. Het is geen burgerdeugd maar een ondeugd. Het taboe op klikken moet blijven bestaan.

Pieter Ippel en Bart Crouwers zijn werkzaam bij de Registratiekamer, het onafhankelijk overheidsorgaan voor privacybescherming.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden