interview Maria Karg

Het Surinaamse slavenregister leerde Maria Karg: ‘Je hoeft je niet te schamen voor het verleden’

Maria Karg: ‘Slavernij is verschrikkelijk, ik wil het niet goedpraten. Maar ondanks het kwade van die tijd is er toch een zaadje geplant.’ Beeld Kiki Groot

Haar overgrootvader, een Duitse slaveneigenaar, was zo beroerd nog niet. Hij kocht overgrootmoeder Jacoba ‘vrij’. Maria Karg weet het dankzij het onlangs online gekomen Surinaamse slavenregister. Karg heeft nu meer vrede met het verleden, dat maandag op de ‘internationale dag voor de afschaffing van de slavernij’ wordt herdacht.

Maria Karg wijst naar een vergeeld stuk papier, afgebeeld op het scherm van haar laptop. ‘Dit is belangrijk’, zegt ze. ‘Hij koopt die slavin ­Jacoba en de kinderen vrij.’

Ze kiest haar woorden zorgvuldig en spreekt ze uit met een rollende r. ‘Hij’ is Johann, een slaveneigenaar van Duitse komaf die in 1791 naar de Nederlandse kolonie Suriname ging. Hij kwam terecht op katoenplantage Johanna en de Zwarigheid en schopte het tot directeur.

‘Die slavin Jacoba’ en haar drie kinderen werkten op de plantage. Daar voerde Johann een opmerkelijke wisseltruc uit. Op 15 mei 1835 kocht hij vier slaven, die hij twee weken later op zijn plantage inruilde voor Jacoba en haar drie kinderen. Een jaar later werden zij tegen een aanzienlijke vergoeding ‘vrijgemaakt’ door het koloniale bestuur. Waarom? Het waren zijn eigen kinderen, en Jacoba was zijn partner.

‘Toen ik dit vorig jaar voor het eerst zag… Ik kon er niet van slapen’, gaat Maria verder. Het vergeelde papier is te zien in het Surinaamse slavenregister, dat sinds 31 oktober volledig online te bekijken is. Iedere slaaf die legaal werd gekocht of verkocht in Suriname tussen 1830 en 1863 (toen de slavernij werd afgeschaft) staat erin vermeld. Het register is ooit in het leven geroepen om illegale mensensmokkel vanuit Afrika tegen te gaan. Nu biedt het een inkijk in het akelige systeem achter de slavernij in de toenmalige Nederlandse kolonie.

Johann − volledige naam: Johann Matthias Karg − is Maria’s overgrootvader. ‘Ik heb veel respect voor hem’, zegt ze. ‘Hoe hij met Jacoba en die kinderen is omgegaan. Ik voel me verbonden met hem.’

Na een warme lunch met pindasoep laat Maria het product zien van jaren onderzoek naar haar eigen familie. De stamboom van de Kargs gaat met grote sprongen: Johann, gedoopt in het Duitse Regensburg in 1767, kocht Maria’s grootvader, de jongste van zijn eerder genoemde drie kinderen, vrij toen die slechts 5 jaar oud was. Die overleed in 1896, toen Maria’s vader op zijn beurt 5 jaar oud was. Maria, nu 68 jaar, werd geboren in 1951 toen haar vader zestig jaar was. Vier generaties die meer dan 250 jaar bestrijken − en twee kanten van de slavernij.

Zo lang geleden is de slavernij dus niet, zegt Coen van Galen, historicus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aanjager van de digitalisering van het slavenregister. ‘Er leven zelfs nog mensen die herinneringen hebben aan gesprekken met hun voorouders die zich de slavernij nog konden herinneren.’ Het maakt zijn project uiterst relevant: wie via internet zoekt, kan zomaar iets te weten komen over zijn eigen directe familie, slaven of slavenhouders of allebei.

Dat is geen reden om met de vinger te wijzen, zegt Maria. ‘Ik denk niet in termen van zwart en wit. Dat komt niet eens in mij op.’ Het hindert haar niet dat de plantagedirecteur met tientallen slaven in zijn beheer dezelfde man is die haar familieleden vrijkocht om hun een beter leven te geven. ‘Slavernij is verschrikkelijk, ik wil het niet goedpraten. Maar ondanks het kwade van die tijd is er toch een zaadje geplant.’

‘Ik ben niet activistisch’, gaat ze verder. Het slavenregister moet volgens haar geen aanleiding zijn voor strijd over het verleden, maar wel voor aandacht en discussie. De agenda in het huidige slavernijdebat wordt volgens Maria te veel bepaald door activisten. Ze gebruikt liever het woord ‘slaaf’ dan ‘tot slaaf gemaakte’, wat volgens haar de historische context van de slavernij juist verhult, en mengt zich nadrukkelijk niet in dingen als de Zwarte Pietendiscussie.

Dan komt Maria’s man Bert binnen met verse koffie en wat oude foto’s. Van haar grootvader, een statige schoolmeester in de Surinaamse plaats Nickerie, omringd door zijn snelgroeiende gezin. Van haar vader, een vlotte jongeman in een net pak met een sigaar in zijn hand. En van haarzelf, een jonge Surinaamse vrouw die goed kon leren op school. Zo goed, dat ze op haar 19de mocht kiezen of ze wilde studeren in de Verenigde Staten of Nederland. Ze belandde bij een gastgezin in Castricum, studeerde antropologie en ­Caraïbistiek en woont sindsdien in Nederland.

‘Mijn vader zei altijd: Maria, kijk de wereld in.’ In koloniaal Suriname, waar ze opgroeide, betekende dat goed je best doen op school en eigenlijk ‘zo Nederlands mogelijk zijn’. Lange tijd was Maria daarom niet bezig met haar voorouders en het slavernijverleden. Pas toen ze in 2004 bij het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) kwam te werken, begon ze zich erin te verdiepen. Ze ‘kon er niet meer om heen’ en bezocht voor het eerst in lange tijd haar geboorteland.

Terwijl ze een enorme oude reiskoffer tevoorschijn haalt, vertelt Maria hoe ze tegenwoordig langs scholen gaat om les te geven over slavernij. De koffer zit vol met haar eigen lesmateriaal. Twee jaar geleden benaderde ze Coen van Galen, die toen al werkte aan het digitale slavenregister, om daar een lesprogramma over te maken. Coen klopte vorig jaar weer bij Maria aan met de pagina van haar overgrootvader, al voordat die openbaar werd gemaakt. Het was de eerste keer dat zij hem zag.

De belangrijkste les van het slavenregister? Dat slavernij een maatschappelijk systeem was, zegt Coen van Galen. Geen kwestie van daders en slachtoffers, maar een werkelijkheid waar beide zijden zich, tot op zekere hoogte, bij neerlegden. Maria voegt daaraan toe: ‘Door dit register hoef je je niet meer te schamen voor het verleden, want je kunt eindelijk zien wie die mensen zijn. Er is heel lang een taboe geweest rond slavernij.’ Dat verdwijnt nu geleidelijk door de concrete connectie tussen mensen toen en mensen nu, zegt Maria. ‘Wij zijn door die tijd gevormd. Het slavernijverleden is van ons allemaal.’

Het Surinaamse slavenregister

Onder leiding van historicus Coen van Galen van de Radboud Universiteit in Nijmegen en Maurits Hassankhan van de Anton de Kom Universiteit van Suriname werkten honderden vrijwilligers zo’n tweeënhalf jaar aan de digitalisering van het register. Het project werd mogelijk gemaakt door een crowdfundingcampagne die 40 duizend euro opleverde, waarvan een groot deel via kleine donaties van 5 of 10 euro.

Sinds 31 oktober is het volledige Surinaamse slavenregister te bekijken via de website van het Nationaal Archief. Een eerste deel, dat de jaren 1851 tot 1863 beslaat, was al eerder beschikbaar en werd miljoenen keren bekeken. Toen het tweede gedeelte online kwam, was de aandacht enorm: de website lag urenlang plat. In totaal bevat het register zo’n 17 duizend vellen papier, met meer dan 160 duizend namen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden