Het succes van de Nederlandse turners

Nederland behoort tot de negen toplanden die met twee turnteams op de Olympische Spelen zullen verschijnen. Met dank aan Mitch Fenner die een ploeg smeedde.

Afsprong van Michel Bletterman tijdens de kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen, afgelopen weekeinde in Rio de Janeiro. Beeld EPA
Afsprong van Michel Bletterman tijdens de kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen, afgelopen weekeinde in Rio de Janeiro.Beeld EPA

Het was dit weekeinde in Brazilië de wereld op zijn kop. Het grote Roemenië, sinds 1976 altijd vertegenwoordigd op het olympische erepodium, kwam met twee turnploegen naar het kwalificatietoernooi. De verbleekte grootheden uit de Balkan, drievoudig olympisch kampioene Catalina Ponor was zelfs uit haar pensioen gehaald, konden onverrichter zake naar huis.

Nederland, een kleintje in de wereld van brug en balk, nam de vacante plekken van de Roemenen over. Bij de WK in Glasgow vorig jaar had de nationale vrouwenploeg zich al rechtstreeks gekwalificeerd. In Rio kwam daar het alom geprezen mannenteam nog bij.

Technisch directeur Hans Gootjes, de man achter alle planning van de afgelopen acht jaar, was er op Twitter snel bij om te melden dat Nederland tot de negen toplanden behoort die met twee turnteams (van vijf) op de Olympische Spelen zullen verschijnen. Op rij: Brazilië, China, Japan, VS, Groot-Brittannië, Rusland, Duitsland, Frankrijk en Nederland.

'De grote drie'

Chef de mission Maurits Hendriks, ploegleider voor Rio, bestelde zondag een extra lange tafel in een fijn restaurant aan de Atlantische Oceaan om de turners nog eens te prijzen en te wijzen op de grote dingen die deze sportzomer komen gaan. Na kwalificeren komt de volgende stap.

Voorlopig mag genoten worden van het aanschuiven bij de dis der grote sportnaties. Ooit bedacht de toenmalig technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF, Joop Alberda, dat Nederland ook in de derde sport van 'de grote drie' op de Spelen vertegenwoordigd moest zijn. Het waren de jaren na Sydney 2000, de Spelen van de recordoogst (25 medailles).

Dat Nederland goed was in zwemmen, werd in Australië weer eens duidelijk. In atletiek was de oogst altijd mager, Ellen van Langen (1992) moet nog steeds een opvolger krijgen, maar er waren wel atleten aanwezig. Turnen lag, alsof de landing na een dubbele schroefsalto mislukt was, op de bips. Elvira Becks was in 1992 de laatste deelnemer geweest.

Het leek onwijs beleid, maar het was een kwestie van eergevoel om van de zwaarste aller sporten - een turner traint dertig uur per week - serieus werk te maken. De bijzondere lichting-Verona van de Leur deed aardig mee, maar olympisch druppelde het slechts aan de vrouwenkant. Tot dit jaar heeft een vrouwenploeg zich nooit geplaatst voor de Spelen.

Serieus werk

Bij de mannen was dat uitzicht er ook lange tijd niet. In 2005 werd Yuri van Gelder wereldkampioen aan de ringen, maar zelfs zijn enorme kwaliteit was door de ingewikkelde regels geen garantie voor olympische kwalificatie.

De Spelen van 2012 waren voor de Nederlandse vrouwen en mannen een eenpersoons onderneming. Céline van Gerner werd twaalfde in de meerkamp. Epke Zonderland, de vicewereldkampioen van 2012, deed aan de rekstok iets dat nog nooit vertoond was: de triple. Drie vluchtelementen, los van de stok, vier meter hoog, aan elkaar geklonken.

Na het goud van Epke is serieus werk gemaakt van turnen door een gehele mannenploeg. Het geld kwam er, ondanks stevige kritiek van de eigen achterban, de bondsraad van de gymnastiekunie KNGU. Het was 7,3 miljoen euro voor vier jaar. De begeerde coach was er al. De Brit Mitch Fenner was in 2010 aangezocht als adviseur van rekturner Zonderland. Hij werd per 2012 hoofdcoach.

Fenner, met zijn BBC-wortels een man van zeldzaam opzwepend taalgebruik, bleek de motivator die eilandgedrag uitbande en een ploeg smeedde die vorig jaar al tot de beste twaalf van de wereld behoorde. Bij die wereldtitelstrijd in Glasgow bleken de vrouwen, klaargestoomd voor de Spelen van 2020, al goed genoeg voor rechtstreekse plaatsing voor Rio 2016.

De mannen werden in Schotland elfde en mochten voor de herkansing naar Rio. Het was niet door de voordeur (beste acht) zoals Fenner had voorspeld. Het werd de zijdeur. De coach was ziek achtergebleven in Wales, maar zijn brief met stimulerende woorden werd door directeur Gootjes voorgelezen in het uur voor de beslissende wedstrijd.

'Dat overtuigt je dan toch weer, dat het kan', was de simpele voorstelling van zaken door turner Casimir Schmidt. Als zo vaak: Fenner had gelijk. Het Nederlandse turnen gedijt bij zo veel ontwikkelingshulp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden