Reportage

Het stille verdriet van de Chinese mijnwerkers

In de mijnstreek in Noordoost-China broeit de onrust: honderdduizenden mijnwerkers gaan hun baan verliezen. Hoe valt dat te rijmen met de socialistische modelstaat? Op zoek naar antwoorden, met de veiligheidsdienst in de nek.

Een werknemer van het staatssteenkoolbedrijf Longmay in Jixi. Beeld reuters

De kompels van de Abrikozenbloesem-mijn zijn al maanden niet ondergronds geweest. Voor een socialistische staatsbedrijf hanteert de mijn een puur kapitalistisch beloningssysteem: wie niet produceert, verdient minder. 'Ik vind het best. Ik wacht tot de mijn me een ander baantje geeft', zegt een veertiger. Hij krijgt een paar honderd euro wachtgeld, tot dat baantje er is.

Zelfs zo'n rustige mijnwerker als deze wordt door de mijn als gevaarlijk beschouwd. Hij wordt bij zijn bovenarm gepakt en weggeleid. 'Straks worden we allemaal gearresteerd', sist een vrouw. Ze ziet partijleden uit het mijnbestuur aankomen die 'stabiliteitswerk' verrichten in de mistroostige wijken rond de Abrikozenbloesem-mijn. Ze volgen me de hoofdstraat in, langs halfbevroren vuilnishopen tot bij de ingang van een noedeltentje. Honderden mijnwerkers komen op de reuring af. 'We praten op kantoor verder', stelt ene meneer Lei voor, hoofd politieke zaken. De noedels mag ik eerst opeten.

De Abrikozenbloesem-mijn en tientallen andere mijnen in dit armetierige deel van Chinees Siberië zijn van Longmay. Het een na grootste staatssteenkoolbedrijf van China is kampioen in weinig doen met veel mensen. Om 10 duizend ton kolen te winnen, heeft Longmay drie keer meer mankracht nodig dan de gemiddelde Chinese mijn. Nu bezwijkt Longmay onder de loonkosten voor 240 duizend arbeiders. De steenkoolprijzen zijn gehalveerd en de economische vooruitzichten somber. Een half jaar geleden kondigde Longmay aan 100 duizend arbeiders te ontslaan. De aftrap voor de vele miljoenen ontslagen in de staatssector die nog komen.

De partijsecretaris

De bullebak die de mijnwerker uit het gesprek trok, kopieert de perskaarten. Daarna wacht in een oververhitte vergaderzaal met scheefhangende plafondspotjes partijsecretaris Wang. Hij noteert al mijn vragen en beantwoordt er niet een. Terug naar het wijkje mag niet. 'Daar zijn te veel mensen. Dat is niet veilig. Voor je het weet hebben we een volksoploop.'

Daar is deze dagen in de mijnstreek weinig voor nodig. In de stad Shuangyashan gingen duizenden mijnwerkers met spandoeken de straat op. De aanleiding: provinciaal gouverneur Lu Hao had opgeschept dat mijnwerkers tot de laatste cent worden uitbetaald. Toen knapte er iets in Shuangyashan. Zoals overal in de noord-oostelijke provincie Heilongjiang stikt het hier van de noodlijdende mijnen. Vijf jaar geleden verdienden mijnwerkers prima maandlonen van enkele duizenden euro's, nu is de grauwe armoede van de gezichten af te lezen. 'We hebben niet eens geld voor dagelijkse boodschappen', aldus een van de demonstranten. Zoals alle betrokkenen bij de opstand communiceert hij via een Whatsapp-achtig chat-appje. Zelfs zijn alias noemen is gevaarlijk, want daarmee is hij ook te traceren.

Opgetrommelde werknemers van de Abrikozenbloesem-mijn in Jixi. Van links af: Xu Feng, Wang Shuihua, Hou Yanhua, Zhang Xin, Wang Fengcai en Gu Shoufang. Beeld WassinkLundgren

1,8 miljoen banen

Twee dagen lang stuurde hij de filmpjes van het mijnwerkersprotest via sociale media de wereld in. Uitgerekend op een moment dat Chinese politici de wereld voorspiegelden dat de economie blijft groeien, staatsbedrijven veranderen in competitieve winstmakers, en dit alles zonder massale werkloosheid plaatsvindt. Hoe dat wonder zich zal voltrekken is onduidelijk - schattingen van het aantal ontslagen lopen uiteen. Officieel verdwijnen in de mijnbouw en staalindustrie 1,8 miljoen banen bij staatsbedrijven. Vijf tot zes miljoen is ook een cijfer dat rondgaat. In het blad Bussiness Insider stelt Wei Yao, analyst bij Société Générale, dat het reduceren van de overcapaciteit in de staatssector tot minstens 10 miljoen werklozen leidt.

In die cijfercontroverse houdt partijsecretaris Wang zijn mond over de aantallen werkers die zijn mijn afstoot. 'Waarom heb je onze mijn uitgekozen? Hier gaat alles goed!' Om dat te bewijzen trommelt hij een handvol arbeiders op. Ze hebben acht uur op duizend meter onder de grond geploeterd en zijn toe aan hun lunch. Als er zo nodig arbeiders moeten worden geinterviewd, dan in de vergaderzaal, onder Wangs toezicht.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Opsporingsposters met 50 van de 111 demonstranten die op de zwarte lijst van de partij staan na hun deelname aan de betogingen.

Geen zorgen over werkeloosheid

Ja, ze krijgen hun loon op tijd. Altijd. Nee, ze maken zich geen zorgen over werkloosheid. Ploegbaas Xu Pengcheng (46) getuigt zo enthousiast van zijn liefde voor Abrikozenbloesem-mijn dat hij zich per ongeluk ook laat ontvallen wat zijn grote ambitie is: in de mijn werken tot zijn pensioen. 'Ik heb nog 15 jaar te gaan en kan me geen leven zonder de mijn voorstellen.' Dat vindt zijn collega Hou Yanhua (50) ook: 'Ik zou niet eens weten hoe dat moet, werk zoeken. Op de vrije markt maken we geen kans. Er is helemaal geen werk hier.'

Ter geruststelling van de mannen geeft Wang met flinke tegenzin wat cijfers over de operatie werkverschaffing. Van de ruim tweeduizend Abrikozenbloesem-arbeiders zijn er al 530 overgeheveld naar de bosbouw, landbouwcollectieven en overheden. Ouderen of kompels met een slechte gezondheid maken daar schoon, bewaken de ingang of doen een ander slechtbetaald, eenvoudig werkje. Fenliu - herplaatsing - heet dat en op papier zijn dat geen ontslagen. Als makke schapen wachten Xu, Hou en zijn collega's op hun beurt. 'Fenliu is een process dat jaren kan duren. Ondertussen blijft de staat voor ons zorgen', aldus Hou.

Collectieve woede als wapen

Zodra de staat dat niet doet, veranderen ze in wolven. Collectieve woede is hun enige wapen. In Shuangyashan werd een deel van de demonstrerende mijnwerkers na de betoging inderdaad uitbetaald. Ze kregen achterstallig loon over november tot en met januari. Een overwinning is het niet. Al twee jaar houdt Longmay zich overeind door slechts 40 tot 70 procent van de lonen daadwerkelijk uit te keren. 'Als mijn baas me als onruststoker ziet, kan ik naar die jaren loon fluiten', aldus demonstrerende mijnwerkers. Longmay zet als laatste noodgreep nu alle bedrijfspanden in de verkoop om een paar honderd miljoen euro voor achterstallige lonen bij elkaar te schrapen.

Overheden, staatsbedrijven en mijnwerkers houden elkaar in een wurggreep en wachten af wie er als eerste knijpt. Iedereen is bang: overheden vrezen sociale onrust, staatsbedrijven het totale faillissement en arbeiders werkloosheid. Uiteindelijk trekt de staat met het monopolie op politie en veiligheidsdienst aan het langste eind. In een land waar meer budget naar binnenlandse veiligheid gaat dan naar het leger, komt een overweldigend groot veiligheidsapparaat snel in actie.

Terwijl sommige demonstrerende mijnwerkers werden gesust met kleine uitbetalingen, trok de gewapende politie Shuangyashan binnen en die is er nu, ruim een week na de opstand, nog steeds. Journalisten worden uit de streek geweerd. Vanaf Abrikozenbloesem-mijn tot en met het vliegveld de volgende dag volgen auto's met opeenvolgende nummerborden ons. Soms zijn het er twee, soms vijf, maar ze zijn er altijd. Ze rijden achter ons aan langs afgetakelde mijnen tussen bergen steenkool, die zijn overwoekerd met metershoog onkruid. Of ze wachten verdekt bij een inrit naar een roestende staatsfabriek.

'Panda's'

Bij de tolpoort voor Shuangyashan staat een cordon politie, geflankeerd door twee ambtenaren en vijf mannen die weigeren zich bekend te maken. De politie commandeert ons uit de auto. 'Wij nodigen u uit rechtsomkeert te maken', zeggen de ambtenaren. De ongeüniformeerden intimideren de chauffeur en fotograferen nummerplaat, inzittenden en identiteitsbewijzen. Burgers noemen ze spottend 'panda' - ze werken voor de staatsveiligheidsdienst, al geven panda's dat nooit toe. Panda's praten liever helemaal niet. Ze achtervolgen en omsingelen ons zwijgend, waar we ook uitstappen, en maken zelfs het vluchtigste gesprek met een mijnwerker onmogelijk.

Via de chat laten mijnwerkers in Shuangyashan weten dat verdere communicatie te gevaarlijk is. 'Ze zijn nu overal demonstranten aan het arresteren. Ik wis zelfs alle filmpjes van mijn telefoon.' Nog een foto stuurt hij: opsporingsposters voor 111 'verdachten van criminele misdaden'. Het zijn mensen die vooropliepen bij de betoging, zegt de mijnwerker. 'En dat terwijl we niet veel vragen. We willen alleen ons loon, zodat we onze families in leven kunnen houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden