Het Stedelijk is nooit goed genoeg

Waarom zijn we er niet tevreden mee dat het Stedelijk een fantastisch museum is? Waarom moet het bij de wereldtop horen?

Wie ook wordt voorgedragen als nieuwe directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, ik adviseer u: doe het niet. U gaat een museum leiden dat al meer dan twintig jaar een slechte pers heeft omdat tout intellectueel Nederland zijn dromen projecteert op de nationale badkuip met een collectie die de gedroomde lading al lang niet meer dekt.


Het lijkt een droombaan: artistiek directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Maar het afbreukrisico is groot. Daarom zeg ik u: doe het niet. Zeker, u wordt directeur van een fantastisch museum met een schitterende collectie, vergelijkbaar met de eveneens fantastische musea voor moderne kunst in Essen, Frankfurt en Stuttgart. Maar daar zit nu juist het probleem. Hoewel deze musea een internationale reputatie genieten is dat voor het Nederlandse publiek en ook voor het bestuur van het Stedelijk lang niet goed genoeg.


Nog steeds wordt gezocht naar aansluiting bij de wereldtop, waarmee zeker niet de in Amsterdamse ogen provinciale musea aan de Duitse riviertjes Ruhr, Main of Neckar worden bedoeld, maar vanzelfsprekend wel het MoMA, Guggenheim, Beaubourg of Tate Modern. Voor minder doen we het niet.


De vraag is of we dat moeten willen. Waarom houden we in Nederland zo lang vast aan deze droom? Waarom willen we met een veel te beperkt budget het Stedelijk, ook in deze tijd, laten meespelen in de internationale top, zoals in de wervingstekst voor de vacature staat vermeld? En waarom wordt bij iedere nieuwe directeur altijd weer verwezen naar de vermaar-de voorganger Willem Sandberg, die in een heel andere tijd en onder heel andere omstandigheden directeur van het museum was?


Het voortdurend vasthouden aan een roemrijk verleden heeft tot nog toe vooral geleid tot onverkwikkelijke discussies in de gemeenteraad, zure recensies in kranten en ontevreden museumdirecteuren die struikelden over de publieke verontwaardiging over een mislukte restauratie, budget-overschrijdingen of te weinig oog voor de Nederlandse poldercultuur.


Financieel gezien zit de aansluiting met de allergrootste musea voor moderne kunst er helemaal niet in. De gemeente Amsterdam moet elke euro omdraaien om de metro af te bouwen en de bezuinigingen van het huidige kabinet op te vangen. Dat het geld daar niet vandaan zal komen, werd meteen na opening bevestigd met de verlaging van het museumbudget met een slordige 2 miljoen euro tot iets meer dan eentiende van het jaarbudget van het MoMA.


Het is echter de vraag of u zich moet laten leiden door het beperkte budget. Veel belangrijker voor het museum is dat het ook belangrijke schenkingen krijgt. Maar dat is niet het geval.


De voormalige eigenaren van de gerenommeerde Amsterdamse galerie Art & Project hebben het grootste deel van hun topcollectie aan het Rijksmuseum Twenthe geschonken, en later ook aan het MoMA. De laatste tweehonderd werken van deze collectie zijn naar het Kröller-Müller Museum gegaan, nadat Lisette Pelsers daar directeur was geworden. Deze belangrijke schenking aan het museum op de Hoge Veluwe is een statement dat u tot nadenken moet stemmen. Immers, aansluiting bij de wereldtop geschiedt alleen als de wereldtop er ook brood in ziet.


Maar de belangrijkste reden waar-om u zich even achter de oren moet krabben alvorens de baan te accepteren, is dat het museum al jaren een slechte pers heeft. Zelfs de meest internationale en meest gelauwerde curator die Nederland ooit gekend heeft, Rudi Fuchs, is het niet gelukt om het zure journaille te overtuigen. De soap rondom de verbouwing van het Stedelijk, die, wanneer we het maken van de diverse plannen meerekenen, meer dan twintig jaar heeft geduurd, geeft de onmacht van het museum goed weer.


Ook de kritiek op Ann Goldstein, die verweten wordt bij de opening van het museum niet bij de deur te hebben gestaan, getuigt van kleinsteedsheid. Best voorstelbaar dus dat Goldstein besloot voortijds te vertrekken, hoewel ze een blakend museum leidt. Wat heeft ze hier nog te doen? Haar klus is geklaard en daar mogen we haar en haar voorganger Gijs van Tuyl heel dankbaar voor zijn, gezien alle beren op de weg.


Wanneer u ondanks mijn advies besluit de baan toch te aanvaarden dan adviseer ik u de al te hoge verwachtingen, waaraan u natuurlijk tijdens de sollicitatiegesprekken hebt proberen te voldoen, na uw benoeming meteen de kop in te drukken. U moet snel aansluiting zoeken bij de Nederlandse kunstwereld en ervoor zorgen dat de tentoonstellingen die ertoe doen ook in het Stedelijk worden georganiseerd. Er zijn immers in de afgelopen jaren best wat concurrerende musea bij gekomen in het land.


Daarnaast adviseer ik u om harde keuzen te maken. In de badkuip op het Museumplein concentreert u zich op de kern van de collectie: kunst van de 20ste eeuw. En op de Zuidas opent u een dependance voor hedendaagse kunst. Daar zijn vast nog wel wat vierkante meters vrij. Daarmee ontdoet u zich van een hoop kritiek. Bovendien wordt het contact met potentiële sponsors en kunstkopers vergemakkelijkt. Zij bevinden zich immers om de hoek van de nieuwe vestiging.


Tot slot bedenkt u nog enkele kaskrakers. Maar met dat laatste zit het wel goed: op 19 oktober opent het museum zijn deuren voor de expositie Kazimir Malevich en de Russische avant-garde. Waarschijnlijk de eerste blockbuster sinds jaren.


Hanco Jürgens is wetenschappelijk medewerker Duitsland Instituut Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden