Het station

Directeur J. Nieweg van de Stoomtrammaatschappij Hoorn-Medemblik is een geplaagd man. In zijn museum worden zoveel prachtige locomotieven en tramwagons weer in oude glorie hersteld, dat hij de definitie van het begrip 'monument' liever vandaag nog dan morgen zou oprekken....

De stoomtram is sowieso een bastaardkindje in de museale wereld. Allereerst geniet hij niet het prestige en de uitstraling van een trein, die lange tijd gold als een symbool van vooruitgang en als zodanig de status van een land, streek of stad bepaalde. (Reden waarom er royaal in werd geïnvesteerd.) De stoomtram voorzag slechts in een praktische, vaak regionale, vervoersbehoefte en werd door de eigenaren dan ook met de laagst mogelijke kosten geëxploiteerd.

'Zo is de bouw van het oorspronkelijke tramstation Hollands Spoor in Den Haag heel moeizaam geweest, omdat de aandeelhouders van de maatschappij het een veel te duur gebouw vonden.' Een ander nadeel voor de stoomtram als museumstuk is dat het verschijnsel snel is opgebloeid, maar even snel weer is verdwenen. 'Na uitvoerig onderzoek en zorgvuldige berekening hebben we 1926 gekozen als hèt jaar van de stoomtram. Toen was het landschap van stoomtrams op zijn hoogtepunt. De locomotieven en de wagons die we restaureren, brengen we dan ook zoveel mogelijk terug in de staat van dat jaar.'

Moeten de stoomtrams nog geholpen worden bij hun emancipatieproces, met de stations aan het lijntje Hoorn-Medemblik - de laatste, nog functionerende lijn van Nederland - staat het er een stuk beter voor. We praten dan over drie kleine, lieflijke en idyllische stationnetjes: Twisk, Opperdoes en Medemblik. Alle drie genieten ze de status van provinciaal monument en alle drie worden ze binnen anderhalf jaar gerestaureerd. Met enige trots toont Nieweg de steigers rondom station Twisk en hij loopt naar binnen om te laten zien waar hij als toenmalige machinist van het stoomtramlijntje kookte, op de bank zat en sliep ('ik heb hier tussen '75 en '85 gewoond'). In die noodlijdende periode bleef het stoomtrammetje economisch overeind als goederentransport. Nieweg heeft heel wat vrachtjes door het Westfriese landschap geloodst en onopgemerkt is dat niet gebleven: elke inwoner van Twisk zwaait hem na als hij langs sjeest in zijn rappe Volkswagen.

Het leven van een moderne museumdirecteur is namelijk erg jachtig. De overheid kort de budgetten, en dus moet Nieweg meer dan ooit zorgen dat de gerestaureerde stations straks rendabel zijn. Zo ook station Medemblik uit 1886, dat pal naast de IJsselmeerdijk ligt. Tot dusver heeft hij het station onder meer kunnen redden als VVV-kantoor en bovenwoning voor een stationschef. En in de voormalige goederenloods heeft hij achtereenvolgens een stoommachine- en een bakkerijmuseum zo gek gekregen om zich er (tijdelijk) te vestigen.

Maar na de restauratie wordt het pas echt menens. Dan moet station Medemblik op de toeristische kaart van Nederland verschijnen, niet prominent, maar toch wel opvallend in de kantlijn.

Er moeten 'toeristische produkten' aan komen te hangen als fiets-, boot- en wandeltochten, waardoor het voortbestaan niet langer afhankelijk is van overlegstructuren, adviesraden en staatssecretaris Nuis.

Hans van Willigenburg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden