Het sprookje dat Jaipur heet

In Jaipur, aan de rand van de Indiase woestijn, waant men zich in een sprookje van 1001 nacht. De hoofdstad van Rajasthan is het centrum voor traditionele kunst en cultuur....

Prinses Gayatri Devi was grootgebracht in pompeuze Indiase paleizen. Zij at van een gouden bordje en als speelgoed had ze een gedresseerde parkiet die op een zilveren fietsje reed. Op haar elfde jaar schoot zij haar eerste panter. Waar zij ook met familie heenging, haar moeder, de maharani van Cooch Behar, was steeds talk of the town. In casino's droeg ma een zijden sari vol juwelen en rookte ze uit de langste sigarettenhouder die er ooit was gezien; tussen haar fiches kroop als mascotte een schildpadje, ingelegd met rijen smaragden, diamanten en robijnen. Een oom van Gayatri Devi dronk zich dood aan de duurste champagne.

Het prinsesje was dus wel wat gewend. Toch raakte ook zij betoverd toen ze in 1932 op bezoek was bij de maharadja van Jaipur. In haar memoires schrijft ze: 'De stad had een buitengewone pastelkleur en een sprookjesachtig voorkomen, het was het mooiste dat ik ooit had gezien - een complex samenstelsel van koepels en torens, rasterwerk en veranda's, met alle gebouwen diep oleander-roze van kleur.'

Minstens zo veel indruk maakte maharadja Sawai Man Singh II, wiens derde vrouw zij later zou worden. Als de maharani van Jaipur maakte zij vervolgens opgang als één van 's werelds tien mooiste vrouwen.

Nog steeds heeft de ommuurde roze stad Jaipur iets betoverends en is de weelde er indrukwekkend. Vanaf een 44 meter hoge zonnewijzer in een drie eeuwen oud observatorium heb ik uitzicht over de tientallen torentjes en poorten van het stadspaleis, dat stilistisch een kruising is van lokaal Rajput met pompeus Indo-Saraceens. Daarachter strekt zich een met fortificaties bezaaide bergrug uit.

Draai ik me om, dan ligt de roze binnenstad aan mijn voeten, met links de fabelachtige zandstenen façade van de Hawa Mahal, waarover ene sir Edwin schreef dat zelfs de tovenaar van Aladin geen fraaier bouwwerk had kunnen creëren. Roofvogels zweven aan de hemel waarvan het blauw wonderlijk contrasteert met de roze stad. In bomen kwetteren tropische spreeuwen. Beneden klinkt het getik van werklieden die platen roze zandsteen op maat beitelen. Af en toe waaien de fluittonen van de cobrabezweerders voor de paleisingang over.

Jaipur werd in de achttiende eeuw ontworpen en gesticht door de legendarische maharadja Sawai Jai Singh II, een vrome Hindoe en enthousiaste astronoom en kunstminnaar. Hij werd bijgestaan door de Bengaalse brahmaan Vidyadhar die in de oude hoofdstad Amber al zijn kwaliteiten als architect had bewezen. Amber was eeuwenlang het bolwerk van de Kachchwaha's, een van de clans in Rajasthan die voortdurend met elkaar of met de Moguls in het noorden of de Mahratten in het zuiden in oorlog waren.

Aanvankelijk genoot Jai Singh II de bescherming van Mugul-keizer Aurangzeb, maar de nieuwe keizer koos in 1707 partij voor Jai Sings broer. Pas na een lange serie veldtochten wist Jai Sing zijn broer weer van de troon te stoten. Daarna stelde hij zijn leger jaren ten dienste van de islamitische Moguls. Waarom hij besloot een nieuwe hoofdstad te stichten in de vlakte ten zuiden van Amber is niet duidelijk. Maar de zaak werd vanaf 1727 grondig aangepakt en Jaipur werd een voor India uniek stukje planologie.

De stad werd in zeven rechthoekige wijken verdeeld die een goede watervoorziening en riolering kregen. Langs de brede loodrecht op elkaar staande hoofdstraten werd een verscheidenheid van tempels, paleisjes en havalis (herenhuizen voor de kooplieden) gebouwd. Bij het bouwwerk hield men zorgvuldig in de gaten dat de voorgevels en koepeltorens steeds met elkaar harmonieerden. Het is deze gecontroleerde uitbundigheid die de stad bijzonder maken.

Ondanks de ligging temidden van vrij bar en weinig productief land kwam de stad weldra tot grote bloei. Een rol speelde dat de keizerlijke handelsroute door de Punjab door de Sikhs werd verlamd en Jaipur een paradijs werd voor handelaren, bankiers en juweliers uit Delhi en Agra. Geheel Rajasthan werd vanuit de stad voorzien van goud, zilver en edelstenen. Duizenden handwerklieden werden uit Afghanistan en het rijk van de Moguls aangetrokken om de paleizen te decoreren. Vooral de miniatuurschilderkunst kwam tot grote bloei.

De uitbundigheid van de kunst en cultuur wordt wel verklaard als een reactie op de soberheid van de woestijn en het zware bestaan. Zeker speelde mee dat de Hindoes niet bang waren hun rijkdom te etaleren, in tegenstelling tot steden die overheerst werden door de Moguls en waar vergaarde rijkdom na de dood van de eigenaar door de staat werd geconfisqueerd.

De stad kende voor- en tegenspoed, zeker voor het gewone volk; epidemieën en hongersnood waren zelfs schering en inslag. In 1875, na een mislukt experiment om de witte bouwwerken per straat een andere kleur te geven, werd het roze universeel doorgevoerd - dezelfde tint als de spetters opgedroogd speeksel van het betelkauwen, die overal de trottoirtegels sieren. Niet iedere bezoeker kwam onder de indruk. De Engelse archeoloog Garrick vond Jaipur in 1884 zelfs getuigen van slechte smaak en een drang naar Europees karakter.

Het meest bijzondere gebouw, de Hawa Mahal (Wind Paleis), is eigenlijk een grote gevel met tientallen veranda's en bijna duizend raampjes. Toen het in 1799 zijn voltooiing bereikte, was maharadja Sawai Pratap Singh zo verrukt dat hij er vanuit het paleis een geheime gang naartoe liet aanleggen. Zijn maharani's, normaal verborgen in een aparte sectie van het paleis, konden sindsdien ongezien vanuit de erkertjes parades en festijnen in de straat aanschouwen.

Rond de Hawa Mahal ligt nu een bazaar met kakelbonte zijden sari's, brokaten stoffen, de traditionele jootis (schoenen met een omhoog krullende punt), bangles (plastic armbanden voor de vrouwen) en maskers van Ganesha, Hanuman en andere Hindoegoden van papier-maché. Tussen de luid toeterende scooters en bellende riksja's worden karren met balen graan of een lading hout voortgetrokken door arrogant meesmuilende kamelen. Een ezel is met henna beschilderd: hetzelfde lijnenpatroon waarmee de roze gevels zijn gedecoreerd. Op de trottoirs liggen partijen groenten en fruit geëtaleerd op jutezakken.

Aan de voet van een knoestige banyan staat een klein, vierkant Hindoeheiligdom, dat als een soort spiritueel elektriciteitshuisje in meniekleur is geschilderd. Wilde apen proberen door de zware tralies de offerandes van fruit te bemachtigen. Voorbij de stalletjes met bergen afrikaantjes en rozenslingers beginnen de winkels met edelstenen, sieraden en antiek te domineren. De Rajasthani-mannen hebben grote krulsnorren en dragen rode, magenta of eigele tulbanden en gouden oorringen, de vrouwen oogverblindende sari's of ze zijn helemaal in het zwart en gesluierd.

Het ziet er allemaal onmiskenbaar exotisch uit en ik waan me in een sprookje van 1001 nacht. Maar wanneer ik even later in een urinoir sta naast een rottend kadaver van een kalf, kom ik kokhalzend en duizelig van de ammoniak weer tot de Indiase realiteit. Een scooter stopt. De bestuurder zegt binnenkort naar Holland te gaan en vraagt zich af hoe hoog de verblijfkosten daar zijn. Ik vraag mij af of het niet erg toevallig is dat het vandaag al de derde keer is dat mij dit wordt gevraagd. De godganse dag word je in Jaipur aangesproken door charmante jongemannen - alsof met roze stad iets heel anders wordt bedoeld. Dit leger van slijmjurken is er slechts op uit je een partij edelstenen aan te smeren. Ook in een boekwinkel vind ik geen rust: een bedelend meisje, sprekend het zigeunermeisje, wordt hardhandig de zaak uitgezet en net zo lang nagemept tot zigeunertraantjes over haar wangen biggelen.

In het stadspaleis kom ik opnieuw onder de indruk van de overdadigheid. De uiterst verfijnd beschilderde poorten zijn ware pronkstukken. De Rajendra-poort is geflankeerd door twee beelden van olifanten die elk uit een brok marmer zijn vervaardigd. Twee kruiken, die er nonchalant staan opgesteld, wegen elk 345 kilo en zijn 's werelds grootste zilveren voorwerpen. Ze werden in 1896 vervaardigd door maharadja Sawai Madho Singh II. Zes jaar later liet hij ze met heilig water uit de Ganges vullen en daarmee zijn privé-jacht in de haven van Bombay wassen. Ze werden aan boord gehezen en het jacht zette koers naar Engeland waar de maharadja de kroning van Edward VII bijwoonde. Een kombuis was als tempel ingericht, compleet met een kostbaar beeld van een Hindoegod, waaraan elke ochtend een offer werd gebracht.

Krijgstucht en ridderlijkheid zijn ten nauwste met de geschiedenis van de stad verbonden. De traditionele delicatesse sulla heeft zelfs haar oorsprong op het slagveld waar dit lamsvleesgerecht eenvoudig was klaar te maken. De wapencollectie in het paleis is een van de grootste van India. Er zijn sabels en zwaarden in alle maten en vormen, met handvaten van goud, ivoor of ingelegd met parelmoer; zelfs een ingenieus Zwitsers legermes avant-la-lettre. Ook de miniaturen van een prentenkabinet wisselen beelden van de zoet-amoureuze hofcultuur af met krijgstaferelen en doen denken aan de riddertijd in Europa.

In het fort van het oude Amber staat de lokale versie van dikke Bertha, het grootste kanon van India. Ik stuit er ook op een ingelijste foto van de huidige maharadja, Sawai Bhawani Singh, bijgenaamd Bubbles vanwege de vele flessen champagne die bij zijn geboorte werden geopend. Hij werd onderscheiden voor zijn verdiensten als kolonel van tien para-commando's tijdens de Indo-Pakistaanse oorlog van 1971. De ridderlijkheid zit de maharadja's van Radjasthan dus nog steeds in het bloed. Zijn vader was twee jaar daarvoor zelfs in het harnas gestorven - tijdens een polowedstrijd - zoals een nazaat van de stichter van Jaipur waardig is. Over hoe Sawai Jai Singh II zijn laatste levensjaren doorbracht, bestaan twee versies. Volgens de ene was hij verslaafd aan drank, onttucht en afrodisiaca, volgens de andere staarde hij nog slechts vol inkeer en aanbidding naar het beeld van zijn favoriete Hindoegod.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.