Het Sportfondsenbad, hypermodern, maar baantjes trekken kan nog

In 1929 opende het eerste Sportfondsenbad zijn deuren, na een inzameling onder de Amsterdamse bevolking. Het was de aanzet tot de bouw van meer overdekte zwembaden en, na de oorlog, sporthallen. Met de individualisering van de samenleving deden sportscholen hun intrede.

Het eerste Sportfondsenbad in Amsterdam staat na 80 jaar nog fier overeind. Het nieuwe luxueuze SportPlaza Mercator pronkt aan de andere kant van de stad.

In den beginne was er Sportfondsenbad Amsterdam Oost. Een voormalige gasfabriek werd omgebouwd tot de essentiële vorm van een zwembad: een grote rechthoek met gechloreerd water. Over de volle lengte van 25 meter trokken de badgasten hun baantjes en anders lagen aan de uiteinden wel twee kleine doelen om te waterpoloën.

En nu heb je, aan de andere kant van de stad, SportPlaza Mercator.

De naam suggereert een overdekt winkelcentrum, maar het is de meest uitgewerkte vorm van een zwembad. Dat gaat van baantjestrekken naar natte fitness, van sauna naar Turks stoombad.

Twee uitersten, twee Sportfondsenbaden.

Ze overbruggen een periode van ruim tachtig jaar waarin de woede van één sportieveling een verstrekkende ontwikkeling in gang zette. Voor het allereerste begin daarvan keren we terug naar 1923, naar het gemeentelijke Zuiderbad. De waterpoloërs van Het IJ zouden daar een wedstrijd spelen tegen een Zweedse club.

Het duel was nog maar net begonnen of het waterpeil zakte langzaam maar zeker tot kniehoogte van de spelers. Onwetend van de internationale match liet de beheerder het vuile water weglopen naar de kelder. Dat deed hij elke avond, opdat het zwembad de volgende dag weer aan de hygiënische normen van die tijd voldeed. De woedende sportieveling was Han Bierenbroodspot.

Mr. J.A.C. Bierenbroodspot moet een krachtdadige persoonlijkheid zijn geweest. Zoon Lout, die later een leidende rol zou spelen in NV Sportfondsen, omschrijft hem als een verlicht despoot. Een tamelijk autoritaire man, maar met het hart op de goede plaats.

Bierenbroodspot was van mening dat het zo niet langer kon, dat Het IJ een eigen zwembad moest krijgen. Maar op de bestuursvergaderingen van Het IJ vonden ze dat de rechtenstudent te hard van stapel liep. Daarom nam hij het heft in eigen handen.

Eerst probeerde Bierenbroodspot zijn plan te realiseren door aandelen uit te geven, maar die vonden onvoldoende aftrek. Uiteindelijk vond hij de oplossing in een fonds. Daarin konden belangstellenden voor het goede doel hun spaargeld parkeren. De NV Sportfondsen was geboren.

Biertje, zoals hij in studentenkringen heette, werd daarvan de directeur. De realisering van dat plan werd een geschraap van jewelste en zonder de financiële bijstand van Bierenbroodspot sr was het ook zeker niet gelukt

Maar op 22 juni 1929 opende Sportfondsenbad Amsterdam Oost zijn poorten. Kosten 500 duizend gulden.
Het zwembad staat ruim tachtig jaar later nog fier overeind. Vanaf de drukke Linnaeusstraat, niet ver van de plek waar Theo van Gogh zijn laatste adem uitblies, rijd je een doodlopend straatje in. Daar, om de hoek, staat een klassiek bakstenen gebouw, een herinnering uit lang vervlogen tijden. Sierlijke letters op de voorgevel geven zijn bestemming prijs.

Op deze dinsdagochtend trekken buurtbewoners baantjes, alsof ze alle tijd van de wereld hebben. Een etage hoger waakt manager Leo de Haas in een kantoor van glas. Hij zegt dat het Sportfondsenbad midden in een verbouwing zit.

De grootste verandering zal wat hem betreft over twee jaar worden gerealiseerd. De begane grond is nu een loze ruimte, waarin De Haas graag winkels ziet komen om het geïsoleerde gebouw bij het stadsleven te betrekken.

Maar het zwembad zal het zwembad blijven, niet meer dan het woord suggereert. 'Je moet een keuze maken', zegt De Haas. 'Of je wilt een zwemparadijs of je wilt een zwembad. Wij kiezen voor dat laatste, al was het maar omdat we in die zin een wijkfunctie vervullen.' Ruim vijftigduizend bewoners uit dit deel van de stad leren er zwemmen of deden dat en brengen het nu nog in de praktijk aan de Fronemanstraat.

Al direct bij de opening was Sportfondsenbad Amsterdam Oost een succes en niet alleen voor de leden van Het IJ of voor de buurt. Overal vandaan kwamen geïnteresseerden kijken en vooral luisteren naar Bierenbroodspot die vertelde hoe hij dat voor elkaar had gekregen. Ze namen zijn ideeën mee naar Zwolle, Breda of Arnhem om ze opnieuw in de praktijk te brengen.

Soms liepen de plannen spaak, zoals in Leiden. Soms liepen ze vertraging op, zoals in Rotterdam. En soms ging het verrassend snel. Drie jaar na de eerste vergadering was Arnhem de tweede stad met een Sportfondsenbad. Zwolle volgde nog in hetzelfde jaar. In 1934 waren Maastricht en Breda aan de beurt.

Hoewel het crisistijd was, schoten de Sportfondsenbaden als paddenstoelen uit de grond. De bouw van sportvoorzieningen waren in de jaren dertig vaak een werkverschaffingsproject. Zo werden ook de Bosbaan en De Kuip gerealiseerd.

Volgens Lout Berenbroodspot deed de NV Sportfondsen waar gemeenten tekortschoten. De overheid zag de noodzaak van zwemles nog niet in en het zwemmen zelf gold als een luxe.

'Wethouder Wibaut zei altijd dat zwembaden een badkuip voor de gegoeden waren.'

Het is een vaak gehoorde veronderstelling: de overheid liet zich voor de Tweede Wereldoorlog weinig gelegen liggen aan sportbeoefening. De Utrechtse hoogleraar sportontwikkeling, Maarten van Bottenburg, weerspreekt dat. Sterker nog, hij noemt het een mythe waarin hij zelf ook lang geloofde, tot hij aan het eind van de vorige eeuw een essay schreef over lokaal sport- en recreatiebeleid.

Hij illustreert dat beleid aan de hand van Pim Mulier die in 1879 als kleine jongen zo graag wilde voetballen en nergens terechtkon. Het begrip sportaccommodatie rolde nog uit geen enkele mond.

Mulier en zijn vriendjes kwamen uit op een sportveldje aan de rand van hun woonplaats Haarlem. Dat was grond van de gemeente en een toezichthouder verbood ze toen het nog nauwelijks beoefende football.

De 15-jarige Mulier schreef een brief aan de burgemeester en die verleende toestemming. In deze anekdotische geschiedenis is Mulier altijd de grote held als de jongen die de stoute schoenen aantrok. Maar Van Bottenburg wil graag een lans breken voor de burgemeester die namens de gemeente ja zei. Een dergelijke grootmoedigheid was volgens hem helemaal niet uitzonderlijk.

Het idee van de nalatige overheid vatte post doordat onderzoekers naar nationale ontwikkelingen keken, terwijl de inrichting van sport een lokale aangelegenheid was. Bovendien hadden gemeenten destijds geen aparte pot voor sport. Dat geld kwam uit andere bronnen. Daardoor werd het onzichtbaar in de begrotingen.

Van Bottenburg onderzocht de vooroorlogse praktijk in Rotterdam en Amsterdam. Hij concludeert dat het particuliere initiatief vaak werd gesteund door gemeenten. Uit de eigen geschiedschrijving van de Sportfondsenbaden blijkt ook dat de initiatieven in Arnhem en Zwolle de volle medewerking van het gemeentebestuur kregen.

Nog voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had de NV Sportfondsen 17 zwembaden gerealiseerd. Als een van de laatste was de hoofdstad opnieuw aan de beurt. Naast een Sportfondsenbad Amsterdam Oost kwam er ook een Sportfondsenbad Amsterdam West.

Tijdens de bezetting hadden sportvoorzieningen flink te lijden. Tribunes en doelpalen werden brandhout. Op de omgeploegde velden werden aardappels geteeld en de overdekte accommodaties werden compleet leeggeroofd.

Direct na de bevrijding ging de praktisch ingestelde Bierenbroodspot als verbindingsofficier aan de slag voor de Canadezen. Hij kreeg het voor elkaar dat herstel van de zwembaden een prioriteit werd. Zoon Lout: 'Die Canadezen wilden dat ook wel, zwemmen.'

De Sportfondsenbaden waren dus snel weer op orde en hadden daarna ook het tij mee. De overheid zag meer en meer de noodzaak in van goede sportvoorzieningen. In de jaren vijftig waren de argumenten nog pedagogisch van aard: sport was een nuttige vrijetijdsbesteding voor de 'asphaltjeugd'.

Telde Nederland in 1947 nog 410 zwembaden, in 1975 ging het duizendste al open. Gezondheid werd in de loop van de eeuw een steeds luider klinkend argument voor sportieve faciliteiten. En de asfaltjeugd van toen werd een in bevolkingsgroepen versplinterde jeugd voor wie sport een bindend element kon zijn.

De afgelopen decennia is het sportaanbod enorm gedifferentieerd om te voorzien in verschillende behoeften. Sport in Nederland kent een rijke infrastructuur, stelde het Sociaal en Cultureel Planbureau vast in zijn 'Rapportage Sport 2008'. Dat is niets te veel gezegd: sportscholen, fitnesscentra, golfbanen, Cruyff Courts, Krajicek Playgrounds en jeu-de-boulesbanen.

Vroeger werd naar de overheid gekeken, nu geldt steeds meer de wet van de commercie. De Sportfondsen Groep is ook zo'n uitbater geworden. In negentig gemeenten heeft de oude zelfhulpclub van Bierenbroodspot op contractbasis ruim honderd zwembaden in beheer.

Pronkstuk is SportPlaza Mercator dat in 2006 werd geopend. Het is de samenvoeging van het oude Sportfondsenbad West en een gemeentelijk zwembad; nieuwbouw die 18 miljoen euro mocht kosten. De architect maakte zijn ontwerp met in het achterhoofd een groene watergrot. Vogels en vliegtuigpiloten kijken in stadswijk De Baarsjes inderdaad neer op golvend groen. Manager Menno Valk: 'Het idee was van het bad zelf een attractie te maken. We zien ook geregeld toeristen op huurfietsen langskomen. Die hebben hier verder niet zoveel te zoeken.'

De klassieke rechthoek aan de Jan van Galenstraat kent allerlei gedaanten, zowel open als overdekt. Voor elke doelgroep een bad, voor revalidatie en recreatie.

De rondleiding van Valk voert deze dinsdagochtend langs een onwaarschijnlijke variëteit aan voorzieningen, waarmee melting pot Amsterdam-West wordt bediend. 'Een maatschappelijk en sociaal bewegingscentrum', noemt hij het bad dat volgens Valk in zijn hypermoderne uitvoering nog helemaal past in de filosofie van Han Bierenbroodspot. Hier heet de zwemvereniging DJK-ZAR.

Baantjes trekken kan trouwens ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.