Het spoor terug

Maandag is het 25 jaar geleden dat de beste Nederlandse thriller ooit in première ging. Hoe werd Spoorloos de klassieker die hij is? De makers blikken terug.

Jonge vrouw uit Luik verdwijnt op busreis naar Spanje, zo luidde het bericht in Het Laatste Nieuws van 5 juli 1983 dat het zaadje plantte voor Spoorloos, de beste thriller uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Tim Krabbé, schrijver en fietsfanaat, kocht de Belgische krant die dag min of meer toevallig, voor de wielrenberichtgeving, en las hoe de 18-jarige busreiziger Pascale zoek was geraakt na het kopen van een pakje kauwgom bij een benzinestation, tijdens een korte stop in Noord-Frankrijk. Politie en brandweer hadden twee nachten tevergeefs gezocht naar een spoor van het meisje.


Het knipsel verdween in een map, waar het enige tijd mocht vergelen voor Krabbé het er weer uit viste, op zoek naar een idee voor een nieuw boek. Als hij nu eens een lugubere verklaring verzon voor het verdwijnen, dán had hij misschien wat. Entree: de brave scheikundeleraar en modelvader Lemorne, die enkel om zichzelf te testen - ben ik wel een goed mens? - een gruwelijke misdaad bedenkt, en ook uitvoert. En Krabbé bedacht nog iemand: Rex, de vriend van het verdwenen meisje, die jarenlang dwangmatig speurt tot de dader hem aanspreekt; wil hij hetzelfde ondergaan als zijn vriendin Saskia? Zo ontstond Het Gouden Ei, een korte roman die zeker niet alleen vanwege die beknoptheid al generaties lang op de verplichte leeslijst van middelbare scholieren prijkt.


George Sluizer, die al eerder een film maakte naar een verhaal van Krabbé, las het manuscript al ver voor de publicatie en kocht de filmrechten. De draaiperiode was, zacht gezegd, opmerkelijk. Kort voor aanvang trok de Nederlandse distributeur zich terug, waarmee automatisch ook de subsidie van het Productiefonds wegviel. Sluizer zei geld te hebben moeten lenen bij de Franse onderwereld om zijn crew te voeden en de benzine te kunnen betalen. Halverwege de draaiperiode werd de regisseur met ademhalingsproblemen afgevoerd naar het ziekenhuis, nadat hij een van zijn acteurs had voorgedaan hoe die het beste doodsangst kon spelen.


Ook sloot Sluizer de Belgische hoofdrolspeler Gene Bervoets (Rex) voor enige tijd op in een doodskist, met zandzakken erop ('het voelde als drie uur', aldus de acteur, 'ik werd zot'). Ten behoeve van de film, dat moet gezegd. En dan was er nog de superieur acterende doch bij vlagen onmogelijke Fransman Bernard-Pierre Donnadieu, die zijn verbeelding van het kwaad uiterst serieus nam, en onder meer de cameraman in het gezicht sloeg toen een opname hem niet beviel. Ook lokte Donnadieu zijn medespelers uit de tent door ze, al of niet functioneel, te schofferen.


Na de montage bleek de belangstelling voor de film nihil. In Cannes, waar de regisseur met Spoorloos leurde, wees de ene na de andere potentiële koper de thriller af. 'Your film is shit', oordeelde Harvey Weinstein, de legendarische filmbullebak van Miramax. Spoorloos leek al verloren, totdat het lovende recensies begon te druppelen, in binnen- en buitenland.


'Een van de meest uitzonderlijke uitingen van de psychologische thriller ooit op film vastgelegd', schreef het Amerikaanse vakblad Variety. 'Bezoekers zullen de laatste twee minuten van de film niet snel vergeten - hoezeer ze dat misschien ook zouden willen', oordeelde de L.A. Times. En: 'Bernard-Pierre Donnadieu eist met zijn rol een voorname plek op in het pantheon van film-schoften.' Volkskrant-criticus Peter van Bueren schreef dat het 'onbegrijpelijk' was dat het Sluizer zo veel moeite kostte om zijn film in eigen land in de bioscoop te krijgen, 'terwijl elke bioscoopdistributeur er trots op mag zijn eindelijk eens zo'n Nederlandse kwaliteitsfilm te kunnen draaien, die zonder allerlei armslagen en excuses kan worden aanbevolen.'


Deze maand 25 jaar geleden werd Spoorloos in eigen land uitgebracht, waar de film een krappe honderdduizend bezoekers trok en het Gouden Kalf voor beste speelfilm won. Succes in Engeland, waar het publiek uitliep voor de thriller, werd gevolgd door een Amerikaanse release. Een Oscarnominatie voor beste niet-Engelstalige film schoot er bij in; vanwege de meertaligheid voldeed Spoorloos niet aan het reglement. De onvermijdelijke Hollywood-remake, The Vanishing (tevens internationale titel van het origineel), werd begin jaren negentig geregisseerd door Sluizer zelf. Opgetuigd met steracteurs - Jeff Bridges, Kiefer Sutherland, Sandra Bullock - maar in psychologie verwaterd en met een minder wrang einde.


'Er valt niks aan te verbeteren zou ik haast zeggen, een beetje brutaal', antwoordt George Sluizer op de vraag wat zijn eerste verfilming onderscheidde. 'In de meeste van mijn films zit wel een scène die niet zo sterk is, maar hier niet. Als u mij nu zegt dat u de film eng vond, dan is dat vanwege de opeenstapeling van kleine dingen, die langzaam de suspense doen rijzen. Een heel ander soort engheid dan in de meeste thrillers.'


De 81-jarige filmmaker, die een aantal jaar geleden bijna overleed aan een slagaderbreuk, beweegt zich tegenwoordig voort op twee krukken. Stanley Kubrick belde hem op, na het zien van Spoorloos. 'Hij zei: ik heb nog nooit zo'n enge film gezien. Ik zei: ken je The Shining? Hij: kinderspel. Zo hadden we een aardig, beroepsmatig contact. Toen ik de titel The Vanishing bedacht, nam ik als het ware mijn hoed af voor Kubrick: net als The Shining is dat een niet bestaand woord.'


Kubrick was onder de indruk van het spel van Johanna ter Steege, die de te verdwijnen jonge Saskia speelt. 'Vooral de scène waarin ze in het Frans wat woordjes moest brabbelen bij het benzinestation, daar was hij helemaal verliefd op. Johanna kennende wist ik dat ze haar huiswerk goed deed, en waarschijnlijk in bed honderd keer had geoefend, zodat ze alles precies goed zou brabbelen, inclusief de puntjes en vraag- en uitroeptekens. Ik kreeg een inval: toen de cameraman actie zei, riep ik: in het Italiaans Johanna! Niet in het Frans! Ze raakte in de war, zei 'amigo' in plaats van 'ami', ze stotterde en stampvoette, kwam er niet uit. Vond Kubrick fantastisch.'


Kubrick vroeg de Nederlandse actrice voor een hoofdrol in zijn Holocaustdrama Aryan Papers, maar werd voorbijgesneld door Spielbergs Schindler's List en zag van het project af. Sluizer: 'De contracten waren al getekend, dus Johanna heeft er nog wel een huis aan overgehouden.'


Ter Steege (52), die tijdens de opnamen van Spoorloos nog op de toneelschool zat: 'Ik zit eigenlijk maar zo'n 11 of 12 minuten in de film. Echt, meer is het niet, maar mijn personage blijft in je gedachten. De draaiperiode heeft me gevormd als actrice. George ontregelde me voortdurend, maar alleen op spelgebied, nooit op persoonlijk vlak.' Tegenspeler Donnadieu, toen al een gevierd tv-acteur in eigen land, gedroeg zich aanvankelijk zo laatdunkend tegenover Ter Steege dat die al na een week tegen Sluizer zei dat ze naar huis wilde. 'Ik dacht: ik ga niet spelen met iemand die onaardig doet. Het was mijn eerste film, inmiddels weet ik dat acteurs wel vaker niet zo aardig zijn.' Sluizer sprak in op de Franse acteur: die moest gewoon in zijn rol van vriendelijke moordenaar blijven, en dus professioneel aardig zijn voor zijn medespeler. Ter Steege: 'Dat hielp. Later zag hij in: o, dat meisje kan wel wat.'


Donnadieu, die in 2010 op 61-jarige leeftijd overleed aan kanker, noemde zijn tegenspeler Bervoets voorafgaand aan een vechtscène een flutacteur, een mietje ook, en sarde de Belg net zo lang tot die hem woest aanvloog. Bervoets (57): 'Ik sloeg er echt op. Daarna, toen de adrenaline wat gezakt was, nam hij me liefdevol in zijn armen: zó moest het. Hij was af en toe knettergek, maar Donnadieu heeft bepaald hoe ik tegen het vak aankijk. Nog steeds denk ik op de set: hoe zou hij dit spelen?'


Een onvergetelijk moment in Spoorloos is de blik in Ter Steeges ogen als ze door haar belager bedwelmd wordt met een lap chloroform. 'Ik ga loensen, ja. Donnadieu hield me zo strak in de houdgreep dat ik geen adem kreeg en echt in paniek raakte. Na die take ben ik in huilen uitgebarsten. Mijn moeder kon nooit naar die scène kijken.'


Toch zou ze het liefst altijd zo willen werken. 'Die bevlogenheid van Donnadieu, die aandacht van George. Ik voelde me nooit een poppetje. Dat maak je ook mee hoor, dat regisseurs liever niet hebben dat je ze iets vraagt. Bij George deed je nooit zomaar iets, alles was doordacht. Er komt in Spoorloos geen druppel bloed voor, het is een schaakspel.'


Ter Steege kan het omineuze jarentachtigopeningsdeuntje van de film zo na neuriën; ploing-ploing- ploing-ploing, ploing-ploing. Henny Vrienten, componist van de filmuziek: 'God ja, dat is mijn fretloze bas! Er was geen budget, ik deed alles zelf. Met van die kleine orgeltjes en een valse gitaar zocht ik naar een soort ongemakkelijke, niet blije sfeer. Nu zou ik dat totaal anders doen, met strijkers. Vooraf had George me drie dagen murw gepraat, zodat ik alle diepere lagen van de film kende. Verder liet hij me helemaal vrij.'


Sluizer: 'Ik ben iemand die doorzet. Toen er even geen geld was, reed ik een week lang elke avond van de set naar Nice. Daar bezocht ik kroegen waarvan ik vermoedde dat er geen nette mensen zitten. Ik wist: als je geld zoekt, moet je niet bij rijke mensen zijn, maar bij boeven. Ze wisten waar ik filmde: als je niet terugbetaalt, schieten we je toch gewoon dood, zeiden ze dan. Zo kon ik steeds iets van een paar duizend gulden lospeuteren, zodat we verder konden filmen. 's Ochtends om vijf uur kwam ik dan terug, en dan gingen we draaien.'


Ter Steege: 'Ik wist dat hij naar Nice ging, maar niet dat het dáárom was. Er waren wel ruzies op de set over geldgebrek, maar dan liep ik altijd weg. Ik herinner me dat de mensen van het licht er op een gegeven moment vandoor gingen.'


Bervoets: 'Dat is ook zoiets van George: ik wist bij hem soms niet of iets fantasie was of echt. Hij is zo slim. Ik kan me goed voorstellen dat hij zoiets deed, maar eigenlijk vind ik het mooier als hij het verzonnen heeft, dat hele maffia-verhaal. Dat is nóg straffer.'


Geluidsman Piotr van Dijk (71): 'Ik ken het verhaal, maar heb er nooit iets van gemerkt. George ging wel tot het gaatje, maar ik herinner het me als een aangename draaitijd. Lekker onderweg in Frankrijk, mooi weer.' Van Dijk was er bij toen Sluizer zijn acteur Bervoets in een doodskist opborg. 'We probeerden een soort gedempte klank te construeren die niemand kent. Daar gingen we vrij ver in: er lag 500 kilo aan zandzakken op die kist. Technisch kun je zo'n klank nabootsen in een ruimte waar de acteur ontspannen in stoel hangt, maar het is makkelijker voor de acteur als die iets van paniek voelt. Daar waren George en ik het ogenblikkelijk over eens. Gene kreeg het benauwd.'


Bervoets noemt Sluizer een 'machiavellist', een meester in de manipulatie. Het kwam zover dat de Belg van de set wegliep, het Franse landschap in, totaal ontredderd over de wijze waarop zijn regisseur hem negeerde - ook dit weer in dienst van de film. 'Achteraf kan ik er wel om lachen, maar toen niet. Ik heb in mijn carrière veel meegemaakt, ook schitterende momenten met Jos Stelling en Alex van Warmerdam, maar nooit meer zo intens als toen met George. Ik heb me dikwijls afgevraagd: wie is nou eigenlijk die man die wil weten of hij kan moorden? Is dat George zelf?'


Onlangs kreeg Bervoets via een bevriende Vlaamse collega in Hollywood de complimenten van Kiefer Sutherland, die in de remake de rol van Rex speelt. 'Hij zei: groet Gene en zeg hem dat dit absoluut zijn rol was, dat ik niet kon doen wat hij deed. Dat is toch mooi?'


Tim Krabbé schreef zelf het filmscenario naar zijn boek, maar raakte in conflict met Sluizer. 'We waren het oneens over concrete punten', zegt Sluizer. 'Als Rex langs het benzinestation rijdt waar eerder zijn vriendin verdween, waren er drie opties: of hij stopt voor een eerbetoon, of hij kijkt bewust de andere kant op bij het passeren, of hij rijdt onverstoord door. Drie kleine, maar fundamentele verschillen, die alles zeggen over iemands karakter. Tim vond dat hij door moest rijden. Ik zei: jij kunt Rex een zak vinden, maar ik vind hem een aardige man, iemand die zou stoppen. Dat was het breekpunt. Hij was in zo'n echte Krabbé-bui: alles wat je zei was in zijn ogen dom, nutteloos, fantasieloos. Het kwam zover dat ik zei: donder op, ik maak die film zonder jou.'


Pas maanden na de première zag de scenarist de film. 'Ik was er niet bij, maar mijn vrouw zat achter Tim (Anne Lordon, tevens producent van Sluizers films). Na het einde draaide hij zich om: zeg tegen George dat zijn film veel beter is dan mijn boek. Zo is Tim dan ook weer. Inmiddels zeggen we elkaar weer gedag.' Krabbé, in een reactie per e-mail: 'Ik schreef het script, hij heeft het aangepast. Dat wordt correct weergegeven in de aftiteling. Het is echter zo lang geleden dat ik van geen van de veranderingen ten opzichte van het boek nog weet wie wat bedacht heeft, hij of ik. Doet er ook niet toe: het is een zeer goede film geworden.'


Tien jaar nadat hij over de verdwijning had gelezen, besloot Krabbé zich nog eens in het krantenbericht te verdiepen. Met een Amerikaanse remake in de maak zou de belangstelling voor zijn bestseller immers weer aanzwellen. De schrijver belde met Belgische en Franse politiediensten, maar daar had niemand van de vermissing gehoord. Pas na wekenlang spitwerk stuitte de schrijver op een kort, verlossend krantenbericht, wederom uit Het Laatste Nieuws. Pascale uit Luik bleek een dag later al terecht: het meisje was na de aanschaf van het pakje kauwgom domweg in de verkeerde bus gestapt. Krabbé besloot de vrouw te bellen: of ze wist dat haar verstrooidheid een macaber boek en zelfs twéé speelfilms had geïnspireerd, waarvan een met een budget van 20 miljoen dollar en Hollywoodsterren als Kiefer Sutherland en Jeff Bridges? Pascale uit Luik hoorde de in het Frans hakkelende Hollander argwanend aan, mompelde 'nee, dat interesseert me niet', en hing snel weer op. Happy end.


ON-DEMAND

De uitzendlicentie van Spoorloos, tot afgelopen maart in bezit van de TROS, is te koop voor de Benelux. Voorlopig wordt de film niet op de Nederlandse netten uitgezonden. Wel is de thriller te bekijken via video-on-demandaanbieders en verkrijgbaar op dvd.


'SLUIZER PASTE ZELF HET EINDE AAN'

De 81-jarige cineast George Sluizer (Twee Vrouwen, Utz, Dark Blood) staat bekend om zijn veelzijdige oeuvre, maar Spoorloos regisseerde hij maar liefst tweemaal. Eerst het origineel, en vervolgens op verzoek van de Fox-studio de Hollywoodremake The Vanishing, met topcast én happy end. In de biografische documentaire over Sluizer Filmen over grenzen (Hans Heijnen, 2006) zegt hoofdrolspeler Jeff Bridges, die de moordenaar speelt in de Amerikaanse versie, zeer beslist dat het de Nederlander zelf was die het gruwelijke einde aanpaste: 'George wilde de Amerikaanse markt openbreken.' Sluizer daarentegen houdt vol dat hij geen keuze had, na een overname van de filmstudio door mediatycoon Rupert Murdoch werden alle afspraken over de film zonder pardon opzijgeschoven. Sluizer motiveerde Bridges door te beweren dat hij, de regisseur, eigenlijk de echte moordenaar was. Bridges besloot daarop zijn stem, mimiek en lichaamshouding te spiegelen aan die van de filmmaker. De remake viel niet goed bij de recensenten, maar hielp Sluizer wel aan een Hollywoodcarrière.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden