Het spettert en vonkt niet in de 'Tramlijn' van Het Vervolg

Magie dat is het toverwoord voor Blanche Dubois, hoofdpersoon in Tennesse Williams' meest beroemde stuk Tramlijn Begeerte (A streetcar named Desire)....

Magie is helaas nou net het enige dat ontbreekt in de voorstelling die het Maastrichtse ensemble Het Vervolg van dit stuk heeft gemaakt. Geen magie en, in het verlengde daarvan, geen betovering, geen mededogen, geen ontroering.

Niets van dat alles, alleen maar verwondering over waarom dit stuk, in deze regie, met deze spelers en op deze plek nu opgevoerd moet worden.

Volgens regisseur L van der Sanden is Tramlijn Begeerte (1947) hoogst actueel omdat het gaat 'over een wereld die verhardt en waarin alles dat afwijkt moet verdwijnen'. In zijn eigen bewerking heeft hij alle bijrollen geschrapt en het stuk teruggebracht tot wat voor hem de kern is: 'Een gevecht om liefde tussen vier karakters, bijna archetypes van de moderne westerse mens'.

Gewichtige woorden die nu eenmaal horen in de programmaboekjes van toneelgroepen die weer eens een klassieker uit de kast trekken. De moderne westerse mens is dat deze Blanche Dubois, gespeeld door Marie-Christine de Both, die hier aan komt zetten als een zichtbaar overwerkte en tamelijk hysterische schooljuffrouw? En die wereld waarin alles verhardt, is dat deze lelijk vormgegeven doorzonwoning in Almere met neplederen bankstel?

In Tramlijn Begeerte is Blanche op de vlucht voor haar verleden. Ooit was ze telg van een verfijnde Amerikaanse familie, maar de tijd heeft haar hardhandig ingehaald en nu is ze alleen en berooid. Ze zoekt onderdak bij haar zus Stella die samenleeft met Stanley, een stoere Pool met nadeel: losse handjes. Juist met hem gaat Blanche een psychologisch gevecht aan, in een laatste poging haar grandeur overeind te houden.

Het is een prachtig stuk, waarmee een regisseur verschillende (hoewel niet al te veel) kanten op kan. Bij Het Zuidelijk Toneel schreef Ivo van Hove theatergeschiedenis met zijn Tramlijn: een keiharde oorlog tussen de seksen in ijzingwekkend fysiek theater. Onlangs nog bewees Paula Bangels bij het Publiekstheater Gent alle eer aan het origineel met een enscenering vol warme kleuren en gekleurde gevoelens.

L van der Sanden heeft het stuk ergens laten zweven tussen toen en nu. Aan de zijkant van het podium staat een batterij ventilatoren die verwijzen naar het hete Amerika.

Maar in huis is alles dor en grijs, met als blikvanger een oer-Hollandse badkamer inclusief een flesje badschuim van Fenjal. Als Blanche een douche neemt om haar zenuwen te temperen, houdt ze haar onderbroek en beha aan een halfslachtigheid die tekenend is voor deze voorstelling. Deze Blanche is niet aardig, niet zielig, niet stoer, niet zelfverzekerd of deerniswekkend, terwijl ze toch van alles een beetje zou moeten zijn.

Haar tegenpool Stanley (Hans Trentelman) wordt in het stuk een burgermannetje genoemd. Dat is hij dan ook ten voeten uit, maar zonder de gevaarlijke tegenkant die hem onontkoombaar moet maken. Als het tussen Blanche en Stanley niet spettert en vonkt, en dat doet het hier niet, dooft al snel het licht in Tramlijn.

Resultaat: middelmatig toneel, zonder betekenis. De toneelspelers komen op, het publiek kijkt er twee uur naar, geeft na afloop een beleefd applaus, gaat naar huis en over tot de orde van de dag. Geen zucht van ontroering, geen traan, geen bevrijdend lachje niets anders dan een keurige leegte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden