Het speldengeld van Berlusconi

Wat voor Benito Mussolini de film was, is voor Silvio Berlusconi de tv. Hoe zou de premier van Itali ooit zijn commercile tvstations - 'het kernwapen van de consensus' - kunnen verkopen, laat staan de rest van zijn omvangrijke zakenimperium?...

'ALS ALLE bedrijven bestuurd zouden zijn als Fininvest, zou Italië geen problemen kennen van publieke moraliteit.' Van wie is deze verrassende uitspraak? Van iemand die uit hoofde van zijn functie bovenpartijdig mag worden geacht: de premier van Italië. Jammer alleen dat die premier tegelijk de eigenaar van Fininvest is.

Fininvest is qua omzet (13,5 miljard gulden) het derde en wat betreft personeelsbestand (40 duizend) het tweede concern van Italië. Zou dit het enige grootbedrijf zijn waaraan de gesel van de corruptie is voorbijgegaan?

Berlusconi geeft toe dat wie erg hard zoekt wel ergens in zijn concern een kleine ongerechtigheid zal aantreffen. Want 'als je in een enorm bedrijf zo groot als een berg een speld wilt vinden die op de verkeerde plaats ligt, dan vind je die'.

Een verkeerd liggende speld? De onthullingen over de Fininvest-affaires zijn wat later begonnen dan die over de andere grote concerns. Maar langzamerhand kan Berlusconi collega's als Fiat-directeur Cesare Romiti, Olivetti-president Carlo De Benedetti en de bouwkeizer Salvatore Ligresti in gesprekken over corruptie recht in de ogen kijken.

Hij kan het, maar hij doet het niet. Want Romiti, De Benedetti, Ligresti en zoveel anderen hebben de smeergeldpraktijken erkend. Raul Gardini, ex-leider van Ferruzzi-Montedison, heeft door zijn zelfmoord hetzelfde gedaan. Berlusconi niet. Hij is de enige captain of industry die weigert schuld te bekennen.

Want àls er al iets bij Fininvest mocht zijn misgegaan, dan is dat buiten de Hoogste Leider om gegaan. Die hield zich immers slechts bezig met de grote strategische beslissingen. Zijn broer Paolo, die de rol van zondebok graag op zich heeft genomen, heeft het zijn ondervragers zelf verteld.

Toen Silvio Berlusconi zich in januari van dit jaar officieel in de politiek stortte, fronste het denkend deel van de natie de wenkbrauwen. Hoe was het mogelijk dat iemand die zijn economische macht te danken had aan het oude regime, zich nu opwierp tot de grote vernieuwer? Was het niet levensgevaarlijk voor de democratie als een ondernemer die praktisch het monopolie had over de commerciële tv, premier zou worden? Zou hij, zelfs als hij het zou willen, ooit zijn zakelijke belangen kunnen vergeten? En wat zou er gebeuren als de Operatie Schone Handen de premier-ondernemer zelf zou bereiken?

Kritiek heeft op een Berlusconi een averechts effect. Twee maanden later won hij triomfaal de verkiezingen, want de kiezers waren niet geëteresseerd in tv-monopolies, belangenconflicten of vuile handen, maar in de schitterende beloften van de glimlachende tv-verkoper. Van die beloften is tot nu toe niets terecht gekomen. Van de voorspelde conflicten daarentegen alles.

De verwarring tussen Fininvest en de staat is bijna totaal. Berlusconi heeft zijn partij Forza Italia uit de grond laten stampen door experts van zijn reclamebedrijf Publitalia en zijn investeringsmaatschappij Programma Italia. Vijfduizend kaderleden van zijn bedrijven werden ingezet in zijn campagne. Zijn eigen tv's verzorgden gratis zijn politieke reclame. Na zijn zege nam hij zijn staf - advocaten en tv-sterren - mee naar het kabinet, het parlement en wat later ook naar het Europees Parlement. Zijn tv-kanalen werden zijn werkelijke politieke partij.

Belangenconflicten? 'Het volk heeft me juist gekozen vanwege mijn uitzonderlijke ondernemerscapaciteiten', heeft hij verzekerd. 'Ik ben de enige die in staat is te regeren om diepgaande veranderingen uit te voeren, omdat de anderen niet mijn ondernemerservaringen hebben.' Berlusconi beschouwt Italië als een Fininvest in het groot. Als president-commissaris van de bv Italië treedt hij nog steeds op als een autoritaire ondernemer, die eraan gewend is dat zijn wil wet is.

Via Berlusconi hebben Fininvest en de staat elkaar geannexeerd. Daardoor kunnen de wederwaardigheden van de een, rampzalige gevolgen hebben voor de ander. Die van Fininvest spelen zich vooral af in de financiële en de strafrechtelijke sfeer.

Berlusconi noemt zijn bedrijf een exempel van efficiënte bedrijfsvoering. In werkelijkheid zit het concern zwaar in de schuld. Dat is zeker een van de redenen geweest dat de baas naar de politiek is overgestapt, om te proberen vanuit een nieuwe machtspositie zijn bedrijf te redden.

In oktober vorig jaar was de schuld opgelopen tot 3,8 biljoen lire (nu gedevalueerd tot 4,2 miljard gulden). De winst ging geheel op aan de betaling van de rente op de schuld. Veel leveranciers werden niet meer betaald. Berlusconi deed toen een beroep op de ras-bezuiniger Franco Tatò. Maar diens grote saneringsacties zijn door de oude garde van de managers gesaboteerd.

Tatò plaatste 53 procent van de aandelen van de uitgeverij Mondadori op de beurs - met een belang van 47 procent bleef de controle stevig in Berlusconi's handen - en verkocht 24 procent van Programma Italia en de verzekeringsmaatschappij Mediolanum aan de directeur van de betreffende Fininvestdivisie, Ennio Doris. Fininvest verkoopt aan Fininvest. Een dreigend verlies van een kleine 100 miljoen gulden werd weggewerkt door een van Berlusconi's maatschappijen te 'verkopen' aan een andere firma van de premier. Dank zij die paardemiddelen is de schuld gedaald, maar te weinig om Fininvest te redden.

Wat nu? Capituleren voor Enrico Cuccia, de stokoude financiële potentaat bij wie alle grootkapitalisten in nood vroeg of laat aankloppen? Ook de supermarktketen Standa van de hand doen? Nog meer verkopen? Het hele concern van de hand doen? Volgens Berlusconi en zijn zaakwaarnemer als Fininvest-president, Fedele Confalonieri (onlangs betrapt op de uitspraak: 'Silvio heeft het biologische talent van de overwinning'), kan een zo omvangrijke groep als Fininvest geen koper vinden.

Maar Berlusconi wil helemaal niet verkopen. Zijn argument dat hij niet op straat wil komen te staan als hij morgen ten val wordt gebracht, is natuurlijk te zot om over te praten. Zijn echte argument kan hij niet hardop noemen: hoe zou hij ooit zijn tv's kunnen opgeven? Die zijn voor hem, zoals een commentator zei, het 'kernwapen van de consensus'. Zoals Mussolini vóór de tvera al begreep dat film 'het machtigste wapen' was.

Maar de druk op Berlusconi om zijn belangenconflicten op te lossen, neemt toe. Hij heeft zelf een allesbehalve waterdichte formule bedacht. Intussen bereidt hij een meesterzet voor: een gemaskeerde nationalisatie van Fininvest.

Daarmee lost hij drie problemen in één klap op: de overheid neemt de schuld van zijn groep over, hij ontworstelt zich aan de greep van Cuccia, en als premier blijft hij uiteindelijk de baas. Dat dit niets te maken heeft met zijn liberale credo en met de democratie nog minder, mag in het huidige Italië geen bezwaar zijn.

Een nog lastiger en veel gevaarlijker probleem voor Berlusconi is zijn escalerende conflict met Antonio Di Pietro en de andere onderzoeksrechters. Toen die steeds meer vuil van Fininvest naar boven brachten, begon Berlusconi hen de mantel uit te vegen. Ze zouden veel te machtig zijn geworden. Met hun acties tegen de zakenmensen zouden ze de economie afremmen. Ze zouden het land willen regeren, als marionetten van de 'communisten'. En die zouden Berlusconi politiek willen liquideren.

Het voorlopig hoogtepunt van het offensief tegen de rechters was het decreet dat de corrupte politici uit voorarrest ontsloeg. Dat was een oorlogsverklaring aan de rechterlijke macht. Berlusconi heeft de eerste slag verloren, want hij heeft het decreet moeten intrekken.

Was het uitgevaardigd om een eind te maken aan de politiestaat, zoals de premier beweerde? Of was het bedoeld om zijn eigen mensen uit de cel te houden? Het decreet was nog niet ingetrokken of drie Fininvest-managers werden gearresteerd. Een van hen was Paolo Berlusconi.

De afloop van de oorlog tussen Berlusconi en de rechters zal beslissend zijn voor de toekomst van Italië. Die oorlog speelt zich af op evenveel fronten als het aantal corruptie-affaires waarin Fininvest is gemengd.

Vandaar het volgende summiere lijstje.

* De toewijzing van gunstige frequenties voor Berlusconi's tv-kanalen zou het gevolg zijn van betaling van steekpenningen aan Davide Giaccalone, adviseur van de minister die de omroepwet van 1990 had bedacht. Na gedane arbeid kwam Giaccalone voor een vorstelijk salaris in dienst bij Fininvest. In deze zaak zijn ook gemengd de vorige vice-president van Fininvest Gianni Letta en Adriano Galliani, directeur van de sport-divisie.

* Fininvest-manager Aldo Brancher zou voor de uitzending van anti-aids-spotjes van de overheid smeergeld hebben betaald aan de oud-minister van Gezondheid De Lorenzo.

* Letta zou smeergeld hebben betaald aan Antonio Cariglia, leider van een voormalig regeringspartijtje, dat inmiddels in de corruptiezee is verdronken.

* Voor de transfer in 1992 van stervoetballer Lentini van Torino naar AC Milan zou Galliani om en nabij de tien miljoen gulden zwart hebben betaald. Berlusconi zou drie maanden lang ook eigenaar van Torino zijn geweest.

* Marcello Dell'Utri, directeur van de reclamedivisie, zou valse facturen hebben uitgeschreven voor de vorming van een geheim fonds voor illegale betalingen. Dell'Utri zou ook zaken hebben gedaan met de mafia in Catania.

* Smeergeldbetalingen door de Fininvest-warenhuisketen Euromercato, samen met zijn Franse partner Flamant, voor bouwvergunningen voor een reusachtig winkelcentrum in Grugliasco bij Turijn.

* Tegen Paolo Berlusconi, leider van de bouwdivisie, begint dit najaar een proces wegens smeergeldbetaling voor de bouw van een vuilverwerking bij Milaan. Paolo heeft corruptie erkend bij de verkoop van Fininvest-panden aan het pensioenfonds van een spaarbank en bij de illegale uitgifte van bouwvergunningen.

* Onderzoek naar de eigendomsstructuur van de betaal-tv Telepiù. Volgens de wet mag Berlusconi een belang hebben van hooguit 10 procent. Hij wordt ervan verdacht via stromannen Telepiù te controleren.

* Onderzoek naar de schending van de antitrust-wetgeving vanwege de monopoliepositie van Berlusconi en een partner als eigenaars van de meeste bioscopen van Rome.

* Een internationale affaire: de Amerikaanse justitie verdenkt Berlusconi van strafbare feiten als medefinancier van het frauderende duo Parretti-Fiorini bij hun mislukte overval op de Amerikaanse filmkolos MGM.

* Salvatore Sciascia, chef belastingzaken van Fininvest, erkent na arrestatie de betaling van smeergeld aan inspecteurs van de financiële politie - die de een na de ander worden gearresteerd - om hen een oogje te laten dichtknijpen bij fiscale controles van de Fininvest-bedrijven Mondadori, Mediolanum en Videotime. Hij wijst Paolo Berlusconi aan als de man die hem daartoe had gemachtigd.

Paolo, inmiddels onder huisarrest, erkent het bestaan van een geheim fonds voor smeergeldbetalingen, gevormd uit de illegale meeropbrengst van verkochte panden. Maar hij verzekert dat het gaat om afpersing door de fiscale agenten. De leiding van de financiële politie onthult intimidatiepogingen door de verdachten. Een agent zegt dat een Fininvest-advocaat hem had bezworen te zwijgen over de steekpenningen. De regering probeert onderzoeksrechter Andrea Padalino weg te werken door hem langdurig op vakantie te sturen.

Hoe lang zal Silvio Berlusconi, de man die zelfs besliste over de kleur van de stropdas van zijn nieuwslezers, kunnen volhouden dat hij met al die affaires niets te maken had?

De familie Berlusconi controleert Fininvest via 23 holdings. President is Fedele Confalonieri, directeur-generaal Franco Tat. De groep bestaat uit 168 bedrijven en heeft belangen in ruim honderd andere. In de sectoren tv, film, reclame, uitgeverij en diensten is Fininvest ook actief in Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten.Fininvest bestaat uit de volgende hoofddivisies: Televisie en film: de commercile kanalen Canale 5, Rete 4 en Italia 1, een grote groep lokale tv-stations, Videotime, filmproductie- en distributie, bioscopen, het Manzoni-theater in Milaan. Directeur: Carlo Bernasconi. Reclame: Publitalia. Directeur: Marcello Dell'Utri. Uitgeverijen: Mondadori (gekocht in 1991, na een machtsstrijd met De Benedetti), Einaudi, Sperling & Kupfer. Directeur: Giovanni Cobolli Gigli. Detailhandel: de warenhuizen Standa (gekocht in 1988) en Euromercato. Directeur: Berlusconi's neef Giancarlo Foscale. Verzekeringen en financieringsmaatschappijen: Mediolanum, Programma Italia, Ambrosiana Vita, Beheer Fondsen Fininvest. Directeur: Ennio Doris. Onroerend goed: zes bouwbedrijven. Directeur: Paolo Berlusconi. Sport en service: voetbalclub AC Milan, hockey-, volley- en rugbyclubs; reisbureaus. Directeur: Adriano Galliani.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden