Het schoonmakersparlement geeft de Nederlandse schoonmaker inspraak

Documentairemaker Leon Verdonschot volgde enkele afgevaardigden

Schoonmakers in Nederland hebben zich sinds hun grote staking in 2010 verenigd in een eigen parlement. Inclusief vergaderingen, verkiezingen en een president. Documentairemaker Leon Verdonschot volgde enkele afgevaardigden. Hoe je voor een fatsoenlijke cao niet alleen je mond open moet trekken, maar ook de cijfers leren begrijpen.

Drie van de zeventig leden van het schoonmakersparlement: Tim, Nadine en Khadija. Beeld Jiri Buller

1. Amsterdam, oktober 2016

Langzaam, soms wat onwennig en niet zelden rijkelijk laat lopen tientallen schoonmakers een voor een binnen door de enorme draaideur van de Burcht in Amsterdam. Elk woord dat in de bakstenen ontvangsthal wordt uitgesproken, galmt. Hoe toepasselijk. De Burcht, eind 19de eeuw ontworpen door Berlage, is niet alleen het oudste vakbondsgebouw van Nederland, het was ook een paar jaar het huis van het Nationaal Vakbondsmuseum. Ze zullen het dus weten op deze vrijdagochtend, de nieuwe leden van het schoonmakersparlement: ze maken deel uit van een lange traditie van arbeidersstrijd. Dit parlement, vandaag voor het eerst bijeen in de nieuwe samenstelling, bestaat niet bij de gratie van het hier en nu, maar bij die van vele voorgangers.

Het personeel van de Burcht schenkt koffie en ruimt na afloop de kopjes ook weer op – voor een dag zijn schoonmakers niet in functie als schoonmaker, maar als verkozen parlementariër.

Er zijn iets meer vrouwen dan mannen, en de etnische diversiteit is enorm. Schoonmaakwerk is slechts in minderheid wit werk.

In de grote zaal van De Burcht nemen de bijna zeventig aanwezige leden van het parlement plaats op stoeltjes in een grote kring. Khadija Tahiri (47), opnieuw gekozen tot president van de schoonmakers, zit tussen haar collega’s in. Ze draagt een grijze hoofddoek en een grijze trui.

Na de grote schoonmakersstaking van 2010, met negen weken de langste in Nederland sinds 1933, richtte de FNV dit parlement op met als doel schoonmakers permanent te betrekken bij hun eigen arbeidsomstandigheden. Er zijn betaalde krachten van de FNV aanwezig vandaag; ze zijn  nog steeds onmisbaar in de organisatie van dit parlement, maar nemen in meerderheid plaats aan de zijkant van de zaal. Veel heeft hier symbolische betekenis, dit ook: de schoonmakers moeten het vooral zelf doen, ook vandaag. Wie gekozen wordt op een van de regionale bijeenkomsten zit voor de duur van een cao in het parlement. Het parlement kiest zelf een regering (een soort dagelijks bestuur) en een president, die ook aan tafel zit bij de cao-onderhandelingen.

Saïd Afalah, wel van de FNV, neemt plaats in het midden van de kring, zegt tegen de schoonmakers om zich heen dat ze moeten gaan staan en laat hen zichzelf voorstellen. Ze moeten niet alleen zeggen hoe ze heten, maar ook wie ze zijn.

Ahmed, een Marokkaanse schoonmaker, zegt zijn naam en voegt eraan toe: ‘Ik ben een trotse schoonmaker.

Solomon uit Ghana, die naast hem staat, zegt: Ik ben Solomon, parlementariër.

Ahmed slaat Solomon lachend op zijn schouder.

Saïd spreekt de groep toe. We hebben een belangrijke uitdaging met elkaar aan te gaan. Dat we zonder te staken een goede cao voor elkaar kunnen krijgen.

De parlementsleden knikken instemmend. De stakingsbereidheid onder de aanwezigen is groot, als het moet. Maar de aanwezigen weten wat de dagelijkse praktijk is op de plekken waar ze werken: niet zelden horen ze tot de weinigen die lid zijn van een vakbond. Tot de weinigen ook die bereid zijn acties te voeren, laat staan te organiseren.

Er zijn, sterk afhankelijk van de manier van tellen, rond de 150 duizend schoonmakers in dienst in Nederland. Een deel werkt via uitzendbureaus, een veel groter deel heeft een vast contract maar werkt parttime. In de praktijk is daarmee het aantal schoonmakers met meerdere banen groot. De taalbarrières en cultuurverschillen zijn enorm. Hoeveel traditie dit gebouw ook uitstraalt, hoe groot de impact van de schoonmakersstaking in 2010 ook was: het blijft een moeilijk te organiseren groep. Dat de 75 leden van het schoonmakersparlement zo toegewijd zijn om twee jaar lang minstens vier keer per jaar – maar meestal vaker – te vergaderen, de uitkomsten van die vergaderingen terug te koppelen naar hun niet altijd overmatig geïnteresseerde collega’s en in de voorhoede te staan bij de organisatie van acties, is al een prestatie op zich, houdt Saïd ze voor. Hij zegt: Jullie zijn het hart van de schoonmaak. Zonder jullie is er geen betere toekomst voor de schoonmakers in Nederland.

De schoonmakers luisteren aandachtig naar zijn speech, bijna plechtig. Daarna moeten ze in steekwoorden aangeven wat de belangrijkste inzet bij de cao-onderhandelingen moet worden. ‘Respect’, is de meest aangedragen term, vaak vergezeld van persoonlijke ervaringen met werkgevers die bij ziekte maar blijven bellen, of van het kerstcadeau voor het hele bedrijf, behalve de schoonmaker. Die formeel immers geen collega is, want weliswaar bíj het bedrijf werkt, maar vóór het schoonmaakbedrijf. Khadija noteert de steekwoorden op een groot wit vel papier. Haar autoriteit lijkt onomstreden: als Khadija het woord voert, is het stil, terwijl dit een tamelijk levendig gezelschap is. Ze weet inmiddels simpelweg beter hoe cao’s, loongebouwen en salaristabellen in elkaar zitten dan de meeste anderen, en ze is verbaal sterker, met stevig wat vakbondsjargon door haar zinnen geweven. 

Het gros van de aanwezigen lúístert vooral naar Khadija en de FNV’ers die uitleggen hoe de cao-onderhandelingen zullen verlopen, en zegt niet zoveel. Sommige ogenschijnlijke discussies zijn niet echt discussies, maar vooral wederzijdse misinterpretaties: dat er in het parlement gepraat moet worden in Nederlands valt niet voor iedereen altijd mee. Vooral niet wanneer het technisch wordt, met veel cijfers, ook achter de komma. En dat wordt het vaak. Maar dan doorbreekt wel weer iemand de vermoeiende cijferbrij met een krachtig statement: Mensen zijn hypocriet, hè. In je gezicht zeggen ze dat ze het met je eens zijn. Maar als er dan gestaakt moet worden, durven ze niet en kruipen ze hun baas in de reet.

Daarna is het tijd voor muziek. Een FNVer met een akoestische gitaar, een lange grijze baard en de naam Herrie, heeft een tekst in de stijl van Billy Bragg en Pete Seeger geschreven over de strijd van de schoonmakers. Hij gaat in het midden op een kistje staan en ze zingen allemaal mee: ‘Samen sterk met Khadija/ Gaan we er stevig tegenaan/ Laat je horen/ Schoon genoeg/ Wij gaan door.’

2. Rotterdam, november 2016

Enkele honderden schoonmakers hebben zich verzameld voor het stadhuis in Rotterdam. Ze willen burgemeester Aboutaleb een petitie aanbieden. De manifestatie is het startschot voor de onderhandelingen voor de nieuwe cao, die na enkele aftastende bewegingen nu echt beginnen.

Al betaalt het schoonmaakwerk boven het minimumloon, waarmee het in ieder geval financieel aantrekkelijker is dan veel ander laaggeschoold werk, geld blijft een belangrijke inzet bij de acties.

Voor een van de aanwezigen vandaag, Nadine Douared (31), was precies dat de reden om schoonwerk te gaan doen. In haar kleine huisje in Rhoon, bij Rotterdam, vertelt ze voorafgaand aan de manifestatie over haar werk, in Leiden en op de Maasvlakte in Rotterdam. Toen ik klaar was met studeren en in mijn eentje mijn kind moest opvoeden, zocht ik een baan met een zo hoog mogelijk salaris, want ik had rekeningen te betalen. Ik had gestudeerd voor sociaalpedagogisch werk, maar in de kinderopvang verdiende ik minder. Ik dacht dat ik dit een jaar of twee zou blijven doen om mijn studielasten af te betalen, maar het is dus veel langer geworden. Andere jobs betaalden toch steeds minder goed.

Nadine onderbreekt haar verhaal even, omdat haar zoon Eshendric (12) thuiskomt. Ze heeft inmiddels ook een dochtertje, Naromie van 3. Het is nogal een dagelijks geregel, met school, opvang en haar werk voor weliswaar één bedrijf, maar op twee locaties, in twee steden. Ik sta meestal om half zes op. En elke dag is voorbij voor ik het weet. Als ik thuis kom ga ik koken, een beetje tv-kijken met de kinderen of huiswerk met ze maken, en vooral in de winter vroeg slapen, rond acht uur. Ik ben eigenlijk altijd moe als ik uit mijn werk kom. Ik kijk vooral uit naar het weekend, dan probeer ik iets leuks met ze te doen. Dat ze weten: mama werkt hard, maar het is wel voor jullie.’

Als Nadine iets leuks voor zichzelf doet, is dat meestal een bijbelstudie of andere activiteit van haar kerk. Lachend: Naar de club ben ik al te vaak geweest in mijn leven.

Ze is geboren op Sint Maarten. Daar wordt schoonmaken beschouwd als werk op het laagste niveau. Iets dat je doet als het met je school niet is gelukt. Dat is Nederland wel anders, al is het nog steeds ondankbaar. Als je dit werk doet om een bedankje te krijgen, zit je verkeerd. En wat me wel verbaasde toen ik hier begon als schoonmaker, is hoe weinig schoonmakers hun mond durven open te trekken. Ik dacht vaak: je doet dit al twintig jaar, waarom zeg je niet iets terug tegen je werkgever? Nou ja, misschien omdát sommige van mijn collega’s, vaak buitenlanders, dit dus al twintig jaar doen. Ze zijn het zo lang op deze manier gewend. En ze denken nog steeds dat ze meteen worden ontslagen als ze voor zichzelf opkomen. Maar ik accepteer onrecht niet zo gemakkelijk. Een collega die ziek is en zich dus ziek meldt, en dan twee keer op een dag wordt gebeld of ze toch niet even twee uurtjes kan komen: ik vind dat dat niet klopt. En dat zeg ik dan ook. En dan vindt mijn werkgever mij dus lastig.

Schoonmakerspresident Khadija spreekt vanaf de trappen voor het stadhuis de schoonmakers toe. Welkom in Rotterdam, de stad van de leuze ‘Sterk door strijd’. Als iemand weet wat dat betekent, zijn wij het wel, de schoonmakers.’

Lid van het schoonmakersparlement: Nadine Douared. ‘Ik dacht vaak: je doet dit al twintig jaar, waarom zeg je niet iets terug tegen je werkgever?’ Beeld Jiri Buller

Ze geeft de microfoon door aan de kleine, ferme schoonmaakster Jos, die spreekt in kordate zinnen en van zichzelf al voldoende volume heeft om de megafoon over te kunnen slaan. Ze vergeet die dan ook voor haar mond te houden. Burgemeester Aboutaleb helpt haar een handje met de microfoon, zijn beveiliger houdt de megafoon vast. Burgemeester Aboutaleb, ik ben Rotterdamse, dus u bent ook mijn burgervader. Wilt u de burgervader van álle schoonmakers zijn?

Aboutaleb ontwijkt behendig een stellingname in de cao-onderhandelingen, maar steekt de aanwezigen een hart onder de riem: Het is belangrijk dat jullie vragen om waardering. Niet alleen in geld, maar ook in aandacht. Hij krijgt na zijn korte toespraak een gele handschoen, het symbool van de schoonmaakacties, aangeboden door Khadija, en trekt die onder luid applaus aan.

3. Utrecht, begin februari 2017

De cao-onderhandeling zijn bezig, al een behoorlijke tijd inmiddels. Vanuit een tamelijk uitgewoond ogend voormalig AC-restaurant langs de snelweg in Utrecht, tegenwoordig populair voor Marokkaanse bruiloften, vertrekken twee bussen met parlementsleden naar een hotel aan de overkant van de snelweg, waar de schoonmaakwerkgevers, vertegenwoordigers van de vakbonden, en Khadija namens het schoonmakersparlement proberen eruit te komen.

Inmiddels is ze al een paar jaar president, maar de eerste keer vond ze het ingewikkeld, zegt ze. Ik was echt wel zenuwachtig. Ik was de enige vrouw, en dan ook nog een Marokkaanse vrouw met een hoofddoekje tussen de bobo’s. Dat vond ik spannend. Het ging alleen over cijfers, ik had het gevoel dat het urenlang helemaal niet over mij ging. Maar heb daarmee leren omgaan en die cijfers leren begrijpen.

De parlementsleden nemen met protestborden de hotellobby in bezit en dwingen zo de onderhandelaars hun tafel en kamer te verlaten en nog even naar de schoonmakers zelf te luisteren. De contrasten zijn zo groot dat het bijna clichés worden. De werkgevers zijn vooral mannen, ze zijn allemaal wit, ze dragen pakken of in ieder geval overhemden en colberts, en ze hebben duidelijk het voornemen zichzelf zo rustig en rationeel mogelijk op te stellen, al blijven ze ondanks jaren media-ervaring merendeels op de wenteltrap staan, waardoor ze letterlijk neerkijken op de schoonmakers. Die in minderheid mannelijk en nauwelijks wit zijn, maar een bonte mix vormen met hoofddoekjes en tulbanden, en die zich allerminst hebben voorgenomen vandaag zo rustig mogelijk te blijven. Ze willen zichzelf laten horen, en luid ook.

Een van de schoonmakers stelt zichzelf voor als ‘Meneer Mohammed’ en noemt de werkgever tot wie hij zich richt ‘Meneer John’. Hij zegt dat hij al 23 jaar voor schoonmaakbedrijf Gom werkt. Het geld dat schoonmakers verdienen is niet het geld dat ze ontvangen, zegt hij. En dat moet afgelopen zijn, en wel vanzelf. Zonder acties. Al die demonstraties en acties vat ‘meneer Mohammed’ nu, oog in oog met de werkgevers, als volgt samen: Anders moeten we weer gaan staken en als gekken lopen schreeuwen op straat.

Bondiger had ‘meneer Mohammed’ het niet kunnen samenvatten: schoonmakers zijn geen beroepsdemonstranten. ‘Meneer John’ knikt begripvol en geeft hem een hand.

Khadija staat zichtbaar vermoeid aan de zijkant te luisteren. Het zijn oneindig lange sessies, die voor een nieuwe cao.

Khadija werkt zelf als schoonmaker in het ziekenhuis. Mijn kinderen, ik heb er vijf, gingen allemaal naar school, mijn man werkte in ploegendienst bij een drukkerij, en ik zocht een manier om ook bij te dragen. Het werk zelf vond ik niet zo zwaar. En het klinkt misschien simpel, maar ik vind het echt fijn om een ruimte schoner achter te laten. Ik vond het wel zwaar om te merken dat mensen opeens anders naar me keken. Hoe? Als ik heel eerlijk ben: die andere mensen keken net zo naar dit werk als ik er vroeger zélf naar keek. Terwijl het ook gewoon een vak is, dat je ook met plezier kunt doen. Toen ik ook ’s avonds ging werken, was het contact met andere mensen opeens weg. Dan ben je echt helemaal alleen in een kantoor of polikliniek. En dan ben je opeens echt een van ‘de kaboutertjes’ waar mensen het altijd over hebben.

Haar vader, eind jaren vijftig jaar Nederland gekomen als gastarbeider en nooit meer vertrokken, leerde haar: als je werkt, moet je voor jezelf opkomen en jezelf organiseren. Dus was hij lid van de bond en is zijn dochter, die op haar 6de aankwam op Schiphol, dat ook. Ze is na al die jaren vol vergaderingen van het parlement, cao-onderhandelingen en acties een belangrijk gevoel kwijtgeraakt: Dat er voor mij tien anderen zijn en dat ik máár de schoonmaker ben. Ik ben niet máár de schoonmaker. Ik ben een schakel in dit bedrijf, een schakel die jij ook nodig hebt.’

Tim Edwards. ‘Sommige collega’s willen er niks voor doen. Maar ze zijn wél blij als ze het krijgen.’ Beeld Jiri Buller

Een maand later, op 8 maart, staat Khadija opnieuw achter een spandoek, nu op de Dam, ter ere van Internationale Vrouwendag. Ze is ook een van de sprekers en neemt er het woord als vrouw, als moslima en als schoonmaker.

Ze zegt na die demonstratie: Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat het gevoel dat ik iets kan bereiken me heeft veranderd. Ik ben uit mijn schulp gekropen en het een heeft het ander aangetrokken. Het gevoel dat ik iets bijdraag, ook aan de wereld van anderen, vrouwen in dit geval, doet me goed.

4. Utrecht, eind februari 2017

Er is een akkoord. Een tweejarige cao, met belangrijke verbeteringen op het gebied van loon en ziekteverzuim. Over de reiskosten, een even heikel als ingewikkeld punt in deze sector met al dat verschillende werk op verschillende en wisselende locaties, werden de werkgevers en vakbonden het niet eens, dus daar werd de oer-Nederlandse route bewandeld: verder onderzoek en doorschuiven.

Het schoonmakersparlement ging akkoord, en minder morrend dan Khadija, haar vicepresident Tim Edwards en de overige leden van de ‘regering’ hadden gevreesd. De discussies eerder deze week, opnieuw in de Burcht, waren soms fel, waarbij de kritiek op het akkoord viel samen te vatten in twee woorden: niet genoeg. Khadija moest een paar keer haar stem verheffen, deze keer tegen collega-parlementariër die haar voorhield dat hij er meer van had verwacht, vooral financieel. Rustig, maar, zei hij, toen Khadija hard door hem heen praatte. Jawel, maar niet voor jou, antwoordde Khadija. Daar moest iedereen dan weer hard om lachen, ook haar opponent. In het schoonmakersparlement wordt het nooit grimmig. Dat lijkt iedereen liever te bewaren voor acties. Toen het op stemmen aankwam, stemde toch vrijwel iedereen voor.

Ik vind een het goed akkoord, want we hebben er hard voor gestreden en meer zat er niet in, vat de Rotterdamse Jos het vandaag in Utrecht, op een landelijke bijeenkomst voor alle schoonmakers, nog even samen.

Vicepresident Tim Edwards spreekt het afgeladen vergadercentrum vlak bij Hoog Catharijne ook toe. We zijn de straat op gegaan, maar hebben niet hoeven staken. En we hebben goede afspraken gemaakt voor nu en de toekomst. Edwards neemt meteen een voorschot op de volgende ronde: Maar de cao voor 2019 moet nog veel beter worden.’

Edwards (63) spreekt een even uniek als onweerstaanbaar Nederlands: met een even Brits als Limburgs accent. 36 jaar geleden kwam hij als voormalig Brits beroepsmilitair naar Nederland, het land van de vrouw waar hij verliefd op was geworden. Hij kon geen werk vinden, maar wilde wel werken. Dus toen ben ik tijdelijk schoonmaker geworden.

En dat is hij nog steeds, zegt hij lachend, alsof hij zich er zelf ook nog over verbaast. Tim maakt sindsdien treinen schoon. Nederlands leren, dat wilde hij ook. Mijn Maastrichts was vrij goed, maar mijn Nederlands niet zo. Bij het arbeidsbureau vroegen ze waarom hij schoonmaker wilde worden. Omdat ik wil werken, en omdat ik mijn Nederlands wil verbeteren, zei Tim. Ze zeiden dat ik in dit werk beter mijn Arabisch kon oppeppen. Veel vragen hadden ze niet voor hem. ‘Ben je gezond? Mooi. Hier is een emmer en een spons, en daar is de trein.’

Hij werkte vooral met de generatie van Khadija’s vader: de eerste generatie Marokkanen in Nederland. Net als Tim dachten zij dat dit tijdelijk werk was, in een tijdelijk land.

Khadija Tahiri, herkozen voor een vierde termijn als president van het schoonmakersparlement. Beeld Jiri Buller

Inmiddels heeft Tim alles gezien. In de trein: van ondergekotste nachttreinen tot de carnavalstreinen vol confetti. Op het spoor: van de opdeling van het treinvervoer over verschillende aanbieders (de grootste fout ooit) tot de moderne, bewust zichtbare schoonmakers in de treinen en de opkomst en invloed van de klanttevredenheidsonderzoeken. En in de acties: van de legendarische staking van 2010 tot zijn collega’s die na al die jaren niet vooruit te branden zijn om actie te voeren of zichzelf te organiseren. Die hem nog steeds vragen waarom ze zouden moeten staken voor een paar cent. Als Tim over die collega’s praat, klinkt de vakbondsveteraan meteen door. En de irritatie. Ze willen er niks voor doen. Maar ze zijn wél blij als ze het krijgen.’

Hij is blij dat het deze keer niet tot een staking hoefde komen. Mensen die nog niet zo lang actief zijn, willen vaker staken. Ik weet inmiddels dat staken vooral neerkomt op improviseren en dat je dan nog steeds niet alles binnenhaalt wat je wilt. Ik vind dat we nu echt hebben laten zien hoe sterk we zijn: we kunnen het ook af aan de onderhandelingstafel.

5. Amsterdam, oktober 2017

De leden van het nieuwe schoonmakersparlement lopen De Burcht in. Afgelopen weken zijn er voorverkiezingen geweest in het hele land. Op de ouderwetse manier: kandidaten die zichzelf moesten presenteren, en daarna een stembiljet en een stembus. In sommige plaatsen was het heel druk, in andere bepaald niet. Tim is tot zijn grote verdriet niet herkozen in het parlement. Hij is er vandaag wel bij en wordt uitgebreid geëerd voor zijn werk van de afgelopen jaren. De hevige emoties die deze dag bij hem oproepen zijn voor iedereen van Tims gezicht te lezen. Parlementariër-af, vol tegenzin.

Nadine is wel herkozen, tijdens een druk bezochte stemming in de Pauluskerk in Rotterdam.

Vandaag leggen de nieuw gekozen parlementariërs een plechtige eed af waarin ze beloven zich in te zetten voor de schoonmakers. Khadija mag zich opnieuw, voor de vierde termijn, de president van de schoonmakers noemen.

De nieuwe cao is net ingegaan, maar de volgende, per 1-1-2019, ligt alweer aan de horizon. Herrie, de man met de baard en de gitaar, zet daarom maar weer zijn lied in. De tekst heeft hij niet hoeven veranderen. Door de Burcht klinkt voor de zoveelste keer: Samen met Khadija / Gaan we er stevig tegenaan. En vervolgens: Wij gaan door.

BNNVara zendt de documentaire Het Schoonmakersparlement van Leon Verdonschot uit op maandag 16 april om 20.55 uur op NPO2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.