'Het schilderij is klein, maar de uitstraling enorm'

Met de aanschaf van Liotards 'Hollands meisje' geeft de nieuwe baas van het Rijksmuseum zijn visitekaartje af. Wat maakt dit werk zo belangrijk voor de nationale collectie? En, niet onbelangrijk: waar hangt Taco Dibbits het op?

Hollands meisje aan het ontbijt, olieverf op doek van Jean-Étienne Liotard (1702-1789). Het Rijksmuseum kocht dit pareltje voor 5,2 miljoen euro. Een record voor de kunstenaar.

'Het Melkmeisje van de 18de eeuw'. Met niet minder dan Vermeers 17de-eeuwse toonbeeld van simpel en harmonieus leven vergelijkt Taco Dibbits Hollands meisje aan het ontbijt, zijn eerste majeure aankoop als hoofddirecteur van het Rijksmuseum. 'In de veertien jaar dat ik hier in diverse functies zit, heb ik niet eerder zo'n goed 18de-eeuws schilderij voor het Rijksmuseum zien langskomen als deze Liotard.' Conservator Reinier Baarsen, specialist kunst en kunstnijverheid van die periode, doet er nog een schepje bovenop: 'Ik ken geen ontroerender verbeelding van de Hollandse 18de eeuw. De schilderkunst in Nederland van die eeuw kent geen werkelijk beroemde meesterwerken, maar dit zou het uithangbord van de 18de-eeuwse schilderkunst voor het Rijksmuseum kunnen worden.'

Het onmiskenbaar 18de-eeuwse werk ademt 17de eeuw: een even eenvoudig als onberispelijk geklede jonge vrouw zit aan een tafeltje en schenkt zichzelf koffie in - hét genotmiddel in die tijd voor steeds bredere lagen van de bevolking. Net als de kleding van de jonge dame is het interieur simpel en smetteloos: een kast, een rieten mat en een stoof om iemand warm te houden in de nabijheid.

Het alledaagse tafereeltje straalt rust, ingetogenheid en properheid uit, het propageert als het ware een bescheiden, matige manier van leven. Het geschilderde 17de-eeuwse protestantse kerkinterieur hangt niet voor niks aan de muur achter het meisje. Jean-Étienne Liotard (1702-1789) was telg uit een Franse familie van protestantse vluchtelingen in Genève. In 1756 trouwde hij in de Waalse Kerk in Amsterdam met de achttien jaar jongere Marie Fargues, evenals haar echtgenoot een hugenoot.

Verzot op Hollandse fijnschilders

Liotard was verzot op Hollandse fijnschilders als Gerard Dou, Gabriël Metsu en Johannes Vermeer. Tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1755 ging hij werken verzamelen. Het kerkinterieur in Hollands meisje was wellicht in zijn bezit. Hij had de fijnschilders zo hoog zitten dat hij hun manier van schilderen in zijn traktaat over de schilderkunst, gepubliceerd in 1781, verhief tot zijn alfa en omega. Hij prees de 'très beau fini' (de onberispelijke afwerking waarbij de penseelstreek niet is te zien) van de fijnschilders. Zij boden ons wat Liotard betreft een 'onveranderlijke spiegel van het mooiste wat de wereld heeft te bieden'.

Die ideeën zijn in Hollands meisje aan het ontbijt al aanwezig. Behalve de ethische boodschap voor een ingetogen levenshouding herbergt het ook een manifest voor een ingetogen schilderstijl. Ongetwijfeld niet zonder reden is het een van de weinige olieverven die hij maakte, Liotard excelleerde in pastel, een techniek met gekleurd krijt, maar liet in dit schilderij zien dat hij zich met de beste Hollandse fijnschilders kon meten. Zijn penseelvoering is nauwelijks tot niet te zien, zijn oog voor detail is verbluffend. Zo zijn de kreuken in de jurk en het schort tastbaar, de randen van de tafel afgesleten, de weerspiegeling van de objecten in het gelakte tafelblad is geraffineerd weergegeven, de huid van het meisje als eierschaalporselein. Al met al zijn de rust en stilte die het tafereel uitstraalt weldadig. Hollands meisje vangt je blik om die vervolgens lang vast te houden. 'Het formaat van het schilderij is klein, maar de uitstraling enorm', aldus Taco Dibbits. 'Hollands meisje heeft wall power.'

Taco Dibbits, sinds juli hoofddirecteur van het Rijksmuseum in Amsterdam. Beeld Ben Roberts

Liotard was niet de enige kunstenaar in de 18de eeuw die voor inspiratie keek naar de stichtelijke Hollandse tafereeltjes uit de eeuw ervoor. Zijn beroemde Franse tijdgenoten Jean-Baptiste Greuze en Jean-Baptiste Siméon Chardin overtroffen hem in de propaganda van het 'simpele, natuurlijke' leven. Het idee sloot aan bij het verlichte filosofische geluid dat die eeuw steeds luider klonk, mede afkomstig van Jean-Jacques Rousseau, net als Liotard afkomstig uit Genève, die pleitte voor een 'retour à la nature'.

Wat allemaal niet wil zeggen dat Liotard een revolutionair was. Ongetwijfeld op de hoogte van deze nieuwlichterij, schreeuwde hij die niet van de daken, maar verwerkte deze op een subtiel visuele manier. Hij had immers rekening te houden met zijn klantenkring, de adel en het patriciaat van Europa, een groep die in het algemeen vasthield aan haar privileges - al sympathiseerden sommigen van hen met het perspectief op een andere en betere inrichting van de samenleving.

Edellieden

Een van die edellieden, William Ponsonby, de tweede graaf van Bessborough (1704-1793), kocht in 1774 bij Christie's in Londen Hollands meisje aan het ontbijt. Het schilderij bleef tot 1993 in bezit van de familie, om in dat jaar te worden overgedragen aan de Stansted Park Foundation, de stichting die het landgoed en het landhuis van de Bessboroughs beheert. Die stichting bracht het in juli 2016 naar de veiling.

Liotard en Ponsonby waren elkaar in 1737 tegen het lijf gelopen in een koffiehuis in Rome. Gezamenlijk reisden ze via Malta, Syracuse en wat Griekse eilanden naar Constantinopel. Het was de tijd van de zogenoemde Grand Tour, waarbij vooral welgestelde (Engelse) jongemannen Europa verkenden en hun ontluikende seksualiteit. Na hun reis hielden ze contact. Liotard logeerde bij Ponsonby tijdens zijn reizen naar Engeland en Ponsonby werd de grootste verzamelaar van diens werk. Op een gegeven moment bezat hij 72 werken van Liotard.

Liotard bleef vier jaar in Istanboel, daarna leidde hij een nomadisch en excentriek bestaan. Net als Casanova en Mozart verkeerde hij in de hoogste kringen en maakte vooral portretten van de adel en het patriciaat in Wenen, Parijs, Londen, Den Haag, Amsterdam, Frankfurt en waar niet al. Verkleed als 'Turk' en met een baard tot aan zijn middel, een maskerade die hij ongegeneerd inzette om zichzelf en zijn kunst te promoten.

Pas na zijn huwelijk met Marie Fargues schoor hij zijn baard af; het zou een voorwaarde van zijn echtgenote zijn geweest. Een zelfportret uit die tijd waarop hij aanstekelijk lacht is het bewijs van die rigoureuze daad. In tegenstelling tot de morele boodschap van Hollands meisje was Liotard zelf allesbehalve ingetogen.

Liotards verkleedpartij viel in de smaak bij de bovenlaag van de samenleving, in die tijd nieuwsgierig naar alles wat vreemd was. Ook de pasteltechniek waarin hij excelleerde, werd hogelijk gewaardeerd. De tekentechniek met gekleurd krijt vierde toen hoogtij en stelde kunstenaars in staat spontaan een levendig portret te schetsen. De geportretteerde mooier maken dan hij of zij was, zoals te doen gebruikelijk, deed Liotard niet. Hij hield zich aan zijn eigen waarnemingen, nog een teken van verlichte tijden waarin het idee ontstond dat kennis voortkomt uit zintuigelijke waarnemingen. Ook in het met olieverf geschilderde Hollands meisje aan het ontbijt legde Liotard de nadruk op levensechtheid en waarachtigheid.

Zelfportret Jean-Étienne Liotard. Beeld Wikipedia

'Schilder van de waarheid'

Geen wonder dat hij 'schilder van de waarheid' werd genoemd. De Engelse schrijver Horace Walpole merkte vilein op dat 'waarheidsgetrouwheid overheerst in al zijn werken, sierlijkheid in slechts een enkel'. Wat niet wegneemt dat Liotard zich staande hield in het contemporaine portretgeweld - denk aan Gainsborough in Engeland en Rigaud in Frankrijk, die met veel bombarie hun portretten oppimpten.

Tel al die historische factoren bij elkaar op en Liotard is bij uitstek een oude meester voor mensen van nu. Twee eeuwen voor Andy Warhol, Gilbert & George en Jeff Koons wist hij al hoe belangrijk een van de norm afwijkend imago en dito techniek voor een kunstenaar kunnen zijn.

Met Liotard en zijn aangekochte schilderij is niets mis. De conditie is puik, de herkomst kan niet beter, de manier waarop het is geschilderd is een beginselverklaring en het onderwerp sluit aan bij de (nationalistische) collectie van het Rijksmuseum. Sterker nog: het bundelt de genreschilderkunst van alledaagse, even huiselijke als stichtelijke scènes in de 17de- en 18de eeuw, waarin de Hollandse School uitblonk.

Hoe gaat het Rijksmuseum het schilderij presenteren? Hoe gaat het deze aankoop uit de doeken doen? Als Hollands meisje aan het ontbijt wordt gecombineerd met de andere Liotards, die het Rijks op een wand in het museum heeft hangen, zal het waarschijnlijk alleen specialisten opvallen. Het specifieke karakter van dit schilderij, de bijzondere plaats die Liotard innam in de 18de-eeuwse kunst en zijn excentrieke karakter komen in dat geval niet tot hun recht.

Kijk in dit verband naar de ongelukkige presentatie van andere recente aankopen. De 17de-eeuwse Japanse lakkist bijvoorbeeld, door het Rijksmuseum in 2013 aangekocht voor 7,3 miljoen euro. Slechts twaalf van zulke bijzondere exemplaren verscheepte de VOC naar Europa. Na 1641 verbood Japan de export van dit uitzonderlijke lakwerk. Nu staat de lakkist in een vitrine midden in de zaal met het thema 'Nederland overzee' en wordt gepresenteerd als alle andere objecten, met hetzelfde bescheiden tekstbordje. De bezoeker, die bovendien niet meteen de voorkant van de kist, maar eerst de minder fraai gedecoreerde zijkant ziet, kan zo de indruk krijgen dat die kist niets bijzonders is. Het belang van de kist komt visueel en tekstueel niet uit de verf.

Helemaal opnieuw inrichten

Dit probleem is niet zo eenvoudig op te lossen. De vormgeving die de Franse ontwerper Jean-Michel Wilmotte voor het nieuwe Rijksmuseum heeft ontworpen is krachtig en prachtig, maar soms ook een grote gelijkmaker. Zou het helpen af en toe buiten de orde van Wilmotte te treden?

'Het punt is dat die lakkist tussen de andere objecten in die zaal is geschoven', legt Dibbits uit. 'Dat blijkt inderdaad niet te werken. Met zo'n kapitaal stuk zou je de zaal helemaal opnieuw moeten inrichten.' Dat gebeurt nu met de Bacchant van Adriaen de Vries, in 2014 aangekocht voor ruim 20 miljoen euro. Die vrolijk dansende bacchant, een bronzen beeldje uit 1626 van iets meer dan een meter hoog, werd aanvankelijk midden in de eregalerij gepresenteerd. Daar verzoop het in de enorme ruimte. In de veel kleinere hoekzaal waar het beeld hoog op een sokkel staat, valt het wel meteen op.

Over de presentatie van Hollands meisje wordt nog gediscussieerd. 'Het zou leuk zijn Hollands meisje naast het Melkmeisje te hangen', werpt Dibbits op. Liotard als 18de-eeuwse Vermeer. 'Dat kun je een keer doen', reageert Baarsen.

Maar je zou het schilderij van Liotard ook kunnen presenteren als echo van genrestukken van bijvoorbeeld Gerard Dou of Gabriël Metsu. Precies waar de schilder zelf aan refereert. Op die manier valt zo'n schilderij op zijn plaats en is de kans groter dat het publiek beter begrijpt waarom het Rijks er zo veel geld voor over heeft. Het museum fungeert dan niet alleen als schatkamer, maar - meer nog dan nu - ook als instituut dat kennis en context overdraagt.

De aankoop

Stilletjes geld inzamelen en stilletjes bieden: die strategie pakte goed uit.

De financiering voor de aankoop van Hollands meisje aan het ontbijt van Jean-Étienne Liotard liep gesmeerd. Dat viel alles mee, met de aankoop van Rembrandts portretten van Maerten en Oopjen nog vers in het geheugen. Hiervoor betaalde de staat 80 miljoen euro, een bedrag zonder weerga in Nederland. 'De fondsen waren enthousiast voor Liotard', zegt Taco Dibbits, sinds 15 juli hoofddirecteur van het Rijksmuseum. Het schilderij is zijn eerste grote aankoop. 'Zo'n belangrijk stuk uit het oeuvre van een kunstenaar komt niet vaak langs, dat moment kun je niet regisseren. En dan moet je kunnen toeslaan. Hollands meisje is bovendien een van de weinige genrestukken die Liotard heeft geschilderd en waarschijnlijk nog het enige dat in particulier bezit was.' De taxatie van Sotheby's was 4- tot 6 miljoen Engelse pond (op dat moment 5,2- tot bijna 9miljoen euro), drie keer het vorige veilingrecord van Liotard. Maar dat betrof een pastel, geen olieverf, een techniek die Liotard niet vaak gebruikte. Een koopje zou het schilderij dus hoe dan ook niet worden, maar Dibbits kreeg alle fondsen en het aanzienlijke aantal van elf particulieren mee. Een indicatie voor de hoge populariteit van het museum. Vooral de inzet van de Vereniging Rembrandt en het Nationaal Fonds Kunstbezit, met een gezamenlijke bijdrage van meer dan 1,3 miljoen euro, waren belangrijk voor de aankoop. Het Rijks hield stil dat het voor het werk in de race was en gaf de Londense handelaar Lowell Lisbon opdracht te bieden. Toen de veilingmeester het schilderij inzette, bleek Lisbon de enige bieder. Zo kon het schilderij onder de taxatie op 3,8 miljoen Engelse pond (ruim 4,5 miljoen euro) worden afgeslagen. De strategie van geheimhouding had gewerkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden