Interview Herman Bolhaar

Het schiet niet op met de aanpak van uitbuiting: ‘Dit is het grofste misbruik van kwetsbare mensen’

Het is slecht gesteld met de aanpak van arbeidsuitbuiting, constateert Nationaal Rapporteur Mensenhandel Herman Bolhaar. Slachtoffers zijn vaak kwetsbaar en afhankelijk. ‘Zulke mensen moeten we beschermen.’

Herman Bolhaar (Epe, 1955) is sinds vorig jaar de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Beeld Rebecca Fertinel

Iedereen kent ze: bedelaars of verkopers van de Daklozenkrant in de supermarkt. Sommigen van hen moeten aan het eind van de dag hun inkomsten afstaan – als wederdienst voor het feit dat iemand ze hier naar Nederland heeft gebracht. ‘Dat is het grofste misbruik van afhankelijke, kwetsbare mensen’, zegt Herman Bolhaar: ‘Mensen die als een gebruiksmiddel te werk worden gesteld. Puur uit winstbejag.’

Het gaat slecht met de aanpak van mensenhandel en uitbuiting, constateert Bolhaar, de oud-topman van het Openbaar Ministerie die sinds vorig jaar Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen is. Uit zijn jongste onderzoekt blijkt dat jaarlijks maar 23 zaken van mensenhandel of uitbuiting voor de rechter komen. Slechts in de helft van de gevallen leiden die tot een veroordeling. Dat moet beter, zegt de rapporteur: ‘De slachtoffers verrichten vaak zwaar of smerig werk dat jij en ik nooit voor die bedragen zouden doen. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Zulke mensen moeten we beschermen.’

Bolhaar sprak slachtoffers die voor vier euro per uur tot diep in de nacht werken in bloedhete wasserijen voor de hotelbranche, of met blaren op hun handen broodjes bakken in roti-bakkerijen. Hij ontmoette meisjes die al op hun 13de door jongens van amper 17 werden overgehaald ‘om hun lichaam ter beschikking te stellen.’

Hoe komt het dat mensenhandel en uitbuiting niet goed wordt bestreden?

‘Het wordt te weinig gezien, hoewel het overal, op elke hoek, in elke stad, voorkomt. In de aspergeteelt, de bloembollenvelden, onder bedelaars. Het gaat om vele vormen van ongeschoolde loonarbeid. Slachtoffers melden zich niet, bijvoorbeeld uit angst dat ze anders niet betaald krijgen of het land uit worden gezet. Ze kennen de taal en hun rechten niet. Vaak zijn ze ook bang voor de politie, omdat die in hun eigen land corrupt is. En opsporingsinstanties herkennen het probleem vaak niet: de slachtoffers worden bijvoorbeeld getraind om bij controle te zeggen dat ze meer verdienen. Ook zitten opsporingsinstanties niet om werk verlegen – vaak wordt de capaciteit over andere prioriteiten verdeeld.’

U was bij het Openbaar Ministerie zelf voor die prioritering medeverantwoordelijk.

‘Dat klopt, maar er is een enorme spanning tussen het aanbod van criminaliteit en je beschikbare capaciteit. Veel aandacht ging in het recente verleden naar MH17, naar georganiseerde misdaad en terreur. En omdat je uitbuiting vaak niet ziet, moet je er zelf actief naar op zoek gaan.’

Gelukkig is er een tegenbeweging gaande, zegt Bolhaar. Het kabinet en alle betrokken instanties hebben afgelopen najaar een ‘intensiveringsprogramma’ opgesteld. ‘Iedereen ziet nu in dat dit probleem heel schrijnend is. Het gaat, naar schatting, om 5 duizend à 7,5 duizend slachtoffers per jaar in Nederland, waarvan slechts een vijfde in de officiële registraties is opgenomen.’

Ongeveer de helft van de slachtoffers van seksuele uitbuiting is minderjarig, blijkt uit Bolhaars onderzoek. Daders zijn vaak jonge jongens; een kwart is jonger dan 23 jaar, vaak gaat het om loverboys. ‘Er wordt nog te weinig onderzoek gedaan naar het type daders. Maar dat ze zo jong zijn, vind ik schokkend. Dat moeten we sneller corrigeren – als je in je jeugd al in prostitutie en mensenhandel zit, belooft dat niet veel goeds voor je toekomst. Daar is onderzoek nodig zoals je dat ook ziet in de aanpak van de top-600 aan jonge criminelen: onderzoek op persoonsniveau. Kijken naar de thuissituatie. Vaak is er sprake van multiproblematiek, zoals schulden, schooluitval, broers of zussen die al in de criminaliteit zitten, of foute vrienden. Het gaat niet om winkeldiefstal hè? Het uitbuiten van mensen is een zwaar delict.’

Daders worden minder zwaar gestraft, blijkt uit uw onderzoek.

‘Vandaar mijn oproep aan staatssecretaris Mark Harbers en de vier ministers voor wie hij dit dossier coördineert: onderzoek hoe rechters tot hun straf komen. In de wet is de mogelijkheid opgenomen van strafverzwaring voor het misbruik van minderjarigen. Wij kunnen niet goed vaststellen in hoeverre een rechter daar rekening mee houdt.’

Strafrecht lost niet alles op, zegt Bolhaar, maar ‘er gaat wel een afschrikwekkend signaal van uit. Je kunt het ook omdraaien: als je niet streng straft, voelt een dader zich niet geremd en wordt een slachtoffer niet aangemoedigd om aangifte te doen. En wordt een overheid niet gestimuleerd om die mensen te beschermen. Dan kom je in een negatieve spiraal terecht die we allemaal niet willen.’

En dat is allemaal wel nodig om onderzoeksinformatie zoals slachtofferverklaringen te krijgen, om het probleem zichtbaarder en inzichtelijker te maken, stelt de rapporteur. Want hij kent het schrijnende voorbeeld waarbij een kind werd veroordeeld dat zakkenrolde in opdracht van zijn mensenhandelaar, aan wie hij zijn winst moest afstaan. ‘Dat soort schrijnende zaken komt doordat je de achterliggende problematiek niet ziet.’

Bolhaar pleit voor meer onderzoek, meer opsporingscapaciteit, betere expertise en intensievere controles, strenger straffen en ‘niet schromen het bestuursrecht in te schakelen als het strafrecht niet toereikend is: zo kun je bijvoorbeeld een burgemeester vragen een vergunning in te trekken of een pand te sluiten.’ Anderzijds moet er ook aan preventie worden gedaan en is goede hulpverlening en nazorg ‘onontbeerlijk’.

De voorgenomen intensivering van het kabinet is volgens hem nuttig maar niet genoeg: ‘Het doel is dat het aantal zaken dat bij het OM wordt gemeld, toeneemt (van 144 in 2017) naar 240 in 2022. Maar dan zijn we op het niveau zoals het in 2015 was. Dit dossier is dus jaren het kind van de rekening geweest. Daarbij moeten we opletten dat preventie en het strafrecht meegroeien met de omvang van deze problematiek. Daarvoor is monitoring nodig. En daarvoor ben ik er.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.