Het scherpe spel van de kampioen

Vorige week zaterdag veroverde Kees Thijssen voor de eerste maal in zijn carrière de Nederlandse titel. De 27-jarige Thijssen, die zijn eerste damlessen bij het Brabantse Heijmans/Rosmalen kreeg, won in het in zijn woonplaats Amsterdam gehouden toernooi vijf van de dertien partijen en bleef in zijn overige ontmoetingen ongeslagen....

Gérard Jansen, de derde prijswinnaar van het EK 2002 (Domburg), legde ook nu beslag op de derde plaats. Daarbij trok de Huissenaar, die - zeer tegen zijn gewoonte - drie partijen verloor maar óók vijfmaal won, optimaal profijt van de nieuwe puntentelling (3 punten per winstpartij in plaats van 2). Bij de oude 'normale' telling zou Jansen voorrang hebben moeten verlenen aan oud-kampioen Rob Clerc (drie winstpartijen, nul nederlagen), die als gevolg van het nieuwe systeem ook nog eens ingehaald en - nadat hij had afgezien van het spelen van een barrage - gepasseerd werd door wild card-houder Erno Prosman (twee nederlagen, vier winstpartijen).

Thijssens zege, door hemzelf omschreven als het belangrijkste succes in zijn loopbaan tot nu toe (al mochten zijn overwinningen in de Bijlmer-toernooien van 1999 en 2001, gelet op de indrukwekkende - Russische! - namen die hij bij die gelegenheden achter zich liet, óók gezien worden. . .), Thijssens zege dus was volkomen verdiend. Het is waar: in een enkele partij, zoals in de voorlaatste ronde tegen de onttroonde titelhouder Dolfing, verkeerde hij in groot gevaar. Maar daar staat tegenover dat het aantal malen dat Thijssen slechts op het nippertje van de winst werd afgehouden (Scholma, Heusdens), ten minste zo groot was.

Karakteristiek voor zijn scherpe spel is de korte doch buitengewoon inhoudrijke hekstellingpartij die de nieuwe kampioen in de negende ronde van Alex Mathijsen won.

Mathijsen - ThijssenNK 2003

1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 15-20 7.41-37 10-15 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 9-13

Een welkome afwisseling met het veel populairdere 12...8-13, zoals onder meer in Tsjizjov - Koeperman (Den Haag 2002) gespeeld werd èn in de wit-partijen van Mathijsen tegen Van Dusseldorp (NK 2002) en Smeenk (clubcompetitie 2002/2003).

13.38-32 17-21 14.26x17 12x21

In de 'stampartij' M. L. Vos - Okrogelnik (NK 1960) liet de zwartspeler de zetten 13...14-19 en 14...10-14 aan deze manoeuvre voorafgaan.

15.32-28 21-26 16.37-32 26x37 17.42x31 16-21

Ook hier is 17...14-19 annex 18...10-14 een belangrijk alternatief. Zie bijvoorbeeld de spannende partij Gantwarg - Leandro uit het WK 1988.

18.43-38 21-26 19.31-27

Ik neem aan dat Thijssen op 19.47-42 26x37 20.42x31, evenals in de competitiepartij Hoopman - Hübner 1995, met 20...18-22 21.28x17 11x22 had vervolgd.

19...7-12 20.47-42 1-7!?

Met deze en - vooral - zijn volgende zet laat Thijssen alle bestaande praktijkvoorbeelden definitief achter zich. Van de spectaculaire partij Kalmakov - Kouogueu (WK 2000) was nog de opstelling met 20...11-16 21.42-37 6-11 22.49-43 1-6 bekend. Daarop ging het verder met 23.48-42 2-7 24.28-23 11-17 25.32-28 17-22? 26.28x17 12x41 27.23x1 41-46 (lijkt gunstig voor zwart; maar de stand bevat een enorme verrassing) 28.29-23! 46x19 29.36-31!! 26x48 30.33-29 24x42 31.1-18!! 13x22 32.43-38 42x33 33.39x17 48x30 34.35x2, waarna niet zwart maar wit op winst stond!

21.42-37 3-9!?

Stelt de bevrijdende én kansrijke manoeuvre 22...18-22! enz. aan de orde. De aan de tekstzet verbonden risico's (wit kan immers in het gat op 23 duiken) blijken volkomen verantwoord.

22.28-23!?

Mathijsen reageert op de scherpst denkbare wijze.

22...11-17! 23.49-43 17-22! 24.48-42 22x31 25.36x27 6-11 26.32-28

Zonder vrees voor 26...18-22(?) 27.28x6 7-11 28.6x17 12x41, waarop wit niet meteen 29.42-37? 41x32 30.38x27 doet (30...13-19! 31.23-18 8-13! enz.) maar in plaats daarvan eerst 29.34-30! 25x34 30.39x19 13x24 en dan pas 31.42-37 41x32 32.38x27. En ook van 26...13-19(?) heeft Mathijsen - voorlopig althans - weinig te duchten. Hij laat dan namelijk 27.35-30!, 28.27-22!, 29.29-24, 30.28-23 en 31.33x4 volgen, een remise-achtige afwikkeling (zwart maakt de dam met gelijk spel onschadelijk) waardoor ik mij eens in een trainingspartij met Andreas Kuyken (juli 1972) liet verrassen.

Maar Thijssen voert de spanningen nog verder op:

26...11-16!

Zie diagram

27.34-30?

De eerste van twee achtereenvolgende fouten die de partij een voortijdig einde doen nemen. Nu moet gezegd dat wit op de een of andere manier wel actief moest optreden, omdat zwart 27.37/38-32? ditmaal wél met 27...13-19! zou hebben beantwoord. Eén van de verschillen met zo-even is namelijk dat wit na 27.37-32 13-19! geen baat bij de damzet 28.35-30? en 29.27-22 enz. had gehad wegens 30...16x27! en na het slaan 33...26-31! 34.42-37 31x33 35.39x28 12-17 gevolgd door 36...8-13 en 37...25x14 met schijfwinst plus doorbraak naar dam.

Daardoor kan er onder (veel) meer volgen 28.42-37 8-13! (maar ook 28...9-13! leidt tot winst) 29.37-31 26x37 30.32x41 2-8 31.41-36 7-11 32.34-30 (of 32.36-31 11-17 33.31-26 24-30! 34.35x24 19x30 en wit heeft na 35.27-22 18x27 36.40-35 20-24 37.29x20 15x24 geen werkelijke compensatie voor het verloren stuk) 32...25x34 33.39x30 11-17! (efficiënter nog dan het eveneens toereikende 20-25x24) 34.44-39 17-21!! 35.40-34 (er is niet beter: 35.30-25 21x32 36.38x27 24-30! +) 35...21x32 36.28x37 19x28 37.30x19 14x23! 38.33x22 18x27 39.29x7 27-32!! (de pointe van zwarts 33ste en 34ste zet) 40.37x28/38x27 8-12 41.7x18 13x42 +.

Maar met 27.28-22! 16-21 28.27x16 18x27 29.34-30! (nu pas) 29...25x34 30.39x19 13x24 31.37-32 kon wit mijns inziens een dynamisch evenwicht handhaven.

27...25x34 28.39x19 13x24 29.44-39??

Gehaast door de klok ziet Mathijsen de hoofddreiging over het hoofd. Maar hij stond inmiddels al erg lastig. Zo had ook 29.43-39? verloren door 29...18-22!! 30.27x18 14-19! met (ruime) winst door overmacht, ongeacht of wit voor 31.23x3 12x41 32.3x1 24-30 33.35x24 20x47 kiest dan wel voor 31.23x5 12x23!! 32.5x28 24-30 33.35x24 20x47. En na 29.37-32? 9-13! had hij vanwege de dreiging 30...24-30! en 31...16-21 enz. een schijf moeten geven.

Enkel en alleen met 29.28-22! 9-13! 30.43-39! (30.33-28?? 24x33 31.38x29 20-24! +) kon wit nog van zich af bijten. Al was zwart na 30...7-11! (kansrijker dan 30...16-21 31.27x16 18x27 32.39-34!) 31.33-28! 24x33 32.38x29 hoe dan ook aan de leiding blijven gaan. Ter illustratie geef ik een plausibele, zij het helaas niet echt geforceerde spelgang:

32...2-7!!? 33.39-34 (de enige serieuze parade tegen de dreiging 33...20-24! +)

33...16-21 34.27x16 18x27 35.35-30 20-25 36.30-24 11-17 37.44-39 14-20 38.42-38 10-14 39.39-33 (vermoedelijk is hier 39.37-32!! beter) 39...17-21! 40.38-32 (40.28-22? 27x18 41.16x27 14-19! 42.23x14 20x9 +) 40...27x38 41.33x42 21-27 42.42-38 14-19! 43.23x14 20x9 44.28-23 27-32! 45.38x27 25-30!! (anders 47.24-20!!, 48.34-30 en 49.40x47 =) 46.34x25 7-11 47.16x18 13x42 en zwart heeft uitstekende eindspelkansen!

29...20-25! 30.29x20 18x29!

Dit was wat de witspeler over het hoofd had gezien. Zonder 31...9-13 en 32...12x41 + af te wachten, gaf Mathijsen het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden