Het sap van de Amerikaanse film

DE ENGELSE acteur Gary Oldman was in 1997 op het festival van Cannes, omdat hij er debuteerde als regisseur met Nil By Mouth....

Het komt vaker voor dat een regisseur de slotzin van Casablanca blijkt te kennen: 'Louis, I think this is the start of a beautiful friendship.' De journalist met wie Oldman sprak, heette Geoff Andrew, een echte filmbuff, die met zijn artikelen in Time Out en boeken over onder meer gangsterfilms, Nicolas Ray en Krzysztof Kieslowski een stevige reputatie opbouwde. Een prettige man ook, geen naarbinnen gekeerde, wereldvreemde donkerezaalpluizer, maar met zijn pint bier in de hand en zijn verweerde kop eerder een rugbysupporter.

Andrew heeft nu een nieuw boek gepubliceerd, met een voorwoord van Gary Oldman: Stranger than Paradise, naar de titel van de tweede film van Jim Jarmusch, de centrale figuur in de wereld van onafhankelijke Amerikaanse regisseurs over wie het boek gaat. Ze worden ook wel aangeduid als independents, Indies of maverick filmmakers (buitenbeentjes, onaangepasten, non-conformisten).

De onafhankelijke Amerikanen, schrijft Oldman in zijn voorwoord, hebben zowel hem als Andrew geïnspireerd. Zij hebben iets teweeggebracht in Hollywood, waar steeds meer geld wordt besteed aan actiefilms zonder enig artistiek riscio, maar wel met een gigantische investering in merchandising en promotie.

Andrews en Oldman betreuren weliswaar deze verziekte toestand, maar verliezen zich niet in zwartgallig pessimisme. Zij wijzen enthousiast op regisseurs die met veel minder geld aan de vaste formules en herhalingen van herhalingen ontsnappen, en nog steeds frisheid en originaliteit tonen in aanpak en thematiek.

Andrew legt uit hoe de groten in de Amerikaanse geschiedenis altijd hebben moeten knokken tegen de ijzeren wetten van Hollywood. Ze zijn er altijd geweest: Erich von Stroheim, Orson Welles, John Cassavetes, Howard Hawks, John Ford, Alfred Hitchcock, Billy Wilder. Buiten en zelfs in Hollywood bleven zij op z'n minst enige onafhankelijkheid behouden.

De non-conformisten van tegenwoordig vormen de gezondste tak van de Amerikaanse film. Hun godvader was Orson Welles, hun vader John Cassavetes. In vogelvlucht beschrijft Andrew eerst de geschiedenis van de Amerikaanse film in de jaren zestig en zeventig, langs de lijn van regisseurs die iets persoonlijks toevoegden aan de clichés en formules van de mainstream, totdat tijdens de regeringen van Reagan en Bush met het conservatisme en conformisme de geest van de jaren vijftig terugkeerde.

Deze geschiedschrijving is een van de sterke punten van Stranger than Paradise. Door de huidige gang van zaken in de filmindustrie, die overal in de wereld zijn weerslag vindt, ontstaat een reusachtige kloof tussen de snel passerende instantproducten en hun cultureel-maatschappelijke wortels. De Amerikaanse film die op dit moment de bioscoop beheerst, lijkt zijn geschiedenis te verloochenen en alleen maar te willen scoren met producten die met veel geraas op de markt worden gesmeten.

Enige persoonljkheid ontbreekt, auteurschap is nauwelijks te herkennen en wie nu scoort, is morgen vergeten. Andrew maakt duidelijk dat de mavericks juist door hun onafhankelijkheid het sap van de Amerikaanse cinema vormen en deze film gezond houden. En het zijn echt niet underground-regisseurs, naamlozen die een groter publiek niet aanspreken. Quentin Tarantino en Steven Soderbergh kun je moeilijk tot de onzichtbaren rekenen, David Lynch, Spike Lee en de gebroeders Coen evenmin.

Dat zijn voorbeelden van de onafhankelijke stroom die Andrew beschrijft. Daarnaast zijn er regisseurs die een kleiner publiek bereiken en voornamelijk in het filmhuiscircuit terechtkomen, zoals John Sayles, Wayne Wang, Jim Jarmusch, Todd Haynes en Hal Hartley. Van beide laatsten beleven nieuwe films hun première op het 28ste International Film Festival Rotterdam. Andrew beschijft ook deze films in zijn analyserende portretten, heet van de naald dus. En dat is het mooie van dit boek. De meeste filmboeken zijn snel geschreven, meestal oppervlakkige biografieën, niet in de laatste plaats over privé-zaken van filmsterren, in een stijl die mikt op een snelle verkoop.

Andrew kent (bijna) alle geportretteerde regisseurs persoonlijk, bijvoorbeeld door ontmoetingen zoals die met Oldman, maar laat daar niets van merken. Persoonlijke vriendschappen leiden niet tot particuliere onthullingen, maar zijn wel een (verborgen) hulpmiddel om de man te doorzien in zijn werk. Stranger than Paradise is een goed filmboek, omdat het de actualiteit analyseeert en een verbinding legt met de geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden