Het Rosenbooms

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, ook wel het WNT, is een van de grootste woordenboeken ter wereld. Het 'bestaat uit 29 delen in 39 banden en één Supplementdeel op de A....

Rosenbooms stijl is eigentijds, zijn woordkeus vaak archaïsch. Zoals kostuumdrama's historisch correct kunnen zijn en tegelijk kenmerkend voor de tijd waarin ze geënsceneerd werden, neemt Rosenboom ons op een moderne manier mee naar het verleden. Het decor van zijn laatste boek De Nieuwe Man, is de Groningse scheepswerf van Berend Bepol, in de jaren tien, twintig van de vorige eeuw. Rosenboom schuwt de technische details niet, zodat dit boek naast die typische rosenbomismen ook het nodige jargon bevat, vaak onuitgelegd. Maar gelukkig heeft Hedenlands al die 29 delen in 39 banden plus dat supplementdeel op de A van het WNT in de boekenkast staan, sterker, in een envelopje op zijn bureau liggen.

'Voor de rest was (Wirdum) niets dan een onaanzienlijke strook bebouwing langs de weg en het evenwijdige water, een beletselteken slechts boven die lange, lege regel van het diep. . .', schrijft Rosenboom. Beletselteken, het komt een paar keer terug. Hedenlands kende dit woord niet. Het WNT ook niet! Is dat Rosenbooms geheim? Verzint hij die woorden? Nee, het is gewoon de officiële naam voor de drie puntjes, ontdekken wij via Google. Een leesteken dat Rosenboom in dit boek trouwens vaak gebruikt, dus wellicht ligt hier een verband. Evengoed, een vreemde omissie van het WNT.

Niesten, Bepols meesterknecht, draagt geen 'pikpet' en wel een 'klettervest'. Pikpet kent het WNT niet, Google evenmin. Pik zou hier kunnen staan voor houwen, hakken (pikhouwel) en voor pek - een pet om te dragen als je een scheepsromp schoonbikt of in de pek zet? Ook klettervest komt niet in het NWT voor, noch als lemma, noch ergens in de volledige tekst. Google biedt uitkomst: kort manchester werkmansjasje met tailleriempjes, ook wel stratenmakersjasje genoemd. Zie onder andere www.vakkledinghuisgroningen.nl.

Voorslager, slingerpons, veldsmidse, kaapstander, dat gaat allemaal nog, maar dan, een 'verwulfde boeg'? Natuurlijk, archaïsch voor gewelfd. Een 'geveegd achterschip'? De combinatie kent het WNT niet. Google wel: een achterschip dat zich boven de waterlijn verheft (zie bijvoorbeeld wiericke-sloepen.nl).

Een 'sprille blik'? WNT: met grote, heldere ogen, levendig, bewegelijk, schrikachtig, schichtig.

Ook opmerkelijk: de manier waarop Rosenboom woorden bijvoeglijk gebruikt die wij als werkwoordvorm kennen. Iemand glundert niet, maar kijkt of is 'glunder'. Geen laaiende gloed maar een 'laaie'. Een laai is een flakkerende vlam, leren wij in het WNT, en ook die bijvoeglijke toepassing wordt vermeld. 'In laaie vlam gevlogen, Ontmoeten ze in het woud elkandren met het zwaard' (Bilderdijk). Hetzelfde met glunder. 'Zij. . . lachte zoo glunder over 't mooie weer, en 't prettige plan. . .' (Beets.)

'Als een ware leefman, en ook om te laten zien dat wat hem betreft de tijd van de huiselijkheid was aangebroken, trok hij de witte schort van Gaat aan', schrijft Rosenboom als Bepols ooit zo ferme greep op de werkelijkheid hem ontglipt en hij midden in de nacht gaat koken.

Leefman? WNT: onbekend. Google: eveneens. Toch nog een neorosenbomisme?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden