Het rommelige roomse leven

WIE OP Tweede Paasdag ruim voor 11 uur de Krijtberg in Amsterdam betrad, kon nog een staartje van de Latijns/Nederlandse mis van half tien meemaken....

De Krijtberg, de kerk van de H. Franciscus Xaverius, van de paters Jezuïeten, van de Latijnse missen en het Gregoriaanse zingen. Bijgenaamd 'de bontjassenkerk', vanwege de materiële welvaart van veel harer bezoekers. Minder parlementair ook wel aangeduid als 'de potenkerk', om de aantrekkingskracht van religieuze pracht en pronk en praal en mystiek spektakel tijdens perioden van kerkelijk hoogtij.

Zoals het hoort, is het in dit Godshuis wat schemerig. Ver naar voren, op grote afstand van de ingang, rijst het barokke altaar omhoog. Op iets minder grote afstand van het volk is een tweede geplaatst, waar de priester met het gezicht naar de gemeente de mis opdraagt. Ontelbare kaarsen, geelwitte bloemstukken, de lucht van wierook, biechthokjes langs de zijwanden.

Maar vooral de informele sfeer achterin valt op. Daar, op de paar meter tussen ingang en achterste kerkbanken, vertreedt zich een menigte onthechte kerkgangers die toevallig lijken te zijn binnengewaaid en die het gebodene bezien zoals een passerende voetganger zich even op de hoogte stelt van de toedracht van een verkeersongeluk. En met een houding van 'er hoeft maar weinig te gebeuren of ik ben weer weg'.

Men drentelt wat rond, ziet een bekende, neemt plaats op een klapstoel, staat weer op, steekt een kaarsje aan, rommelt wat op de plank met boeken en brochures, schudt de paraplu uit, volgt dan de dienst weer, afstandelijk leunend over een bank.

Het koor rondt het slotgezang af en de bezoekers die om 11 uur aan de beurt zijn, beginnen op te rukken in de zijpaden. Het beeld van een drive-in-bioscoop met doorlopende voorstelling.

Een vrouw wier beurt nog komen moet, neuriet steeds harder mee, met een van oprechtheid bijkans barstend tremolo. Bij de laatste serie Hallelujahs houdt ze het niet meer en moet ze meedoen: 'Zo, dat was een mooie, hè?', zegt ze tegen haar man. Ze schuiven op naar voren, terwijl de kerk leegloopt en tezelfdertijd weer vol. Het is bijna 11 uur.

Antoine Bodar zou dan de mis opdragen, had de pastorie meegedeeld. Bij de eerste lettergreep van die naam begreep men al waar het om ging. Bodar natuurlijk. Daar was veel belangstelling voor. Bodar, de mysticus, de filosoof, de beschermer van tradities, de media-bespeler die een nieuw kerkelijk elan van de grond wil krijgen.

Er was de week voor Pasen overigens nog meer interessants te beleven, prees de pastorie het programma aan: 'Goede Vrijdag, alle paters op het altaar, dat is ook mooi.'

De misdienaars treden binnen, het wierookvat, het kruis, de priester. Geen Bodar. Wel een Latijnse mis, wel Gregoriaanse koorzang, zij het in kleine bezetting.

Een vreugdeloze viering wordt het, waarin de celebrant een onderonsje met God lijkt te hebben en de gemeente zich schikt in de rol van toeschouwer, in de beste tradities van Rome, want wat begrijpt het volk immers van de mystieke diepten van het geloof. Latijn dus. Ingehouden zingt men mee, alsof het eigenlijk niet hoort, en even schuchter worden de woorden van de priester beantwoord.

Die gaat dan preken zoals er al in 1955 of in 1923 of in 1894 werd gepreekt. Alsof de bijbel-exegese heeft stilgestaan. Alsof er met wat goede wil geen hedendaagse boodschap verscholen kan zitten in het Evangelie.

Hij preekt langs platgetreden paden van Jezus die uit de doden is opgestaan, de dood heeft overwonnen, ook onze dood; van nieuw leven, herschapen leven.

'Dat is ons geloof, daarin mogen wij vreugde scheppen. Wij hebben de taak meegekregen, broeders en zusters, om deze vreugde-boodschap aan allen te verkondigen, door de liefde voor onze naaste. Want alleen door daden van liefde zullen wij ons geloof kunnen laten zien.'

Een misdienaar dommelt, een vrouw snuit zacht haar neus, een man kijkt op zijn horloge. Het ruikt naar natte jassen, de paaskaars flakkert op de koude tocht, voeten verkleumen, het wordt kil om het hart. Valt het Woord hier nu op rotsachtige bodem, of kan er in dit geval zelfs al geen sprake meer zijn van zaaien?

Plichtmatig passeren offerande, schuldbelijdenis, consecratie, communie; alles voltrekt zich onaandoenlijk en zonder zichtbare warmte, liefde, vreugde of gemeenschapsgevoel. Hier wordt een eeuwenoude traditie in stand gehouden en de gelovigen zijn vroom voor zichzelf bezig.

Maar dan toch: 'Offerte vobis pacem', klinkt het. Beweging. Hier en daar omhelst men elkaar. De oude man van drie meter verder staat op en geeft een hand: 'Vrede zij met u.' Dan keert hij terug naar zijn plaats en verzinkt weer in zijn gebed. Na een goed uur is het voorbij.

Dit is de eerste aflevering van een serie over vrienden van de kerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden