INTERVIEWDAVID QUAMMEN

‘Het risico op een nieuwe virusuitbraak beperken, is niet makkelijk’

David Quammen volgt al tien jaar alles over virussen die overspringen van dieren op mensen.Beeld Lynn Donaldson

Tien jaar geleden al schreef journalist David Quammen over een nieuw coronavirus dat zich via een lokale markt in China zou verspreiden over de hele wereld.

Al vele jaren volgt David Quammen alles over virussen die overspringen van dieren op mensen. Hij reisde mee in het kielzog van de veldbiologen die in de tropen op jacht gingen naar ziekteverwekkers. Soms droegen ze beschermende laarzen, jassen, maskers en diverse lagen handschoenen. Ook Quammen was goed ingepakt, maar toch bleef hij altijd veilig achter hen, op meer dan 1,5 meter, zodat hij niet ineens een grote, harige vleermuis kreeg aangereikt om in een zak te proppen. Pen en notitieblok vormden een goed excuus.

Voor zijn reportages in National Geographic ging de Amerikaanse journalist bijvoorbeeld met deze virusjagers naar een veel­bezochte soefitempel in Bangladesh, waar makaken ronddartelen en weleens een toerist bijten. Zo raakten mensen ­besmet met herpes B, waarna onderzoekers er met een apenval heen gingen om het bloed van de makaken te testen. Ook reisde Quammen mee naar een oerwoud in de Democratische Republiek Congo, speurend naar gorilla’s om bloed­monsters af te nemen en in te vriezen, hopend op antilichamen tegen ebola. En, dichter bij ons: naar Herpen, een ­boerendorp in Noord-Brabant waar in 2007 Q-koorts uitbrak, met als gevolg ruim vierduizend geïnfecteerden en bijna honderd doden.

Zijn soms zinderende boek Van dier naar mens uit 2013 is nu opnieuw uitgegeven, met een nieuw voorwoord en een andere titel: Zoönose – u weet het inmiddels: een ziekte of infectie die van dier op mens overspringt. Want zoönose, zo schreef hij toen, is ‘een woord van de toekomst, dat naar verwachting in de 21ste eeuw veelvuldig zal worden gebruikt’.

U denkt vast: ik had het nog zo gezegd...

‘Ik ben bang van wel, ja. Tien jaar geleden al schreef ik de verhalen op van experts die waarschuwden voor een nieuw ­coronavirus, afkomstig van een vleermuis, dat zich van een lokale markt in China zou verspreiden over de hele ­wereld.’

Plotseling begrijpen uw vrienden en familie waar u al die jaren mee bezig was?

‘Ha! Het klopt dat de meeste mensen om me heen mijn belangstelling voor zoönosen zagen als een eigenaardig trekje. Nu vinden ze mij opeens vooruitziend!’

Hoe raakte u geïnteresseerd in zoönosen?

‘Toen ik in de jaren negentig las over het ebolavirus, ging ik op expeditie met een bioloog en zijn team dwars door het oerwoud van Congo en Gabon. Ze maakten een inventarisatielijst en registreerden alles: van stronthopen van olifanten tot de sporen van luipaarden. Door hun werk leerde ik steeds meer over de ontwikkeling van ebola en andere virussen. 

‘Ik realiseerde me dat we steeds vaker zouden gaan zien dat virussen overspringen van dier naar mens. Een virus als polio kunnen we uitroeien met grootschalige vaccinatiecampagnes, want dat virus kan weliswaar mensen infecteren, maar kan zich nergens in de natuur verstoppen. Zoönotische virussen kunnen dat wel.’

Dus we moeten ermee leren leven?

‘De natuur heeft een onmeetbare diversiteit aan virussen die zich bevinden in allerlei levende wezens. We kunnen de gevaren beperken, bijvoorbeeld door ecosystemen zoveel mogelijk met rust te laten. Maar dat is geen gemakkelijke opgave, want we vinden er planten en dieren om te verkopen of op te eten, maar ook hout om op te stoken.

‘Bovendien verloopt de link ook via de mineralen en grondstoffen die wij gebruiken in onze alledaagse producten. In onze mobiele telefoons zit coltan, een mineraal dat wordt gehaald uit mijnen in afgelegen gebieden, soms grenzend aan oude bossen. Wat eten de mijnwerkers? Waarschijnlijk bushmeat, ofwel het vlees van de jacht op wilde dieren als vleermuizen, egels, knaagdieren en reptielen uit het bos.’

Bedoelt u nu dat we geen mobiele telefoons moeten gebruiken?

‘Nee, dat niet zozeer. Maar wanneer we ons hiervan bewust zijn, kunnen we alternatieven voor coltan stimuleren en ontwikkelen, of we kunnen bedrijven ondersteunen die er werk van maken dat hun mijnwerkers het bos niet verstoren. De essentie is dat mensen zichzelf voortdurend blootstellen aan de enorme reservoirs waar virussen zich schuilhouden.’

En die reservoirs zijn er volop in China, zo ontdekte hij. Quammen was er, in het kielzog van een team dat de oorzaak van sars bij vleermuizen hoopte te vinden. De markten waar de lekkerbek terechtkon voor bamboerat, krokodil en wasbeerhond waren inmiddels ondergronds gegaan, maar zelfs de Chinese onderzoekers bleken rekkelijk te denken over welk vlees wel of niet acceptabel was. Zolang apenvlees er smakelijk uitzag, meldde een onderzoeker, had hij er geen probleem mee. Zelfs chimpansee bleek niet taboe.

Samen met deze onderzoekers toog Quammen naar de gebergten bij Guilin, waar de door erosie uitgesleten holtes ideale rustplaatsen vormen voor vleermuizen. De een spande een ragfijn net waar de vleermuizen in verstrikt raakten, een ander zwiepte met een vlindernet. Quammen zag het allemaal aan, en kreeg toen ineens een ongemakkelijke gedachte: niemand van hen droeg een masker. Toen hij zijn zorgen uitte, werden die weggewuifd. Tja, zo’n allesbedekkende overall, plus handschoenen en dan die veiligheidsbril: zó onpraktisch...

‘Het is vreemd om daar nu op terug te kijken’, zegt Quammen via Skype. ‘We hadden geluk.’

In de jaren negentig reisje Quammen mee met onderzoekers die hoopten dat in apenbloed het medicijn tegen bepaalde virussen te vinden was.Beeld Getty Images

Voor een virus is er niets mooiers, schrijft u, dan overspringen op een mens. Waarom is dat?

‘Virussen volgen darwinistische regels: ze passen zich telkens aan, want zo hebben ze de grootste kans om te overleven en te reproduceren. Wanneer ze zich nestelen in de mens, hebben ze een buitensporig talrijke soort op aarde te pakken. Er zijn wel 7,7 miljard van ons, dus dan ontstaat er voor een virus een compleet nieuwe wereld van mogelijkheden. Zo bezien behoort dit nieuwe coronavirus tot de meest succesvolle virussen op aarde.’

U omschrijft de mens zélf als een uitbraak. Waarom?

‘Ecologen spreken van een uitbraak als de populatie van een bepaalde soort ineens enorm uitdijt. Zo kan een bepaald soort nachtvlinder jaren achtereen haast onopgemerkt in een natuurgebied voorkomen, voordat ze ineens in aantal explodeert. Een vrouwtje legt wel tweehonderd eieren, tweemaal in de zomer, en als er toevallig precies de ideale weersomstandigheden voor hen zijn, overleven ze zowat allemaal. De blaadjes worden weggevreten als nooit tevoren. Omwonenden willen ze al gauw met gif uitroeien. Maar het gekke is: als je rustig afwacht, zie je het volgende jaar, of het jaar daarop, een even plotselinge terugval in de populatie en langzaam verdwijnen ze weer. Waarom? Omdat ze een virale plaag in zich dragen die om zich heen grijpt zodra de soort zo talrijk is en zo dicht opeengepakt zit. Dat virus wordt hun dood en de populatie zal abrupt worden teruggesnoeid.

‘Kijken we naar de mens, dan zien we een soort waarvan de omvang in de afgelopen honderd jaar meer dan verviervoudigd is – en er komen nog steeds meer mensen bij. We wonen vooral in dichtbevolkte steden en zijn via intercontinentale vluchten nauw met elkaar verbonden. Volgens de definitie van ecologen kun je de mens daarom zien als een uitbraak.’

Zal een virus ook bij ons de bevolking ineens reduceren?

‘Die vraag legde ik neer bij de experts. Hun conclusie is dat dit niet volstrekt onmogelijk is, maar wel te vermijden. Wij mensen kunnen ons namelijk aanpassen, zowel via onze genen als in ons gedrag. We zijn intelligente wezens en kunnen ons beschermen. Wij hebben wetenschap en technologie.’

En wij hebben virusjagers. Wat zijn het voor mensen die op jacht gaan naar virussen en antistoffen?

‘De virusjagers zijn de detectives die in het veld speuren naar de oorzaken van mysterieuze uitbraken. Ze zijn doorgaans breed onderlegd, met een opleiding in diverse specialisaties zoals biologie, ecologie, geneeskunde en virologie. Die achtergrond geeft hen de kennis om wilde dieren te vangen en bloedmonsters af te nemen. Het is indrukwekkend om hen aan het werk te zien. Ze beoefenen wetenschap in uitzonderlijk moeilijke omstandigheden.’

En de virologen in het lab?

‘Serieuze, bedachtzame, zwijgzame types, die gewoon liever in opperste concentratie hun werk doen dan erover praten met mensen die geen vakgenoten zijn. Mogelijk is daardoor het dreigende gevaar van een pandemie zoals we nu meemaken niet eerder opgepikt. Dat moeten we hen wellicht ook niet kwalijk nemen; het is aan anderen om het belang van hun werk over het voetlicht te brengen.’

Ziet u de virologen als vergeten helden?

‘Absoluut. We moeten in onze samenleving meer waardering krijgen voor wetenschap en technologie, want deze terreinen zullen ons helpen beter te reageren op een volgende uitbraak van een virus, zodat er geen epidemie of pandemie volgt. Knappe koppen werken aan testen, aan vaccins een aan antivirale medicijnen. Of ze werken aan een apparaat dat op een vliegveld van alle passagiers in de rij bij de security check wat speeksel kan testen op een virus, zodat je tegen de tijd dat je je koffer weer oppakt en je riem omdoet, weet of je positief bent getest en in quarantaine moet blijven, zodat je niet aan boord van een vliegtuig stapt.

‘Dit is allemaal belangrijk werk om een volgende pandemie te voorkomen. Om te zorgen dat meer mensen dit werk gaan doen of erin investeren, moeten we leren begrijpen wat wetenschappers doen en hoe interessant en heroïsch hun werk is.’

De volgende Nobelprijs is voor de wetenschapper die een vaccin uitvindt tegen dit coronavirus?

‘Dat zou niet zo’n slechte gok zijn.’

Lees ook:

Dierenvirussen springen steeds vaker over, deze viroloog pleit voor internationaal detectiesysteem
Als we met een wetenschappelijk ‘megaproject’ virussen in kaart brengen die van dieren kunnen overspringen op mensen, kunnen we toekomstige pandemieën voorkomen, zegt viroloog Wim van der Poel. 

Nieuw beleid voor biologen moet de vleermuizen zélf beschermen tegen besmetting coronavirus
Het lijkt de omgekeerde wereld voor vleermuisonderzoekers: zij hoeven voorlopig niet te rekenen op de benodigde ontheffing om vleermuizen te vangen en beet te pakken. Niet om de onderzoekers tegen het coronavirus te beschermen, maar juist de vleermuizen. De Zoogdiervereniging heeft het toekennen van vergunningen voorlopig opgeschort.

Waarom vrouwen minder vatbaar zijn voor rampen en ­epidemieën
Ook tegen het coronavirus blijken vrouwen beter bestand dan mannen: tweederde van de dodelijke slachtoffers is man. Hoe komt het dat vrouwen rampen en epidemieën vaker overleven, en wereldwijd ouder worden dan mannen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden