Reportage Afvalverwerking

Het rioolslib stapelt zich op: vrachtwagens rijden met ladingen vol het land door

Een vrachtwagen met een lading zuiveringsslib passeert de vuilverbrander AEB in Amsterdam, waar hij wegens gebrek aan capaciteit niet meer terechtkan, om de vracht naar een tijdelijk stortbassin in Terneuzen te brengen. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Sinds de Amsterdamse vuilverbrander AEB grotendeels is platgegaan, rijden vrachtwagens met ladingen zuiveringsslib het hele land door. Een opslag in Terneuzen biedt uitkomst, maar die is tijdelijk. En wat dan? 

In de laadbunker van de waterzuiveringsinstallatie in het Amsterdamse havengebied is de pieslucht om te snijden, maar Henk, vrachtwagenchauffeur bij transportbedrijf Van der Stelt, kijkt er niet van op of om. Hij komt er dagelijks.

Hij heeft al een vrachtje Amsterdams zuiveringsslib uit de rioolzuivering naar Terneuzen gebracht, en staat nu, diep in de middag alweer, opnieuw te laden. Heel langzaam rijdt hij zijn truck achteruit, terwijl uit de betonnen silo boven hem de zwarte slib, die er uitziet als net iets te vette tuingrond, zich naar beneden stort. Als hij even later het dak van zijn wagen hermetisch sluit, vertelt hij dat zo’n ritje naar Terneuzen, verplichte pauzes inbegrepen, vrijwel een werkdag kost. Moet hij dan nu nog op pad naar Nederlands zuidelijkste havenplaats? ‘Nee’, zegt hij, en wijst naar de schoorsteen van AEB, net aan de overkant van de straat. ‘Dit moet naar de overkant.’

Onder normale omstandigheden gaat alle zuiveringsslib van deze zuiveringsinstallatie naar de Amsterdamse vuilverbrander AEB, maar nu nog maar incidenteel een enkel vrachtje. Veruit het meeste, rond acht vrachtwagens per dag, moet nu naar Terneuzen.

Wankelend systeem

Het gesleep met zuiveringsslib begon toen AEB begin juli onverhoeds het grootste deel van zijn verbrandingsovens stillegde. De halve sluiting van AEB heeft het toch al wankelende systeem van verwerking van zuiveringsslib compleet uit evenwicht gebracht. Niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland. Met zuiveringsslib kun je maar twee dingen doen: storten, maar dat mag onder normale omstandigheden niet. Of, zoals de wet voorschrijft: verbranden.

Ook voordat AEB door zijn hoeven zakte, kampte Nederland al met een tekort aan verbrandingscapaciteit, zegt Noor Ney. Zij is bij het waterschap Hollands Noorderkwartier verantwoordelijk voor de zuivering van afvalwater, en lid van de vereniging van zuiveringsbeheerders, de VVZB.

‘We konden alle zuiveringsslib altijd in Nederland verwerken, en als het even korte tijd niet kon, kon het naar Duitsland. Dat was de veiligheidsklep. Zo konden we de verbrandingscapaciteit heel strak plannen, en hoefden we geen overcapaciteit in stand te houden. Want overcapaciteit is erg duur.’ Maar gezien de problemen die nu optreden, moet ze toegeven: ‘We hebben misschien iets té strak gestuurd.’

In Duitsland kon zuiveringsslib over de akkers worden uitgereden en een deel ging de bruinkoolcentrales in. Vorig jaar kwam er een kink in de kabel. De Europese Unie wees Duitsland erop dat zuiveringsslib, immers vol met fosfaat en nitraten, onder de mestwet valt. Tot de interventie van de EU werd meer dan eenderde van Duitslands eigen zuiveringsslib uitgereden over de akkers. Sinds de ingreep moest al dat slib, 2,4 miljoen ton (ter vergelijking: Nederland produceert jaarlijks 1,4 miljoen ton), ergens worden verbrand. En daarvoor heeft Duitsland maar één mogelijkheid: meestoken in de bruinkoolcentrales. Die zitten sindsdien stampvol Duits slib en kunnen het Nederlandse slib niet meer aan.

De waterzuiveringsinstallatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in Amsterdam, waarvan het slib verwerkt wordt bij AEB. Het bedrijft verwerkt jaarlijks 140 duizend ton slib, maar stopte daar in juli grotendeels mee. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Een van de eersten die de noodklok luidden, was SNB in Moerdijk, een slibverbrander van een aantal Brabantse waterschappen. SNB kon het aangeboden slib niet meer allemaal verbranden en ging slib opslaan. Het kon niet anders, zegt directeur Silvester Bombeeck: de Brabantse waterschappen produceerden meer slib dan was verwacht. Slib werd opgeborgen in duwbakken, keurig afgedicht zodat het niet opdroogt, want: ‘Als je slib opslaat, wordt het moeilijker te verwerken. Zeker als het uitdroogt. Daarom dekken we het af. En natuurlijk ook voor de stank.’

Dure klus

Het wegwerken van slib is een dure klus. In 2015 werden de kosten hiervan in Nederland al becijferd op 200 miljoen euro en sindsdien zijn de kosten snel opgelopen. Dit voorjaar becijferde ingenieursbureau Royal Haskoning dat er tot 2023 een structureel verwerkingstekort voor zuiveringsslib is van 10 procent.

En toen moest de bom bij AEB nog barsten. AEB verwerkt jaarlijks 140 duizend ton slib, maar in juli stopt het bedrijf daar grotendeels mee. Daarmee wordt het tekort in de nationale verbrandingscapaciteit in één klap verdubbeld: voor 20 procent van het slib is geen verbrandingscapaciteit beschikbaar.

Sindsdien rijden de vrachtwagens het hele land door. Niet alleen van de Amsterdamse rioolzuivering. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) heeft elf zuiveringsinstallaties, die allemaal hun slib naar AEB brachten. Waterschap Zuiderzeeland was er ook klant.

Als een razende werden stortmogelijkheden gezocht. Op dit moment is er nog maar één plek in Nederland waar de restanten van de Amsterdamse poep terechtkunnen: op een tijdelijk stortbassin van afvalondernemer Wim Beelen in Terneuzen. Dijkgraaf Gerhard van den Top, de ‘burgemeester’ van het waterschap, is er enorm dankbaar voor. ‘Als hij ons geen plek had aangeboden, liep het zuiveringsslib nu in het Noordzeekanaal.’

Beeld de Volkskrant

Maar zelfs die enige uitwijkplek is maar voor korte duur: maximaal een jaar. En waar moet het dan heen? Verbranden is vrijwel uitgesloten. De installaties van de slibverbranders kunnen niets met de ingedroogde kluiten van in de buitenlucht opgeslagen slib. En stortlocaties zijn ook niet zonder problemen. Het waterschap AGV heeft zijn hoop gevestigd op de Slufter, een van de baggerdepots van Rijkswaterstaat, waar vervuild baggerslib ‘tijdelijk’ kan worden opgeslagen. De huidige vergunning staat het storten van zuiveringsslib niet toe, zegt een woordvoerder van Rijkswaterstaat. Hoelang het duurt voor de Omgevingsdienst en de Inspectie Leefmilieu en Transport nieuwe vergunningen hebben afgegeven, kon ze niet zeggen.

Is afvaltycoon Wim Beelen wel zeker dat de stort van slib in Terneuzen echt tijdelijk is? ‘Wij zitten als bedrijf helemaal niet op publiciteit te wachten’, bitst hij. ‘Van publiciteit wordt iedereen zenuwachtig. Terwijl wij het netjes hebben geregeld. Woont u in Amsterdam? Poept u ook? Wilt u dat blijven doen? Wij zorgen ervoor dat dat kan.’ Dat slib na opslag niet meer zou kunnen worden verwerkt: hij gelooft er niets van. ‘Ik zeg u: als slib vandaag verbrand kan worden, dan kan het morgen ook verbrand worden.’ En: ‘Die oplossing komt vanzelf.’

Klonteren, drogen, gisten, koken

Als de rioolwaterzuiveringsinstallatie zijn werk heeft gedaan, resteert nog een stroom ‘zuiveringsslib’ die volgens de wet moet worden verbrand. Maar de substantie is drijfnat: het is water met 3 procent droge stof.

Met klontermiddelen wordt het ingedikt tot een substantie van rond 22 procent droge stof, een klamme maar vaste modder. Dat gaat per vrachtwagen naar verbrandingsinstallaties, maar die vrachtwagens rijden dan dus met bijna 80 procent water rond. Het gaat om honderdduizenden kilometers per jaar.

De waterschappen doen er alles aan om zo weinig mogelijk slib over te houden, en om dat zo droog mogelijk te krijgen. De bestaande technieken zijn: vergisten en drogen. Bij vergisting wordt een deel van het slib (biomassa) omgezet in biogas. Het gas is bruikbaar als brandstof, en de hoeveelheid slib neemt af.

Het drogen van de dikke modder gebeurt soms met afvalwarmte uit de omliggende industrie. Het gehalte droge stof kan dan oplopen tot 80 procent. De brandbaarheid neemt toe, en de transportkosten nemen af.

Er zijn ook nieuwe technieken in de maak. TNO/ECN heeft Torwash ontwikkeld, waarmee het slib tegen lage kosten sterk kan worden ingedikt. Dure klontermiddelen zijn niet meer nodig. Het water uit de zuivering wordt verhit tot 150 à 250 graden, waardoor de helft van de biomassa in het water oplost. Zouten zoals fosfaten kunnen er makkelijk uit worden gehaald. Het slib dat overblijft, laat zich veel makkelijker van het water scheiden, tot een koek van 70 procent droge stof. Eén nadeel: grootschalige productie is voor 2023 niet te verwachten.

Het bedrijf SCW in Alkmaar heeft een andere techniek ontwikkeld: superkritisch vergassen. Bij een hogere temperatuur (375 graden) wordt alle biomassa omgezet in methaan (biogas), waterstof en CO2. SCW verwacht volgend jaar met de behandeling van zuiveringsslib te kunnen beginnen.

MEER LEZEN

Crisis bij Amsterdams afvalbedrijf is nu een nationaal probleem

De inzameling van afval in Nederland dreigt in gevaar te komen door ernstige technische en financiële problemen bij de Amsterdamse afvalverwerker AEB.

Hoe Nederland uitgroeide tot vuilnisland

Omdat de grootste afvalverbrander van Nederland, de Amsterdamse AEB, vier van zijn zes ovens moest stilleggen, heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur) de invoer van vullis aan banden gelegd. Het einde van Nederland vuilnisland lijkt aanstaande, maar hoe zijn we het ooit geworden? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden