Het Rijksmuseum verbouwt eerst en denkt later

In verband met de renovatie van het Rijksmuseum wil staatssecretaris Van der Ploeg dat er een nationaal debat komt over de toekomst van onze 'nationale schatkamer'....

OMDAT het Rijksmuseum, in de heersende gouvernementele retoriek, 'van ons allemaal' is, en dat Rijksmuseum de komende paar jaar voor 445 miljoen gulden verbouwd, gerestaureerd en heringericht gaat worden, moest er van de onderminister van cultuur, Rick van der Ploeg, een nationaal debat komen over de toekomst van dat museum. Dat is immers onze - zelfde type opzwepende retoriek - 'nationale schatkamer', maar onder invloed van een veranderende samenleving - jong! allochtoon! - is lang niet duidelijk wat er voortaan met de begrippen 'ons', 'nationaal' en 'schatkamer' bedoeld wordt.

Het Rijksmuseum bestaat in feite uit vijf musea, waarvan er één de eminente voortbrengselen van de Nederlandse kunst tot het midden van de negentiende eeuw toont en een ander de geschiedenis van het vaderland. Maar hoe laat je die kunst zien, geïsoleerd of in samenhang met de tijd waarin ze gemaakt werd?

Is het wel netjes om het bij de grote, hoge kunst te laten, of horen de voortbrengselen van de kunstnijverheid daar, heel sociaal-democratisch, ook naast te staan of te hangen? En wiens geschiedenis is het eigenlijk die we te zien krijgen in de historische afdeling van het Rijksmuseum? Alleen die van de elite, of moeten naast de montere relicten van de VOC ook, onder het beleefd groeten van die veranderde bevolking, de memorabilia van de slavenhandel worden tentoongesteld?

En dus ging er een verzoek uit vanwege de onderminister van cultuur om een debat. Veertig deskundigen, veertig commentatoren en, na een oproep in de dagbladen en een voorselectie, veertig gewone burgers werd verzocht een stelling in te leveren betreffende Het Nieuwe Rijksmuseum. Die drie keer veertig debattanten bleken dinsdag met zijn tweehonderden te zijn toen ze, onder leiding van Adriaan van Dis, in de Beurs van Berlage in Amsterdam zich met de toekomst van de nationale schatkamer mochten bemoeien.

Het bleek een klassiek staaltje van demagogie en misleiding. Wat was aangekondigd als een debat, werd een monotone reeks stemverklaringen over zulke uiteenlopende kwesties als de toekomst van het fietstunneltje onder het museum, het verwijderen van de grafzerken rond de binnenplaatsen, de mogelijke aanbrenging van een roltrap in de centrale hal, de verkoop of het van buitenaf zichtbaar maken van de Nachtwacht en de wenselijkheid van een eigentijdsere wijze van opstellen en ophangen dan de huidige die op chronologie en genre-systematiek is gebaseerd ('interactief!', 'circulair in plaats van lineair!').

Maar hoe het nu verder moet met het gebouw en de collecties, hoe het nu verder moet met een Rijksmuseum dat van ons allemaal is en dat in de toekomst iets betekenisvols en houdbaars moet zeggen over Nederland, zijn kunst en zijn geschiedenis, liefst in internationaal perspectief en met respect voor een veranderende bevolking, bleef duister.

Althans: in schijn. Stelselmatig werd er, door de gespreksleider en door de directeur van het Rijksmuseum, Ronald de Leeuw, verwezen naar een 'programma van eisen' dat voor de architecten gemaakt is, en een nog veel uitgebreider geheimzinnig plan waarin de toekomst van het museum en détail uit de doeken wordt gedaan. Die plannen liggen al klaar. Het debat of welk debat dan ook zal er geen invloed meer op kunnen uitoefenen.

En dus gaat er verbouwd worden zonder dat er duidelijk is waartoe. De slopers, de restaurateurs en de herinrichters staan al klaar, er zijn zeven architecten aangewezen die mogen meedingen naar de opdracht. Wát we in de straks door één hunner ongetwijfeld smetteloos opgeleverde ruimte gaan tentoonstellen, hoe we dat gaan doen en wat dat dan over ons allemaal beweert, is een zaak waar niemand iets mee te maken heeft.

Vooraanstaande museumdirecteuren als Sjarel Ex (Centraal Museum) en Rudi Fuchs (Stedelijk Museum) mogen daar stellingen voor formuleren en suggesties voor doen, willekeurige en geëngageerde bezoekers uit Apeldoorn, Meppel en Enschede mogen naar Amsterdam komen om zich tweeëneenhalf uur te koesteren in de illusie dat hun mening geappreciëerd wordt, in werkelijkheid is verbouwen veel hipper dan nadenken of discussiëren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.