Analyse Pensioenakkoord

Het repareren van de spaarpot wordt een helse klus: de meest prangende kwesties op een rijtje

Terwijl de pensioenfondsen deze zomer verder onderuitzakken, moet het pensioenakkoord worden uitgewerkt in concrete afspraken. De onderhandelaars kunnen hun borst natmaken. 

Met een sloep varen over de Vecht, een populair tijdverdrijf onder gepensioneerden. Beeld Raymond Rutting

Het leek zo mooi in juni: eindelijk was er een pensioenakkoord. Na tien jaar bakkeleien en een mislukt akkoord in 2010 kwam het er toch nog van. Een gezamenlijke visie van vakbeweging, werkgevers, kabinet en een enkele oppositiepartij – PvdA, GroenLinks - op een nieuw pensioenstelsel.

Schijn bedriegt. Het is een akkoord op hoofdlijnen. Eind augustus begint een ‘stuurgroep’ van de sociale partners en het kabinet met de uitwerking. Een reeks technische kwesties wordt gedelegeerd naar subgroepen. Makkelijk krijgen die het niet, want het wemelt nog van de problemen. Het gaat om vier grote kwesties die innig met elkaar verbonden zijn. Samen vormen zij een schier onontwarbare gordiaanse knoop.

De stemming aan tafel is bij voorbaat bedrukt. De zomer heeft de pensioenfondsen immers weinig goeds gebracht. Dat begint bij de steeds verder wegzakkende rente. Dat raakt de pensioenfondsen hard, want zij hebben zo relatief steeds minder vermogen tegenover hun verplichtingen staan. De Europese Centrale Bank voorziet op afzienbare termijn geen renteverhogingen.

De vooruitzichten verslechteren nog verder door de berichten dat economen een economische neergang voorzien. Of en wanneer de economische groei terugvalt of omslaat in krimp, is koffiedik kijken, maar de onzekerheden over de handelsoorlogen van de VS, de Brexit en de toekomst van Hongkong helpen niet mee. De beurskoersen lopen op al die onzekerheden vooruit. In de eerste week van augustus daalden de beursindexen wereldwijd zo’n 5 procent en meteen gingen de alarmbellen af bij de fondsen. Van de ruim 1.400 miljard euro die zij beheren is volgens DNB ruim 400 miljard in aandelen belegd.

Het maakt de uitwerking van het pensioenakkoord niet eenvoudiger. In de aanloop naar het akkoord dacht men geld vrij te spelen dat als smeermiddel kon worden gebruikt om de pijn bij de uitwerking weg te nemen. Dat geld is er nu niet meer. Er moeten harde keuzes gemaakt.

Voorlopig houden de onderhandelaars zich vast aan de natuurkundewet die oud-FNV-voorzitter Johan Stekelenburg graag aanhaalde: onder druk wordt alles vloeibaar. Bovendien weten de sociale partners elkaar altijd beter te vinden in tijden van tegenspoed als de ‘armoede’ verdeeld moet worden dan in tijden van rugwind. De belangrijkste kwesties op een rij, die innig met elkaar verknoopt zijn.

1. De dreigende kortingen

Het voorkomen van pensioenkortingen was in juni een belangrijke doelstelling van het pensioenakkoord. Dat leek te kunnen door de regels voor het nieuwe pensioensysteem alvast toe te passen. Nu moeten de fondsen nog zoveel vermogen hebben dat de pensioenaanspraken voor minimaal 104 procent gedekt zijn. In het nieuwe systeem wordt dat 100 procent. Dat leek een oplossing voor veel pensioenfondsen, maar door de dalende rente en de wegzakkende beurskoersen lijken kortingen met ingang van volgend jaar alsnog onvermijdelijk. Het kabinet kan op Prinsjesdag maatregelen aankondigen om ouderen te compenseren met belastingmaatregelen of, zoals de FNV voorstelt, een algemene verhoging van de AOW.

2. Het nieuwe contract

Volgens het akkoord komt er een nieuw ‘reëel pensioencontract’ waarin de uitkering sterker afhankelijk wordt van de financiën van het fonds. Er kan per leeftijdscohort, groepen van bijvoorbeeld vijf geboortejaren, belegd gaan worden. Risicovol in aandelen voor jongeren, maar met meer zekerheid in obligaties voor ouderen.

De vaste koppeling aan het eerder verdiende salaris komt te vervallen. De uitkering wordt flexibel: lager als het fonds er slecht voorstaat en hoger als het er goed voorstaat. Omhoog en omlaag gaat sneller dan nu. Dat kan per jaarlijks gebeuren, het ene jaar omlaag, het volgende omhoog.

De uitwerking van dit nieuwe contract is een technisch ingewikkelde kwestie. Een brisant probleem is daarbij het ‘invaren’ van oude rechten: hoe worden al opgebouwde pensioenaanspraken in het nieuwe systeem verwerkt zonder dat pensioenspaarders zich gedupeerd voelen?

3. De afschaffing van de doorsneepremie

In het nieuwe pensioensysteem komt de premie direct ten goede aan de premiebetaler. Dat heet in jargon het afschaffen van de doorsneepremie.

Dat is een dure kwestie, omdat daarmee de huidige, indirecte ‘subsidie’ van jongeren aan ouderen wegvalt. Omdat 45-plussers het dan plotseling zonder die subsidie van de jongeren moeten doen, moeten zij gecompenseerd. Dat is een dure grap. Het Centraal Planbureau raamt de kosten nationaal op zo’n 50 miljard euro. Dat bedrag hoeft niet in een keer opgehoest, het kan uitgesmeerd over jaren, maar het geld moet wel ergens vandaan komen. De ernst van dit probleem verschilt per pensioenfonds. Het is bijvoorbeeld afhankelijk van de verhouding tussen de aantallen jongeren, middelbaren en oudere werkenden die bij het fonds voor pensioen sparen

4. Het premietekort

Werknemers in loondienst werken een dag in de week voor het pensioenfonds. Grofweg een vijfde van het salaris wordt nu afgedragen voor de oude dag. Toch is dat vaak te weinig. Zij krijgen meer pensioenaanspraken toegekend dan de premie waard is: voor tachtig eurocent premie krijgt een werknemer vaak een euro aan pensioen beloofd. De zogenoemde premiedekkingsgraad is met 80 procent veel te laag. 

Dat is bijvoorbeeld het geval bij het pensioenfonds voor de kleinere metaalbedrijven PMT, dat al jaren in problemen zit. Die problemen zijn verergerd door de te lage premie. Verlaging van de pensioenen van ouderen en werkenden is bij dit fonds onontkoombaar. Daarom volgt bij de uitwerking van het pensioenakkoord een keuze uit twee kwaden: of de premie moet omhoog of de pensioenregeling moet versoberd. Deze kwestie speelt bij veel pensioenfondsen, vooral waar korting van de pensioenaanspraken op korte termijn onvermijdelijk wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden