Het relaas van een door de ramp met vlucht MH17 getroffen familie: ‘Mama, je moet sterk zijn’

Familieverhaal Op Bali zouden ze samen vakantie vieren. Oma Yasmine kwam uit Houston, haar kleinzoons Shaka (19) en Miguel (11) uit Almere. Het relaas van een door de ramp met vlucht MH17 getroffen familie.

'Er staat in Singapore straks een rolstoel voor u klaar', zegt de bezorgde stewardess als het vliegtuig net is vertrokken. Yasmine Calehr - 68 jaar geleden geboren als Johanna Christina van de Scheur - kijkt de stewardess vanuit haar vliegtuigstoel vragend aan.

'Dat is niet nodig, hoor', zegt Yasmine opgewekt. 'Ik loop wel gewoon.'

Het is 17 juli 2014 en ze reist vanuit haar woonplaats Houston naar Bali, het eiland waar ze jarenlang met haar Indonesische man woonde. Ze bezitten er nog altijd een villa met balkon dat uitkijkt over rijstvelden en palmbomen.

Sinds haar man dementeert, woont ze in de Verenigde Staten. Nu keert ze even terug naar de villa, voor een vakantie met haar drie kleinzoons die in Almere wonen. Ze komen op eigen houtje. Straks op het vliegveld zal ze Shaka (19) en Miguel (11) opwachten, die via Kuala Lumpur vliegen. Haar derde kleinzoon Mika (16) komt met een vriend een dag later, omdat vlucht MH17 vandaag was volgeboekt.

In het vliegtuig kijkt Yasmine naar een documentaire over Schotland, waar Shaka misschien stage gaat lopen. Straks zal ze hem er alles over kunnen vertellen.

Als het toestel geland is, staat ze op uit haar stoel. Ze is onrustig. Haar vlucht heeft vertraging en ze moet zorgen dat ze haar aansluiting haalt, anders loopt ze de jongens mis. Hangend tegen een leuning haalt ze haar Blackberry tevoorschijn. Zodra het mag, zet ze hem aan.

Direct gaat de telefoon af.

'Mama', zegt haar dochter Samira met een iel stemmetje. 'Mama, je moet sterk zijn.'

'Shaka!', schreeuwt Yasmine kort daarna. 'Miguel!'

Ze slaat om zich heen.

'Ik haat God!'

Vliegtuigpersoneel zet haar in de gereedstaande rolstoel en rolt haar door de terminal naar het vliegveldhospitaal, waar medewerkers haar een kalmerende injectie willen geven.

Ze protesteert.

Ze wil niet van de wereld zijn, ze wil naar haar familie.

Mensen brengen haar naar een lounge, waar ze begint te vertellen over de beide jongens aan boord van de rampvlucht, de jongens die zo vriendelijk en goedlachs waren. Over Shaka, die zo van koken hield. Over Miguel, die autocoureur wilde worden en de zondag daarvoor zijn kartdiploma had gehaald.

Ze moet zo snel mogelijk naar Amsterdam, zegt ze.

Wanneer ze elkaar bezochten, in welk werelddeel ook, namen ze van alles voor elkaar mee. Kaas en drop reisden in koffers van Nederland naar de Verenigde Staten. Bodylotion en koekjes namen de omgekeerde route. Vanuit Bali kwam soms sambal.

En dus stond Yasmine Calehr een paar dagen voordat ze naar Indonesië zou vertrekken in Sam's Club - een soort Amerikaanse Makro - met een kar vol Famous Amos chocolate chip-koekjes. Die had Miguel bij haar besteld om aan zijn vrienden te kunnen uitdelen.

In de rij voor de kassa viel haar blik op een sprei met op de verpakking de tekst 'Softer than silk'. Ze moest meteen aan Shaka denken, met wie ze bijna dagelijks via Skype sprak. De afgelopen anderhalf jaar was hij enorm veranderd: hij was flink afgevallen, had meer zelfvertrouwen en kwam uit de kast.

'Shaka, je lijkt wel een slang', had Yasmine tegen hem gezegd. 'Die vervelt ook elk jaar. Jij bent van vel veranderd.'

'Nee oma', had hij geantwoord. 'Ik wil geen slang zijn. Ik ben liever een zijderups. Die verandert in een vlinder, en vliegt dan naar de hemel.'

Yasmine liep even uit de rij, opende de rits van de verpakking en stak haar hand erin om te voelen. Echt iets voor Shaka, dacht ze, die in Enschede textile engineering & management studeerde. En omdat ze een witte te saai vond en de crèmekleurige meer voor oude mannen, pakte ze een paarse.

Diezelfde dag nog toonde ze haar cadeau op Skype.

'Mooi', zei Shaka.

Maar toen het gesprek voorbij was, had Yasmine direct spijt.

Paars?

Waarom paars?

Paars was de kleur van de lap die in 1975 over de doodskist van haar vader hing.

Daar zit Yasmine Calehr, opnieuw in een vliegtuig, nu in tegengestelde richting. Ze heeft een plek aan het gangpad, zoals ze graag wil, maar niet in de business class die haar was beloofd. Ze is omringd door een Brits gezin: op de rij voor haar zit de moeder met twee kinderen, op haar rij een vader met een jongen van een jaar of 8.

Een gelukkig gezin, ook dat nog.

Het had nog wat moeite gekost om haar vlucht om te boeken. Eerst wilden ze haar pas zondag naar Amsterdam laten vliegen.

Het was donderdag!

Toen wilden ze haar via Kiev sturen.

Dat nooit.

Uiteindelijk was er dezelfde nacht een vlucht beschikbaar, via Londen.

Nu ze in de lucht zijn, kruipt het jongetje onder een deken. Hij legt zijn hoofd op de schoot van de vader en zijn benen op de schoot van Yasmine.

Ze denkt aan de talloze reizen die ze met haar kinderen maakte en met haar kleinkinderen, in soortgelijke vliegtuigen, met hoofden op schoot en benen op schoot.

Af en toe wordt de jongen even wakker, de benen bewegen. In gedachten schuift Yasmine ze weg, maar ze doet het niet. Het kind moet slapen, dat snapt ze ook wel.

Als de jongen naar het toilet gaat, kan ze heel even huilen.

Op Schiphol mag Yasmine Calehr als eerste uitstappen. Ze wankelt door het gangpad, stapt naar buiten en ziet ze direct staan. Haar broer en zijn vrouw, haar dochter Samira en kleinzoon Mika met zijn lange haren, die direct op haar afstormt en haar niet meer loslaat.

'Shaka! Miguel!', roept Yasmine. 'Shaka! Miguel!'

Dan grijpt ze Samira vast - Samira die een dag eerder flauwviel toen ze hoorde dat twee van haar zoons waren omgekomen, Samira die snel weer bij zinnen was en eiste dat ze direct naar de informatiebijeenkomst in Dakota's Bar werd gebracht, Samira die nu kleiner, bleker en breekbaarder oogt dan ooit.

Ze rijden met z'n allen naar een hotel, een hotel in een troosteloze hoek van Schiphol. Misschien spreken ze in de auto over de koffer vol oranje T-shirts, die Miguel had meegenomen om uit te delen aan de jongens in de kampong. Misschien spreken ze over het laatste sms'je dat Shaka om 12.11 uur vanuit het vliegtuig naar zijn moeder stuurde, het sms'je waarin hij schreef: 'Ma, love you'. En misschien vertelt Samira over de voortekenen, de voortekenen die zo belangrijk zijn in de Indonesische cultuur.

Hoe Miguel een paar dagen voor vertrek tijdens een potje voetbal aan oom Aan had gevraagd wat er met je lichaam gebeurt als je begraven bent.

Hoe Miguel zijn moeder kort voor vertrek naar zijn kamer had geroepen, en haar alle passwords van zijn laptop had gegeven, zodat ze foto's en filmpjes kon zien.

Hoe ook Shaka zijn laptop, die hij anders altijd meenam, bij zijn moeder achterliet.

Hoe Miguel die laatste nacht bij haar in bed was gekropen en haar zo stevig had vastgehouden dat ze bijna geen adem meer kon halen.

Hoe Shaka, die niet van paars hield, zijn moeder vroeg om een paars T-shirt te strijken, omdat hij dat per se aan wilde tijdens de reis.

Hoe Miguel, op weg naar de douane, nog een keer terugkwam en vroeg: 'Wat gebeurt er als het vliegtuig neerstort?'

Hoe Shaka haar omhelsde en zei dat hij bang was.

Het waren er zo veel, vertelt Samira aan haar moeder. Waarom had ze haar zoons niet tegengehouden? Was het dan toch waar wat ze in Indonesië zeggen - dat mensen veertig dagen voordat ze sterven subtiele tekens geven, om zo vast afscheid te nemen?

Die vrijdag slapen ze met andere nabestaanden van vlucht MH17 in het Steinberger hotel op Schiphol-Oost. Ze liggen met z'n drieën in één bed - Mika links, Samira rechts, Yasmine tussen hen in.

Ze houden elkaar vast.

En ze hopen op een laatste teken van Shaka en Miguel.

Als Yasmine op zondag het huis van Samira in Almere betreedt, ruikt ze bloemen die er niet zijn.

Ze hebben die ochtend in het hotel ov-chipkaartnummers, schoenmaten en namen van tandartsen aan een identificatieteam gegeven, die middag zal de hele Indonesische gemeenschap zich hier verzamelen om te bidden - tot God, tot Allah, tot wie dan ook.

Maar nu ruikt Yasmine de zoete, weeë geur van sedap malam, de witte bloem waar ze in Indonesië zo van hield, omdat ze 's avonds zo heerlijk gaat ruiken.

Is dat het teken?

Ooit had ze haar huishoudster Hartini op pad gestuurd om de bloemen te zoeken voor in een vaas in hun villa op Bali. Ze had er een paar op de kop weten te tikken, maar vroeg al na een dag of ze ze weg mocht gooien.

'Nee hoor, laat maar staan', zei Yasmine.

De volgende dag wilde Hartini ze weer weggooien.

'De vrouw die hier zorgt dat er geen geesten en spoken door de tuin lopen, wil ook dat ze verdwijnen', zei ze.

Sindsdien begrijpt Yasmine dat de geur bij de dood hoort, dat Indonesiërs de bloem gebruiken bij ceremonies voor overledenen.

En nu ruikt ze die bloemen dus weer, in dat huis in Almere, waar Samira steeds tegen haar zegt dat ze het nog niet kan geloven en dat ze zichzelf op de gedachte betrapt dat de jongens gewoon met vakantie zijn, zoals de bedoeling was, en dat ze binnenkort weer in hun bedden slapen.

Dat huis in Almere heeft nu de geur van sedap malam, de geur van de dood.

Yasmine ademt nog eens goed in.

Zijn het de jongens?

Ja, denkt ze.

Het zijn de jongens, de jongens die zeggen: 'Oma, hou maar op met zeuren. We komen niet meer terug.'

Dit verhaal kwam tot stand na gesprekken met Yasmine Calehr, haar dochter Samira Calehr en haar zoon Harun Calehr. Woensdag zagen ze de eerste vliegtuigen met lichamen landen in Eindhoven. 'Het deed ons goed ons verdriet te kunnen delen', mailde Yasmine een dag later, 'en te voelen dat ook de autoriteiten en het koningspaar met ons in de kokende zon stonden.' Maandag is er in Almere een stille tocht ter nagedachtenis aan Shaka en Miguel.

Met dank aan Angie Wellink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden