Het regeerakkoord ronkt van de groene ambities, maar tussen droom en daad staan veel praktische bezwaren

Commentaar

Wordt het klimaatbeleid een enthousiasmerend nationaal project?

Foto epa

Als Rutte III iets wil zijn, dan is het een groen kabinet. Het regeerakkoord ronkt van de ambities. Minister-president Rutte noemt het klimaatbeleid in internationaal verband tegenwoordig bij zijn hoogste prioriteiten en vindt zijn kabinet nu al het groenste aller tijden: het wil immers alles op alles zetten om het klimaatverdrag van Parijs te halen. Dat betekent dat de aarde niet meer mag opwarmen dan ruim onder de 2 graden Celsius, liever 1,5 graad. 'In de EU nemen we het voortouw', belooft het kabinet aan zichzelf.

Maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren en in dit geval ook vele jaren. Om te beginnen maakt het kabinet zichzelf volstrekt afhankelijk van veel anderen. Bedrijven, boeren, consumenten, de milieubeweging: ze moeten allemaal in beweging komen.

Het kabinet zal het daarbij in hoge mate van z'n overtuigingskracht moeten hebben, want het regeert over z'n graf heen. De miljarden die de overheid zelf extra in de transitie wil investeren, komen pas los als Rutte III alweer is uitgeregeerd. Dat is geen teken van grote bestuurlijke kracht.

PvdA en GroenLinks noemden die 'tragedie van de horizon' eind 2015 als reden om een bindende klimaatwet te maken: klimaatbeleid gaat per definitie over de lange termijn, maar bedrijven kijken doorgaans niet meer dan enkele jaren vooruit, terwijl politici hun blik beperken tot aan de volgende verkiezingsdatum. Teken aan de wand: ruim twee jaar na de eerste poging tot invoering van een klimaatwet, ligt er nog steeds geen kansrijk wetsvoorstel klaar voor behandeling in de Tweede Kamer.

In een poging die spiraal van het eeuwige uitstel te doorbreken, kiest het kabinet nu voor de aloude Nederlandse traditie van het poldermodel. Alle mogelijke partijen uit de samenleving komen aan tafel. Met topvrouwen als Manon Janssen en Annemieke Nijhof aan boord wordt het een veelbelovende poging om van de verduurzaming van Nederland een nationaal project te maken. Tafelvoorzitters als Diederik Samsom (PvdA), Kees Vendrik (GroenLinks), Ed Nijpels (VVD) en Pieter van Geel (CDA) moeten bovendien in staat zijn om het politieke draagvlak zo groot mogelijk te maken.

Dat overlegmodel heeft zich al vaak bewezen, maar zonder politiek risico is het niet. Als het kabinet z'n zin krijgt, heeft de energietransitie ingrijpende effecten op de nationale economie en de inkomensverdeling. Minister Wiebes rekende al voor dat er in de komende decennia jaarlijks 1 tot 3 procent van de totale economie mee gemoeid zal zijn. Dat zijn elk jaar vele miljarden. Met alleen experts aan tafel, bestaat de neiging om die rekening neer te leggen bij het niet-meepratende deel der bevolking, zo leert de ervaring. De prijs van de energietransitie tot nu toe komt voor een onevenredig groot deel terecht bij de laagste inkomens, rekende Milieudefensie onlangs uit. Er ligt een zware verantwoordelijkheid bij 'tafelvoorzitters' als Samsom en Vendrik om dat vanaf nu te voorkomen.

En daarna bij de Tweede Kamer, die in alle gevallen het laatste woord dient te houden over de eindafrekening: wie betaalt wat en ten koste waarvan mag het allemaal gaan? Alleen als de prijs eerlijk wordt verdeeld en de gezochte consensus niet ten koste gaat van open politiek debat, kan de vergroening van Nederland uitgroeien tot een project dat ook buiten de bestuurlijke elite enthousiasmerend werkt.

Gelukkig maakt Wiebes eindelijk haast. In de zomer moeten de plannen er in grote lijnen liggen, in het najaar worden ze uitgewerkt, begin 2019 begint de uitvoering. De tijd is kort om te bewijzen dat het kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.