Het ree

Beestje van de week

Het ree - en alsjeblieft niet de ree - is iets heel anders dan een klein hert. Zijn gewoonten zijn subtieler, zegt Bas Worm, en zijn voorkeuren zijn verfijnder.

'Ik keek al reeën op mijn achtste. Een paar keer per week fietste ik na schooltijd naar een landgoedje in de buurt. Ik kom uit de Achterhoek. Toen ik een jaar of 12 was mocht ik mijn vaders paspoort meenemen en ging ik ook naar Duitsland. In mijn eentje maakte ik grote fietsronden, ik probeerde vijftig reeën te halen op een avond. Op een gegeven moment wisten de douaniers: daar heb je hem weer. Dan gaven ze me tips over plekken waar zij reeën hadden gezien.


'Het ree is een stijlvol, sierlijk, elegant dier. De Latijnse naam zegt het al: Capreolus capreolus. Hoe ze over prikkeldraad springen, of eronderdoor kruipen, dat gaat met een enorme soepelheid. Het is een echt kruip-door-sluip-doorbeestje, een echte bosrandbewoner. Overgangen van dicht naar open landschap, dat is zijn voorkeursgebied. Daar is hij ook op gebouwd, met die hoge achterkant, floep, onder de draden, tussen de struiken door. Ze kunnen verdwijnen in het landschap. In de winter denk ik vaak: waar zijn al die honderdduizend reeën? En dan, na een paar warme voorjaarsdagen, als de vegetatie uitloopt, poef, dan zie je ze opeens overal, in plukjes, langs de snelweg, op de akkers.


'Het ree is een succesnummer. Halverwege de vorige eeuw vond je hem alleen op de hogere zandgronden in het oosten en zuiden van het land. Nu heeft hij zich over het hele land verspreid. Dat succes heeft vele oorzaken. Sinds de jachtwet uit 1954 is het een beschermde soort, hij mag geschoten worden, maar alleen met een reden, en na tellingen. Daarnaast doen alle grote wilde dieren het nu goed in Europa. Door toename van het voedselaanbod, door klimaatverandering; er is minder wintersterfte. En er zijn meer gevarieerde bossen gekomen, meer geschikte randen om te leven.


'Dat mensen bij een ree aan Bambi denken snap ik nog, al klopt er niets van: Walt Disney's Bambi is een witstaarthert. Maar veel mensen noemen een ree een jong hertje, dat is als het vergelijken van een koe met een paard. Zo zijn er meer misverstanden. We zien reeën vaak in het grasland, maar gras eten doen ze niet of nauwelijks. Ze pikken juist de lekkere klaver eruit die ertussen staat. Hij is een browser, een fijnproever. Edelherten en wilde zwijnen profiteren enorm van het bulkaanbod aan voedsel door de intensieve landbouw. Het ree is subtieler, dat zoekt juist de kruiden.


'Een ree is uren op een dag bezig met voedsel verzamelen. Hij moet meerdere keren per dag dat kleine pensje vullen, dus moet hij leven waar het voedsel is. Zijn directe omgeving is zowel leefgebied als voedsel- en rustgebied. Als je een ree ziet weet je - anders dan bij het edelhert - hij woont hier, hier is zijn territorium. Dat vind ik leuk.


'Reeën zijn eenlingen, ze zijn graag op zichzelf. Alweer in tegenstelling tot herten, die in groepen leven. Je ziet reeën in de zomer wel in gezinssprongen, zoals dat heet. Een moeder met een kalf, of twee kalfjes, en vaak nog een vrouwelijk kalf van vorig jaar - een smalree - erbij. In de bronst, midden in de zomer, komt de territoriale bok er bij, die wil de geit bevruchten, of een smalree. Als hij zijn ding heeft gedaan is hij weer weg.


'Reeën hebben maar één eisprong per jaar. In die twee of drie dagen moet het dan ook gebeuren. De geiten hebben een uitgestelde draagtijd, dat vind ik een bijzonder fenomeen. Ze bronsten in de zomer, maar vervolgens staat de embryo-ontwikkeling stil tot in oktober, waardoor die kalfjes netjes in mei of juni ter wereld komen en dus niet drie maanden eerder als het nog koud en nat is. Op deze manier kunnen de ouders zelf nog, na de bronst in juli of augustus, voldoende bij eten om in goede conditie de winter in te gaan.


'Pas dan, als er minder voedsel is, trekken sommige groepjes reeën naar elkaar toe, dan vormen ze familiesprongen. Na de winter markeren de bokken opnieuw hun territorium. De geiten staan in deze periode op het punt om kalfjes te krijgen. Al het spul van vorig jaar wordt dan weggestuurd. Deze 'jaarlingen' - dat zijn dan de reeën die vaak omkomen in het verkeer. Dat overkomt jaarlijks tegen de 10 procent van de totale reeënpopulatie.


'Het markeren doen de bokken met hun gewei, ze verwonden de vegetatie, zodat sappen gaan stromen, ze halen de bast van bomen, zodat andere bokken weten: dit is een grenspaaltje. Het gewei is dus functioneel en niet, zoals bij edelherten, bedoeld om te imponeren.


'Een geit krijgt meestal twee kalfjes. Ze legt ze in het begin apart. Die kalfjes krijgen ingeprent: blijf liggen, wat er ook gebeurt. En dat doen ze ook. Ze liggen fantastisch gecamoufleerd in het gras.


'Dit gedrag heeft een nadeel: in het boerenland worden veel reekalfjes doodgemaaid. Ze zien die maaibalk komen en blijven gewoon liggen. Ik heb er foto's van gezien, van reeën met afgemaaide poten, heel naar. Ook voor boeren niet leuk. Steeds meer boeren hebben een zogeheten wildredder op de machine. Soms hebben ze afspraken met jachthouders in de buurt. Die gaan dan met de hond eerst het grasland door, kijken of ze kalfjes zien, en die leggen ze dan met gras en al aan de kant. Desalniettemin zijn maaiverliezen onder kalfjes een belangrijke doodsoorzaak.


'Sinds ik in Twente woon, is het Buurserzand mijn reeëngebied. Er wordt niet gejaagd, recreanten mogen niet overal komen, dus laten reeën zich beter zien. Want reeën zijn stresskippen, een loslopende hond kan al funest zijn.


'De jacht - ach, het is moeilijk om in Nederland een tussenpositie in te nemen. Je bent of een jager of een anti-jager. Op de Veluwezoom wordt al heel lang niet meer op reeën gejaagd. Dat hoeft ook niet, ze komen daar van nature in lage dichtheden voor. De reeën van het Buurserzand lopen het gebied wel uit, en worden dan in de omgeving afgeroomd. In de buurt van wegen, om wildaanrijdingen te voorkomen. Ik heb er niets op tegen om op die manier te oogsten uit de natuur. En reeënvlees is lekker.


'Ik ben een zitfotograaf. Ik ga ergens zitten, tegen de wind in, en dan kijk ik wat er komt. Je hebt ook van die loopfotografen, die proberen de reeën te besluipen. Dat werkt niet; die reeën hebben jou veel eerder in de gaten dan andersom. Hun neus is formidabel, ze ruiken alles in een straal van 400, 500 meter. Dan kun je nog beter als keet makende recreant op een pad gaan lopen. Reeën zijn best zo nieuwsgierig dat ze willen weten: wat komt daar nou weer aan?


'Reeën kunnen geen onderscheid maken tussen rood, groen en geel. Blauw daarentegen knalt eruit. Een spijkerbroek herkent hij van grote afstand. Een felrode jas valt gek genoeg minder op. Reeën zien ongeveer 300 graden rond - ze kunnen nog net niet pal achter zich kijken. Door de stand van hun ogen zien ze iedere beweging in een enorm panorama. In het donker zien ze uitstekend.


'En dan die oren, die kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Dan staat het ene oor gericht op jou en met het andere oor, ik noem dat de radar, draait hij ondertussen om de rest van de geluiden op te vangen. Ik vind dat geweldig. Zo raak je dus nooit uitgekeken, er is altijd weer iets nieuws dat opvalt.'

Bas Worm (43) is hoofdauteur van Het ree, observeren en herkennen, dat vorige maand verscheen bij IPC Groene Ruimte. ipcgroen.nl

Met dank aan Stichting Reeënopvang Nederland

HET REE (OF: DE REE)

Wetenschappelijke naam: Capreolus capreolus


Orde: evenhoevigen


Familie: herten


Afmetingen: kop-romp: 95-140 cm, vergelijkbaar met een grote herdershond. Kleiner dan herten


Verspreiding: in bijna heel Europa


Status: staat als 'niet bedreigd' op de Rode Lijst

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.