Het recht op afzijdigheid

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Sander van Walsum over crises die niet voor iedereen bestaan.

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Sander van Walsum over crises die niet voor iedereen bestaan.

Voor mijn in 1990 overleden grootmoeder was een van de attracties van wat zij ‘de goede jaren zestig en zeventig’ noemde dat je je heel eenvoudig kon onttrekken aan het rumoer van de tijd. Je las de krant een paar dagen niet, je keek niet naar Het Journaal, en je luisterde op de radio uitsluitend naar programma’s die verstrooiing boden, en zowaar: de Koude Oorlog bestond niet, in Vietnam was het rustig en het conflict in het Midden-Oosten leek geluwd.

In eigen land deden de provo’s weliswaar vervelend, en verschrompelde de CHU – van oudsher haar partij – tot een marginaal politiek verschijnsel. Maar ook dat kon je negeren. Want in de tuin die ze met zoveel toewijding verzorgde, zoemden de bijen en geurden de borderplanten. Haar welbevinden werd bepaald door wat zich tussen de ligusterhagen afspeelde.

Erg verheffend was die levenshouding niet, besefte mijn grootmoeder ook. Maar als kind van de late negentiende eeuw en als getuige van de drama’s van de daarop volgende eeuw koesterde ze de rust op het eigen domein. Ze genoot volop van het privilege geen kennis meer te hoeven nemen van de grote gebeurtenissen van haar late levensjaren. Jacques Offenbach en de gezusters Brontë figureerden nadrukkelijker in haar leven dan Gamal Abdel Nasser en boer Koekoek.

Crises
Wat in het voordeel van mijn grootmoeder kan worden aangevoerd, is dat zij zich er tenminste nog van bewust was dat zij zich voor de grote thema’s van haar tijd afsloot. Dat bewustzijn lijkt te ontbreken bij talloos veel mensen die na haar zijn geboren. Voor hen bestaan crises pas als zij er persoonlijk frontaal door worden geraakt. Voor hen is de afzijdigheid geen voorrecht maar een recht.

In een poging de meest bedreigende van alle crises, die van de ecologie, tot het collectief bewustzijn te laten doordringen, zet de milieubeweging vanaf het moment van haar ontstaan – begin jaren zeventig – in op het zo concreet mogelijk maken van wat voor de meeste mensen (zeker in dit deel van de wereld) nog een tamelijk abstracte aangelegenheid is. De Club van Rome trok ontwikkelingslijnen die op dat moment waarneembaar waren lineair door naar de toekomst, en voorspelde rampen die mede onder invloed van dit alarmisme werden afgewend.

De zure regen, het verschijnsel waarmee de ecologische crisis begin jaren tachtig werd vereenzelvigd, werd tastbaar gemaakt met lugubere afbeeldingen van de aanblik die bouwkundige monumenten bij ongewijzigd beleid binnen enkele jaren zouden bieden. De meeste bossen waren al niet meer te redden, zo heette het. Elke boom die zijn naalden verloor of die anderszins een weinig vitale aanblik bood, werd als slachtoffer van de zure regen aangemerkt. De uitgestrekte wouden in Scandinavië en Canada zouden er voor het verstrijken van het decennium uitzien als Vlaamse slagvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Blasfemie
Uit het feit dat deze rampen zich niet hebben voltrokken, zouden de afzijdigen onder ons ten onrechte de gevolgtrekking kunnen verbinden dat de ecologische crisis zwaar overdreven of zelfs gecreëerd is om de milieubeweging een bestaansreden te geven. Onbedoeld geeft de milieubeweging zelf voedsel aan die lichtzinnige opvatting. Elke relativering van de ernst van de problemen wordt als blasfemie afgedaan. En de successen die de laatste decennia onloochenbaar zijn geboekt – getuige alleen al het feit dat het Zwarte Woud niet dood is maar vitaler dan ooit tevoren – worden verzwegen of van duistere kanttekeningen voorzien uit angst dat de ontvankelijkheid voor het slechte nieuws daardoor zal afnemen.

Mogelijk treedt echter het omgekeerde effect op: sinds de vroege jaren zeventig is milieualarm na milieualarm geslagen. Maar nooit is het sein ‘brand meester’ gegeven, ook niet als daar – zoals in het geval van de zure regen – goede redenen voor waren. Mensen die al jaren onder de doem van een aangezegde catastrofe leven, horen de boodschappers op een zeker moment niet meer.

De boodschappers worden steeds stelliger, hun voorspellingen steeds gedetailleerder. Al Gore, die tot zijn hogere roeping als milieuridder alom voor een saaie, visieloze man werd gehouden, zette de wijzers van de klok die de levensduur van de aarde registreert naar een minuut voor twaalf. En de somberste prognoses vormen nu het draaiboek voor de semi-documentaire milieufilm The Age of Stupid.

Maar wat gebeurt er als het ook dit keer – mogelijk onder invloed van deze indringende waarschuwingen – allemaal weer blijkt mee te vallen? Wat gebeurt er als de afsmelting van de poolkappen stabiliseert en de zeespiegel niet zes meter maar – ‘slechts’ zes centimeter stijgt? Dan zullen de aardbewoners schouderophalend aan een nieuw milieualarm voorbijgaan. En dan zijn de rapen pas echt gaar.

Sander van Walsum
De auteur is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden