Het recept voor ongekend succes

De kans is groot dat Nederlandse schaatsers in Sotsji de helft van alle schaatsmedailles winnen: 18 van de 36. Hoe is dat mogelijk? Een nationaal succes ontleed in zes fases.

1 Nederland is dol op natuurijs, maar kunstijs vormt het fundament van het schaatssucces. Net nadat Henk van der Grift voor Nederland de eerste wereldtitel allround heeft gewonnen, in 1961, gaat de Jaap Edenbaan in Amsterdam open. Het is een hit. Nederlandse schaatsers hoeven in de winter niet langer op zoek naar ijs in Noorwegen of Zwitserland. Ze kunnen dicht bij huis vaker trainen, op beter ijs.


Ard Schenk en Kees Verkerk wijzen de weg. Ze rijgen de titels aaneen en laten zien wat mogelijk is. Nederland, dat nauwelijks beschikt over topsportcultuur, wordt een land van topschaatsers. De stadions stromen vol voor toernooien. Het volk reist de schaatsers achterna naar Oslo, Gothenburg en Inzell.


In 1984 komt er een onverwacht einde aan deze golf van overwinningen, die vanaf 1968 altijd een of meerdere gouden medailles had opgeleverd. Bij de Winterspelen van Sarajevo veroveren de Nederlandse schaatsers nul medailles. Dat was niet meer gebeurd sinds 1956, voor het tijdperk van het kunstijs. Het is de katalysator van nieuw denken en nieuwe daden.


Thialf wordt overdekt zodra vast komt te staan dat de volgende Spelen, die van Calgary in 1988, in een hal plaatsvinden. In 1986 gaat de baan open, als tweede schaatshal ter wereld. Er worden dat seizoen tien wereldrecords gereden. De indoortempel biedt nieuw elan en stabielere condities voor training en wedstrijden.


2 Wereldkampioen allround Rintje Ritsma ontketent in 1995 de revolutie. Hij verlaat de schaatsbond, gaat commercieel en blaast het achterhaalde systeem van kleine kernploegen met een bondscoach op. Zijn succes zonder bond, die zich aanvankelijk hevig verzet tegen de vrijheidsstrijd van Ritsma, trekt andere sponsors aan.


De karige beloningen die de KNSB topschaatsers betaalt, blijken plotseling achterhaald. Schaatsen is miljoenen waard. Er komen meer ploegen, meer trainers en meer schaatsers. Matige talenten die voorheen geen kans zouden hebben gekregen, zoals Gianni Romme en Erben Wennemars, kunnen uitgroeien tot kampioenen. Afstandsspecialisten hebben plotseling een toekomst, naast de allrounders.


Jonge innovatieve trainers, zoals Gerard Kemkers en Jac Orie, krijgen een kans. De onderlinge concurrentie stuwt het niveau omhoog. Zelfs de schaatsbond profiteert van de toevloed van geld, die samenvalt met een periode van ongekende economische groei. Het schaatsen blijkt de trouwe hoofdsponsor Aegon plotseling veel meer waard dan voorheen mogelijk leek. Tonnen worden miljoenen.


3De NOS is een natuurlijke bondgenoot van het schaatsen. Door de komst van de WK afstanden in 1996 en het wereldbekercircuit in diezelfde periode is meer journalistieke aandacht legitiem. De zendtijd op televisie stijgt naarmate het succes van de Nederlanders groeit. In de topjaren vertoont de tv in de wintermaanden 150 uur schaatsen, gemiddeld een uur per dag.


Er ontstaat een zichzelf versterkende trend. Meer wedstrijden betekent meer succes. Meer succes levert meer media-aandacht op. Meer zendtijd is goed voor meer sponsorgeld. Met hogere budgetten voor schaatsploegen stijgt de kans op succes weer.


De publiciteit voor de schaatskampioenen versterkt de positie van het schaatsen in het nationale bewustzijn. Het aantal kunstijsbanen groeit. Steeds meer gemeentebesturen hebben geld over voor nieuw kunstijs, ondanks de hoge exploitatiekosten.


Na de Ritsma-revolutie van 1995 kwamen er nieuwe overdekte of half-overdekte ijsbanen van 400 meter in Nijmegen (1996), Dronten (1998), Hoorn (2006) Enschede (2008) en Tilburg (2009). Andere werden fors gerenoveerd, zoals Utrecht en Assen.


Met zeventien kunstijsbanen - en vier in ontwikkeling - heeft Nederland meer ijs dan klassieke olympische concurrenten als Amerika, Canada, Noorwegen, Korea, Japan en Duitsland tezamen. Elke talent kan binnen een half uur autorijden een ijsbaan vinden. Ruim de helft van het aantal schaatsers dat wereldwijd recreatief of professioneel wedstrijden rijdt, is afkomstig uit Nederland.


4De schaatsers krijgen steeds meer grip op hun eigen lot. Niet alleen Sven Kramer kan een schaatsploeg naar zijn hand zetten, ook andere schaatsers kiezen met welke trainer ze willen werken. Michel en Ronald Mulder lanceren de trainersloopbaan van Gerard van Velde; Jan Blokhuijsen, Marrit Leenstra en Lotte van Beek kiezen voor Jan van Veen.


Door de economische crisis is minder geld beschikbaar voor salarissen. Behalve Kramer komt niemand aan de bedragen die Ritsma, Romme en Ids Postma tien tot vijftien jaar geleden verdienden. Maar er is nog voldoende geld om meer dan vijftig schaatsers (semi-)professioneel te laten sporten.


De lagere salarissen lijken een gunstig neveneffect te hebben. De schaatsers kiezen niet alleen voor het geld, maar vooral voor een trainer in wie ze geloven.


Sommige schaatsers breken met de klassieke trainersopvattingen. Ze skeeleren of wagen zich aan shorttrack, omdat ze het leuk vinden en hebben gezien dat buitenlandse schaatsers via die sporten olympische medailles hebben veroverd.


De gebroeders Mulder zijn de boegbeelden van deze trend. Ze kregen altijd te horen dat het onmogelijk was om skeeleren en schaatsen op topniveau te combineren. Nu beheersen zij via die weg het moeilijkste en meest competitieve onderdeel: de 500 meter.


5Nederland bezit een kleine, maar serieuze schaatsindustrie. Viking is de grootste schaatsenfabrikant van de wereld. En er zijn concurrerende merken, zoals Maple, Groothuis en Seves, die speciale schoenen en ijzers fabriceren. Ook de wetenschap bemoeit zich met schaatsen, in het begin vooral op de Vrije Universiteit, waar de klapschaats wordt bedacht. Die verdringt vanaf 1997 de klassieke noor.


De schaatspakken komen aanvankelijk uit Amerika, van Nike, dat sinds 2002 materiaal levert. Maar de schaatsbond wenst niet langer afhankelijk te zijn. Vanaf 2009 wordt de ontwikkeling van aerodynamisch materiaal in eigen hand genomen. Er wordt getest in de Duits-Nederlandse Windtunnels in Marknesse. De textielkennis komt van Bert van der Tuuk uit Drenthe, die ook voor veel andere landen pakken produceert.


Ook op andere gebieden is Nederland innovatief. De baan van Thialf geldt als veldlaboratorium van Innosport. Er worden op veel terreinen metingen verricht, in de hoop dat die de prestaties ten goede komen.


Bij ontwikkeling van ijsbanen speelt Nederland ook een prominente rol. Bertus Butter, voormalig ijsmeester van Thialf, heeft de Adler Arena in Sotsji gebouwd. Hij is ook betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe banen in eigen land. Die moeten voorkomen dat Nederland achterop raakt. Thialf is verouderd.


6Van wrijving komt glans. In de Nederlandse schaatswereld zijn strubbelingen, ook in dit seizoen, aan de orde van de dag. De voorzitter van de KNSB, Doekle Terpstra, stapt in augustus op nadat Sven Kramer het vertrouwen in hem heeft opgezegd. De directie van de schaatsbond wordt vijf dagen voor het begin van de Winterspelen de wacht aangezegd door de commerciële schaatsploegen. Zij vertrouwen algemeen directeur Paul Sanders niet.


Het lijkt een slecht moment, zo kort voor Sotsji. De ploegen, bezig met onderhandelingen met nieuwe sponsors, willen bij internationale wedstrijden meer ruimte voor hun logo op de schaatspakken. Die ruimte wordt nu vooral ingenomen door bondssponsor KPN, sinds 2010 voor een bedrag van 7 miljoen euro de opvolger van Aegon.


Het conflict klinkt in Sotsji soms door in de antwoorden van coaches. Het succes kent volgens hen een simpele verklaring: het commerciële schaatsen. Zeven ploegen hebben olympisch deelnemers uitgezonden: TVM, BrandLoyalty, Beslist.nl, Liga, BAM, Corendon en Activia Danone. Zes teams hebben een of meer medailles gewonnen.


Op de prestaties heeft het bestuurlijk rumoer geen vat gekregen. De schaatsers zijn niet afgeleid. Managers bepalen de zaken op afstand. De teams trekken samen op. Er is geen naijver of onmin, maar collegiaal begrip. Die sfeer voedt het overweldigende succes, waarin de abnormale medaillescore normale trekjes krijgt.


Steeds vaker klinkt de vraag: waarom is dit Nederland niet eerder gelukt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden