Het rebelse jeugdblad

Waar zijn ze, de jongeren op de bres voor rechtvaardigheid? Dat engagement was vroeger goed zichtbaar in jeugdbladen. Wie nu jongerenmagazines opslaat, vindt veel informatie over muziek, kleding en allerlei eigentijdse vormen van 'fun'....

door Gerard Groeneveld

DE GESCHIEDENIS van het jeugdtijdschrift als middel tot verheffing van de opgroeiende mens begint in de achttiende eeuw. Een van de eerste publicaties was van de Haagse dominee August Sterk die in 1783 het Weekblad voor Neêrlands Jongelingenschap begon. Elke keer weer wist hij zijn blad vol te krijgen met gedichtjes, raadsels, historische verhandelingen of biologische beschouwingen over mens en dier.

In de negentiende eeuw nam het aantal jeugdbladen toe, vooral toen het dagbladzegel werd opgeheven en er goedkopere druktechnieken kwamen. Een van de markantste bladen was wel het Hollandsch Penning-Magazijn dat in 1834 door 'eenige vrienden der jeugd' op de markt werd gebracht. Tijdens de eerste jaren werden de kolommen beheerst door een overvloed aan historische verhalen over Nederlands roemruchte verleden, zoals de daden van Piet Hein en Tromp, waardoor er bij de jonge lezers een gedegen voedingsbodem voor nationalistisch sentiment werd gelegd.

Toch hadden die eerste jeugdtijdschriften veel meer een opvoedkundig karakter, dan dat zij opriepen tot maatschappelijke hervormingen of religieus engagement. Dat laatste begon toen Nederland verzuild raakte. De primeur kreeg het conservatief-christelijke blad De Jongelingsbode (1857). Godvrezende, door het protestantse Réveil bevlogen jongeren konden zich hierin afzetten tegen alles wat de christendeugd bedreigde. Zo kort na 1848 was dat ook bedoeld tegen de revolutionaire geest van Marx met zijn Communistisch Manifest.

Met het het 19de-eeuwse proletariaat kwam ook in Nederland het socialisme tot bloei, al spoedig gevolgd door een rode jeugdbeweging. Op 1 oktober 1891 verscheen De jonge socialist, gedrukt door de Volksdrukkerij in Wolvega. In 'Ons eerste woord' verklaarde de redactie dat zij opkwam voor de rechten 'der arbeidende klasse in 't algemeen, doch voor de jongelingschap in 't bizonder'. Want hoe zwaar had niet ook zij 'den druk gevoeld van de rotheid der maatschappij'.

Begin augustus 1906 was het de beurt aan De Zaaier, orgaan van de bond van jonge arbeiders(sters) in Nederland, onder redactie van Henriëtte Roland Holst. De Zaaier wilde bijdragen aan de opvoeding van de proletarische jeugd. 'De jonge arbeiders trappelen vol ongeduld te beginnen', schreef Roland Holst in het eerste nummer. Zij waren echter nog te jong en te onrijp om de strijd aan te kunnen. Daarvoor waren twee zaken nodig: kennis verzamelen en eenheid, solidariteit, organisatie oefenen.

De Zaaier voedde de jonge lezers op tot 'socialisten van geest en gemoed'. Dat resulteerde in veel internationaal en lokaal socialistisch nieuws en toornige stukken tegen de krijgsmacht en haar praktijken. Evenmin schuwde de redactie duchtige kritiek op andere jongerenbladen. Met name De Jongelingsbode moest het ontgelden vanwege de liefde voor het Oranjehuis en de uiterst serviele houding tegenover de overheid die van zijn pagina's afdroop.

Ook andere linkse jeugdbewegingen koesterden het ideaal van een nieuwe wereld. De schoolmeesters bijvoorbeeld, veelal afkomstig van het platteland, vonden elkaar in het aanvankelijk door Theo Thijssen geredigeerde Baknieuws en later in de Kweekelingen-Bode. Belangstelling voor de natuur snoven de jonge pedagogen op tijdens kampeerreisjes, lange wandelingen en trektochten met de 'bakmarsch' op de lippen: 'Ons stroomt nog frisch het bloed door d'aadren.'

Uit kwekelingenkringen kwamen ook de drankbestrijders voort die hun strijd om abstinentie propageerden in het blad Jonge Kracht: 'Het is de alcohol, die de wereld knecht en de mens maakt tot slaaf, de alcohol, die het streven naar liefde tegenhoudt. Hoor, overal in de wereld bruist het van ontwakend mensenleven en in de verre glanst het van licht. Verbreek dan uw ketenen en strijd mee voor liefde en waarheid.'

De bloedige ellende in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog had het verlangen naar een nieuwe en betere maatschappij nog eens versterkt. In 1918 werd de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) opgericht die jongeren een kans bood zich af te zetten tegen een duffe burgerlijke cultuur. De AJC'ers streefden naar een harmonieuze samenleving met veel gemeenschappelijke muziek, dans en natuurbeleving.

Spreekbuis was Het Jonge Volk, waarin de rode jeugd las hoe destructief een oorlog kon zijn, waarom drank bestreden moest worden, maar ook waarom het goed was te wandelen en gedichten te lezen, bijvoorbeeld van Herman Gorter of Adama van Scheltema.

Van sport moest een vroege AJC'er weinig hebben. In het nummer van 26 juni 1918 drukte Het Jonge Volk een spo(r)tprent af van een voetballer met sigarettenpeuk in de mondhoek. Hij 'droomt van harde bal/, van schop en elftal,/ kent van haver tot gort/ de regelen der sport./ Verder: alles larie;/ kennis is bombarie/ om wat goeds te lezen/ Mô-je bij hèm niet wezen!'

Ook de Russische revolutie vond sympathie bij sommige jeugdbladen die streefden naar een radicalere vernieuwing, zoals De Zaaier en het anarchistische De Jeugdige Werker. Anarchist Henk Eikeboom voerde de redactie over De Stormklok, een 'onafhankelijk revolutionerend jeugdblad', dat vanaf november 1919 verscheen en aanstuurde op eenheid in proletarische gelederen die volgens Eikeboom slechts met een revolutie te bereiken was.

De confessionelen vonden al die rode idealen de dood in de pot. 'Als in ons land socialisten en communisten de baas worden, is het met de vrijheid van onze School met den Bijbel gedaan', waarschuwde Vrij en Blij, het christelijke weekblad dat waakte over het zedelijk welzijn van jongens en meisjes van zes tot veertien jaar. Katholieke jongeren deelden weliswaar met de socialisten de afkeer van drankgebruik, maar daarmee hield elke idealistische overeenkomst op. De Rooms-Katholieke Staatspartij protesteerde tegen invloed van jazz en charleston met dreigingen als: 'Waar het christendom aan invloed verliest, komt de ... negerbeschaving!'

Over swing vond men dus niets in tijdschriften als Roomsche Jeugd of De Engelbewaarder. Die hielden de jonge katholieke lezers liever bezig met verhalen over aan het ziekbed gekluisterde jongetjes die aan het eind ten hemel stegen, of een in behoeftige omstandigheden strevende moeder. Een aparte groep van strijdbare katholieke jongeren vond zich in het literaire maandblad De Gemeenschap. De vurige geestdrift waarmee schrijvers als onder meer Gerard Wijdeveld, Albert Kuyle, Henri Bruning en Jan Engelman tegen de gezapige roomse orde ageerden, stuitte in brede kring op luid protest. Het nieuwe elan en verlangen naar daadkracht bracht veel van deze katholieke jongeren in het vaarwater van het fascisme.

Tegen het einde van de jaren twintig staken in Nederland rechtse groepjes de kop op. Als grootste onder deze bewegingen had de NSB haar eigen jeugdbeweging, de Nationale Jeugdstorm. Hoewel die beweerde open te staan voor alle geledingen van de maatschappij vormde zij een zuil op zichzelf. Sinds 1934 had de Jeugdstorm een eigen blad, De Stormmeeuw. Hierin werd onder de leus 'Vreest God, eert den Koning' veel aandacht besteed aan de meer roemruchte aspecten van het vaderlandse verleden, het Oranjehuis en gewezen op de verwantschap met 'Dietse' gebiedsdelen als Vlaanderen en Zuid-Afrika. De inhoud was in het bijzonder erop gericht om het nationale gevoel bij de lezers te versterken.

Het diverse beeld van de jeugdbladen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gereduceerd tot een eenzijdig aanbod van door de bezetters gesanctioneerde lectuur. Na de bevrijding keerde de veelzijdigheid van het aanbod weer terug, maar veel vernieuwing was er niet. Dat gebeurde pas in de lange hete zomer van 1965, met de lancering van Provo en Hitweek. Het gestencilde Provo noemde zich 'anarchisties' en wilde vernieuwen, 'omdat deze kapitalistiese maatschappij zichzelf vergiftigt .... omdat deze burokratiese maatschappij zichzelf verstikt... omdat deze militaristiese maatschappij zijn eigen graf graaft'.

In september van datzelfde jaar verscheen het op krantenpapier gedrukte Hitweek, waaraan onder meer André van der Louw, Peter Muller, Wim de Bie en Willem de Ridder meewerkten. Het eerste nummer viel met de deur in huis: 'Er schijnt weinig plaats voor onze initiatieven in deze volwassenen-maatschappij te zijn. Met Hitweek willen we daar iets aan doen. Dit is jouw en ons blad. Hitweek heeft geen redaktie, geen hoofdredakteur en is taboe van al dat officieel statusgedoe. Er gaat iets gebeuren. Let op. Nu gaan we spijkers met koppen slaan!!!'

Hitweek vertolkte een nieuw levensgevoel met aandacht voor muziek van cultgroepen als Them en uitvoerig geïllustreerde reportages over Nederbeatgroepen als Golden Earring, Motions of Q65. Met artikelen over seksuele vraagstukken, bijvoorbeeld abortus en voorbehoedsmiddelen, maar ook met lief-onschuldige naaktfoto's van onder anderen Phil Bloom, droeg het vrijgevochten Hitweek aanzienlijk bij tot de seksuele jongerenemancipatie.

In april 1969 werd het blad zonder veel ophef omgedoopt in Aloha, dat naast stukken over popmuziek de lezers uitgebreid informeerde over dienstweigeren, kraken, seks en drugs. In 1974 sloeg de bevlogenheid om in futloosheid waaraan het blad uiteindelijk ten onderging.

In het kielzog van Hitweek lanceerde Paul Acket, uitgever van Muziek Express, in 1966 het glossy blad Tiq, in de hoop een breed hip publiek te trekken. Mode van toen en nu, seks zonder zure bijsmaak en beukende beat waren de ingrediënten waarmee hoofdredacteuren Anton Oskamp en André Goewie iedere maand hun blad vulden. Wegens gebrek aan adverteerders moest Tiq het na een jaar opgeven.

De laatste schok aan de samenleving werd toegediend door de kraakbeweging die in verschillende plaatsen blaadjes uitgaf. Een van de bekendere publicaties was de Kraakkrant die sinds oktober 1976 in Amsterdam werd verspreid. In 1982 nam Bluf!, dat ook buiten kraakkringen moest zoeken naar 'een nieuwe basis en een nieuwe vorm van verzet', het roer over. Dit 'nieuw-hilistisch amokdoms weekblad' bracht uiteraard veel kraakberichten, maar gaf eveneens heldere aanwijzingen voor het knoeien met de gas- en lichtmeter, voor een lagere elektriciteitsrekening en instructies hoe je met weinig middelen effectieve brandbommen kon maken.

Maar na de krakers werd het stil rond de rebelse jeugdbladen. Doofde het engagement? De bloei van de strijdbare jongerentijdschriften duurde bijna anderhalve eeuw, voordat ze met hun idealen plaatsmaakten voor skateboards, scooters met house, walkmans, playstations en mobieltjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden