Het rauwe, zompige zuiden van Amerika

In de laadbak van een pick-up truck ligt een stapel alligatorlijken. De auto staat op een verlaten parkeerplaats, nergens is een mens te zien....

Daar zit iets in. Het Amerikaanse tijdschrift wil een kroniek zijn van de zuidelijke staten van de VS, maar gaat voorbij aan pittoreske southern belles en raderboten op de Mississippi. Hoofdredacteur Marc Smirnoff houdt meer van het rauwe, armoedige, zompige Zuiden. Dat de naam van zijn blad verwijst naar de woonplaats van William Faulkner (Oxford, Mississippi) is geen toeval. Veel van de interviews en reportages schurken tegen de literatuur aan.

Met steun van de thrillerauteur John Grisham, die het blad uit eigen zak subsidieerde, maakte Smirnoff iets moois van Oxford American. Hij verzamelde eersteklas schrijvers en fotografen om zich heen, publiceerde nieuw werk van Donna Tartt en John Updike, en scoorde met een interview met president Clinton over diens muzieksmaak.

Toch bleven de reacties sceptisch.Critici hekelden de sensatiezucht van de hoofdredacteur, een Californische yup die niets van rednecks en hillbillies zou begrijpen. De tekorten liepen op en nadat Grisham zich terugtrok, leek het avontuur afgelopen. Maar Smirnoff gaf niet op en na een jaar onderhandelen keerde Oxford American begin dit jaar terug, met een opgefriste formule, een nieuwe uitgever en Grisham in de rol van mede-eigenaar.

Gebleven is gelukkig de jaarlijkse muziekspecial die vergezeld gaat van een verzamel-cd vol archiefvondsten. De rode draad vormt ditmaal een reeks portretten van 23 vergeten talenten, afgewisseldmet aansprekende voorbeelden van het tegendeel: doorsnee carrières waarin onverhoeds het succes toesloeg (The Gourds, R. L. Burnside).

Het zijn de treurige verhalen die bijblijven: Esther Phillips, die op haar veertiende debuteerde en vrijwel op slag een levenslange junk werd, de verwarring van King Pleasure, de gemiste kansen van Swamp Dogg, Marshall Chapman, Johnny Darrell, Memphis Minnie, Chris Bell. En wie kent P. J. Proby nog? Oxford American noemt hem 'more dangerous than Elvis Presley, with the vocal firepower of a rhythm ' n' blues Pavarotti' - en terecht, zoals blijkt uit het spetterende Niki Hoeky op de cd.

De opname stamt uit 1967, toen Proby de wereld aan zijn voeten had. Een paar jaar later verdween hij in een poel van alcohol. Vorig jaar dook zijn naam even op, toen Van Morrison op zijn nieuwe cd Whatever happened to P. J. Proby? zong. Proby schreef hem terug: 'Hi Van, thanks for the song title. If you find out whatever happened to me, could you please let me know?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden