Het racismedebat is aan het ontsporen

Het racismedebat neemt de laatste tijd wel heel bizarre vormen aan. Nee, ik doel niet op het geneuzel van cultuurhistoricus Thomas von der Dunk, die afgelopen dinsdag op deze pagina's maar weer eens betoogde dat wij aan slavernij en imperialisme 'niet minder gewicht' mogen toekennen dan aan de Holocaust. Op zulke onfrisse pogingen tot leedvergelijking past maar één antwoord: discreet stilzwijgen.

Monsieur Cannibale. Foto Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Ik doel evenmin op de ophef rond De Efteling, dit weekend door vier (anonieme) activisten beticht van racisme. Anders dan de fractievoorzitters van VVD en PVV kan ik me wél heel goed voorstellen dat dit clubje zich stoort aan Monsieur Cannibale - donkere huid, roze lippen, dommige blik - en aan de Aziatische stereotypen in het pretpark. Nergens voor nodig, dunkt mij.

Hetzelfde dacht ik trouwens in dat Gooise restaurant waar ik niet lang geleden verzeild raakte. Dat bleek nog altijd vol te staan met wat de Antilliaanse kunstenaar Felix de Rooy ooit negrophilia heeft genoemd. Zoals daar zijn: een ventje in goudkleurig morenkostuum met een veelarmige kandelaar op het hoofd, een onberispelijk geklede zwarte knecht bij wijze van borstbeeld. In koloniale tijden stond zoiets vast hartstikke geinig op de veranda, nu is het te gênant voor woorden.

Hedendaagse racismebestrijders, wil ik maar zeggen, hebben heus soms een punt. Maar soms ook heel erg niet.

Waar ik op doel is dat deze week zelfs Willem Barnard (1920-2010) de volle laag kreeg. Voor de anders opgevoeden onder u: hij was een theoloog, schrijver en dichter die nogal wat bijdragen leverde aan het zogeheten Liedboek voor de Kerken, uitgebracht in 1973.

Voor een van die liederen, Jeruzalem, mijn vaderstad, liet hij zich inspireren door een Engelse hymne uit de zestiende eeuw, die hij 'vertaalde' naar de twintigste eeuw. Het lied bezingt een visioen, een 'eindeloze rij' waarin 'de negers met hun loftrompet, / de joden met hun ster, / wie arm is, achteropgezet / de vromen van oudsher' meelopen. De stoet is op weg naar het hemelse Jeruzalem, waar 'geen pijn en geen verdriet' meer zal zijn, noch 'angst en armoe'. De boodschap van het lied, zoals elke kleuter begrijpt: uitgerekend de machtelozen, de armen en de vervolgden krijgen een ereplaats.

Daar kan, zou je denken, geen rechtgeaarde christen op tegen zijn. Maar de remonstrantse theoloog Tom Mikkers is dat wel. Hij vindt dit brave lied 'racistisch'. 'Waarschijnlijk met de beste bedoelingen', schreef hij woensdag op de website Nieuwwij.nl, heeft de dichter zich 'bediend van beelden en woorden waarvan je - zeker tegen het licht van het felle anti-racisme debat - niet anders kunt dan concluderen dat we hiervan af moeten. Dit soort liederen kun je gewoon niet meer zingen.' Want, zegt Mikkers: 'Een aanklacht tegen slavernij en holocaust dient vrij van racistische taal en beelden te zijn.'

'Waarschijnlijk' met de beste bedoelingen? In één moeite door Barnards lied wegzetten als racistisch? Terwijl het precies het omgekeerde wil uitdrukken?

Ziedaar waarom het debat heden ten dage soms zo ontspoort. Voor ijveraars als Mikkers doen intenties er niet toe. Dat mag. Maar wie aldus redeneert, kan postuum alle teksten verdacht maken, ongeacht de inhoud - alleen omdat de auteur het juiste lingo van 2016 niet beheerst.

Net toen ik hier gisteren enigszins van was bekomen, las ik in dagblad Trouw de reactie van de Protestantse Kerk in Nederland, grootgebruiker van het Liedboek. Daar zouden ze, dacht ik nog, het hoofd wel koel weten te houden. Maar nee. Voorzitter Karin van den Broeke onderkende weliswaar ruiterlijker Barnards goede bedoelingen, maar ze haastte zich daaraan toe te voegen dat ze het betreffende couplet nimmer laat zingen. 'Het woord neger, nee, dat kan echt niet meer.'

Kleine troost: dit alles zou Willem Barnard zelf beslist niet hebben verbaasd. In zijn dagboeknotities Anno Domini (2004) gaat hij regelmatig tekeer tegen het zelfvoldane gebabbel van dominees die zeggen op te komen voor de verdrukten. 'Mentaal kolonialisme' noemt hij dat ergens. En: 'Sommige mensen weten precies wat moet en goed is. Ik niet. Ik zie altijd twee kanten aan een zaak, ik wantrouw alle bewegingen, sta argwanend jegens alle standpunten, ben sceptisch over mensen, links en rechts, hoog en laag, blank en zwart. Ik vrees dat ik niemand begrijp en dat niemand iemand begrijpt.'

Destijds vond ik die laatste woorden veel te somber. Nu niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.