Het raadsel van het dioxine-ei

Laten nou net biologische eieren relatief veel dioxine bevatten, sommige zelfs meer dan wettelijk is toegestaan. Naar de oorzaak wordt druk gespeurd....

Jeroen Trommelen

AFGELOPEN juni rinkelde de alarmbel bij het Wageningse onderzoeksinstituut Rikilt. Sinds de Belgische dioxine-affaire in 1999, toen kippen en eieren zwaar verontreinigd waren met dioxine uit afgewerkte olie, worden op het instituut continue metingen gedaan naar dioxines in voedsel.

Aanvankelijk gebeurde het alleen in veevoer, dat relatief schoon bleek te zijn. Maar sinds begin dit jaar worden ook producten als lever, rundvet, kippenvet en eieren gecontroleerd. De alarmbel had het hele jaar jaar gezwegen en ging af vanwege één eitje. Een biologisch ei dat zevenenhalf picogram (miljoenste van een miljoenste gram) dioxine per gram vet bevatte. Dat is drie tot vier keer hoger dan normaal, en een overschrijding van de wettelijke norm met 50 procent.

Dioxine is een gifstof die in vooral met vroegere industriële uitstoot in het milieu terecht is gekomen. Ze hoopt zich op in lichaamsvet, waardoor met name vette dierlijke voedingsmiddelen bron zijn van dioxinevervuiling. Vrijwel ieder mens krijgt het binnen via vlees, melk en vis.

Verontrustend is echter dat een 'normaal' Nederlands voedingspatroon al snel leidt tot de maximaal aanvaardbare dosis, die voor mensen is vastgesteld op twee picogram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Elk dioxinebelletje dat gaat rinkelen, is hierdoor alarmerend.

De verontrusting in Wageningen nam niet af toen de herkomst van het ei werd vastgesteld. Het kwam van een kleine kippenhouder in het Limburgse Siebengewald; een hobbyboer met 450 kippen die formeel niet 'biologisch' is maar wel op die manier werkt. Zijn kippen kennen de luxe van een ruime uitloop naar buiten, mogen naar hartelust scharrelen en hebben geen gekapte snavels.

De combinatie van dioxinevervuiling en biologische herkomst, zegt onderzoeker dr. ir. Ron Hoogenboom van het Rikilt, is wrang voor een sector die verantwoord produceert door geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken, geen antibiotica toevoegt aan veevoer en rekening houdt met het welzijn van dieren.

Een verrassing was de uitslag evenwel niet. 'Door de dieren langer buiten te laten, wordt het risico van blootstelling aan allerlei soorten vervuiling vergroot. Over dat onderwerp hadden we onlangs nog een workshop gehouden. Nu leek het nog wáár te zijn ook.'

Het instituut waarschuwde het ministerie van Landbouw, dat de Rijksdienst voor Vee en Vlees naar de Limburgse kippenhouder stuurde om meer eieren te verzamelen en monsters te nemen van het voer en de bodem. De inspecteurs kwamen terug met vijf kippen, twintig eieren en monsters van bodem en voer. Maar het onderzoek van dit materiaal leverde meer vragen op dan antwoorden.

Met de eieren was veel mis: tien van de twintig bevatten méér dioxine dan toegestaan. Maar het voer was prima en het vet van de kippen liet geen verhoogde dioxinewaarden zien. Dat was opmerkelijk omdat de Belgische dioxinekippen het gif wél hadden opgeslagen in hun lichaamsvet, overigens na een tien tot honderd keer sterkere dosis.

Ook van andere theoretische oorzaken, zoals het gebruik van verduurzamingsmiddelen of speciaal schoonmaakmiddel, was geen sprake.

Zelfs de belangrijkste aanwijzing leek de onderzoekers uit handen geslagen. De grond rond het kippenbedrijf bevatte minder dioxine dan de gebruikelijke achtergrondwaarde in Nederland. Die achtergrondvervuiling varieert tussen tienduizend en vijftienduizend picogram per kilogram grond. Bij de Limburgse kippenboer was het een factor tien lager: vijftienhonderd picogram.

Tegelijk werd vastgesteld dat biologische eieren wel degelijk meer dioxine bevatten dan gebruikelijk. Dat bleek uit een steekproef onder acht biologische bedrijven en acht boeren die hun kippen wél een uitloop naar buiten geven, maar verder niet biologisch werken.

Alle eieren uit de reguliere bedrijven bleven onder de dioxinenorm. Van de acht biologische bedrijven waren vrijwel alle waarden verhoogd. Eén zat direct boven de wettelijke grens. Wanneer niet alleen de dioxines, maar ook de aan dioxine verwante pcb's werden gemeten, voldeden nog twee anderen niet aan de eisen.

Zo was afgelopen week de stand van zaken, zegt onderzoeker dr. Hans Könemann van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). En hoewel er een theorie circuleert die het begin lijkt van een verklaring, wordt die volgens hem vooralsnog niet bevestigd door de cijfers.

De theorie is gebaseerd op het belangrijkste verschil tussen biologische en regulier gehouden 'uitloop'-kippen. Alleen de biologische hebben een intacte snavel. Bij anderen wordt die gekapt om verenpikken en kannibalisme te voorkomen. En kippen met een scherpe snavel zouden tijdens het scharrelen gemakkelijker grond naar binnen kunnen werken.

Helaas voor de theorie is de bodem in Siebengewald relatief schoon. Könemann: 'Als je uitrekent hoeveel grond nodig is om de gevonden dioxinegehalten te bereiken, wordt het bijzonder onwaarschijnlijk.'

Toch heeft Rikilt-onderzoeker Hoogenboom de hypothese niet afgeschreven. Integendeel. De benodigde hoeveelheid grond heeft hij berekend op veertig gram per dag. Dat is inderdaad nogal veel voor een kip om dagelijks naar binnen te werken. 'Maar misschien hoeft het niet direct via de bodem. Van wormen weten we dat ze gifstoffen kunnen ophopen. Afhankelijk van de soort grond en het soort gif, gebeurt dat in concentraties die vijf keer groter zijn dan in de grond. Zo kom je omgerekend op acht gram wormen. En een worm weegt vier gram.'

Wat neerkomt op twee wormen per dag. En die kan een kip best op.

Daarmee is het raadsel nog niet volledig verklaard, verzekeren de experts. Er zal veel onderzoek moeten volgen. Ten eerste moet een aantal biologische kippen voorlopig binnen gehouden worden om te zien of het dioxinegehalte in hun eieren daardoor vanzelf daalt.

Vervolgens zouden de onderzoekers graag een experiment doen waarin kippen met een matige hoeveelheid dioxine worden gevoerd. Zo willen ze achterhalen waarom kippen die matige hoeveelheid volledig afzetten in hun eieren, en niet zoals andere dieren óók opslaan in hun lijf. 'Want dat', erkent Hoogenboom, 'heeft ons van de hele affaire eigenlijk nog het meest verbaasd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden