Het raadsel van de slome mosselbank

Ondanks alle inspanning keren mosselriffen in de Waddenzee maar niet terug. Waarom is een raadsel voor biologen.

AMSTERDAM - 'Dat zijn mosseltjes van vorig jaar', zegt Arno Kangeri van zeeonderzoeksinstituut Wageningen Imares, terwijl hij naar de wadbodem wijst. Een onregelmatig gevormde kluit blauwzwarte schelpjes is er te zien, ongeveer zo groot als een badhanddoek. Een centimeter of twee zijn de jonge mosselen, schat Kangeri. De schelpdieren liggen half bedolven onder het slik: 'Ze hechten aan stukjes schelp of veenklonten onder de oppervlakte.'


Anderhalf kilometer ploeteren door de modderige wadbodem kostte het om de mosselbank te bereiken voor de Friese kust bij Holwerd, vertrekpunt van het veer naar Ameland. Een levend rif is het. Duizenden mosselen per vierkante meter, vijf kilometer lang bij een halve kilometer breed. Door de eb liggen de mosselen droog, met de schelpen stijf dicht. Bij vloed zeven de dieren fytoplankton - eencellige algen - uit het Waddenzeewater.


Kangeri - Keniaanse vader, Nederlandse moeder - is de zoveelste zeebioloog die zijn tanden zet in een nu al bijna kwart eeuw durend mysterie: waarom blijft de oppervlakte van droogvallende mosselbanken in de Waddenzee zo ver achter bij wat die rond 1990 was?


Halfwas mosseltjes zoals die bij Holwerd vormen traditioneel het 'mosselzaad' voor Zeeuwse mosselvissers. Uitgelegd op een soort onderwaterakkers in diepere delen van de Waddenzee groeit het op tot consumptieformaat. Mosselvissers schrapen het mosselzaad van de bodem met stalen netten. Dat deden ze tot 1990 kennelijk te enthousiast, want in dat jaar waren de droogvallende mosselbanken uit de Waddenzee nagenoeg allemaal opgevist.


In 1993 werd het vissen op mosselzaad op het droogvallende wad verboden, onder druk van natuurbeschermers: mosselbanken vormen een rijk gedekte tafel voor talloze wadvogels. Het wachten was op het herstel van de droogvallende mosselbanken tot het geschatte oppervlak van rond 4.500 hectare vóór 1990 - een slordige vijfduizend voetbalvelden mosselen. Maar in 2013 ligt in de Waddenzee nog steeds maar 1.800 hectare droogvallende mosselbank.


Mosselbroed

Aan de voortplanting van de mosselen kan het niet liggen. Volwassen dieren lozen in mei ontzaglijke hoeveelheden sperma en eieren in het zeewater. De minuscule mossellarven die daaruit voortkomen zweven in het zeewater totdat zij eind juli, een halve millimeter groot, naar de bodem uitzakken. De in zee hangende touwen of netten die mosselvissers tegenwoordig gebruiken om mosselzaaigoed te vangen zitten elk jaar tjokvol mosselbroed. Mossellarven genoeg.


Iets gaat er dus mis met de mosselen tot zij prille banken vormen. Wat precies, dat moeten twee meerjarige onderzoeksprojecten aan het licht brengen, elk met een iets verschillende kijk op het fenomeen mosselbank. In 'Mosselwad', gestart in 2009 en waarin Kangeri zijn werk verricht, werken onder meer Wageningen Imares, de universiteit Utrecht en Sovon Vogelonderzoek samen. Daarnaast is er sinds 2010 'Waddensleutels', een samenwerkingsverband van onder andere de Rijksuniversiteit Groningen en zeeonderzoeksinstituut NIOZ op Texel.


Meer stormen op zee is één mogelijkheid. Daardoor spoelen mosselen eerder weg. Maar meetpalen van de Universiteit Utrecht in de buurt van enkele mosselbanken wijzen niet op stormachtiger weer, vertelt Norbert Dankers, gepensioneerd mosselbioloog van Imares en nog steeds betrokken bij Mosselwad. Optie twee is dat meeuwen jonge mosselbanken geheel opruimen, zoals eens is waargenomen. Toch is de vraag of zoiets Waddenzeebreed kan spelen.


Biobouwers

Dankers begint over een derde mogelijkheid: 'Door klimaatverandering en een warmere Waddenzee trekken garnalen in de winter niet meer weg naar de Noordzee. Dus vreten ze in het vroege voorjaar het broed op.' Versterkende factor is dat garnalenetende vissoorten worden overbevist, waardoor er veel garnalen zijn: 'Dat maakt de garnalenhypothese aannemelijk.' Toch, zegt Dankers: 'Als je van de mosselen afblijft en lang genoeg wacht, komen de mosselbanken vanzelf terug.'


Han Olff, hoogleraar ecologie en biodiversiteitsonderzoek in Groningen en leider van het Waddensleutels-onderzoek denkt dat er iets groters achter de kwakkelende mosselbanken ligt. Mosselen, meent hij, werken als 'biobouwers': 'Ze veranderen de omgeving en maken het geschikter voor de vestiging van meer mosselen.'


Olff denk dat de overmatige mosselvisserij van een kwart eeuw geleden, gecombineerd met bodemverstoring door baggeren, zandsuppleties en visserij voor een fatale omslag zorgde. De structuur die mosselriffen in de Waddenzee brachten verdween, en door alle verstoring kunnen biobouwende mosselen die onvoldoende terugbrengen. En precies dat is nodig voor uitgestrekte droogvallende mosselbanken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden