Het raadsel van de bloei

Een van de laatste stemmen uit het katholieke Amsterdam is die van de Augustijn Wouter Jacobsz, die uit de stad naar Gouda was gevlucht....

Het tweede deel is in twee delen gesplitst. Centrum van de wereld is de ondertitel van het eerste over de jaren 1578-1650, Zelfbewuste stadstaat de ondertitel van het tweede over de jaren 1650-1813. De groei en bloei van de eerste helft van de 17de eeuw - groei en bloei op alle gebieden - vormen een raadsel dat nog altijd in zijn geheel niet te overmeesteren is. Bijna alle gegevens - de bevolkingsgroei, de uitleg van de stad, het instromen van vreemdelingen, de toename van de handel, de snel verworven rijkdom, de bouw van het stadhuis, de nieuwe taal van nieuwe dichters, de onvoorstelbaar omvangrijke beoefening van de schilderkunst, de opleving van de wetenschap, het grote aantal godsdiensten - zijn verbijsterend, zelfs in de nuchterheid van de cijfers. De nieuwe grootheid lijkt zichtbaar te worden in de opzet van dit tweede deel in zijn geheel.

Het deel over de Middeleeuwen kende enkele zeer omvangrijke en veelomvattende geschiedverhalen, die, door de auteurs Marijke Carasso-Kok en Henk van Nierop, voortreffelijk geschreven waren. Met enkele goede deelverhalen ontstond er een greep op de tijd. De roomse uniformiteit, de kleinstedigheid van Amsterdam, de zekere traagheid van het groeiproces, het uitsluitend Amsterdamse karakter van de stad, dat alles moet mede de greep mogelijk hebben gemaakt.

De twee tweede delen kunnen moeilijk een geheel worden genoemd. Elk van de twee bestaat uit een aantal soms voortreffelijke deelstudies, waarvan onderdelen in het hoofd van de lezer tot kleine gehelen kunnen groeien. Wat ontbreekt is de schijnbaar toegevoegde, maar essentiële waarde van stijl - schrijverschap dus. Misschien bant een deelstudie die ook wel uit. Men moet op zijn tellen en grenzen passen. Ik geloof niet dat welke eindredactie ook dit materiaal tot een eenheid had kunnen scheppen, hoewel een samenvattend slotstuk in beide delen heel veel kijk tot een visie had kunnen maken.

Het kleinstedig Amsterdam wordt in zeventig jaar in bewonersaantal de derde stad van Europa (na Londen en Parijs), maar naar financiële en commerciële grootheid de eerste. Twee hoofdstukken uit Centrum van de wereld laten die groei zien en verklaren die ook ten dele.

In 'De wereld als horizon' beschrijft Clé Lesger, die een ideale economisch historicus is, de groei van de economie in de gegeven periode, met schitterende passages over het koopmanskarakter van de stad (een even eenzijdig als hardnekkig karakter) en - kleinschaliger - over de bedrijvigheid in de stad. Er is gewerkt met een inzicht en overmoedigheid als alleen in een jonge of nieuwe cultuur kan.

Het andere hoofdstuk, geschreven door Erik Kuijpers en Maarten Prak, heet 'Gevestigden en buitenstaanders'. Het geeft een heel goed beeld van de immigratie - vanuit andere delen van Nederland, vanuit verschillende landen in Europa - die Amsterdam in de kortste tijd een zeer gemengde, een multiculturele stad ook maakt. Soms wordt dit hoofdstuk even 'spiegel van de huidige geschiedenis'. In elk geval: het internationale karakter van de stad en haar bewoners heeft mede haar grootheid bepaald.

Dat gegeven is belangrijk voor het verstaan van onderdelen van Zelfbewuste stadstaat: de stad gaat zich afsluiten of zich in zichzelf opsluiten, de internationalisering is ten einde, de horizon dreigt de stadgrens te worden, stabilisatie en stagnatie, in economie en cultuur, zijn het gevolg. Op het hoofdstuk over de immigratie sluit het hoofdstuk 'Stad van vele geloven 1578-1795' door Joke Spaans heel goed aan.

Groei, dat staat centraal in Centrum van de wereld: van de stad, in een goed hoofdstuk van Boudewijn Bakker, van de bevolking, van de verschillen en - nog altijd verbijsterend - van de kunst; het hoofdstuk 'Kunsten en wetenschappen op de troon' van Marijke Spies laat dat goed, maar iets beknopt zien; 'een cultuur van en voor kooplieden' is de mooiste paragraaf. Het is ongelooflijk: in 1650 staat er een andere stad, waarin een nieuw stadhuis in aanbouw is, die in niets meer lijkt op de stad van 1578. De reformatie heeft alles gewonnen, maar de psalmen van Dathenus hebben de stemmen van andere geloven niet gedempt. En de stad was altijd wijzer dan de dominees.

Stilstand, dat staat centraal in Zelfbewuste stadstaat. Het beeld van de neergang, die zich in de tweede helft van de 17de eeuw begon te manifesteren en in de 18de zou doorzetten, is in deze geschiedschrijving grotendeels afwezig. Amsterdam blijft als handelsstad belangrijk, de kooplieden vinden nieuwe wegen in de handel, maar andere, grotere landen, zeker Engeland, beginnen te groeien, met het jeugdig elan dat het gestabiliseerde Amsterdam kwijt is.

'Vertraagde groei' noemt Clé Lesger zijn hoofdstuk over de economie tussen 1650 en 1730. 'Stagnatie en stabiliteit' is de titel van het hoofdstuk over de economie tussen 1730 en 1795 van dezelfde auteur. De paragraaf 'Handel en lokale samenleving' is het beste stuk ervan: een uitstekend beeld van de plaatselijke industrie en de detailhandel, nog altijd het beeld van een bedrijvige stad, maar onder druk van de achteruitgang.

Bemoedigend is het beeld van de periode toch niet. De hang naar beslotenheid, met afsluiting door de hogere kringen als gevolg, wordt duidelijk gemaakt in het hoofdstuk 'Stad van gevestigden 1650-1730' ('gevestigd' geeft het stilstandskarakter mooi aan); het vervolg voor de periode 1730-1795 heet 'Stad van tegenstellingen': de armoede is groot, de rijkdom blijft groot ('Intussen aan de Herengracht' is een mooie paragraaf over de zilver-gespeenden). Het hoofdstuk over de cultuur in de 18de eeuw heet ook al ontmoedigend 'Op het tweede plan'.

Economisch en cultureel wordt het eens uitsluitend Amsterdamse randstedelijk, wat de grootheid van Amsterdam vermindert. Meer dan in de perode tot 1650 wordt de stad ook politiek minder centraal en eigenzinnig. De stad die zich, met Haarlem, als laatste bij Oranje aansloot, heeft het met de hele stadhouderlijke cultuur nooit goed kunnen vinden, een republiek binnen de republiek was de stad, maar ten slotte waren de middelen te gering om die zelfbewuste positie te kunnen handhaven. In 1578 begon Amsterdam; aan het slot van Zelfbewuste stadstaat is Amsterdam Amsterdam niet meer. Dat het tweede deel van deel twee wat saaier is dan het eerste was te verwachten: de cultuur als geheel genomen is saaier dan in die bravouretijd tot 1650.

De delen zijn overvloedig en schitterend geïllustreerd; de detailteksten die op gekleurde pagina's staan zijn zonder meer voortreffelijk. De mooiste plaat: 'Bezoekers in de burgerzaal' van Pieter de Hoogh; het stadhuis is net voltooid, de grootse burgerzaal is vrij toegankelijk (dat is pas een burgerzaal) en een wat deftig ingetogen echtpaar komt kijken binnen het achtste wereldwonder. Voor mij was dit het mooist: allang vertrouwde tekeningen en schilderijen passen ineens in een verhaal; ze krijgen een nieuwe betekenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden