‘Het publiek wordt ouder met mij’

De Franse chansonnier Georges Moustaki (74) leeft voor tournees, al veertig jaar. ‘Geen twee avonden speel ik dezelfde chansons.’ Volgende week is hij in Nederland....

Gisteravond nog stond hij op het grote podium van l’Olympia in Parijs, de zaal waar hij al zo vaak speelde. Pas na tweeënhalf uur waren de zaallichten aangegaan. Aan het eind was hij opgestaan van zijn hoge kruk om de sirtaki te dansen. Voorzichtig, want de spieren zijn zo soepel niet meer als toen hij Le Métèque schreef, nu veertig jaar geleden. Een golf van ontroering ging door het publiek.

Even daarvoor had hij op het podium gezelschap gekregen van Cali, jonge Franse zanger en hartenbreker. Samen hadden ze Sans la nommer gezongen, Moustaki’s loflied op de eeuwige opstand die in mei ’68 was begonnen. Cali had hem daarna omarmd alsof hij hem nooit meer los wilde laten.

‘Voor mij voelde dat als een jongere broer die zijn respect betuigde’, zegt Georges Moustaki met zijn karakteristieke trage fluisterstem. ‘Voor hem was het de omhelzing van een grote broer die hem welkom heette.’

Het is een dag later, we zitten in de woonkamer van zijn dakappartement op het Île Saint-Louis, hartje Parijs. Door het raam is het dak van de kerk van het eilandje te zien. Binnen een zwarte vleugel, een rode accordeon en een eregalerij met een prominente plek voor cd-boxen van Georges Brassens en Serge Reggiani, twee van zijn leermeesters. Saint-Louis is een middeleeuwse oase van stilte in de drukke stad. ‘Het is beter dan een dorp, het is een eiland’, zegt Moustaki, die zijn huis 37 jaar geleden kon kopen dankzij de rechten van zijn succes-chansons uit de jaren zestig.

Vandaag is de zanger in simpel zwart, maar op het podium droeg hij een gebroken wit kostuum, met daaronder witte schoenen zonder sokken – de mediterraan chique dracht van een heer die zich op het podium thuis voelt en zijn aangeboren melancholie compenseert met levenslust en charme. Moustaki is nooit een zanger met een groot volume geweest; mede daarom gaat zijn stem lang mee.

Precies vijftig jaar geleden mocht hij voor het eerst in de Olympia van tussen de coulissen naar het podium kijken, als speciale gast van Edith Piaf, voor wie hij niet lang daarna Milord zou schrijven. In de jaren zeventig stond hij er zelf vaak drie weken aaneengesloten, met Astor Piazzolla als gastmuzikant.

Toch is die beroemde zaal niet echt belangrijk voor hem. ‘Het prestige is mooi. En ik heb er goede herinneringen liggen. Maar het is geen religie voor mij. De zaal is bijzaak, voor mij gaat het om het contact met het publiek.’

Die band is enorm hecht. Zijn fans sturen hem boeken, brieven, bloemen en mails – ‘elke dag is Kerst voor mij’. Tijdens het concert volstond een kleine handbeweging om de samenzang aan te slingeren; woord voor woord werden de chansons meegezongen: Les mères juives, L’inconsolable, Bahia, Ma solitude. Het ‘Koor van Olympia’ had Moustaki zijn aanhang liefkozend genoemd. ‘Het publiek wordt ouder met mij’, zegt hij. ‘Maar er komen ook jonge fans bij, die mijn chansons op school hebben geleerd.’

Op tournee gaan door verre landen, mensen ontmoeten, met andere muzikanten optrekken, concerten geven – daar is het Moustaki om te doen. Japan, Brazilië, de Maghreb, hij is overal geweest. Ook in de noordelijke landen van Europa komt hij graag. Omdat het er zo anders is: Nederland noemt hij exotisch.

Hij maakte wereldmuziek voordat de term in zwang kwam. Zijn muzikanten komen vaak uit Brazilië, net als de componisten met wie hij samenwerkt. Maar ook Indiërs en Algerijnen speelden in zijn band. In Nederland maakte hij in de jaren tachtig een album met Flairck. Het glas water presenteert hij met een voorbeeldig uitgesproken ‘alsjeblieft’.

Ook albums behoren voor Moustaki tot de bijzaken. Ze maken de tournees mogelijk, en daar gaat het om. Dat de Parijse concerten en de optredens daarna nu samenvallen met de verschijning van een nieuwe cd is een soort toeval. ‘Toen de platenfirma hoorde dat ik concerten zou geven, kwam de vraag of het album dan gereed kon zijn. Zo is het gegaan. Dat soort beslissingen neem ik niet. Ik heb me nooit met marketing beziggehouden. Ik was nog niet bezig met een nieuw album.’

Van de twaalf liedjes op dat album zijn er vijf in duetvorm. Moustaki zingt ze met jongere artiesten, dertigers doorgaans. ‘Elk duet heeft zijn eigen geschiedenis. China Forbes ken ik al lang. Ik zou graag een heel album met Pink Martini, haar band, maken. Maar ze wonen in Portland, aan de westkust van de Verenigde Staten. Dat is te ver.’ Une fille à bicyclette, loflied op de mooie meisjes die sinds een jaar op de Velib’-huurfietsen door de straten van Parijs fietsen, schreef hij samen met Vincent Delerm, met wie hij het ook zingt. Laatste zin: Merci Monsieur Bertrand – dank u burgemeester Delanoë.

Jazz-zangeres Stacey Kent en Cali deden mee op voorspraak van de platenfirma. ‘Cali is toch meer een rockzanger, daar had ik eerst moeite mee. Rock is me doorgaans te simpel en te commercieel. Alleen in parodiërende zin heb ik me daar ooit aan gewaagd. Maar het klikte tussen ons en we delen een politieke overtuiging.’ De eerste ontmoeting was vorig jaar, toen ze beiden meededen aan een concert tijdens de verkiezingstournee van de socialistische presidentskandidate Ségolène Royal.

Sans la nommer, het lied dat ze samen zingen, schreef Moustaki al in de jaren zeventig. Het is een loflied op de révolution permanente – de voortdurende revolutie: de mooie bloem van de meimaand die bij Moustaki de gedaante krijgt van een meisje dat verraden en verlaten en neergeknuppeld wordt. Jusqu’au bout – tot aan het eind – is de strijdkreet waarmee het afsluit. Cali zong het met gebalde vuist.

‘Het is een politiek lied, maar geen protestsong. Liefde voor de revolutie, dat is het onderwerp. Tijdens mei ’68 heb ik in fabrieken en op universiteiten gespeeld, in Parijs en daarbuiten. Maar ik ben geen oud-strijder. En ik ga niet naar herdenkingsbijeenkomsten. Het verleden interesseert me niet zo.’

‘Voor mij was mei ’68 geen breuk met het verleden, maar eerder een ontmoeting met de overtuigingen en de levenswijze die ik al lang koesterde. Ik leefde al vrij en zonder beperkingen. De politieke invloed van de opstand is misschien niet groot geweest, maar onderhuids zijn de gevolgen enorm.’

‘Mei ’68 beschouw ik als een moment van grote poëzie. Dat heb ik ook beschreven, in het chanson Le temps de vivre: luister naar de woorden die trillen op de muren van de maand mei. Ze zeggen ons met zekerheid dat alles eens anders kan worden.’

Onder zijn zwarte vleugel liggen boeken over Caïro en over de bibliotheek van Alexandrië. Twee weken geleden nog was hij in zijn geboortestad. ‘Ik dacht eigenlijk dat die band was doorgesneden, dat ik me had losgemaakt van mijn afkomst. Maar het is niet waar. Meer dan vroeger verlang ik naar Alexandrië. De poëzie van Konstantinos Kavafis spreekt nog tot mij. Hij stierf een jaar voordat ik geboren werd. Maar er is een café in Alexandrië waar onze foto’s naast elkaar hangen. Zeker, de stad is veranderd, maar dat ben ik ook.’

Voorgoed teruggaan naar Alexandrië is ondenkbaar. Zijn adoptieland Frankrijk en de Franse taal zijn hem daarvoor te lief. Hij is meertalig opgevoed, maar het Frans werd de taal van zijn studie, en later die van zijn chansons en romans.

Barbara, Serge Gainsbourg, George Brassens, Jacques Brel, Serge Reggiani; ze zijn dood – Moustaki is de laatste van de grote oude chansonniers die nog actief is. Maar er is een nieuwe generatie opgestaan, van wie sommigen zich verwant voelen en contact zoeken, vertelt hij. Hij noemt Victor Delerm en Pauline Croze, maar ook de Zwitserse Céline Ramsauer, die hem in de Olympia nog een ode bracht.

Dat Sebastian Tellier, die Frankrijk vertegenwoordigt op het Eurovisie Songfestival, in het Engels zal zingen, is een dolk in zijn hart. ‘Dit is iets belachelijks. Ik ben hier niet geboren, maar zing in het Frans. Dan zou je toch van een Fransman hetzelfde verwachten. De rijkdom van het Franse lied moet je koesteren. Niet om de chanson te beschermen, maar uit liefde voor iets dat zo waardevol is. Zoiets moet vanzelf gaan.’

Zijn roeping als zanger kwam laat. In de jaren vijftig verdiende Moustaki een tijd de kost als barpianist in Brussel, een stad hem nog altijd na aan het hart ligt – hij nam er zijn laatste album op. Daarna werd hij tekstschrijver, voor Edith Piaf, voor Barbara, Dalida, Yves Montand en zoveel anderen. ‘Tien jaar lang was het leven voor mij een improvisatie’, zegt hij. ‘Elke ochtend weer wist ik niet wat ik die dag zou doen.’ Pas in 1968 brak hij door als vertolker van zijn eigen chansons. Een late, overrompelende wending waarvan hij nog elke dag geniet.

‘Van niets hou ik meer dan van improviseren. Dat is mijn karakter, ik doe het niet met opzet. Altijd moet er een deur openstaan waardoor het onverwachte naar binnen kan. We doen dat ook op het podium: geen twee avonden speel ik dezelfde chansons. De intuïtie van de band is zo groot dat ze bij het eerste akkoord dat ik inzet weten wat het gaat worden.’

‘Ze zal op mijn laatste dag/ mijn laatste metgezel zijn/ nee ik ben nooit alleen/ met mijn eenzaamheid.’ Zo zingt hij het in Ma Solitude, een van de oudere chansons op zijn album dat de titel Solitaire kreeg: eenzaam, teruggetrokken. Als je hoort wie hij zoal tot zijn vrienden rekent, kan die titel haast niet op hemzelf slaan.

‘Vergis je niet, eenzaamheid is als een diamant’, zegt hij. ‘Gisteravond, na het concert, heb ik me hier teruggetrokken om alles te verwerken. Ik heb eenzaamheid nodig, het moet soms stil zijn om me heen.’ Hij wijst op een stapel integraalhelmen die onder de trap ligt. ‘Daarom is de motor mijn favoriete vervoermiddel. Grote reizen maak ik er niet meer mee, dat is te vermoeiend. Maar in Parijs en omgeving toer ik nog veel. Zo komen ook vaak de ideeën voor teksten. Dan zet ik hem langs de kant van de weg om het op te schrijven.’

Hij leest een boodschap die via zijn telefoon binnenkomt en kijkt verbaasd op. ‘Ze zeggen dat ik gisteren tweeënhalf uur heb gespeeld. Kan dat waar zijn?’

En of dat klopt.

‘Mevrouw, uw lijn is voorbeeldig’, complimenteert hij de fotograaf als die hem vertelt dat ze net als hij zes hoog woont zonder lift. Ze bedankt hem voor het compliment.

‘Graag gedaan’, fluistert hij met die amper door de tijd aangetaste stem, terwijl hij ons naar de deur begeleidt. Opnieuw in keurig Nederlands.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden