Het probleem met Piet

Hoe hang je een Mondriaan goed op? Te veel werk naast elkaar en ze vreten niet de muur op, maar elkaar. Een nieuwe visie op het werk van onze eigen piet precies.

Het werd zo langzamerhand eens tijd. Jarenlang kon je in het Gemeentemuseum Den Haag bij de schilderijen van Piet Mondriaan een speld horen vallen. Of een kanon afschieten. Overal zag je bezoekers rondscharrelen, maar zelden tussen de bomen en molens van Mondriaan. Laat staan bij zijn schilderijen met hun rigide patroon van lijnen en kleurvlakken. Het was leuk voor insiders en Mondriaan-gelovigen. Maar velen zei het niets. Beroemd kunstenaar? Saai werk! Met dat rood, geel en blauw. Who cares?

Begrijpelijk dus dat het Haagse museum iets wilde doen. Moest doen. Door Mondriaan, van wie het museum een van de omvangrijkste collecties in huis heeft, op een andere manier te tonen. In een toegankelijkere, sprankelendere opstelling. Want aan het werk zelf kun je niets veranderen, wel aan de wijze van presenteren.

Mooi dus dat een kleine drie maanden geleden het museum een nieuwe vleugel heeft geopend: een labyrint van kleine zaaltjes, ontworpen door kunstenaar Krijn de Koning en architect Anne Holtrop. Niet alleen gewijd aan Mondriaan, maar aan De Stijl, de stroming die de moderne tijd in Nederland introduceerde. En waarvan Mondriaan vanaf 1917 enkele jaren lid was.

Nu de nieuwe opstelling enkele maanden open is, zijn de gevolgen goed zichtbaar: het is een succes. Bezoekers krioelen door de ruimtes en kijken aandachtig naar alles wat er wordt getoond: het mintgroene Bruynzeel-keukenblok van Piet Zwart, de befaamde zigzagstoel van Gerrit Rietveld, affiches van Vilmos Huszár, architectuurmaquettes van J.J.P. Oud, noem maar op. En, oh ja, het schilderwerk van Mondriaan.

En toch, ondanks de ondergeschikte rol van de schilder, is het de beste opstelling die ik ooit heb gezien. De waarde van Mondriaan is tot zijn ware proporties teruggebracht: als een van de velen die in Nederland, aan het begin van de vorige eeuw, aan de horizon een nieuwe wereld voor zich zagen verschijnen. Mondriaan mag dan een visionair kunstenaar zijn geweest, er waren ook anderen. Anderen, zoals de architecten Oud, Rietveld, Robert van 't Hoff, Cornelis van Eesteren en Jan Wils, die de gedachten aan een nieuwe wereld concreter hebben gerealiseerd dan Mondriaan met zijn doeken. Reden waarom het goed is dat hij nu niet meer zo prominent wordt getoond als altijd is gedaan.

Dat het Gemeentemuseum hiervoor heeft gekozen, is knap en gedurft. Geen schilder zo vast in zijn beroemde imago als Mondriaan. Pieter Cornelis Mondriaan (1872-1944), de man met het ondoorgrondelijke karakter. De schrijver van theosofische geschriften. Bedenker van een utopische maatschappij, teruggebracht tot essentiële ingrediënten, waarin iedereen in harmonie met elkaar zou leven. Grondlegger van de Nederlandse abstracte kunst. Die in zijn vrije tijd weliswaar van jazzmuziek hield, en in nachtclubs even hoekig danste als hij schilderde. Maar die voor de rest er een ascetisch leven op na hield, als een monnik in een kloostercel. Een pietje precies die eindeloos kon schaven aan zijn werk.

En ook: weinig kunstenaars zo problematisch als het gaat om hoe je zijn werk het best kan exposeren. Want hoe hang je Mondriaan goed op? Er is in de loop van de tijd behoorlijk wat met zijn schilderijen gesleept en gehannest. Niemand weet eigenlijk raad met zijn werk. Zoals in het Gemeentemuseum zelf. Neem de Victory Boogie Woogie, Mondriaans laatste, onvoltooide schilderij dat in 1998 met veel bombarie voor 37 miljoen euro door de Nederlandse staat werd gekocht en aan het Haagse museum in langdurig bruikleen afgestaan. Op hoeveel verschillende plaatsen heeft dat doek niet gehangen? De 'Nachtwacht van de 20ste eeuw' heeft zo ongeveer alle hoeken van het gebouw gezien. Aanvankelijk in de erezaal, achter een koord, naast een permanente bewaker. Later verbannen naar een zijzaaltje, tussen werk van Bart van der Leck en Chris Beekman. Door voormalig directeur Wim van Krimpen eens getoond tegenover wat uitgaanskleding uit de jaren veertig.

Die wisselende opstellingen zijn exemplarisch voor de wanhopige zoektocht om Mondriaan op een goede manier te exposeren. Niet alleen in het Gemeentemuseum, maar overal ter wereld. Waar het ene museum een historisch overzicht van zijn oeuvre geeft, of zijn werk presenteert tussen dat van tijdgenoten, voorlopers en navolgers, toont een ander ze juist als losse exemplaren.

Jaren geleden kwam ik eens een rood-blauw-geelschilderij van hem tegen in het Parijse Musée d'Art Moderne, opgehangen tegen een hoge kale muur. Helemaal alleen. Jan Dibbets zei ooit dat een goede Mondriaan in staat is een hele muur 'op te vreten'. Hij had een punt. Een beetje volwassen, abstracte Mondriaan heeft ruimte nodig. Het zijn sterke beelden. Ze zijn zo ingedikt en uitgekristaliseerd, en de kleuren, lijnen en vlakverdeling zo dwingend, dat ze geen enkel ander werk in de nabijheid verdragen. Ook geen andere Mondriaans. Dat maakt het lastig voor elk museum. Welke instelling heeft zoveel ruimte dat het op elke muur maar één Mondriaan kan hangen?

Aan de andere kant: hang een paar Mondriaans dicht naast elkaar en ze worden een illustratie. Een behang met blokkenpatroon. Zoiets gebeurde dit najaar in het Stedelijk Museum, voordat het gebouw weer eens dicht moest wegens de verbouwing. In de erezaal had directeur Ann Goldstein er maar liefst vier naast elkaar opgehangen. Te midden van andere zwaargewichten uit de abstracte kunst, zoals Barnett Newman, Yves Klein, Kazimir Malevitsj. Het was een ramp. De Mondriaans verdroegen elkaar niet. Ze vraten niet de muur op, maar elkaar. Verbleekten tot plaatjes in een boek. Wellicht was dat de bedoeling van Goldstein. Om Mondriaan te laten zien in een bredere kunsthistorische omgeving. Tussen de andere grote jongens van de minimale kunst.

Goldsteins benadering typeert haar als museumdirecteur. Zoals de kunstenaar Dibbets houdt van een enkel schilderij, zo houden museumdirecteuren van meerdere schilderijen. Omdat je daarmee kunt schuiven en combineren. Een kunstbeschouwelijk of kunsthistorisch verhaal kan vertellen: hoe het ene werk zich tot het andere verhoudt en wat de onderlinge relatie is. En hoe die relatie het bestaande beeld van een kunstenaar kan benadrukken of veranderen. Ook bij Mondriaan dus.

Het is een reden waarom museumdirecteuren zo van Mondriaan houden: je kunt er alles mee doen. Hij is het speeltje van iedere tentoonstellingmaker. Blijkbaar is Mondriaan altijd en overal in te passen. Het probleem met Piet is alleen dat het zelden iets zegt over de echte waarde van zijn werk. Hij wordt eerder voor allerlei theorieën gebruikt, als een schilder waarop je van alles kan projecteren, dan gewaardeerd op zijn eigen merites.

Zo hing Rudi Fuchs zijn werk ooit in een zaal van het Van Abbemuseum tussen dat van Jan Dibbets. Fuchs wilde met deze a-historische opstelling aantonen dat radicaliteit niet het eigendomsrecht van Mondriaan is, maar een eigenschap van meerdere vakbroeders. In het Museum of Modern Art worden zijn abstracte rasters getoond te midden van andere hoogtepunten van moderne schilderkunst. Waardoor het New Yorkse museum wil benadrukken dat deze schilderijen de Olympus van de hoge kunst vormen, en zij, het museum, al dat werk in huis heeft. Een staaltje museummarketing over de rug van Piet.

Ieder museum kan dus zijn eigen Mondriaan maken en claimen. Amerikaanse musea tonen graag aan hoe Amerikaans Mondriaan eigenlijk is (hij woonde er van 1940 tot zijn dood in 1944). In Frankrijk is de Franse periode van Mondriaan weer de belangrijkste troef (hij woonde jarenlang in Parijs, waar hij zijn belangrijkste stappen richting volledige abstractie zette). In het Gemeentemuseum werd lange tijd Mondriaans oeuvre getoond als een chronologisch beeldverhaal (ze hebben veel vroeg schilderwerk dankzij het legaat Slijper). Je kon er volgen hoe hij van een realistisch geschilderde appelboom uiteindelijk belandde bij een zwaar gestileerde wirwar van takken. Alsof hij de abstractie in zijn eentje had verzonnen. Een mooi sprookje dat in ieder land wel zo'n kunstenaar oplevert. Bijkomstig nadeel: er kwam niemand kijken.

En dus is het goed dat daarmee nu is afgerekend. Mondriaan was geen individuele, visionaire geest, die iets zag waar anderen geen oog voor hadden. Hij was daarentegen een integraal en onvervreemdbaar onderdeel van De Stijl. De vondst van het Gemeentemuseum is er een om te omarmen. Zelden is er voor het werk van Mondriaan een betere oplossing gevonden. Nu hangt er zijn werk, opgesplitst in meerdere zaaltjes. Gereduceerd tot een van de vele uitingen waarmee De Stijl groot is geworden. Niet minder, niet meer.

Het geeft wel een heel ander beeld van de schilder dan tot nu toe is gehanteerd. Terecht. Mondriaan was in feite niet meer dan de schilderende vertolker van het Stijl-manifest. Hij zette de lijnen uit, leverde de theorieën, en was daarin compromisloos, zoals alleen schilders compromisloos kunnen zijn. Maar als uitdrager van zijn nieuwe-wereldideeën bleef hij de mindere van zijn architectonische en vormgevende vakbroeders. Omdat - het klinkt misschien platvloers - die nieuwe wereld van De Stijl zich nu eenmaal beter in gebouwen en meubilair laat vertalen, dan in schilderijen waarin je niet kunt wonen.

Mondriaan en De Stijl, tot en met 1 januari 2014 in het Gemeentemuseum Den Haag.

Diagonalen van Does

Piet Mondriaan mag dan een onvervreemdbaar deel van De Stijl zijn geweest, lang duurde zijn lidmaatschap niet: van 1917 tot medio 1925. Ruzie dreef de groep uit elkaar, met dank aan Theo van Doesburg die met iedereen ruzie had. Voor Mondriaan was de maat vol toen 'Does' diagonale lijnen begon te schilderen.

Pieter Cornelis Mondriaan

(1872-1944), de man met het ondoorgrondelijke karakter. De schrijver van theosofische geschriften. Bedenker van een utopische maatschappij, teruggebracht tot essentiële ingrediënten, waarin iedereen in harmonie met elkaar zou leven. Grondlegger van de Nederlandse abstracte kunst. Die in zijn vrije tijd weliswaar van jazzmuziek hield, en in nachtclubs even hoekig danste als hij schilderde. Maar die voor de rest er een ascetisch leven op na hield, als een monnik in een kloostercel.

Twee Mondriaans tijdens het inrichten van de tentoonstelling 'Mondriaan en De Stijl' in het Haags Gemeentemuseum.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden