Uit de haven, uit het zicht. Dankzij als matroesjkapoppen in elkaar verstopte dochterbedrijven, detacheerders en payrollers weten scheepseigenaren de justitiële autoriteiten te ontlopen.

Interview Journalist Ian Urbina

‘Het probleem is dat de internationale wateren van iedereen en niemand tegelijk zijn’

Uit de haven, uit het zicht. Dankzij als matroesjkapoppen in elkaar verstopte dochterbedrijven, detacheerders en payrollers weten scheepseigenaren de justitiële autoriteiten te ontlopen. Beeld Freek van Arkel

Journalist Ian Urbina (47) schreef het boek The Outlaw Ocean over de moordpartijen, schipbreuken en ronselpraktijken op de wetteloze oceaan. Het ergste, vindt Urbina, is dat veel van die achter de horizon gepleegde misdaden onbestraft blijven.

De laatste glimp die de schipbreukelingen opvingen van kapitein Hyonki Shin was dat hij huilend en prevelend een mast omhelsde, met in zijn hand de onafscheidelijke fles heldere drank waarvan zijn matrozen nooit durfden vragen of het water of alcohol was. Shin, wiens voorganger stomdronken van boord was gevallen en in de golven was verdwenen, had net als zijn collega’s in het 7 graden koude water van de Stille Zuidzee kunnen springen om naar de reddingsboten te zwemmen. In plaats daarvan besloot de 42-jarige samen met zijn Koreaanse vissersboot Oyang 70 ten onder te gaan.

‘Het laat zien dat hij wist dat het verkeerd was wat hij gedaan had’, zou Greg Lyall later zeggen, de kapitein van de Amaltal Atlantis, het Nieuw-Zeelandse schip dat om half vijf ’s nachts op Shins noodsignaal was afgekomen en een klein uur later reddingsboten met 48 bemanningsleden had zien dobberen in de mistige oceaan: 45 overlevenden en drie bevroren lijken. De Oyang 70, met daarin Shin en twee collega’s, was toen al onder de zeespiegel verdwenen.

Een half uur voor Shins noodsignaal voer de 73 meter lange vistrawler nabij de Bountyeilanden, vernoemd naar het schip waarop stuurman Fletcher Christian in 1789 zijn beroemde muiterij begon, toen ook tegen Shin een muiterij dreigde. ‘Snij het net door!’, smeekte de bemanning hem, terwijl het zes tennisvelden grote en ruim honderdduizend kilo wegende sleepnet vol zilverachtige vis het schip steeds verder naar bakboord deed overhellen.

De Oyang 70 was vanuit Port Chalmers, Nieuw-Zeeland 700 kilometer oostwaarts gevaren om zuidelijke blauwe wijting te vangen, populair als imitatiekrab in surimi of california rolls. De goedkope neefjes van de kabeljauw leverden grofweg 9 dollarcent per stuk op, dus Shin moest flink wat wijting naar wal brengen wilde zijn Zuid-Koreaanse werkgever Sajo Oyang winst maken.

Maar Shin beval zijn bemanning zolang door te vissen tot het sleepnet in de nacht van 18 augustus 2010 ruim twee keer zwaarder was dan het schip kon torsen. Toen ging het mis. Water stroomde de stortkoker binnen die de vissenkoppen en -ingewanden van de varende fabriek in de oceaan moest lozen. Aan de ‘slijmlijn’, de lopende band waar Shins mannen met messen en cirkelzagen de wijting onthoofdden en schoonmaakten, reikte het zeewater tot kniehoogte. Vissenkadavers verstopten de spuigaten, waardoor het water niet weg kon.

Toen kapitein Shin eindelijk zwichtte en zijn mannen als bezetenen het sleepnet begonnen door te snijden, was het te laat. ‘Het schip had te veel vis proberen op te slokken’, schrijft New York Times-journalist Ian Urbina (47) in het net verschenen The Outlaw Ocean, zijn verbijsterende boek over moordpartijen, schipbreuken en slavernij op de wetteloze zee. ‘Nu slokte de oceaan het schip op.’

De oceanen beslaan 71 procent van de aardbol. Negen van de tien telefoons, tractors, brandstoffen en andere koopwaar vervoeren we via zee. Toch is er nauwelijks aandacht voor wat daar gebeurt. Hoe kan dat?

‘Het probleem is dat de internationale wateren van iedereen en niemand tegelijk zijn. Er is daar geen politie om de wet te handhaven. Bovendien zijn de meesten van ’s werelds 56 miljoen zeelieden arm en niet zelden slachtoffer van mensenhandel. Zij zijn in zekere zin onzichtbaar, zonder lobbyisten, advocaten, regeringen of media die voor hen opkomen.’

‘Daar komt bij dat vissersschepen complexer zijn dan pak ’m beet een achttienwiels-vrachtwagen. De kapitein komt uit het ene land, de scheepseigenaar uit een ander land, de trawler vaart onder de vlag van een derde land, de stuurmannen komen uit een vierde land, de bemanning uit een vijfde land, de vangst gaat naar land zes. Daardoor is het vaak onduidelijk welk land bevoegd is op te treden tegen een misdaad op zee.’

Het lot van de Oyang 70 symboliseert in Urbina’s ogen de ‘abjecte wreedheid’ op menig vissersschip, waar scheepseigenaren hun onderbetaalde en soms überhaupt niet betaalde bemanning even onverschillig behandelen ‘als de bijvangst in hun netten’. Eigenlijk had het 38 jaar oude schip niet mogen uitvaren. Een Nieuw-Zeelandse inspecteur constateerde legio veiligheidsovertredingen en bestempelde de vistrawler als ‘hoog risico’. Maar eigenaar Sajo Oyang loog dat de problemen verholpen waren, en zo kon de Oyang 70 toch aan zijn laatste reis beginnen.

Matrozen vertelden Urbina over verkrachtingen op de Sajo Oyang-schepen, vooral door een sadistische Koreaanse bootsman, wiens hobby het was ondergeschikten in hun kruis te grijpen, of in de rug te porren met zijn ontblote erectie. Opsluiting in de koelcel, als boksbal fungeren en onder dwang bedorven visaas eten behoorden tot de straffen voor de merendeels Indonesische en Filipijnse bemanning. En dan was de hygiëne – zoveel kakkerlakken dat een barbecuegeur van geroosterde, op het motorblok gevallen insecten het schip vulde – nog niet genoemd.

Het ergste, vindt Urbina, is dat zoveel misdaad op zee onbestraft blijft. Dankzij als matroesjkapoppen in elkaar verstopte dochterbedrijven, detacheerders en payrollers wist Sajo Oyang aansprakelijkheid te ontlopen voor de Oyang 70. 

Dat gebeurde ook toen vier jaar later opnieuw een Sajo Oyang-schip zonk in de Beringzee, waarbij 55 van de 62 bemanningsleden verdronken. Zelfs de Chinese en Taiwanese daders van een door Urbina onthulde moordpartij in de Indische Oceaan, nota bene met beelden van een in een taxi op Fiji achtergelaten telefoon als bewijs, gingen vrijuit.

Op blikjes tonijn of zalm kunnen we zien of vis duurzaam is gevangen. Maar hoe weten we of de vissers niet wekenlang met boeien om hun nek aan het dek geketend zaten, of geshanghaaid zijn door ze te drogeren, waarna ze ontwaakten op volle zee, om voorbeelden uit uw reportages te noemen?

‘Dat kunnen we niet weten. Keurmerken zijn jammerlijk blind voor de mensenrechtelijke kant van visserij. Er zijn wel keurmerken die daar iets aan proberen te veranderen, maar dat staat echt nog in de kinderschoenen.’

De meeste misstanden in uw boek vinden plaats op Aziatische schepen. Is de situatie op Amerikaanse of Europese schepen beter?

‘Ja, zeker op schepen die onder een Europese of Amerikaanse vlag varen en daar ook hun thuishaven hebben. In Europa en de VS zijn de regels strenger, en is er enige handhaving. In Europese of Amerikaanse havens zijn er inspecties, vakbonden, verzekeringsvoorschriften, enzovoorts. Bovendien is werken vanuit Europa of de VS duurder, dus ligt de lat hoger qua winstmarges en lonen. Wat niet betekent dat men daar vrij van zonden is. De cruiseschepen die op grote schaal olie in zee bleken te dumpen waren Brits en Amerikaans.’

Wie uw boek leest, kijkt nooit meer hetzelfde naar karaokebars.

‘Karaokebars zijn in de havensteden van arme landen vaak bordelen in vermomming, waar twee soorten slachtoffers van mensenhandel elkaar ontmoeten. Meisjes uit Cambodja of Laos, vaak kinderen nog, denken in Thailand te gaan werken als huishoudhulp, maar eindigen als prostituees in de achterkamertjes van karaokebars. Daar worden ze gebruikt om jongens erin te luizen, die door mensenhandelaren naar karaokebars worden gebracht. Daar bouwen ze al snel schulden op in het bordeel, die ze moeten terugbetalen door op vissersschepen te werken.’

Is er een oplossing?

‘Het zou erg helpen als alle schepen verplicht een uniek identificatienummer hadden, zoals auto’s een kenteken hebben. Nu is het een fluitje van een cent om van vlag, naam en identiteit te veranderen. Hetzelfde geldt voor de transponders waarmee we schepen kunnen volgen: die kunnen kapiteins gewoon uitzetten als ze geen pottenkijkers willen. Dat moeten we verbieden. Hoe kunnen we anders ooit de wet handhaven?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden