Het perpetuum mobile van de forens in een dans

Telefoon pakken, appel eten, stilstaan, beetje wiebelen: bewegingen van reizigers op Utrecht CS worden geëerd met een choreografie.

Performance How can we know the dancer from the dance? op Utrecht CS. Foto Tom Janssen

Het was voor hen niet de meest logische plek om kunst te maken, dat volle Utrechtse stationsgebied. Sander Breure (31) en Witte van Hulzen (32) werden uitgenodigd een performance te bedenken om uit te voeren op Utrecht Centraal, het drukste openbaarvervoerknooppunt van Nederland, dat momenteel ook deels bouwput is.

Stichting Kunst in het Stationsgebied, een organisatie die samenwerkt met gemeente Utrecht, maar ook met Prorail en NS, nodigde drie kunstenaars en drie kunstenaarsduo's uit om, zoals het vierkoppige artistieke team dat zegt 'zich voor langere tijd aan dit gebied te verbinden'. Niet in een atelier iets bedenken en dat vervolgens op een sokkel zetten dus, maar kunstwerken maken die zich langzaam ontwikkelen en die het resultaat zijn van een langlopend onderzoek.

Dat heeft tot zes kunstwerken geleid, die inspelen op de hectische omgeving, sommige wat opvallender dan andere, en die niet altijd meteen als kunst te herkennen zijn. Een les die de curatoren trokken uit de vorige grote tentoonstelling, Call of the Mall, in winkelcentrum Hoog Catherijne. Nicolette Gast van het artistiek team vertelt: 'We merkten dat in zo'n druk gebied juist kunst waar je zomaar tegen aanloopt, het beste werkt. Mensen hebben niet de behoefte met een plattegrond te moeten zoeken naar kunstwerken.'

De performance How can we know the dancer from the dance? van Breure en Van Hulzen is onopvallend. Een enkele oplettende forens staat er met open mond naar te kijken, terwijl anderen vlak langs de vier acteurs lopen zonder iets te merken. Die acteurs maken bewegingen die iedereen op het station maakt, maar dan geheel synchroon: de telefoon pakken, even scrollen, een appel eten, een paar passen lopen, stilstaan en een beetje wiebelen. De performance vindt plaats sinds begin mei, pas nu willen de kunstenaars erover praten - juist omdat ze willen dat mensen het zelf ontdekken.

Sessions en Tours

De kunstenaars(-duo's) zijn naast Sander Breure en Witte van Hulzen, Marcus Coates, PolyLester (Gabriel Lester & Martine Vledder), Constant Dullaart, Berend Strik in samenwerking met Aziz Bekkaoui en HeHe (Helen Evans & Heiko Hansen). Publiek kan ook meedoen in Public Works met verschillende Public Sessions en Public Tours (gratis).

Waar zijn jullie begonnen?

Van Hulzen: We moesten eerst uitzoeken wat in dit gebied interessant is: de mensen natuurlijk. Of je nou theatermaker, schrijver, kunstenaar of psycholoog bent, je observeert mensen en verzint er verhalen bij. Dat doen wij ook. En die manier van kijken wilden we triggeren.

Breure: Eerst zijn we foto's gaan maken. Pikten vooral de typetjes eruit, de uitzonderingen. Maar we hebben geprobeerd objectiever te kijken. En zo zijn we een archief gaan aanleggen van hoe mensen zich bewegen.

Hoe ziet zo'n archief eruit?

Van Hulzen: We hadden wel duizend videofragmenten. En vervolgens gingen we zoeken naar patronen. Als iemand de telefoon opneemt en gaat praten, komt die bijvoorbeeld in beweging. Net zoals wanneer je thuiszit, je misschien op een papiertje gaat tekenen tijdens het bellen. Van al die typische bewegingen hebben we een choreografie gemaakt.

Dus elke beweging die de acteurs maken, kreeg een naam?

Van Hulzen: Ja, die moesten we bedenken. Heel simpel hoor. Er is bijvoorbeeld een beweging die we 'de opkijker' noemen. Dan kijk je dus even omhoog.

Waarom zijn het vier mensen?

Breure: Als je één iemand neerzet, werkt het niet. Die synchroniteit maakt dat je oplet. En er is iets iets heel aantrekkelijks aan de harmonie, het fascineert, als kabbelend water of wind die door de bomen waait.

Willen jullie dat mensen zelf verhalen gaan bedenken bij de bewegingen?

Van Hulzen: Niet per se. Ik vind het mooiste dat soms iemand onbedoeld en onbewust 'meedoet' in de performance. Iemand die nietsvermoedend te dicht bij de acteurs komt te staan, staat plotseling totaal in de spotlight. En voor de mensen die kijken, doet zo iemand gewoon mee, maar dan wel als de meest pure, authentieke, allerbeste acteur die er is.

Waarom zijn jullie 'stiekem' met de performance begonnen, dus zonder het aan te kondigen?

Breure: We wilden er geen collectieve ervaring van maken. Het gaat juist om de kracht van de individuele ontdekking. Je gaat kijken omdat iets opvalt. We wilden niet dat onze performance opdringerig zou zijn. Daarom zijn de acteurs ook zo onopvallend gekleed.

Van Hulzen: Het is belangrijk de schoonheid in het alledaagse te kunnen zien. Het leven bestaat nou eenmaal niet alleen uit parachutespringen of romances op de boeg van een schip.

Jullie maken ook weleens performances voor musea. Daar werden ze wél anagekondigd. Hadden jullie al ervaring met zo'n soort performance in de openbare ruimte?

Breure: Ja, op Art Amsterdam en later op internationale beurzen hebben we een fictieve galerie gehad, waarin een performance plaatsvond. Maar dat is anders, mensen hebben al bepaalde verwachtingen op zo'n kunstplek.

Hebben jullie daar iets van geleerd?

Van Hulzen: Ja, iemand had gehoord van de performance en heeft vervolgens op de kunstbeurs ARCO in Madrid gezocht welke galerie 'nep' was. Dat is ons wel bijgebleven, die kracht van verwarring en verrassing.

Public Works, t/m 30/10.