Update

Het permanente noodfonds, ESM, wat is dat precies?

Op de agenda in Den Haag vandaag en morgen: het ESM, ook wel aangeduid als het permanente Europese Noodfonds, afkorting van Europees Stabiliteitsmechanisme. Simpel gezegd een bedrag waarop Europese landen en banken in landen die in financiële problemen dreigen te raken, kunnen terugvallen. Maar wat is het precies? En waarom is er zoveel weerstand tegen de komst van het noodfonds?

De Duitse minister van Financien Wolfgang Schauble (links), en zijn collega's Elena Salgado (Spaanse, tweede van links), Jan kees de Jager (Nederland, midden) en Giulio Tremonti (rechts, Italie) overleggen voorafgaand aan het tekenen van het ESM-verdrag in juli vorig jaar.

Het Europees Stabiliteitsmechanisme is de opvolger van het zogenoemde EFSF, het vorige noodfonds, afkorting van de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit. Dat fonds werd in 2010 opgericht, ter bestrijding van de toenmalige (maar nog altijd voortwoekerende) financiële crisis. Het idee: Europese landen dragen bij aan een grote som geld, die gebruikt kan worden om landen in de problemen er bovenop te helpen. Het geld in het fonds wordt natuurlijk geleend aan een land in de problemen, maar tegen gunstige voorwaarden. Dit om enerzijds de acute problemen op te lossen, anderzijds in de hoop dat het instellen van zo'n noodfonds de financiële markten geen gelegenheid geeft een land in de problemen kapot te speculeren.

Dat laatste argument, plus de voortdurende problemen in de eurozone, vormde tevens de basis voor het instellen van een permanent noodfonds, oftewel ESM. Dat treedt bij ratificatie op 1 juli van dit jaar in werking, en bevat duizend miljard dollar. Dat wil zeggen: in de retoriek. In feite werd afgelopen najaar al besloten om het nieuwe fonds maximaal 500 miljard euro te laten bevatten. Daarbij werd 200 miljard euro aan al verstrekte leningen uit het oude noodfonds (EFSF dus) toegevoegd, plus 100 miljard euro aan noodhulp die al aan Griekenland werd uitgekeerd. Kom je op 800 miljard euro, oftewel duizend miljard dollar. Oftewel de one trillion dollar baby, zoals het fonds ook wel wordt genoemd.

Belangrijkste inhoudelijke verschil met het vorige noodfonds is dat het ESM beschikt over basiskapitaal. Dat wil zeggen dat de lidstaten al bij instelling van het fonds een bedrag betalen aan het ESM. Daarbij kunnen niet alleen landen worden geholpen met geld uit het fonds, maar ook banken. Overigens geldt voor banken dat die alleen via de staat geholpen kunnen worden, waarmee het land dat een bank via het noodfonds wil helpen, in de procedure terecht komt die ook zou gelden als het land zelf een aanvraag zou doen voor noodhulp.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Ierse premier Enda Kenny na afloop van een eurotop in november vorig jaar. Beeld EPA

Nederland draagt, als het verdrag door de Kamer wordt geratificeerd, maximaal 40 miljard euro bij aan het fonds. 4,6 miljard euro wordt meteen betaald, Nederland staat garant voor nog eens 35,5 miljard euro. Voor alle belangrijke besluiten die binnen het ESM worden genomen, is een unaniem besluit nodig van alle eurolanden. Alleen als door een acute noodprocedure (zeg, Spanje raakt in een paar dagen tijd in enorme problemen), kan worden besloten tot het inzetten van ESM-geld om zwakke eurolanden te hulp te schieten bij een meerderheidsbesluit van de 17 eurolanden. Omdat Nederland voor 5,7 procent bijdraagt aan het noodfonds, heeft ons land 5,7 stemmen van de 100. Als 85 procent van de eurolanden instemt, kan besloten worden tot het te hulp schieten van een land of bank in een door de Europese Centrale Bank en de Europese Commissie beoordeelde noodsituatie. Dat is om ervoor te zorgen dat het ESM snel kan ingrijpen, niet vertraagd door stemmingen in het parlement van een van de aangesloten eurolanden voor of tegen noodhulp.

Natuurlijk zijn dat soort leningen met garanties omgeven, maar de angst bij sommige partijen is dat we het geld niet meer terugzien als er eenmaal een beroep op wordt gedaan door bijvoorbeeld Griekenland of Portugal. Bovendien verliest een land zeggenschap over een deel van haar eigen geld in het geval van zo'n noodprocedure.

Sommige partijen, zoals de ChristenUnie, vinden dat alleen mag worden besloten tot noodhulp als alle zeventien landen altijd daartoe in unanimiteit besluiten. Volgens het verdrag in de huidige vorm hebben alleen Duitsland, Frankrijk en Italië vetorecht bij een noodstemming

In de Tweede Kamer is er op dit moment een meerderheid voor ratificatie van het verdrag dat beslist tot instellen van het ESM-noodfonds. Hoewel de PvdA ook vindt dat er sprake is van een democratisch tekort, doordat bij meerderheid een noodbesluit tot hulp wordt genomen, en niet unaniem. PVV, SP, SGP, de Onafhankelijke Burgerpartij van Hero Brinkman en de Partij voor de Dieren hebben zich al tegen verklaard.

Wat Geert Wilders probeert te voorkomen door een kort geding aan te spannen, is dat er wordt besloten voor ratificatie voor de verkiezingen van september. Vanwege de huidige crisis en de sombere vooruitzichten wil de Kamer juist wel nu stemmen over het verdrag, ook bij een demissionair kabinet. Wilders wil dat dat stemmen pas na de verkiezingen van 12 september gebeurt.

Met medewerking van Robert Giebels, politiek redacteur van de Volkskrant en Marc Peeperkorn, correspondent voor de Volkskrant in Brussel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden