Het perfecte Engelse landschap

Jane Austen en Virginia Woolf schreven er hun mooiste werk...

De schilder J.M.W. Turner zette de South Downs in een romantisch licht. Het iconische landschap van Zuid-Engeland moet volgend jaar nationaal park worden. Peter de Waard verkent de golvende kalkgronden, de plannen en het protest.

Boven op een heuvel uitkijken over een eindeloos ongerept en wild landschap met het idee alleen op de wereld te zijn en met de natuur.

Zo omschreef Sir Arthur Hobhouse in 1949 het National Parkgevoel. Hij selecteerde twaalf gebieden in Engeland en Wales waar dat gevoel te vinden was. Elf werden ook daadwerkelijk op voordracht van Hobhouse een National Park.

De South Downs de lieflijke heuvelrug langs de Zuid-Engelse kust kreeg de status echter nooit, terwijl dat juist het Engelse platteland is zoals de Britten en buitenlanders zich dat graag voorstellen.

'Dit is het iconische Engelse landschap', zegt Chris Todd beslist. Todd is campagneleider van een actiegroep die zich inzet om een zo groot mogelijk deel van het gebied tussen Winchester en Eastbourne alsnog de status van nationaal park te geven.

Kenmerkend voor de South Downs zijn de droge valleien (ook bekend als windgaten) die door rivieren zijn ontstaan toen het water nog veel hoger stond. In het oosten eindigen de Downs met de Seven Sisters vlak voor Eastbourne abrupt in zee. In het westen gaan ze langzaam over in de lage heuvels van de Hampshire Basin. Vier rivieren stromen door de Downs (Cuckmere, Ouse, Adur en Arun) en zij bepalen voor een groot deel het specifieke karakter van het landschap.

De natuurmonumenten trekken miljoenen toeristen: van de steile krijtrotsen van Beachy Head (helaas ook een populaire bestemming voor mensen die het leven niet meer zien zitten) en Cuckmere Haven tot de even adembenemende als romantische vergezichten van Ditchling Beacon, Devil's Dyke en Old Winchester Hill. Sinds 1974 ligt er een wandelpad door het hele gebied: de oudste National Trail. In het hart van de South Downs staat heel passend het Weald & Downland openluchtmuseum dat een beeld geeft van het traditionele Engelse plattelandsleven.

De South Downs vormen niet alleen een uniek natuurgebied. Het heeft schilders, componisten, schrijvers en dichters gepireerd waardoor het tot het artistieke erfgoed van het land is gaan behoren. William Blake beschreef de golvende kalkgronden in Jerusalem als Engelands green and pleasant land; Rudyard Kipling karakteriseerde de glooingen en hellingen als blunt, bow-headed, whalebacked downs. Jane Austen haar huis in Chawton is nu museum schreef er Pride and Prejudice en Mansfield Park. En de schilder J.M.W. Turner legde vanuit Petworth House het landschap vast.

In het begin van de twintigste eeuw werd de South Downs een El Dorado voor de Britse bohen. De Bloomsbury-scene uit Londen streek er neer. Virginia Woolf kreeg er haar grootste geniale invallen en pleegde er ook zelfmoord door zich te verdrinken in de rivier Ouse. Haar zuster Vanessa Bell 'het is een vreemd leven hier, maar...het moet goed zijn om te schilderen' verrijkte zowel de muren van haar eigen huis in de buurt van Charleston met fresco's als de kerk in Berwick. Hilaire Bellock, die in 1906 een huis in Slindon Mill kocht, adoreerde de South Downs:

The great hills of the South Country They stand along the sea:

And it's there walking in the high woods That I could wish to be

De bewierokingen van de kunstenaarselite van dit gebied waren niet aan dovemansoren gericht. Het gebied zo dicht bij Londen en andere bevolkingscentra werd als area of outstanding natural beauty een van de populairste trekpleisters voor een dagje countryside. Maar het plan om van de South Downs een nationaal park te maken leek te ambitieus: het zou niet alleen qua omvang het grootste van Engeland worden maar volgens sommigen met 39 miljoen bezoekers zelfs het meest bezochte park ter wereld.

Maar in 1999 besloot de ambitieuze New Labourregering van Tony Blair de South Downs alsnog als National Park aan te wijzen, samen met de New Forest een gebied dat door Hobhouse nog te ingesloten en te sophisticated was bevonden om voor de hoogst beschermde status in aanmerking te komen. Maar het plan leidde tot verzet van boeren en lokale besturen die te veel bemoeienis van hogerhand vrezen.

Hoewel de South Downs in het verre verleden waren bebost voornamelijk met beuken is het sinds de Romeinse tijd het domein van de schapen geweest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het grasland voor het eerst op grote schaal omgeploegd en gecultiveerd. Terwijl hoog in de lucht de Spitfires en Hurricanes met de Luftwaffe vochten, bewerkten de uit de steden getrokken bevolking op de grond de nieuwe akkers voor de voedselvoorziening. Na de oorlog ging dit proces door, omdat akkerbouw een lucratievere bezigheid bleek dan de schapenhouderij.

Maar die akkerbouw bracht bodemerosiemet zich mee. Tijdens de zware regenperiode van 2000 deden zich in sommige gebieden van de South Downs talrijke overstromingen voor. Sommige huizen kwamen meer dan dertig keer onder water te staan. Inwoners van Lewes spanden zelfs een procedure aan tegen een van de boeren. Er zijn nu nog maar honderdduizend schapen over in de South Downs. Het plaatsje Findon organiseert sinds mensenheugenis al een schapenmarkt. In 1964 werden er nog 18 duizend schapen verhandeld, vorig jaar 18! Als de South Downs nationaal park zou worden, dan moet het aantal schapen weer minimaal worden opgevoerd tot meer dan een half miljoen. Maar meer schapen betekent minder inkomen voor de boeren.

Op dit moment zijn er nog vijfhonderd grote boerenbedrijven in het gebied van de South Downs. De boeren zouden landschapsbeheerder moeten worden, iets waar velen niet voor voelen. Hun woordvoerder Shaun Leavy zegt dat de politici van New Labour maar wat raaskallen. 'Ze weten niet wat een nationaal park betekent. En ze scheppen verwachtingen die ze niet kunnen waarmaken.'

Niet alleen de boeren frustreren het plan. Ook de besturen van de graafschappen Hampshire, Easten West-Sussex en negen van de vijftien gemeentebesturen in het gebied liggen dwars. Veel van deze regionale en lokale bestuurders zijn geharnaste Tory's die de bemoeizucht van de New Labourpolitici in Westminster niet op prijs stellen. 'Het gaat om politiek, niet om natuurbeheer', zo karakteriseert van hen de plannen voor het nationaal park. Als de South Downs een National Park worden, zal een grote overkoepelende organisatie over dit gebied gaan waken en raken zij hun macht en planologische bevoegdheden kwijt. 'Of regeringscommissarissen de wijsheid in pacht hebben over hoe dit gebied het best kan worden beheerd', sneert een andere gemeentebestuurder. Henry Smith (Tory-bestuurder van het graafschap West-Sussex) zegt dat er in Groot-Brittannistedelijk onbegrip bestaat over plattelandsproblemen'. 'Dit is een klassiek voorbeeld. Een nationaal park is een dure manier om iets te managen. Het is pure geldverspilling.'

Maar de boeren en de gemeentebestuurders staan tegenover een machtige lobby van voorstanders. Niet alleen het overgrote deel van de 147 duizend bewoners van de South Downs en die van omliggende steden als Southampton, Brighton, Portmouth en Eastbourne zijn voor, ook de natuurbeheerders willen dat het gebied National Park wordt. De Countryside Agency is een van de warmste pleitbezorgers voor een nationaal park. De organisatie hoopt hierdoor het milieu te verbeteren en iets van het oude downlandschap te herstellen. 'Bijna 90 procent van het Britse downland is al verloren gegaan het overgrote deel als gevolg van landbouwactiviteiten', zegt Dave Thompson. 'De enige manier om daar een halt aan toe te roepen is te stoppen met het omploegen van het land.'

Op dit moment kruisen voor-en tegenstanders de degens tijdens vaak emotionele hoorzittingen die in Hotel Chatsworth in het plaatsje Steyne worden gehouden. Miljoenen worden door beide partijen gestoken in campagnes om hun standpunt naar buiten te brengen. De tegenstanders weten dat ze een achterhoedegevecht voeren en de aanwijzing tot nationaal park niet tegen te houden is. Zij trachten alleen nog het gebied zo klein mogelijk te houden door het te beperken tot de kalkheuvels van Sussex en Hampshire. Maar de South Downs Campaign wil zoveel mogelijk land in het National Park onderbrengen. Ook de heidegebieden en open vlakte van de zogenoemde Weald moeten optimale bescherming krijgen, net als stukken land bij Brighton en de krijtrotsen rond Newhaven. 'De geologie en de biodiversiteit van het hele gebied is van nationale en internationale betekenis. Daar kun je niet mee schipperen', zegt Chris Todd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden