het park is van mij

In het stadspark koestert de een z'n hond, een ander z'n partner, een derde z'n verslaving. Het park is van allen, van iedereen en wordt in de gaten gehouden door verontruste omwonenden....

Verontruste omwonenden wonen graag aan parken. Rond het Noorderplantsoen in Groningen zien ze aura's van de bomen vergrijzen of horen basketballen stuiteren in de avonduren. Soms procederen ze beelden uit de berm of objecten uit de vijver als daar vleermuizen tegenaan dreigen te vliegen. Ze willen geen fietsen tegen de bomen en vragen of het na elven zachter kan met de trommels. Het is vervelend, maar als de anderen plezier maken, ligt de verontruste omwonende wakker.

Tijdens het cultuurfestival Noorderzon gaan ze dagenlang kromgebogen door het park. Ze volgen elektriciteitsdraden naar de bron, verzetten fietsen, kijken achter hekken met zeildoek en verplaatsen stiekem de chemische toiletten. De rest van het jaar zijn ze druk met inspraakrondes, stichtingen, ingezonden brieven en handtekeningen. Soms leiden de acties tot een succes. Zo hebben ze laatst nog alle drugsverslaafden uit het park gekregen.

De omwonenden werden de hele dag geconfronteerd met een maatschappelijk probleem. Slordig geklede junks scharrelden door de bosjes, op zoek naar een verloren bolletje, of snelwandelden ruziënd achter elkaar aan. Het was geen prettig uitzicht. Toen de politie de verslaafden anderhalf jaar geleden allemaal het park had uitgejaagd, organiseerden de samenwerkende buurtcomités een 'bevrijdingsfeest'. Onder de naam 'Noorderburen' gaven ze het park symbolisch terug aan de mensen.

Nu kan iedereen het park op allerlei manieren gebruiken. De spiritueel geleide bomenbeschermster geniet de uitstraling van een inheemse boom, studenten eten pizza bij de vijver en vaders met afgeritste broekspijpen duwen hun kinderen naar de zandbak. Het is een prachtig park in het noordoosten van de stad. Het heeft twintig hectare met velden, bergjes, tweeduizend bomen, slingerende vijvers, bijzondere kruiden en halfverharde paden. Gelukkig kom je overal leuke cafés tegen - aan welke kant je het plantsoen ook uitfietst, skate, jogt of wandelt.

De hele dag hoef je het park niet uit. Zodra de Konmar-supermarkt opengaat, zitten er mannen met rode neuzen op de bankjes. Tijdens lunchtijd halen mannen halfjes melk uit de aktetassen en slingeren kinderen aan wilgentakken boven het water. Bij de centrale vijver praten jongeren tot laat over hun studie. Alleen 's nachts moet je voorzichtig zijn. De geest van een vermoorde jongen waart nog door het plantsoen - het kan zijn dat hij op je bagagedrager springt. En uit de bosjes bij de Verlengde Grachtstraat komt soms een krij sende man te voorschijn met een samoeraizwaard.

Vroeger werden parken gebruikt om netjes in te wandelen. Het liefst met het hele gezin op zondagmiddag. Halverwege kon je ijsjes kopen aan een houten kiosk of een glaasje melk bij de melkinrichting. Soms deed je de levende have aan of bleef je een uurtje voor de muziekkoepel staan. In de stadsparken was het altijd stil en rustig; de politie zag erop toe dat niemand zich over de lage buishekjes het gazon op waagde. Tegenwoordig is elke centimeter van Nederlandse parken in gebruik. In Groningen is dat niet anders. Iedereen heeft er altijd pret.

En dan zijn er weleens spanningen over de functie van het park. Het park is van iedereen en iedereen heeft een mening. Dan ziet de één een hoekje kwetsbare stinzeflora en de ander een mooie plek voor de bierpomp. Referenda weren het verkeer uit het park, vergaderingen vertragen de herinrichting in de oude landschapsstijl, rechtszaken hebben het theaterfestival een dikke vergunning gebracht het vervuilde slib komt niet uit de vijvers voordat alle belanghebbenden boos en ongelukkig zijn. Als je je daar niet te veel in verdiept, kun je hier veilig recreëren.

Vroeger was het Noorderplantsoen geen park. Het was een stevige vestingwal. De bisschop van Münster heeft in de zeventiende eeuw nog geprobeerd om erlangs te komen. Na een tijdje bommen gooien, ging hij weer naar huis. In het Noorderplantsoen is ook een keer gevochten, op 15 april 1945. De Duitsers zaten met mitrailleursnesten in de bosjes en zagen de Canadezen met Wasps-vlammenwerpers optrekken vanuit de Oranjewijk. Toen zijn de bomen een tijdlang kaal gebleven.

Beno Hofman weet veel van zulke dingen. Hij woont aan de rand van het park, op één hoog aan de Noorderbinnensingel. Als je op zijn deurbel drukt, komt hij met een vaartje naar beneden. Beno is een energieke stadshistoricus. Hij maakt boeken over wijken, vult rubrieken in de regionale krant en heeft ook een eigen programma op de lokale televisie. Waarschijnlijk omdat het verleden vreemd is, zet hij daarin rare stemmetjes op en rent hij met zijn armen zwaaiend uit het beeld.

Met grote passen gaat het langs de bult die de mensen de Katten berg noemen. Bij café Lambik blijft Beno staan. 'We doen het in vogelvlucht', zegt hij. Dus: Groningen vestingstad, ontwikkeling van het geschut en behoefte aan een beter verdedigingssysteem. Zo komt het park dus aan zijn specifieke vorm. Die hoge bulten zijn de oude bastions, dwingers genoemd, de slingerende vijvers resten vestinggracht. In de negentiende eeuw gingen ze nog betere kanonnen maken en had je niets meer aan de wallen. 'Toen kwam de vraag', zegt Beno, 'wat te doen met dit deel van de stad?'

Er een mooi park van maken in de Engelse landschapsstijl. Die was gebaseerd op het Arcadia van de Romeinen, het geïdealiseerde landschap met herders en herderinnetjes. Het mocht dan wel een stadstuin worden, door alle mensen te gebruiken, er mocht ook best een verheffende werking vanuit gaan. Behalve gewandeld, werd hier in de negentiende eeuw ook al gedronken, geneukt en gegokt. En ook toen al joegen agenten de dronkaards op naar elders. 'Zo zie je maar', zegt Beno, 'hoe de geschiedenis zich herhaalt.'

In het park beginnen mensen vroeg te rennen. Tegen de zomer zijn het vlotte mensen in moderne tenues en bijkleurende loopschoenen. De magere man in het verkeersveilige hesje is er iedere dag. Het is geen joggen wat hij doet, meer een machinaal stampen, en hij zwoegt via de Leliesingel langs de Noorderbinnensingel. Tot negen uur staan daar mensen in de rij voor de kringloopwinkel. Even later gaan ze met luxaflexen en ladekasten langs de vijver door het park. Overal roepen mensen opvoedkundige dingen naar de honden en zie je fietsers en wandelaars met gele tasjes van de Kon mar-supermarkt. 'Ah', zeggen de mannen op de bankjes dan, 'Kon mar. Kwaliteit.'

Deze drie mannen zitten er wel vaker. De één mist een oog, de ander is scheel en Henk houdt erg van tellen. Vanochtend hebben ze geld bij elkaar gelegd en 22 halve liters Heineken en drie flessen rode wijn gekocht. Het park drinkt anders dan de rest van Groningen. Leuker. Hier verstop je eens je flesjes als de politie komt langsgereden, in de stad word je met een flinke boete weggestuurd. '40 euro', zegt Henk, 'weet je hoeveel biertjes je daarvoor kunt kopen? Nee?' Hij pakt zijn vingers, begint te tellen en veert drie minuten later op: 'Tien!'

Vanavond kunnen ze weer met hangende schouders terug naar het sociaal pension. In De Ommelanden is het niet gezellig. De begeleiders voeren er een schrikbewind. Als je bijvoorbeeld iemand een stomp in het gezicht geeft, word je gewoon op straat gegooid; of je je nu lekker voelt of niet. Dan is het beter in het park. Zo lekker in de frisse lucht onder de bladeren. Genoeg bosjes om in over te geven en je kunt ook altijd iets vriendelijks naar passanten roepen. Wat tot voor kort ook een leuk werkje was: eendenkuikens tellen in het water bij de Grachtstraat.

Daar, op de hoek met de Kerklaan, zitten de moedereendjes met hun kroost. Langs de Grachtstraat is beschutting van het riet en is het niet zo druk met andere dieren. Twaalf bijna doorzichtige eendenkuikens dob beren achter twee witte eenden aan. Voor de mensen zijn ze niet bang. Maar als een blauwe reiger op de kant gaat staan, krijgen de moeders het een beetje benauwd. Wat vervelend is: de laatste dagen mist er steeds een eendenkuiken. Eerst waren het er twaalf. Toen waren er nog elf. Nu zijn er nog maar tien. Voor Henk is daarom de lol eraf - het moet wel een beetje kloppen.

Geert Jan Dalstra is hovenier, maar op de eendenkuikens heeft hij niet gelet. Het kunnen inderdaad de reigers zijn geweest, meeuwen of anders een vlaamse gaai. Dat zijn prachtig mooie vogels, maar ook lelijke allesvreters. Dalstra weet meer van ganzen. Daarvan wonen er vijftig in het plantsoen en iedereen vindt dat precies genoeg. Ieder jaar haalt hij alle ganzennesten leeg. Soms missen ze er een in een tuin in de Grachtstraat en durft de bewoner zijn huis niet meer uit. Dan gaan Dalstra en collega's eropaf om de buurtbewoner met harken en schoffels te ontzetten.

Dalstra doet zijn werk al bijna dertig jaar. Twee dingen zijn veranderd. Bij de wijkpost zijn ze klantgerichter gaan werken. Dat betekent dat veel rotklussen worden uitbesteed en dat ze meer rekening houden met de klachten en wensen van de mensen. Het werk is ook gezonder geworden. Tot 1994 mocht het verkeer door het park. Dan stonden Dalstra en collega's de hele dag in uitlaatgassen te werken. Voor al tijdens de bietencampagne bleef de stank van de vrachtwagens onder de kastanjes hangen. Geert Jan Dalstra is een gezonde en sterke kerel, maar toen zat hij 'alle dagen met hoofdpijn voor de televisie'.

Ook vanochtend ging het in een gemeentelijk minivrachtwagentje van de wijkpost aan het Hoendiep via de Wilhelminakade de Oranje singel in. Aan de overkant van het park woonden de armen; daar hebben ze de vestingwal maar laten staan. Hier heb je mooie villa's en hebben de bewoners vanachter hun piano's een heerlijk uitzicht over het vrije gazon met de wilgen, beuken en rode eiken. Dalstra stuurt linksaf de Leliesingel in, ontwijkt de basketballers en zet de wagen stil bij een grote, lege bloembak. 'Zo', zegt hij, 'nu gaan we aan het werk.'

Tegen de middagpauze fietsen moeders met lege kinderzitjes naar de Nassauschool en komen met volle weer terug. Dalstra is halverwege zijn klus. Nu schept hij de laatste tuinaarde van de auto in de bak. Straks even een boterham geten, en dan kunnen vanmiddag de knolbegonia's erin. Dan kunnen morgen de klanten weer naar de wijkpost bellen. Dat het zulke schitterende planten zijn of dat ze liever winterharde viooltjes zien. De mensen bemoeien zich graag en veel met het park. 'Maar je bent buiten', zegt Dalstra, 'en veel verander je er toch niet aan.'

's Middags schijnt de zon. Het is een mooie tijd voor studenten om aan de centrale vijver in het gras te gaan zitten. Er zijn meisjes bij met multomappen die appeltjes eten, zonnebaadsters met weinig kledingstukken en ook een autonoom beeldend kunstenaar die de dag zegt te plukken waar hij maar kan. Een groepje vrolijke twintigers zit op handdoekjes bij elkaar. Ze praten over mensen als Joris en Frank. Als je die iets in vertrouwen vertelt, blijken ze dat gewoon door te vertellen. Tegen een leuk meisje zegt de jongen met het lange haar: 'Wat hoor ik net, ben ik gisteren in Het Pakhuis van de trap gevallen?'

Op zondagmiddag hangen er slingers in de bomen. Tussen een en vijf uur wordt het tweede Noorderburenfeest gehouden. Centraal staat een rommelmarkt rond de vijver, maar er zijn ook workshops clownerie en mondharpspelen, en op een podium bij het paviljoen speelt een dweilorkestje vrolijke muziek. Hier mogen buurtbewoners Hol land se liedjes zingen of voordragen uit eigen werk. Een cabaretesk duo refereert aan waar het Noorderburen eigenlijk allemaal om begonnen is: groenbewust vermaak in een verslaafdenvrije omgeving.

Als er in Groningen evenementen zijn, maakt Titia Lodewegen daar gedichten bij. Een tijdje terug koos de stad zijn eigen, officiële stadsdichter. Titia werd niet gekozen. Deze weken is er een grote boekenmanifestatie in de stad - overal wordt iets met boeken gedaan. Opnieuw werd Titia overgeslagen. Dus toen ze door Noor der buren werd gevraagd om vandaag een kraampje literair te bemannen, zag ze haar kans op wraak. Tegen drieën zal ze met trillende benen een paar gedichten voorlezen en zich laten aankondigen als Stadsdichter van Groningen. Ze moeten vroeger opstaan; de men sen die Titia Lodewegen kapot willen maken.

Ook voor de rondleiding is veel animo. Om drie uur stappen vijftien buurtbewoners achter twee begeleiders aan; de meesten lopen op gemakkelijke schoenen en houden de duimen achter de rugzakbandjes. Het hele verhaal van vestingwal en landschapsstijl wordt uit de doeken gedaan. Maar er is ook aandacht voor de insecten en schimmels in de takken achter de grootste dwinger. Bij de Japanse vleugelnoot, een boom die het midden houdt tussen loof- en naaldboom, slaat een dame de handen voor het gezicht: 'Deze soort is werkelijk prehistorisch.' Dan gaat het snel terug; iedereen is moe, maar het feest nog lang niet afgelopen.

Die week juichen de huis-aan-huisbladen. 'Er was zoveel leven in het park', schrijft De Groninger Gezinsbode onder een foto van een jongen met een lolly, 'dat er af en toe een time-out moest worden ingelast, even een versnapering om inwendig af te koelen voor de jeugdige bezoekers.' Een andere verslaggever voelde een vredesstemming. En dat betekent iets in Groningen. Natuur- en cultuurliefhebbers zitten elkaar al jaren in de haren. Ze noemen elkaar maffia en gooien stoelen naar elkaar.

Mevrouw Kiki heet eigenlijk geen Kiki. Het is een schuilnaam waaronder ze alle bomen van de stad beschermt. Hoe ze echt heet, weten ze alleen bij de sociale dienst. Mevrouw Kiki is in het verleden vaak voor schut gezet in de regionale kranten. Ze noemden haar klagerig en schreven in verkleinwoorden over haar. Met bomen praat ze nog wel, journalisten kunnen het bekijken. Met haar acties en rechtszaken is mevrouw Kiki beroemd geworden. Sommige mensen vinden het goed wat ze doet en beginnen over de eiken bij de A-Kerk of de grote kastanje op de Grote Markt die ze van de ondergang heeft gered.

Sommigen beginnen te zuchten als ze van Kiki horen. Diederik de Meijer is zo iemand. Tegen zessen zie je hem fietsen, soms met een zoontje achterop, meestal onderweg naar een vergadering. Diederik houdt van organiseren; als het cultureel is, is het goed. Toen hij in 1990 met het theaterfestival Noorderzon begon, was het klein en Pa ra de-achtig. Toen hij vorig jaar ophield directeur te zijn een tiendaags festival in het Noorderplantsoen met meer dan honderdduizend bezoekers. Hij zegt niet dat Kiki het deed, maar sinds die tijd wordt zijn voordeur niet langer met leuzen beklad.

In de gedachtewereld van de bomenbeschermers zijn verschillen tussen mens en omgeving opgeheven. Als je zo denkt, zie je niet graag duizenden mensen het Noorderplantsoen vertrappen en doet het pijn als je een dieplader onder de kroon van een monumentale beuk ziet rijden. Die derik zegt: 'Het park is er voor de mensen. Alle bomen staan toch nog overeind?' Maar dat vinden de natuurbeschermers geen argument. Ze zeggen: 'Een oude boom in het park is even kwetsbaar als een oude boom in de vrije natuur.'

Over alles hebben ze ruzie gemaakt. Over de stroom en watertoevoer, toiletten, hekken en vooral de plekken waar een voorstelling mocht of waar juist de stinzeflora voorrang kreeg. Na tien jaar adviescommissies, metingen en procedures is er nu een vergunning die vanwege de dikte beroemd is in heel het land. Van Noorderzon denken ze dat iedereen het nu eens is en het eindelijk afgelopen is met de acties van eenzame fanatiekelingen. Maar de eenzame fanatiekelingen denken van niet.

's Avonds komen de joggers terug, met veel meer dan vanmorgen. Ook skaters van allerlei niveau beginnen rondjes te draaien. Nu kun je ook een hapje eten in het park. Bij café Lambik op de hoek met de Grote Kruisstraat kun je kiezen uit twee goedkope gerechten en gaat bij mooi weer het interieur naar buiten. Bij 'Jantje zag eens pruimen hangen' koken ze Frans-Italiaans in een kubistisch paviljoen met een rondgaande serre; het gebouw heeft een beetje van de Stijl en een beetje Amsterdamse School. In het donker kun je 'Jantje' gemakkelijk vinden, aan de gevel brandt een lint romantische gloeilampen.

Een paar jaar geleden stond er een negatieve recensie in het Nieuws blad van het Noorden. Toen bleven drie maanden lang de gasten weg. Een paar maanden geleden kwam weer een man met kladblok binnen. Het was de recensent van dit magazine. Hij bestelde een hoop gerechten en noteerde tussendoor zijn bevindingen. Twee uur later liep hij het paviljoen uit, via het park de wijde culinaire wereld in; het regenjasje dansend onder zijn grote rugzak. Er viel in de wereld nog veel te proeven.

Toen de bazin het stukje las, moest ze even huilen. De zwezerik was te taai en waar truffel was beloofd, was iets op een bedje van ravioli geserveerd. Gelukkig viel deze keer de schade mee. Misschien hebben de mensen het stuk niet gelezen, misschien, zegt Elvira, willen Volks krant-lezers liever zelf een mening vormen. Maar wat altijd doorgaat, zijn de geestigheden. Zo kwam Jacques d'Ancona laatst met een groepje eten. Zijn toespraak vooraf zat vol toespelingen op de recensie. En dat is iets waar Elvira 'een beetje moe van wordt'.

Bij mooi weer blijft het lang plezierig in het park. Overal zitten plukjes mensen in het gras. Ze spelen gitaar, drinken een biertje of staren loomweg voor zich uit. Voor een boekje is het nu te donker, langs de randen wachten skates in paartjes tot de baasjes eindelijk naar huis toe gaan. Dat duurt misschien nog even. Twee gabbertjes roken zacht een jointje, anders wordt de baby wakker. Verderop blaast een meisje met een schelpenketting voorzichtig op een didgeridoo. Af en toe neemt ze even adempauze, neemt een slokje wijn uit de fles en zucht hoe relaxed het hier nog is.

Alleen om half twaalf is het knokken. Twee mannen komen uit de Grote Appelstraat gerend. De kale roept: 'Je bent een vuile rat!' De dikke probeert zijn tegenstander met een keukentrap te slaan. 'Sorry', zegt hij na vier keer missen, 'ik heb mijn bril niet op.' 'Oh', zegt de kale, 'dus de vuile rat heeft ook een dikke bril!' Later komt de politie tussenbeide en blijven buurtbewoners nog een kwartiertje kletsen. Eentje buigt zich over de op straat achtergebleven helft keukentrap. Straks nemen de geesten en vleermuizen het park weer in gebruik en zie je meisjes haastig langs de Verlengde Grachtstraat fietsen. Nu zegt de buurt bewoner: 'Logisch, Brabantiatrappen voldoen ook niet aan de Nen -norm.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden