Het paradijs is hier

Boeren tegenover arbeiders, rijk tegenover arm, liberalisme tegenover communisme - dat is het sjabloon waarin Oost-Groningen vaak wordt samengevat. Waar gaat het beeld mank?...

Toen Jacqueline en Kees Konijnenburg vier jaar geleden aan vrienden en kennissen vertelden dat ze met hun vier kinderen gingen verhuizen naar het Oost-Groningse Finsterwolde, verklaarden sommigen hen voor gek. Jacqueline en Kees bewoonden een mooi grachtenpand in het Zuid-Hollandse Schoonhoven. Wat hadden ze te zoeken in een uitgewoonde boerderij, uitgerekend in die uithoek van Nederland? Een streek die doorgaans in het nieuws komt vanwege armoede, achterstanden en communisme?

'Nou', zegt Jacqueline (46) aan de keukentafel van die intussen opgeknapte boerderij, 'in de polders aan de overkant van de Lek, de Alblasserwaard, gebeurt het ook niet hoor.'

Kees (49): 'Het beeld van Oost-Groningen, het rode bolwerk en zo, speelde bij ons geen rol. Wat kan mij het schelen hoe mensen hier leven. We horen het van alle westerlingen die hier zijn komen wonen: je kunt hier doen wat je wilt, héérlijk. We zijn allemaal blij dat we uit dat idioot drukke westen weg zijn.'

Zij: 'Voor ons maakte het niet uit. Platteland is platteland.' Hij: 'Het is hier zo'n prachtig gebied, zo uitgestrekt. Ik zie me niet naar het westen teruggaan.' Zij: 'Maar als je heel oud wordt, heb je in Finsterwolde wel een probleem. Er zijn weinig voorzieningen.' Hij: 'Dan ga ik liever naar Winschoten dan naar Rotterdam. Het paradijs is hier.'

Negen Oost-Groningse gemeenten zijn vorig jaar het project Kansrijk Oost-Groningen begonnen, waarbij onlangs ook de Rijksuniversiteit Groningen is betrokken. Doel is de onderwijskansen van leerlingen in het basisonderwijs te verbeteren. De Citoscores zijn in veel plattelandsgebieden laag. 'Maar in Oost-Groningen is dat nog iets sterker doordat kinderen opgroeien in een taalarm milieu', zegt projectcoördinator Han Kuiper vanuit Stadskanaal. 'Het blijft bij heel weinig praten, heel weinig boeken, heel weinig wereldoriëntatie.'

Eind vorig jaar maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat de helft van de tien armste Nederlandse gemeenten in Oost-Groningen liggen. De gemeente Reiderland, met daarin dorpen als Beerta en Finsterwolde, is de allerarmste. Het gemiddeld besteedbaar jaarinkomen per huishouden is er 15.100 euro, tegen 27.200 euro in de rijkste gemeente, Blaricum. In Reiderland leeft 60 procent van de 7070 inwoners van een uitkering, inclusief AOW'ers. 'Wat zijn de eerste woorden die een kind hier leert?', luidt een mop in die contreien. 'Ken nait.'

In dt beeld past het communisme. Nergens is dat, vermoedelijk afgezien van Cuba en Noord-Korea, zo standvastig als in Oost-Groningen. Nog bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, vorig jaar maart, werd in Reiderland de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) de grootste partij. Overal zijn in de streek de tekenen ervan te zien: het straatnaambord van de Hamer- en Sikkellaan, een vlag met een rode Stalin-ster in een tuin, arbeiderswoningen.

Wat in Oost-Groningen verder opvalt, zijn de boerderijen die buiten de bebouwde kom keurig in het gelid langs de wegen liggen. Het zijn meestal buitensporig grote boerderijen, bestaand uit een kolossale schuur en een herenhuis ervoor waar een gemiddeld grachtenpand in past. Herenboeren lieten ze veelal eind negentiende eeuw bouwen, toen de Oost-Groningse akkerbouw zijn hoogtepunt beleefde.

Dit is het sjabloon waarin Oost-Groningen vaak wordt samengevat: het is daar boeren tegenover arbeiders, rijk tegenover arm, liberalisme tegenover communisme. En veel Oost-Groningers zijn dat spuugzat. 'De tegenstelling rijk-arm is nu wel genoeg uitgemolken', zegt een akkerbouwer verbitterd. Over zijn situatie wil hij niet praten, maar neem van hem aan: 'Het is armoe troef.'

Waar gaat het beeld mank? En in hoeverre zegt het iets over het dagelijks leven van Oost-Groningers? Drie paar bewoners van negentiende-eeuwse boerderijen in Reiderland willen op het onderwerp ingaan. De enigen die in die boerderij nog het oorspronkelijke vak uitoefenen, zijn Ellen en Cars Huisman uit Finsterwolde. Cars (33) nam in 1996 het bedrijf over, nadat zijn vader plotseling was overleden. Ellen (33), een boerendochter uit het nabijgelegen Scheemda, zag het wel zitten: 'Ik was het boerenleven gewend en Cars straalde uit dat het met het bedrijf goed zat.'

Ze wonen in de witte boerderij uit 1862 waar Cars net als zijn vader is geboren. Op de bijbehorende 115 hectare grond verbouwt Cars tarwe, die hij voert aan 3600 varkens. Zijn ouders leefden alleen van de akkerbouw, maar met het oog op de almaar zakkende graanprijs, zag Cars aankomen dat dat niet meer kon. 'Als je dat wilt', zegt hij, 'moet je naar het Mekka van het graan: Oost-Europa.'

Ze hebben 'een heel gemiddeld inkomen', waar ze hard voor moeten werken. Ellen is twee dagen in de week diëtiste in Emmen, op de andere dagen bemoeit ze zich met hun twee kinderen, het huishouden en het bedrijf. 's Avonds brengen ze veel tijd door in een klein vertrekje waar de computer staat. Daar worden de zaken voor de boerderij bijgehouden. 'Je bent nooit klaar', zegt Ellen.

Er zijn in Reiderland veel mensen die minder dan gemiddeld verdienen, beseffen ze. De werkgelegenheid in deze uithoek van Nederland is dungezaaid. Maar dat is niet de enige reden dat het de armste gemeente van Nederland is. Ellen: 'Je hebt hier niet alleen veel armen maar ook weinig rijken. Als je er een paar tussen hebt zitten met een jaarinkomen van drie miljoen euro, trekken die het gemiddelde omhoog. Maar die heb je hier niet.' Cars: 'Het merendeel van de boeren zit in het ziekenfonds.'

Ze willen maar zeggen: de tegenstelling arme arbeiders-rijke boeren bestaat allang niet meer. 'De haat tegen boeren is steeds verder verzwakt', zegt Cars. 'We hebben er eigenlijk nooit iets van gemerkt', zegt Ellen. Cars kreeg vroeger eens naar zijn hoofd geslingerd: 'Dat is een boerenstreek!' Maar dat was de enige keer.

Geen kwaad woord over de NCPN. De communisten hebben volgens Cars oog voor werkgelegenheid en houden voorzieningen in stand. 'Maar het is ook een beetje folklore', zegt hij. 'Veel mensen stemmen op de NCPN omdat hun ouders erop stemden', zegt Ellen. Sterker: de NCPN regeert in Reiderland samen met Gemeentebelangen, een samenvoeging van VVD en CDA. 'De pers zei destijds: kan dat wel?', zegt Ellen, die in de steunfractie van Gemeentebelangen zit. 'Toen zeiden Gemeentebelangen en de NCPN: hallo, we leven in 2002, laten we het proberen.' En ze zijn nog steeds bij elkaar, zegt ze.

Hoezeer de verhoudingen in Reiderland en de rest van Oost-Groningen zijn veranderd, verraden de oude boerderijen zelf. Sommige hebben nog hun oorspronkelijke functie, maar velen ook niet. In sommige schuren staan tegen betaling caravans, in andere worden kippen gefokt of glazen voorwerpen geblazen. Er zijn boerderijen die onbewoond en verpauperd hun lot afwachten, er zijn er ook die in prima staat verkeren en alleen nog dienstdoen als woonhuis.

Onno Struif (43) betrok na jaren van omzwervingen in 1996 de boerderij in Nieuw-Beerta waar hij is geboren. Fiona Swarts (30) trok twee jaar later bij hem in, waarna het voorhuis werd opgeknapt. Onno rijdt bijna dagelijks op en neer naar Drachten waar hij advocaat is, Fiona werkt bij de Rabobank in Groningen. De schuur van de boerderij is op een paar caravans na leeg.

Onno's opa was herenboer, die zijn bedrijf met twintig arbeiders leidde vanuit het voorhuis. Onno's vader had alleen los personeel en moest zelf keihard werken. 'Hij had in de jaren zeventig nog wel goeie jaren, daarna is de akkerbouw ingezakt', zegt Onno. 'Jongens van mijn generatie die in de akkerbouw zitten, moeten allemaal bijverdienen. Met varkens, als taxichauffeur.'

In 1996 liet Onno's vader tot grote verrassing van Onno weten dat hij met het bedrijf wilde ophouden. Onno en zijn broer vonden het zonde om de boerderij uit 1867 te verkopen. Ze verpachtten de 120 hectare grond, en Onno ging weer wonen in het huis van zijn jeugd. Hij wijst naar buiten, naar de kluiten aarde die tot aan de horizon lijken te reiken, waar de boemel tussen Nieuweschans en Winschoten rijdt. 'Deze periode, als het gauw donker is, veel regent, is de beroerdste. Maar verder is het goed uitgepakt. Ik wil hier niet meer weg.'

Fiona kan de stilte van Nieuw-Beerta alleen verdragen door de afwisseling met een baan in de stad: 'Als ik op de bank in Beerta zou werken, zou ik gek worden.' Maar ze verdedigt het gebied wel altijd tegen vooroordelen. Wanneer iemand haar in gemaakt Gronings vraagt: 'Kom je uit Beerthhha?', antwoordt ze: 'Overal is het ik, ik, ik. Hier is nog saamhorigheid.' Ze merkte dat op de volleybalclub, waar het wat meer om het collectief draaide dan ze was gewend.

Onno kan zich over dat soort opmerkingen niet opwinden: 'Het is hier ook arm, er is ook werkloosheid. Maar ik merk er niet veel van.' Fiona: 'In de supermarkt zie je hoe mensen erbij lopen. Leggings, oude trainingspakken. Maar Onno loopt ook vaak in oude kleren, dus of het iets over armoede zegt, is de vraag.' Gelukkig oogt de streek de laatste tijd beter. Toen Fiona jaren geleden naar de vele vervallen boerderijen keek, dacht ze vaak: 'Wat triest.' Nu zeggen ze tegen elkaar: 'Wat is het hier opgeknapt.'

Dat is mede te danken aan mensen als Jacqueline en Kees Konijnenburg die uit Schoonhoven wegtrokken omdat ze op een boerderij wilden wonen en in Finsterwolde een betaalbaar exemplaar vonden uit ongeveer 1870. 'In het westen betaal je er miljoenen voor', zegt Jacqueline. Ze dachten: 'Of we nu twintig of driehonderd kilometer verderop gaan wonen, we moeten toch alles opnieuw opbouwen.'

In Schoonhoven repareerde en restaureerde Kees klokken in zijn eigen bedrijf. Nu hebben ze in de schuur een goedlopende zaak in meubels en woonaccessoires opgebouwd. Ook de boerderij glimt en blinkt weer, met dank aan Kees die alles zelf heeft geschuurd en geschilderd en verbouwd.

Jacqueline: 'We hebben nu een rustiger leven. Bij de eerste zonnestraal ben ik buiten.' Kees: 'Mensen staan hier altijd voor je klaar. Om de zoveel weken drinken we als buren koffie met elkaar. Er is meer contact, je groet elkaar. Ik zou wel willen weten waar het begrip stugge Groninger vandaan komt.' Jacqueline: 'Iedereen zegt tegen ons: het is alsof jullie hier altijd hebben gewoond.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden