Het oude vuur

Toen Zimbabwe in 1980 na een bloedige vrijheidsstrijd onafhankelijk werd, stuurde het Komitee Zuidelijk Afrika op verzoek van de nieuwe machthebbers Nederlandse leraren....

door Wim Bossema

DIT KEER moet het een jaarvergadering worden zonder kakkerlakken. Het is de laatste bijeenkomst van de ontwikkelingswerkers van het Komitee Zuidelijk Afrika in Zimbabwe. Nu maar eens wat luxe, al is het politiek taboe, zegt Victoria James, de Zimbabwaanse coördinatrice.

Ze heeft een sprookjesachtig hotel uitgekozen. Een reusachtig puntdak van stro steekt uit boven het dorre struikgewas in een landschap met zanderige heuvels en metershoge keistenen. De muren van het hotel zijn opgetrokken van gestapelde keien, naar het voorbeeld van het oudste monument van het land, de ruïnes van Groot Zimbabwe. Vanaf het terras met het zwembad kun je de eeuwenoude muren zien liggen, de getuigen van een teloorgegane beschaving waaraan het huidige Zimbabwe zijn naam dankt. Zimbabwe betekent huizen van steen.

De kamers van het hotel zijn ruime koningshutten. Al het meubilair is speciaal ontworpen; het lijkt wel of de Milanese designer Sotsas hier aan het werk is geweest. 'Een keer zal ik de Nederlandse ontwikkelingswerkers echt verwennen', zegt Victoria James, 'Ze hebben het verdiend.'

Dit weekend wordt het tijdperk van de politiek gemotiveerde 'coöperanten' afgesloten. Toen Zimbabwe in 1980 na een bloedige vrijheidsstrijd onafhankelijk werd, besloot het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA) in te gaan op het verzoek van de nieuwe machthebbers om leraren te sturen. Het KZA had de guerrillabewegingen ZANU en ZAPU gesteund in hun strijd tegen het Rhodesische, blanke minderheidsbewind van Ian Smith. De solidaire leraren zouden helpen bij de opbouw van een socialistische samenleving.

Is er nog iets over van dat oude vuur? Zit er nog een echte KZA-er aan de dinertafel? 'Ik', zegt Rob Burggraaf. 'Ik heb nog slangen doorgeknipt bij Shell-stations.' Shell was het doelwit van acties in de tijd dat de oliemaatschappij weigerde zich uit Zuid-Afrika terug te trekken toen daar nog de apartheid heerste. Burggraaf maakt een grapje. Hij kwam drie jaar geleden naar Zimbabwe en toen maakte niemand zich meer illusies over de sociale idealen van president Mugabe. De laatste lichting KZA-leraren is niet solidair met het regime.

Ook het KZA zelf heeft een gedaanteverwisseling ondergaan. Het comité is samengegaan met de oude rivaal, de Anti-Apartheidsbeweging Nederland, en de Eduardo Mondlane Stichting, die solidaire ontwikkelingswerkers stuurde naar Mozambique. De organisatie heeft nu neutraal het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NIZA) en wil geen leraren meer uitzenden.

In de jaren tachtig gingen veel leraren naar speciale, socialistisch getinte scholen. Er zaten veel oud-strijders op, die tijdens de oorlog hun scholen hadden verlaten om zich bij de guerrilla aan te sluiten. Zo'n school was Mavhudzi in het oosten van het land. De leraren werden er aangesproken met kameraad. Het ideaal was 'onderwijs met productie' en de leerlingen namen deel aan 'productie-eenheden', de broedplaatsen voor de coöperaties die ze na school zouden vormen. Er was een timmergroep, die meubels maakte. Er was een groep die kippen hield en een die groenten teelde. De middelbare school beschikte over een grootschalig landbouwbedrijf.

Die zogeheten Zimfeb-scholen bestaan nog steeds. Ben Dijkstra en Marja Hanekroot geven les op een Zimfeb-school in Matabeleland, in het zuiden van Zimbabwe. De school ligt in een afgelegen oord in een van de armste streken. Het ontbreekt de school aan van alles, het leven is er saai. De Zimbabwaanse collega's blijven er zo kort mogelijk. Dijkstra zag ze komen en gaan, soms al na drie maanden en altijd binnen een jaar.

Het Nederlands gezin vond een tweede huis in een nabijgelegen provinciestadje, waar ze elk weekend uitpuffen van de ontberingen. De twee zoons, Daan en Wouter, zaten in het begin nog bij hun Zimbabwaanse leeftijdsgenoten in de klas, maar gingen weldra over tot Nederlands correspondentie-onderwijs. 'We willen allebei arts worden en in die school leer je niets', zegt de oudste. De twee jongens zijn een schoolbioscoopje begonnen, om wat contact met de Zimbabwaanse kinderen te houden.

'Het waren de beste drie jaren van mijn leven', zegt Ben Dijkstra. Maar van het vroegere elan heeft hij niets meer gemerkt. Toen hij kwam bestond er nog één productiegroep, die tachtig geiten hoedde. Al gauw besloot de groep te stoppen en verkocht de geiten. 'De meesten werden voor een schijntje gekocht door het schoolhoofd.'

In dit laatste samenzijn wordt de balans opgemaakt. De meeste leraren gaan binnen enkele maanden weg en ze blikken met gemengde gevoelens terug. Ze hebben het erg naar hun zin gehad, maar of hun aanwezigheid nu veel nut heeft gehad betwijfelen ze. 'We zijn aangenomen omdat we onze scholen toegang verschaffen tot hulpfondsen uit Nederland', zegt Marijke Schaake, die vijf jaar handvaardigheid gaf op een school in het zuiden. 'Mijn voorgangsters hadden dat goed gedaan en mijn schoolhoofd vroeg: wat breng jíj mee. Ze zei het zelf: ik wil altijd KZA-coöperanten omdat ze bereid zijn geld te zoeken.'

De klachten over de goedbedoelende gevers rollen over de dinertafel. Hele ladingen afgedankte computers worden naar Zimbabwe verscheept. De meeste zijn onbruikbaar. 'In de opslagkamer van mijn school staan er zeventig, ik geloof dat er maar vier in gebruik zijn', zegt Ger Christiaens, die lesgeeft op een middelbare technische school in de hoofdstad Harare. 'Ik kreeg computers waar de teksten van de gevers in de schermen waren gebrand', zegt Désiré Baartman. 'Bij mij was een harde schijf volkomen gecrashed', zegt Pauline Vos. 'We zijn tijden bezig geweest om dat ding weer op te lappen.'

Het is veel beter om geld te krijgen, dan kunnen de scholen zelf kopen wat ze echt nodig hebben, moderne computers genoeg in de Zimbabwaanse winkels. Daar is iedereen het wel over eens. Marijke Schaake liet toch oude Singer-naaimachines uit Nederland komen voor haar naaigroep van vrouwen uit het dorp. 'Natuurlijk heb ik ook liever geld, maar dat krijg je niet zo gemakkelijk.'

De volgende ochtend zitten de laatste KZA-coöperanten aan een lange vergadertafel op stoelen als tronen. Victoria James heeft eigenlijk maar één onderwerp voor debat: was het sturen van leraren zinvol en is het verstandig om er nu definitief een punt achter te zetten?

Désiré Baartman vertolkt een algemeen gevoelen: 'Ik geloof wel dat ik op mijn school nuttig ben geweest, maar ik denk niet dat ik veel op mijn collega's heb overgedragen. Mijn kennis heb ik maar voor een klein deel kunnen gebruiken. Wat dat betreft was het geldverspilling. Er zijn tegenwoordig genoeg Zimbabwaanse computerdeskundigen en die zijn veel goedkoper. Op een school kun je weinig beginnen. Het systeem is star en waarom zijn er toch zoveel slechte schooldirecteuren? Het oorspronkelijk idee van het KZA was toch om te helpen bij verandering. Maar die is er niet en dan heeft het weinig zin om maar weer een blik leraren open te trekken.'

De meeste leraren vinden dat hun werk net zo goed door Zimbabwanen kunnen worden gedaan. Maar de motivatie van de Zimbabwaanse collega's is slecht. De meesten wilden helemaal geen leraar worden, maar er was geen ander werk. Hun beloning is schraal, hun aanzien laag. De Nederlandse leraren gingen vaak naar afgelegen streken omdat geen Zimbabwaan daar wilde lesgeven.

'Vlak na de onafhankelijkheid vroeg het ministerie van onderwijs leraren aan het KZA om de gaten te vullen', zegt Marijke Schaake. In die tijd groeide het aantal leerlingen explosief. De nieuwe regering bouwde duizenden scholen, maar er waren te weinig Afrikanen met een opleiding om les te geven. 'Inmiddels zijn er genoeg leraren opgeleid, dus er is eigenlijk geen reden om docenten uit Nederland te blijven sturen.'

Er zijn maar twee afwijkende meningen. Monique La Crois: 'In Matabeleland South zijn nu 37 leraren te kort. Als ik wegga zijn dat er 38.' En Rob Burggraaf heeft veel studenten van een middelbare technische school opgeleid tot succesvolle computerdeskundigen. Misschien heeft het wel nut om docenten te leveren voor zulke lerarenopleidingen, opperen de laatse KZA-ers, maar voor de rest is het inderdaad beter om er maar mee te stoppen.

Aan tafel zit ook de heer Mkwati, de Zimbabwaanse directeur onderwijs voor Matabeleland. Hij heeft de discussie met lichte vertwijfeling aangehoord. Hij wil de Nederlandse leraren niet kwijt.

Het is waar, er schort heel veel aan het onderwijs in Zimbabwe, geeft hij toe. De kinderen worden nog steeds opgeleid tot een Engels diploma die hen regelrecht naar de werkloosheid leidt. 'We hebben 300 duizend schoolverlaters en slechts 30 duizend vinden een baan. Bovendien zakt 70 procent van de leerlingen. Wij lijden aan een diploma-syndroom. Er wordt ons niet geleerd om creatief en ondernemend te zijn.'

Hij is nog niet zo lang in functie en hij heeft grootse plannen met het onderwijs in zijn gebied. Hij wil het programma veranderen, hij wil betere beloning voor docenten, hij wil onder het juk van de centrale regering uit. Maar juist in zijn achtergebleven en verwaarloosde provincies ontbreken de leraren. Daarom heeft hij de Nederlanders juist zo nodig, zegt hij. Zijn pleidooi komt te laat.

Na de vergadering vraag ik hem waarom hij juist leraren van NIZA wil. Er zijn toch andere organisatie genoeg die leraren sturen. Mkwati zegt: 'Weet u, er komen hier busladingen leraren aan. Voor velen is het een avontuur, een soort vakantie. Het Amerikaanse Peace Corps stuurt piepjonge 'leraren', die van toeten nog blazen weten. Wat heb ik daaraan. Die NIZA-leraren hebben altijd veel kritiek, maar het zijn de meest toegewijde ontwikkelingswerkers die ik ken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden